A1

Bezittelijke lidwoorden in het Duits

Possessivartikel

Overzicht

Bezittelijke lidwoorden geven aan van wie iets is: mein (mijn), dein (jouw), sein (zijn), ihr (haar/hun), unser (ons/onze), euer (jullie), Ihr (uw). Ze verbuigen op dezelfde manier als het onbepaald lidwoord ein — vandaar de naam 'ein-woorden'.

Voor Nederlandstaligen is het principe vertrouwd: 'mijn', 'jouw', 'zijn' kennen we ook. De uitdaging zit in de verbuiging: de uitgang van het bezittelijk lidwoord verandert afhankelijk van het geslacht van het bezeten naamwoord en de naamval.

Hoe het werkt

Bezittelijke lidwoorden (overzicht)

Persoon Lidwoord
ich mein
du dein
er/es sein
sie (enkelvoud) ihr
wir unser
ihr euer
sie (meervoud)/Sie ihr/Ihr

Verbuiging (nominatief) — patroon als ein

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
mein mein meine mein meine
dein dein deine dein deine
sein sein seine sein seine
ihr ihr ihre ihr ihre
unser unser unsere unser unsere

Accusatief (mannelijk)

Mannelijk accusatief
mein meinen
dein deinen
sein seinen

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Das ist mein Buch. Dat is mijn boek. Onzijdig, nominatief
Meine Mutter arbeitet. Mijn moeder werkt. Vrouwelijk, nominatief
Ich sehe deinen Hund. Ik zie jouw hond. Mannelijk, accusatief
Sein Auto ist rot. Zijn auto is rood. Mannelijk, nominatief
Ihre Schwester ist nett. Haar zus is aardig. Vrouwelijk
Unser Haus ist groß. Ons huis is groot. Onzijdig
Habt ihr eure Bücher? Hebben jullie jullie boeken? Meervoud
Wo ist Ihre Tasche? Waar is uw tas? Formeel
Er liebt seinen Bruder. Hij houdt van zijn broer. Mannelijk accusatief
Das ist nicht meine Schule. Dat is niet mijn school. Ontkenning

Veelgemaakte fouten

Uitgang vergeten bij vrouwelijk naamwoord

  • Fout: Das ist mein Mutter.
  • Correct: Das ist mein*e Mutter.*
  • Waarom: Vrouwelijke naamwoorden krijgen de uitgang -e: meine, deine, seine.

"sein" en "ihr" door elkaar halen

  • Fout: Sie liebt sein Mann.
  • Correct: Sie liebt ihren Mann.
  • Waarom: Sein hoort bij er/es, ihr bij sie (enkelvoud).

Accusatiefuitgang vergeten bij mannelijk naamwoord

  • Fout: Ich habe mein Bruder.
  • Correct: Ich habe mein*en Bruder.*
  • Waarom: In de accusatief krijgt het mannelijke bezittelijk lidwoord de uitgang -en.

Oefentips

  1. Maak een 'familieboom' in het Duits en beschrijf elk familielid met de juiste bezittelijke lidwoorden.
  2. Onthoud: bezittelijke lidwoorden werken als ein — mein/meine/mein net als ein/eine/ein.
  3. Oefen de accusatief met haben: "Ich habe meinen Bruder, meine Schwester, mein Buch."

Verwante concepten

Vereiste kennis

Bepaalde lidwoorden (nominatief) in het DuitsA1

Meer A1-concepten

Wil je Bezittelijke lidwoorden in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen