A1

Scheidbare werkwoorden (tegenwoordige tijd) in het Duits

Trennbare Verben im Präsens

Overzicht

Scheidbare werkwoorden bestaan uit een voorvoegsel en een basiswerkwoord. In de tegenwoordige tijd scheid je ze: het basiswerkwoord staat op positie 2, en het voorvoegsel gaat naar het einde van de zin. Dit systeem lijkt sterk op het Nederlandse gebruik van scheidbare werkwoorden: 'ik bel op' → bel op positie 2, op aan het einde.

Veelgebruikte voorzetsels die kunnen scheiden: auf-, an-, ab-, ein-, mit-, vor-, zu-, zurück-, aus-, nach-. Of een werkwoord scheidbaar is, moet je per werkwoord leren — maar als je het basiswerkwoord kent, is de betekenis van het samengestelde werkwoord vaak te raden.

Hoe het werkt

Patroon in de hoofdzin: Onderwerp + [basiswerkwoord] + ... + [voorvoegsel]

Infinitief: aufmachen (opendoen) → Ich mache die Tür auf. — Ik doe de deur open.

In een bijzin (NIET scheiden): Ich weiß, dass du die Tür aufmachst.

Veelgebruikte scheidbare werkwoorden

Infinitief Betekenis Voorbeeld
aufstehen opstaan Ich stehe um 7 Uhr auf.
aufmachen opendoen Er macht das Fenster auf.
anrufen opbellen Sie ruft ihre Mutter an.
einkaufen boodschappen doen Wir kaufen ein.
mitnehmen meenemen Nimmst du mich mit?
zurückkommen terugkomen Er kommt morgen zurück.
anfangen beginnen Wann fängt der Film an?
aussehen eruitzien Du siehst gut aus.
vorstellen voorstellen Ich stelle mich vor.
zumachen dichtdoen Mach bitte die Tür zu!

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Ich stehe um 7 auf. Ik sta om 7 uur op. aufstehen
Sie ruft mich an. Zij belt mij op. anrufen
Wir kaufen im Supermarkt ein. Wij doen boodschappen in de supermarkt. einkaufen
Er macht die Augen auf. Hij doet zijn ogen open. aufmachen
Wann fängst du an? Wanneer begin jij? anfangen
Bitte mach die Tür zu! Doe de deur dicht, alsjeblieft! imperatiefvorm
Nimmst du mich mit? Neem jij mij mee? mitnehmen
Ich komme morgen zurück. Ik kom morgen terug. zurückkommen
Du siehst toll aus! Jij ziet er geweldig uit! aussehen
Ich stelle mich vor. Ik stel mij voor. vorstellen (reflexief)

Veelgemaakte fouten

Voorvoegsel niet losmaken

  • Fout: Ich aufstehe um 7.
  • Correct: Ich stehe um 7 auf.
  • Waarom: In de hoofdzin staat het basiswerkwoord op positie 2 en gaat het voorvoegsel naar het einde.

Voorvoegsel in een bijzin scheiden

  • Fout: Ich weiß, dass ich früh stehe auf.
  • Correct: Ich weiß, dass ich früh aufstehe.
  • Waarom: In bijzinnen wordt het scheidbaar werkwoord niet gescheiden.

Niet-scheidbare werkwoorden scheiden

  • Noot: Werkwoorden met be-, ge-, er-, ver-, zer-, ent-, emp- zijn NIET scheidbaar.
  • Waarom: Je moet dit per werkwoord leren. Niet-scheidbare werkwoorden krijgen geen klemtoon op het voorvoegsel.

Oefentips

  1. Maak een lijst van tien scheidbare werkwoorden. Schrijf voor elk een voorbeeldzin.
  2. Oefen de bijzinvorm: "Ich weiß, dass..." — het voorvoegsel blijft aan het werkwoord vastzitten.
  3. Vergelijk met het Nederlands: 'Ik bel op' = Ich rufe an. De structuur is vrijwel identiek.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden (tegenwoordige tijd) in het DuitsA1

Meer A1-concepten

Wil je Scheidbare werkwoorden (tegenwoordige tijd) in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen