B2

Soorten bijzinnen in het Zweeds

Bisatstyper

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Het Zweeds kent onder meer nominale, bijwoordelijke en betrekkelijke bijzinnen. Hun functie verschilt, maar de gewone woordvolgorde is in alle drie de typen die van een bijzin: een zinsbijwoord zoals inte staat vóór de persoonsvorm — de bekende BIFF-regel: att hon inte kommer. Staat de hele bijzin voorop, dan krijgt de hoofdzin erna inversie: Eftersom hon är sjuk stannar hon hemma.

Overzicht

Een bijzin (bisats) is een zinsdeel dat deel uitmaakt van een grotere zin. De bijzin heeft doorgaans een eigen onderwerp (wie of wat iets doet) en een persoonsvorm (de vervoegde werkwoordsvorm die onder meer de tijd aangeeft), maar kan niet altijd natuurlijk als losse mededeling staan. Vergelijk de hoofdzin Hon kommer inte i dag met de bijzin eftersom hon inte kommer i dag.

Op B2-niveau is alleen herkennen dát iets een bijzin is niet meer genoeg. Het helpt om te zien welke taak die bijzin vervult. Een nominale bijzin neemt de plaats in van een zelfstandig naamwoord of een ander zinsdeel; een bijwoordelijke bijzin geeft bijvoorbeeld reden, tijd of voorwaarde; een betrekkelijke bijzin beschrijft een persoon of zaak. Dat onderscheid maakt lange Zweedse zinnen overzichtelijker en helpt bij de keuze van woorden als att, eftersom, medan en som.

Voor Nederlandstaligen is vooral de woordvolgorde belangrijk. Ook in het Nederlands heeft een bijzin een afwijkende volgorde, maar het Nederlands zet werkwoorden meestal aan het einde: „omdat hij het niet heeft gezien”. Het Zweeds doet dat niet: eftersom han inte har sett det. Het zinsbijwoord komt vóór de persoonsvorm, maar de werkwoordgroep blijft verder vroeg in de zin.

Zo werkt het

De gezamenlijke basis: BIFF

BIFF staat voor de Zweedse geheugensteun I Bisats kommer Inte Före det Finita verbet: in een bijzin komt inte vóór het finiete werkwoord, oftewel de persoonsvorm. De regel geldt ook voor andere zinsbijwoorden (woorden die de hele mededeling kleuren), zoals aldrig „nooit”, kanske „misschien” en ofta „vaak”.

De neutrale basisvolgorde is:

bijzinleider + onderwerp + zinsbijwoord + persoonsvorm + overige werkwoorden + rest

Zweeds Nederlands Opmerking
Hon kommer inte i dag. Ze komt vandaag niet. Hoofdzin: persoonsvorm vóór inte.
Jag vet att hon inte kommer i dag. Ik weet dat ze vandaag niet komt. Bijzin: inte vóór de persoonsvorm.
Han har aldrig sett filmen. Hij heeft de film nooit gezien. Hoofdzin: har vóór aldrig.
eftersom han aldrig har sett filmen omdat hij de film nooit heeft gezien Bijzin: aldrig vóór har; sett volgt op har.

BIFF gaat dus over de plaats van het zinsbijwoord ten opzichte van de persoonsvorm. Het betekent niet dat elk werkwoord naar het einde verhuist. Dat laatste is juist een Nederlandse gewoonte die in het Zweeds verkeerde zinnen kan opleveren.

Een bijzin kan achteraan of vooraan staan. Staat hij vooraan, dan vult de hele bijzin de eerste zinsplaats van de hoofdzin. De persoonsvorm van de hoofdzin moet daarom direct volgen; het onderwerp komt daarna. Dit is de Zweedse V2-regel: in een gewone mededelende hoofdzin staat de persoonsvorm op de tweede zinsplaats.

Zweeds Nederlands Opmerking
Vi stannade hemma eftersom det regnade. We bleven thuis omdat het regende. De hoofdzin staat eerst.
Eftersom det regnade stannade vi hemma. Omdat het regende, bleven we thuis. Na de vooropgeplaatste bijzin: stannade vi, niet vi stannade.

1. Nominale bijzinnen

Een nominale bijzin (nominal bisats) werkt in de grotere zin ongeveer als een zelfstandig naamwoord: hij kan bijvoorbeeld onderwerp, lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat) of aanvulling zijn. De inhoud van de bijzin is dan een feit, gedachte, vraag of mogelijkheid.

Bijzinnen met att

Att leidt vaak een mededelende inhoud in en komt dan ongeveer overeen met Nederlands „dat”.

  • Jag vet att hon bor i Malmö — Ik weet dat ze in Malmö woont.
  • Att du förstår är viktigt — Dat je het begrijpt, is belangrijk.
  • Problemet är att tåget är försenat — Het probleem is dat de trein vertraging heeft.

Verwar dit voegwoordelijke att niet met het infinitiefteken att voor een heel werkwoord. In att hon läser volgt na att een onderwerp plus persoonsvorm; in att läsa volgt meteen de infinitief „lezen”.

Na veel werkwoorden van denken, zeggen en hopen kan att in alledaags Zweeds wegblijven: Jag tror (att) hon kommer snart. De woordgroep hon kommer snart blijft inhoudelijk een bijzin, ook zonder zichtbaar att. Bij twijfel is att gebruiken meestal veilig.

Indirecte vragen

Een indirecte vraag geeft een vraag als onderdeel van een grotere zin: Jag undrar vad som händer „Ik vraag me af wat er gebeurt”. Er volgt geen hoofdzinvraagvolgorde. Vergelijk:

  • Rechtstreekse vraag: Var bor hon? — Waar woont ze?
  • Indirecte vraag: Jag vet inte var hon bor — Ik weet niet waar ze woont.

Is het vraagwoord zelf het onderwerp, dan verschijnt vaak som: Vem kommer? wordt Jag undrar vem som kommer. Is een ander woord het onderwerp, dan komt er geen som: Jag undrar vem hon träffade „Ik vraag me af wie zij ontmoette”. Dit onderscheid is voor Nederlandstaligen niet vanzelfsprekend, omdat het Nederlands in beide gevallen zonder zo'n extra woord kan.

Ja/nee-vragen worden ingebed met om „of”: Jag vet inte om de har öppet „Ik weet niet of ze open zijn”. Dit om drukt geen voorwaarde uit; de functie blijkt uit de betekenis van de hele zin.

2. Bijwoordelijke bijzinnen

Een bijwoordelijke bijzin (adverbial bisats) geeft omstandigheden rond de hoofdhandeling: wanneer, waarom, onder welke voorwaarde, met welk doel of ondanks welk bezwaar iets gebeurt. Het voegwoord maakt die relatie duidelijk.

Betekenis Veelgebruikte inleiders Nederlandse richting
tijd när, medan, innan, efter att, tills wanneer/toen, terwijl, voordat, nadat, totdat
reden eftersom, därför att omdat, doordat
voorwaarde om, ifall als, indien
tegenstelling of toegeving fast, trots att, även om hoewel, ondanks dat, ook al
doel för att opdat, om te zorgen dat
gevolg så att zodat

De inleider hoort bij de bijzin en veroorzaakt geen inversie binnen die bijzin: medan hon gick, niet medan gick hon. Pas in de hoofdzin na een vooropgeplaatste bijzin komt inversie: Medan hon gick sjöng hon.

Let ook op om. In Om det regnar stannar vi hemma betekent het „als”. In Jag undrar om det regnar leidt het een indirecte ja/nee-vraag in en betekent het „of”. De woordvolgorde is in beide gevallen die van een bijzin.

3. Betrekkelijke bijzinnen

Een betrekkelijke bijzin (relativ bisats) beschrijft een eerder genoemd woord, het antecedent (de persoon of zaak waarnaar de bijzin terugwijst): boken som ligger på bordet. Het meest algemene betrekkelijke woord is som, vergelijkbaar met „die” of „dat”.

  • Als som onderwerp van de bijzin is, moet het blijven staan: mannen som bor här.
  • Als som lijdend voorwerp is, kan het vaak weg: boken (som) jag köpte.
  • Vars betekent „wiens/wier/waarvan” en drukt bezit uit: kvinnan vars cykel försvann.
  • vilken, vilket, vilka komen vooral in formeler geschreven taal voor, vaak na een voorzetsel: avtalet, enligt vilket ....

Ook betrekkelijke bijzinnen volgen BIFF: boken som jag inte har läst en mannen som aldrig kommer i tid. Wanneer som zelf het onderwerp is, staat het zinsbijwoord er direct na: en person som inte röker.

Voorbeelden in context

Zweeds Nederlands Type en aandachtspunt
Det är viktigt att du förstår. Het is belangrijk dat je het begrijpt. Nominale att-bijzin als aanvulling.
Jag hoppas att mötet inte tar för lång tid. Ik hoop dat de vergadering niet te lang duurt. Inte staat vóór tar.
Att hon tackade nej förvånade oss. Dat ze nee zei, verbaasde ons. De hele bijzin is onderwerp.
Jag undrar vad som händer. Ik vraag me af wat er gebeurt. Vad is onderwerp; daarom som.
Kan du säga var nycklarna ligger? Kun je zeggen waar de sleutels liggen? Indirecte vraag zonder vraaginversie.
Vi vet inte om butiken fortfarande är öppen. We weten niet of de winkel nog open is. Indirecte ja/nee-vraag met om.
Hon sjöng medan hon gick. Ze zong terwijl ze liep. Bijwoordelijke bijzin van tijd.
Eftersom bussen inte kom tog vi en taxi. Omdat de bus niet kwam, namen we een taxi. BIFF in de bijzin en inversie in de hoofdzin.
Trots att han är ung, är han klok. Hoewel hij jong is, is hij verstandig. Toegeving; de komma is stilistisch en niet verplicht.
Jag ringer dig när jag har kommit fram. Ik bel je wanneer ik ben aangekomen. Bijzin van tijd.
Om du inte hittar adressen kan jag möta dig. Als je het adres niet vindt, kan ik je opwachten. Voorwaarde; daarna kan jag.
Det här är kollegan som hjälpte mig. Dit is de collega die me heeft geholpen. Som is onderwerp en kan niet weg.
Filmen (som) vi såg i går var fantastisk. De film die we gisteren zagen, was fantastisch. Som is lijdend voorwerp en kan weg.
Hon talade med en granne vars hund hade sprungit bort. Ze sprak met een buur van wie de hond was weggelopen. Vars drukt bezit uit.
Boken som jag ännu inte har läst ligger på skrivbordet. Het boek dat ik nog niet heb gelezen, ligt op het bureau. Betrekkelijke bijzin met samengestelde werkwoordsvorm.

Veelgemaakte fouten

1. Hoofdzinvolgorde in een bijzin gebruiken

  • Onjuist: Jag vet att hon kommer inte i dag.
  • Juist: Jag vet att hon inte kommer i dag.
  • Waarom: In neutraal standaard-Zweeds staat inte in een bijzin vóór de persoonsvorm kommer.

2. De Zweedse werkwoorden op zijn Nederlands naar achteren schuiven

  • Onjuist: eftersom han filmen inte sett har
  • Juist: eftersom han inte har sett filmen
  • Waarom: BIFF zet inte vóór har, maar maakt van het Zweeds geen Nederlandse eindgroep. De volgorde is har sett en het voorwerp kan daarna komen.

3. Na een vooropgeplaatste bijzin geen inversie toepassen

  • Onjuist: Eftersom jag är trött, jag går hem.
  • Juist: Eftersom jag är trött går jag hem.
  • Waarom: De bijzin bezet de eerste zinsplaats. In de hoofdzin volgt daarom eerst de persoonsvorm går en daarna het onderwerp jag.

4. Vraagvolgorde behouden in een indirecte vraag

  • Onjuist: Jag undrar var bor hon.
  • Juist: Jag undrar var hon bor.
  • Waarom: Alleen de rechtstreekse vraag heeft bor hon? Een ingebedde vraag heeft bijzinvolgorde.

5. Som verkeerd gebruiken bij een vraagwoord als onderwerp

  • Onjuist: Jag vet inte vem kommer.
  • Juist: Jag vet inte vem som kommer.
  • Waarom: Als „wie” zelf degene is die komt, gebruikt het Zweeds vem som. In Jag vet inte vem hon väntar på is hon het onderwerp en is geen som nodig.

6. Som weglaten terwijl het onderwerp is

  • Onjuist: Mannen bor här arbetar på banken.
  • Juist: Mannen som bor här arbetar på banken.
  • Waarom: Onderwerps-som is noodzakelijk. Alleen een betrekkelijk som dat lijdend voorwerp is, kan vaak worden weggelaten.

Gebruik

In gesprekken wordt att na onder meer tro, tycka, säga en hoppas geregeld weggelaten: Jag tror hon har gått hem. In verzorgde schrijftaal is att vaak duidelijker, vooral wanneer de zin lang is. Weglating verandert de basiswoordvolgorde niet: Jag tror hon inte kommer heeft nog steeds inte vóór kommer.

Zweedse komma's volgen niet simpelweg de Nederlandse komma's. Tussen een korte vooropgeplaatste bijzin en de hoofdzin staat normaal geen verplichte komma: När mötet är slut går vi hem. Een komma kan wel helpen bij lange zinnen, bij ingelaste informatie of om een niet-beperkende betrekkelijke bijzin af te bakenen. Zet dus niet automatisch een komma vóór elk att, eftersom of som.

De keuze tussen voegwoorden hangt ook van stijl af. Eftersom is een neutrale, veelgebruikte redengevende inleider. Därför att legt vaak nadrukkelijker uit waarom iets zo is. Trots att is neutraal tot verzorgd; fast is korter en heel gewoon in gesprekken. Vilken/vilket/vilka als betrekkelijk woord klinkt doorgaans formeler dan som.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

Betekenis bepaalt de categorie

Dezelfde vorm kan verschillende taken hebben. Om leidt een voorwaarde in na een mogelijke situatie, maar een indirecte vraag na een werkwoord als undra of veta. Ook een att-bijzin kan onderwerp, voorwerp of naamwoordelijke aanvulling zijn. Kijk daarom niet alleen naar het eerste woord; vraag welke rol de hele bijzin in de grotere zin speelt.

Soms is een bijzin zelf ingebed in een andere bijzin:

Jag tror att hon stannar hemma eftersom hon inte mår bra.

De nominale bijzin begint bij att. Daarbinnen geeft eftersom hon inte mår bra de reden. Door elke inleider, persoonsvorm en BIFF-positie te markeren, kun je zulke zinnen laag voor laag ontleden.

Voorwaardelijke en tijdelijke om-zinnen

Een toekomstige betekenis wordt in een Zweedse bijzin vaak met de tegenwoordige tijd uitgedrukt: Om det regnar i morgon stannar vi hemma. Net als in het Nederlands is een aparte toekomstvorm niet nodig. Gebruik in de voorwaardelijke bijzin doorgaans niet ska alleen om toekomst aan te geven. Ska kan er wel staan wanneer het wens, bedoeling of verplichting uitdrukt: Om du ska köra bör du inte dricka „Als je gaat/moet rijden, kun je beter niet drinken.”

Variatie buiten de neutrale standaard

In spontaan taalgebruik en na bepaalde werkwoorden van zeggen of denken komt soms hoofdzinachtige woordvolgorde voor in een ingebedde mededeling. Daarmee kan de spreker de inhoud als zelfstandiger of nadrukkelijker presenteren. Voor actief gebruik is de gewone BIFF-volgorde echter de betrouwbare norm: schrijf Jag tror att hon inte kommer. Herken afwijkingen in gesprekken, maar neem ze niet als algemene uitzondering op de basisregel.

Bij niet-beperkende betrekkelijke bijzinnen — extra informatie die niet nodig is om te bepalen over wie of wat het gaat — kan ook vilket naar een hele voorafgaande mededeling verwijzen: Tåget var inställt, vilket skapade problem „De trein was geschrapt, wat problemen veroorzaakte.” Hier verwijst vilket niet alleen naar tåget, maar naar het hele feit dat de trein uitviel.

Oefentips

  1. Maak BIFF-paren. Schrijf bij elke hoofdzin een versie met att of eftersom: Hon har inte ringt → Jag vet att hon inte har ringt. Markeer persoonsvorm en zinsbijwoord in twee verschillende kleuren.
  2. Sorteer op functie. Neem tien zinnen uit een nieuwsbericht of podcasttranscript en label elke bijzin als nominaal, bijwoordelijk of betrekkelijk. Noteer bij bijwoordelijke bijzinnen ook de relatie: tijd, reden, voorwaarde of tegenstelling.
  3. Oefen vooropplaatsing hardop. Wissel Vi går ut när det slutar regna af met När det slutar regna går vi ut. Zo train je tegelijk de bijzinvolgorde en de inversie van de daaropvolgende hoofdzin.

Verwante onderwerpen

  • Voorkennis: Betrekkelijke bijzinnen — verdieping van som, vars en formele betrekkelijke woorden waarop dit onderwerp voortbouwt.

Vereiste kennis

Relatieve bijzinnen in het ZweedsB1

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen