A1
Niet-scheidbare werkwoorden met voorvoegsel in het Duits
Untrennbare Verben
Overzicht
Naast scheidbare werkwoorden (zoals aufmachen) zijn er in het Duits ook niet-scheidbare werkwoorden: werkwoorden met een vast, onscheidbaar voorvoegsel. De meest voorkomende zijn: be-, ge-, er-, ver-, zer-, ent-, emp- en miss-.
Deze werkwoorden gedragen zich als gewone werkwoorden: het voorvoegsel blijft altijd aan het werkwoord vastzitten, in elke zinspositie. Ze worden ook nooit gescheiden in bijzinnen.
Hoe het werkt
Niet-scheidbare voorzetsels:
| Voorvoegsel | Voorbeelden |
|---|---|
| be- | besuchen, bezahlen, bekommen, beschreiben |
| ge- | gefallen, gehören, gewinnen |
| er- | erklären, erlauben, erfahren |
| ver- | vergessen, verstehen, verkaufen |
| zer- | zerstören, zerbrechen |
| ent- | entdecken, entscheiden, entschuldigen |
| emp- | empfehlen, empfangen |
| miss- | missverstehen, missbrauchen |
Klemtoon: bij niet-scheidbare werkwoorden ligt de klemtoon op de stam, niet op het voorvoegsel.
- AUFmachen (scheidbaar) — klemtoon op auf
- beZAHLen (niet-scheidbaar) — klemtoon op stam
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Ich besuche meine Mutter. | Ik bezoek mijn moeder. | besuchen |
| Er versteht mich nicht. | Hij begrijpt mij niet. | verstehen |
| Das Buch gefällt mir. | Het boek bevalt mij. | gefallen |
| Wir bezahlen die Rechnung. | Wij betalen de rekening. | bezahlen |
| Sie vergisst alles. | Zij vergeet alles. | vergessen |
| Kannst du das erklären? | Kun jij dat uitleggen? | erklären |
| Er empfiehlt das Restaurant. | Hij beveelt het restaurant aan. | empfehlen |
| Ich entscheide mich. | Ik besluit. | entscheiden |
| Das gehört mir. | Dat is van mij. | gehören |
| Sie verkauft ihr Auto. | Zij verkoopt haar auto. | verkaufen |
Veelgemaakte fouten
Niet-scheidbaar werkwoord proberen te scheiden
- Fout: Ich zahle die Rechnung be.
- Correct: Ich bezahle die Rechnung.
- Waarom: Niet-scheidbare voorvoegsels blijven altijd vastzitten aan het werkwoord.
Scheidbaar vs. niet-scheidbaar door elkaar halen
- Tip: Klemtoon helpt: ligt de klemtoon op het voorvoegsel? → scheidbaar. Op de stam? → niet-scheidbaar.
Oefentips
- Leer de acht niet-scheidbare voorvoegsels (be-, ge-, er-, ver-, zer-, ent-, emp-, miss-) uit het hoofd.
- Gebruik de klemtoontip als ezelsbruggetje: AUFstehen (scheidbaar) vs. beZAHLen (niet-scheidbaar).
- Maak zinnen met be-, ver- en er-werkwoorden.
Verwante concepten
- Vereiste: Scheidbare werkwoorden (tegenwoordige tijd) — het contrast begrijpen
- Volgende stappen: Voltooid deelwoord — niet-scheidbare werkwoorden krijgen geen ge- voorvoegsel
Vereiste kennis
Regelmatige werkwoorden (tegenwoordige tijd) in het DuitsA1Meer A1-concepten
Persoonlijke voornaamwoorden (nominatief) in het DuitsPersonalpronomen im NominativBepaalde lidwoorden (nominatief) in het DuitsBestimmte Artikel im NominativOnbepaalde lidwoorden (nominatief) in het DuitsUnbestimmte Artikel im NominativWerkwoord 'sein' (tegenwoordige tijd) in het DuitsVerb 'sein' im PräsensWerkwoord 'haben' (tegenwoordige tijd) in het DuitsVerb 'haben' im Präsens
Wil je Niet-scheidbare werkwoorden met voorvoegsel in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen