Onbepaalde voornaamwoorden in het Grieks
Αόριστες Αντωνυμίες
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Grieks op Settemila Lingue.
In het kort
Met κάποιος en κάτι verwijs je naar een niet nader genoemde persoon of zaak: ‘iemand’ en ‘iets’. In ontkennende zinnen gebruikt het Grieks meestal κανείς/κανένας en τίποτα, waarbij δεν of μη(ν) gewoon blijft staan. Κάθε betekent ‘elke’ en όλοι ‘allen/iedereen’.
Overzicht
Onbepaalde voornaamwoorden verwijzen naar mensen of zaken zonder precies te zeggen wie of wat. In Κάποιος χτύπησε την πόρτα weet je bijvoorbeeld dat er een persoon aanklopte, maar niet welke persoon. Sommige woorden uit deze groep kunnen ook vóór een zelfstandig naamwoord staan: κάποιος φίλος betekent ‘een of andere vriend’ en κάθε μέρα ‘elke dag’.
Dit onderwerp hoort bij A2. De basis is overzichtelijk: κάποιος voor iemand, κάτι voor iets, κανείς/κανένας voor niemand of iemand in een vraag, τίποτα voor niets of iets in een vraag, κάθε voor elke en όλοι voor iedereen of allen. Het belangrijkste verschil met het Nederlands zit in de ontkenning. Grieks gebruikt normaal een ontkennend werkwoord én een negatief woord: Δεν ξέρω τίποτα is letterlijk opgebouwd als ‘ik weet niet niets’, maar betekent gewoon ‘ik weet niets’ of ‘ik weet niks’.
Griekse woorden die op een bijvoeglijk naamwoord lijken, passen hun vorm vaak aan geslacht, getal en naamval aan. Een naamval laat zien welke taak een woord in de zin heeft, bijvoorbeeld onderwerp, bezit of lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). Daarom heeft κάποιος meerdere vormen, terwijl κάτι, τίποτα en κάθε onveranderlijk zijn.
Hoe het werkt
Κάποιος en κάτι: iemand en iets
Κάποιος verwijst zelfstandig naar een onbekende of niet genoemde persoon:
- Κάποιος περιμένει έξω. — Er wacht iemand buiten.
- Μίλησα με κάποιον. — Ik heb met iemand gesproken.
Het kan ook bij een zelfstandig naamwoord staan en betekent dan ‘een zekere’, ‘een of andere’ of eenvoudigweg ‘een niet nader genoemde’:
- κάποιος κύριος — een zekere meneer
- κάποια στιγμή — op een bepaald moment
- κάποιο πρόβλημα — een of ander probleem
De basisvormen zijn:
| Naamval | Mannelijk | Vrouwelijk | Onzijdig |
|---|---|---|---|
| onderwerp, enkelvoud | κάποιος | κάποια | κάποιο |
| bezit/verband, enkelvoud | κάποιου | κάποιας | κάποιου |
| voorwerp, enkelvoud | κάποιον | κάποια | κάποιο |
| onderwerp, meervoud | κάποιοι | κάποιες | κάποια |
| bezit/verband, meervoud | κάποιων | κάποιων | κάποιων |
| voorwerp, meervoud | κάποιους | κάποιες | κάποια |
De vorm volgt het woord waarnaar hij verwijst. Zo is άνθρωπος mannelijk, γυναίκα vrouwelijk en παιδί onzijdig: κάποιος άνθρωπος, κάποια γυναίκα, κάποιο παιδί.
Κάτι betekent ‘iets’ en verandert nooit van vorm:
- Θέλω κάτι να φάω. — Ik wil iets eten.
- Κάτι έγινε. — Er is iets gebeurd.
Voor een zelfstandig naamwoord kan κάτι in informele taal ook een onbepaalde hoeveelheid aanduiden, bijvoorbeeld κάτι φίλοι (‘een paar vrienden’). Voor A2 is het voldoende om eerst de gewone betekenis ‘iets’ actief te gebruiken.
Κανείς, κανένας en τίποτα: niemand, niets — of iemand, iets
Κανείς en κανένας zijn nauw verwant. Zelfstandig gebruikt verwijst κανείς vaak naar een persoon: Δεν ήρθε κανείς (‘Er kwam niemand’). Κανένας kan eveneens zelfstandig voorkomen en staat ook vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord. De vormen bij een zelfstandig naamwoord zijn:
| Functie | Mannelijk | Vrouwelijk | Onzijdig |
|---|---|---|---|
| onderwerp | κανένας | καμία / καμιά | κανένα |
| bezit/verband | κανενός | καμίας / καμιάς | κανενός |
| voorwerp | κανέναν | καμία / καμιά | κανένα |
Καμιά is een veelvoorkomende kortere vorm van καμία. In neutrale ontkennende zinnen betekenen deze woorden ‘geen’ of ‘niemand’:
- Δεν έχω κανέναν αδελφό. — Ik heb geen broer.
- Δεν υπάρχει καμία λύση. — Er is geen oplossing.
Τίποτα is onveranderlijk. In een ontkenning betekent het ‘niets’ of, waar het Nederlands dat natuurlijker vindt, ‘niks’ of ‘ook maar iets’:
- Δεν άκουσα τίποτα. — Ik heb niets gehoord.
- Μην πεις τίποτα. — Zeg niets.
In vragen en voorwaarden kunnen κανείς en τίποτα juist overeenkomen met Nederlands ‘iemand’ en ‘iets’:
- Είναι κανείς εδώ; — Is hier iemand?
- Θέλεις τίποτα; — Wil je iets?
- Αν δεις κανέναν, πες μου. — Als je iemand ziet, zeg het me.
Hier geeft de spreker niet aan dat zo'n persoon of zaak werkelijk bestaat. Wil je een verwacht of concreter ‘iemand/iets’ uitdrukken, dan zijn κάποιος en κάτι vaak natuurlijker: Περιμένεις κάποιον; betekent ‘Wacht je op iemand?’ en suggereert eerder dat er inderdaad iemand verwacht wordt.
Ontkenning: het negatieve woord blijft staan
In standaard Nederlands vermijden we meestal een dubbele ontkenning. In het Grieks horen de onderdelen juist bij elkaar:
δεν + werkwoord + κανείς/κανένας/τίποτα
- Δεν είδα κανέναν. — Ik zag niemand.
- Δεν αγόρασα τίποτα. — Ik heb niets gekocht.
Bij een verbod of een constructie met να wordt vaak μη(ν) gebruikt:
- Μην καλέσεις κανέναν. — Bel niemand.
- Χωρίς να πει τίποτα, έφυγε. — Zonder iets te zeggen vertrok hij.
De Nederlandse gewoonte om maar één negatief element te gebruiken mag je dus niet rechtstreeks op het Grieks toepassen.
Κάθε: elke, ieder
Κάθε staat vóór een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud en verandert niet:
- κάθε μέρα — elke dag
- κάθε άνθρωπος — ieder mens
- κάθε παιδί — elk kind
Ook als het zelfstandig naamwoord door zijn rol in de zin van vorm verandert, blijft κάθε hetzelfde: κάθε μαθητής (‘elke leerling’) maar με κάθε μαθητή (‘met elke leerling’). Anders dan Nederlands ‘alle’ combineert κάθε normaal met een enkelvoud: κάθε μέρα, niet een letterlijke meervoudsconstructie.
Wil je ‘ieder afzonderlijk’ zonder zelfstandig naamwoord zeggen, dan gebruik je καθένας, καθεμία/καθεμιά, καθένα: Ο καθένας έχει τη γνώμη του (‘Ieder heeft zijn eigen mening’).
Όλος: heel, alle en iedereen
Όλος past zich aan het zelfstandig naamwoord aan. De belangrijkste vormen zijn:
| Mannelijk | Vrouwelijk | Onzijdig | |
|---|---|---|---|
| enkelvoud | όλος | όλη | όλο |
| meervoud | όλοι | όλες | όλα |
Met een enkelvoud betekent het vaak ‘heel/de hele’: όλη η μέρα (‘de hele dag’), όλο το σπίτι (‘het hele huis’). Met een meervoud betekent het ‘alle’: όλοι οι φίλοι (‘alle vrienden’), όλες οι μέρες (‘alle dagen’), όλα τα παιδιά (‘alle kinderen’).
Zelfstandig verwijst όλοι naar een gemengde groep of een groep mannen en betekent het ‘allen’ of vaak gewoon ‘iedereen’. Όλες verwijst naar een volledig vrouwelijke groep; όλα naar onzijdige zaken of kinderen, afhankelijk van de context.
Let op het lidwoord. Bij een bepaald zelfstandig naamwoord staat meestal όλος + lidwoord + zelfstandig naamwoord: όλοι οι μαθητές. Dat verschilt van het Nederlandse ‘alle leerlingen’, waar geen apart bepaald lidwoord verschijnt.
Voorbeelden in context
| Grieks | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Κάποιος χτύπησε την πόρτα. | Iemand klopte op de deur. | Κάποιος is onderwerp. |
| Ψάχνω κάποιον που μιλάει ολλανδικά. | Ik zoek iemand die Nederlands spreekt. | Κάποιον is mannelijk en lijdend voorwerp. |
| Κάποια άφησε την τσάντα της εδώ. | Een vrouw heeft haar tas hier achtergelaten. | De vrouwelijke vorm staat zelfstandig. |
| Πρέπει να σου πω κάτι. | Ik moet je iets vertellen. | Κάτι verandert niet. |
| Δεν ξέρω τίποτα. | Ik weet niets. | Grieks combineert δεν en τίποτα. |
| Δεν ήταν κανείς στο γραφείο. | Er was niemand op kantoor. | Κανείς verwijst naar personen. |
| Έχει κανείς μια ερώτηση; | Heeft iemand een vraag? | In een vraag betekent het ‘iemand’. |
| Θέλεις τίποτα από το σούπερ μάρκετ; | Wil je iets uit de supermarkt? | Informele, open vraag. |
| Περιμένεις κάποιον; | Wacht je op iemand? | De vraag suggereert een verwachte persoon. |
| Κάθε μέρα παίρνω το λεωφορείο. | Elke dag neem ik de bus. | Κάθε met enkelvoud. |
| Κάθε παιδί χρειάζεται χρόνο. | Elk kind heeft tijd nodig. | Κάθε verandert niet bij onzijdig παιδί. |
| Όλοι ήρθαν στην ώρα τους. | Iedereen kwam op tijd. | Όλοι staat zelfstandig voor een groep mensen. |
| Όλες οι πόρτες είναι κλειστές. | Alle deuren zijn dicht. | Vrouwelijk meervoud plus lidwoord. |
| Δούλευε όλη τη μέρα. | Hij/zij werkte de hele dag. | Όλη staat in de voorwerpsvorm. |
Veelgemaakte fouten
De ontkenning vóór κανείς of τίποτα weglaten
- Fout: Ξέρω τίποτα. als je ‘Ik weet niets’ bedoelt.
- Goed: Δεν ξέρω τίποτα.
- Waarom: Τίποτα krijgt zijn negatieve betekenis in deze zin samen met δεν. Zonder ontkenning klinkt de zin niet als het bedoelde Nederlandse ‘niets’.
Κάποιος niet verbuigen
- Fout: Μίλησα με κάποιος.
- Goed: Μίλησα με κάποιον.
- Waarom: Na με staat hier de voorwerpsvorm. Bij een mannelijke persoon wordt κάποιος dan κάποιον.
Κάθε met een meervoud combineren
- Fout: κάθε μέρες
- Goed: κάθε μέρα
- Waarom: Κάθε betekent ‘elke/ieder’ en wordt normaal gevolgd door een zelfstandig naamwoord in het enkelvoud. Voor ‘alle dagen’ gebruik je όλες οι μέρες.
Het lidwoord na όλοι vergeten
- Fout: όλοι μαθητές ήρθαν
- Goed: όλοι οι μαθητές ήρθαν
- Waarom: Bij de bepaalde groep ‘alle leerlingen’ staat in het Grieks ook het bepaalde lidwoord οι.
Κανείς altijd letterlijk als ‘niemand’ vertalen
- Fout begrip: Είναι κανείς εδώ; = ‘Is niemand hier?’
- Juiste betekenis: ‘Is hier iemand?’
- Waarom: In vragen, voorwaarden en vergelijkbare niet-bevestigende contexten kan κανείς ‘iemand’ of ‘wie dan ook’ betekenen.
Όλοι gebruiken voor één geheel
- Fout: όλοι η μέρα
- Goed: όλη η μέρα
- Waarom: ‘De hele dag’ is vrouwelijk enkelvoud. Όλοι is mannelijk meervoud en betekent ‘allen’ of ‘alle’.
Gebruiksnotities
Κανένας en κανείς overlappen, maar zijn niet overal uitwisselbaar. Vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord gebruik je κανένας: κανένας φίλος. Zelfstandig als onderwerp is κανείς zeer gewoon: Κανείς δεν ξέρει (‘Niemand weet het’). In alledaagse taal hoor je daarnaast geregeld κανένας zelfstandig.
De vraag Θέλεις τίποτα; is heel normaal in gesproken Grieks. Een Nederlandstalige kan τίποτα automatisch als ‘niets’ lezen, maar de vraag betekent meestal vriendelijk ‘Wil je iets?’ of ‘Heb je nog iets nodig?’. Θέλεις κάτι; is eveneens correct en richt de aandacht wat directer op ‘iets’.
Όλοι wordt in een Nederlandse vertaling vaak ‘iedereen’, hoewel de Griekse vorm grammaticaal meervoud is. Dat zie je aan het werkwoord: Όλοι είναι έτοιμοι (‘Iedereen is klaar’) heeft είναι, een vorm die hier bij het meervoud hoort, en het bijvoeglijk naamwoord έτοιμοι staat ook in het meervoud.
Verder dan de basis
De volgende nuances hoef je op A2 nog niet allemaal actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.
Κάποιος kan behalve onbekendheid ook afstand scheppen: κάποιος κύριος Παπαδόπουλος betekent ‘een zekere meneer Papadopoulos’. De spreker kent of noemt de persoon dan niet als iemand uit de eigen kring. In andere contexten geeft het woord juist een benadering aan, zoals κάποια μέρα (‘op een dag’).
Κανείς kan in algemene uitspraken ook ongeveer ‘men’ betekenen, vooral in het patroon μπορεί κανείς να: Μπορεί κανείς να μάθει από τα λάθη του (‘Men kan van zijn fouten leren’). In het negatieve algemene patroon is de betekenis weer ‘niemand’: Κανείς δεν είναι τέλειος — ‘Niemand is volmaakt’.
Voor nadruk kunnen negatieve woorden vóór het werkwoord staan. De ontkenning blijft dan behouden: Κανείς δεν ήρθε (‘Niemand kwam’) en Τίποτα δεν άλλαξε (‘Niets veranderde’). Dit is geen overbodige dubbele ontkenning, maar de normale Griekse zinsbouw.
Όλος heeft uitgebreidere naamvalsvormen, zoals όλου, όλης, όλων, όλους. Je ziet die bijvoorbeeld in τα ονόματα όλων των μαθητών (‘de namen van alle leerlingen’) en είδα όλους τους φίλους μου (‘ik zag al mijn vrienden’). Ook hier wordt het lidwoord herhaald: όλων των, όλους τους.
Ten slotte bestaan er versterkte vormen en combinaties zoals οποιοσδήποτε (‘wie dan ook’), οτιδήποτε (‘wat dan ook’) en κανένας απολύτως (‘absoluut niemand’). Die horen niet bij de A2-kern, maar bouwen voort op hetzelfde onderscheid tussen een onbekende persoon of zaak, vrije keuze en ontkenning.
Oefentips
- Leer in contrastparen. Maak korte paren als Κάποιος ήρθε / Δεν ήρθε κανείς en Ξέρω κάτι / Δεν ξέρω τίποτα. Zo oefen je meteen wanneer Grieks van woord wisselt.
- Verander de rol in de zin. Begin met Κάποιος με κάλεσε en maak daarna Κάλεσα κάποιον. Let bewust op κάποιος → κάποιον.
- Zoek vaste groepjes woorden. Noteer combinaties die je vaak hoort: κάθε μέρα, κάτι άλλο, κανείς άλλος, όλοι οι άνθρωποι, όλη τη μέρα. Een hele woordgroep blijft beter hangen dan een losse vertaling.
Verwante onderwerpen
- Vereiste voorkennis: Persoonlijke voornaamwoorden — helpt je herkennen wie onderwerp of voorwerp van een Griekse zin is.