B2

Verwijzing met den, det en de in het Zweeds

Pronomenreferens

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Het Zweeds gebruikt den voor een enkelvoudig en-woord, det voor een enkelvoudig ett-woord of een hele gedachte, en de voor een meervoudig onderwerp. Daarnaast staat det als formeel onderwerp in bijvoorbeeld Det regnar en aan het begin van een nadrukzin als Det är Sara som ringde. Kijk dus naar het Zweedse woordgeslacht, het getal en de functie in de zin — niet alleen naar Nederlands hij, zij, het, die of dat.

Overzicht

Pronomenreferens is verwijzing met een voornaamwoord: een kort woord neemt de plaats in van iets wat al genoemd is of uit de situatie duidelijk is. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor bijvoorbeeld een persoon, ding of begrip. In Jag såg filmen. Den var spännande verwijst den terug naar filmen. Zo hoef je filmen niet te herhalen.

De losse vormen komen al bij persoonlijke voornaamwoorden aan bod, maar op B2-niveau gaat het vooral om hun precieze verwijzing. Den, det en de kunnen naar zelfstandige naamwoorden terugwijzen; det kan bovendien een hele mededeling samenvatten, een lege plaats in de zin vullen of een zinsdeel naar voren halen voor nadruk. Die functies lopen in echte gesprekken en teksten voortdurend door elkaar.

Voor Nederlandstaligen zijn de vormen bedrieglijk vertrouwd. Zweeds en en ett vallen niet automatisch samen met Nederlands de en het: ett hus is wel ‘een huis’, maar en fråga is ‘een vraag’ en ett problem ‘een probleem’. Ook gebruikt het Nederlands bij zaken geregeld hij of die, terwijl het Zweeds de keuze systematisch aan het Zweedse genus koppelt. Genus betekent hier de grammaticale woordsoort en of ett, niet het natuurlijke geslacht van een persoon.

Hoe het werkt

Terugverwijzen naar een zelfstandig naamwoord

Bij een zaak, dier of begrip in het enkelvoud volgt het voornaamwoord doorgaans het genus van het Zweedse zelfstandig naamwoord. In het meervoud wordt de vorm de als onderwerp gebruikt.

Waarnaar wordt verwezen? Vorm als onderwerp Voorbeeld Betekenis
enkelvoudig en-woord den Boken? Den ligger här. Het boek? Het ligt hier.
enkelvoudig ett-woord det Brevet? Det ligger här. De brief? Die ligt hier.
meervoud de Nycklarna? De ligger här. De sleutels? Die liggen hier.

Het onderwerp is wie of wat iets doet of in een bepaalde toestand verkeert. In Den ligger här is den dus onderwerp. Bij mensen kies je normaal han, hon, hen of in het meervoud de, afhankelijk van wie bedoeld wordt. Zeg bij een genoemde vrouw niet den alleen omdat person een en-woord is: Maria är läkare. Hon arbetar här.

De vorm verandert ook met de zinsfunctie. Als het meervoudige voornaamwoord het lijdend voorwerp is (wie of wat de handeling ondergaat) of na een voorzetsel staat, schrijft de traditionele standaardtaal dem, niet de:

  • Barnen kom tidigt. De väntade ute. — De kinderen kwamen vroeg. Ze wachtten buiten.
  • Jag såg barnen. Jag vinkade till dem. — Ik zag de kinderen. Ik zwaaide naar ze.

Bij den en det is er geen apart verschil tussen onderwerp en voorwerp: Den är bra en Jag gillar den; Det är nytt en Jag köpte det.

Det verwijst naar een feit, handeling of hele zin

Det hoeft niet naar één ett-woord te verwijzen. Het kan een hele eerdere uitspraak, gebeurtenis of situatie samenvatten. In het Nederlands vertaal je het dan vaak met dat, het of soms helemaal niet.

  • Hon tänker flytta. Det visste jag inte. — Ze is van plan te verhuizen. Dat wist ik niet.
  • Tåget blev inställt, och det skapade problem. — De trein werd geschrapt en dat veroorzaakte problemen.
  • Kommer han i morgon? Jag tror det. — Komt hij morgen? Ik denk het wel.

In Det vet jag inte is det het lijdend voorwerp van vet. Het staat vooraan als onderwerp van gesprek. Door de Zweedse V2-regel staat de persoonsvorm vet daarna op de tweede plaats en volgt het onderwerp jag pas na het werkwoord. De woordvolgorde bewijst dus niet dat det hier onderwerp is.

Det als formeel of leeg onderwerp

Een Zweedse hoofdzin heeft meestal een zichtbaar onderwerp nodig. Wanneer er geen concrete handelende persoon of zaak is, vult det die plaats. Dit heet een formeel onderwerp: het staat grammaticaal op de onderwerpsplaats, maar verwijst niet naar één eerder genoemd ett-woord.

Dit gebeurt onder meer bij:

  1. weer, tijd, afstand en algemene omstandigheden

    • Det regnar. — Het regent.
    • Det är sent. — Het is laat.
    • Det är långt till stationen. — Het is ver naar het station.
  2. een bijzin of infinitiefgroep die de eigenlijke inhoud geeft

    • Det är viktigt att du kommer. — Het is belangrijk dat je komt.
    • Det var roligt att träffa er. — Het was leuk jullie te ontmoeten.

    Een bijzin is een zinsdeel met een eigen onderwerp en werkwoord dat niet zelfstandig de hoofdmededeling vormt. Een infinitief is de onverbogen werkwoordsvorm, zoals träffa ‘ontmoeten’.

  3. presenterende zinnen met nieuwe informatie

    • Det står en cykel utanför. — Er staat buiten een fiets.
    • Det finns flera lösningar. — Er zijn meerdere oplossingen.

In het laatste type vertaalt Nederlands Zweeds det vaak met er, niet met het. Het nieuwe element — en cykel of flera lösningar — komt later in de zin. Zweeds det finns betekent meestal ‘er is/er zijn’ of ‘het bestaat’, afhankelijk van de context.

Nadruk met een splitszin

Een splitszin verdeelt één boodschap in twee delen om één element te benadrukken. De gewone mededeling Sara ringde mig i går kan worden herschikt:

Det + är/var + benadrukt deel + som + rest van de boodschap

  • Det var Sara som ringde mig i går. — Het was Sara die me gisteren belde.
  • Det var i går som Sara ringde mig. — Het was gisteren dat Sara me belde.
  • Det är den blå koppen jag vill ha. — Het is de blauwe kop die ik wil hebben.

Bij een benadrukt onderwerp staat som normaal expliciet: Det var Sara som ringde. Wanneer het benadrukte element in de rest van de zin voorwerp is, kan som vaak ontbreken, zoals in Det är den blå koppen (som) jag vill ha. Het eerste det is hier de vaste inleiding van de constructie. In Det är det jag menar is het tweede det juist het benadrukte ‘datgene’: ‘Dat is wat ik bedoel.’

Voorbeelden in context

Zweeds Nederlands Toelichting
Filmen? Den var bra. De film? Die was goed. Den verwijst naar het en-woord filmen.
Jag köpte en lampa, men den fungerade inte. Ik kocht een lamp, maar die deed het niet. Enkelvoudig en-woord als onderwerp.
Huset är gammalt, men det är välskött. Het huis is oud, maar het is goed onderhouden. Det verwijst naar het ett-woord huset.
Var är brevet? Jag lade det på bordet. Waar is de brief? Ik legde hem op tafel. Det is lijdend voorwerp; brev is een ett-woord.
Barnen? De leker ute. De kinderen? Ze spelen buiten. Meervoudig onderwerp.
Jag träffade grannarna och pratade med dem. Ik kwam de buren tegen en praatte met ze. Na med staat in standaardtaal dem.
Hon tackade nej. Det förvånade mig. Ze wees het af. Dat verbaasde me. Det vat de vorige gebeurtenis samen.
Det vet jag inte. Dat weet ik niet. Det is vooropgeplaatst voorwerp; jag is onderwerp.
Det snöade hela natten. Het sneeuwde de hele nacht. Leeg onderwerp bij het weer.
Det är svårt att förklara skillnaden. Het is moeilijk het verschil uit te leggen. Formeel onderwerp; de infinitiefgroep geeft de inhoud.
Det sitter två personer i väntrummet. Er zitten twee mensen in de wachtkamer. Presenterende constructie met nieuwe informatie.
Det var min syster som öppnade dörren. Het was mijn zus die de deur opende. Splitszin met nadruk op de persoon.
Det är det jag menar. Dat is wat ik bedoel. Het tweede det is het benadrukte element.
De som redan har betalat behöver inte göra något. Degenen die al betaald hebben, hoeven niets te doen. De som betekent ‘degenen die’.

Veelgemaakte fouten

De Nederlandse vertaling als genusregel gebruiken

  • Fout: Frågan? Det är svår.
  • Goed: Frågan? Den är svår.
  • Waarom: Fråga is een Zweeds en-woord, ook al zegt het Nederlands de vraag. Leer een zelfstandig naamwoord daarom samen met en of ett.

Naar een persoon verwijzen met den of det

  • Fout: Anna är min chef. Den arbetar hemifrån i dag.
  • Goed: Anna är min chef. Hon arbetar hemifrån i dag.
  • Waarom: Bij een bekende persoon gebruik je een persoonlijk voornaamwoord dat bij die persoon past, zoals han, hon of hen. Het grammaticale genus van chef bepaalt die keuze niet.

De gebruiken waar standaardtaal dem verwacht

  • Fout in verzorgde schrijftaal: Jag såg barnen och pratade med de.
  • Goed: Jag såg barnen och pratade med dem.
  • Waarom: De is de onderwerpvorm; dem is de voorwerpsvorm en de vorm na een voorzetsel. In de uitspraak klinken beide meestal als dom, waardoor deze schrijffout ook voor moedertaalsprekers lastig is.

Elk det als ‘het’ vertalen

  • Foutieve interpretatie: Det finns ett kafé här = ‘Het vindt een café hier.’
  • Goed: Det finns ett kafé här. = ‘Er is hier een café.’
  • Waarom: Det is hier een formeel onderwerp en finns drukt bestaan of aanwezigheid uit. Een woord-voor-woordvertaling werkt niet.

De twee det-vormen in een nadrukzin verwarren

  • Fout: denken dat beide vormen in Det är det jag menar naar hetzelfde ett-woord verwijzen.
  • Goed: lees de zin als ‘Dat is wat ik bedoel.’
  • Waarom: het eerste det opent de splitszin; het tweede det is het element waarop de nadruk ligt en betekent hier ‘datgene’.

V2 vergeten wanneer det vooraan staat

  • Fout: Det jag vet inte.
  • Goed: Det vet jag inte.
  • Waarom: in een Zweedse hoofdzin staat de persoonsvorm meestal op de tweede zinsplaats. Omdat det vooraan staat, komt vet vóór het onderwerp jag.

Gebruiksnotities

In gesproken Zweeds worden geschreven de en dem vrijwel algemeen als dom uitgesproken. In informele berichten zie je daarom ook de spelling dom. In neutrale en formele schrijftaal blijft het onderscheid de als onderwerp en dem als voorwerp de veiligste keuze. De feitelijke schrijftaal verandert en ook moedertaalsprekers twijfelen soms, maar een leerder heeft voor verzorgde teksten het meest aan de traditionele regel.

Een los voornaamwoord krijgt vaak extra nadruk in een korte reactie: Boken? Den har jag inte läst. Hier is den vooropgeplaatst en betekent de structuur ongeveer ‘Dat boek, dat heb ik niet gelezen.’ Net als in Det vet jag inte veroorzaakt het eerste zinsdeel omkering van werkwoord en onderwerp: har jag, niet jag har.

Verwar zelfstandig gebruikte den/det/de niet met dezelfde vormen vóór een bepaald bijvoeglijk naamwoord. In den gamla bilen, det stora huset en de röda skorna hoort de vorm bij de bepaalde naamwoordgroep: ‘de oude auto’, ‘het grote huis’, ‘de rode schoenen’. In Bilen är gammal, men den fungerar staat den daarentegen zelfstandig en verwijst het terug naar bilen.

Ook den här, det här en de här (‘deze/dit/deze’) en de varianten met där (‘die/dat/die’) zijn aanwijzende vormen. Ze wijzen iets aan of maken een contrast expliciet. Een eenvoudig den, det of de is voldoende wanneer de verwijzing uit de voorafgaande tekst al helder is.

Verder dan de basis

Den som, det som en de som

Met som ontstaan veelgebruikte vrije betrekkelijke constructies. Som leidt hier een deel in dat nader bepaalt wie of wat bedoeld wordt:

  • den som — degene die; wie
  • det som — datgene wat; wat
  • de som — degenen die; wie (meervoud)

Vergelijk Den som väntar får se (‘Wie wacht, zal zien’) en Det som hände var allvarligt (‘Wat er gebeurde, was ernstig’). Hier verwijst den/det/de niet noodzakelijk naar een eerder genoemd zelfstandig naamwoord; de informatie na som bepaalt de referent.

Verwijzing moet ondubbelzinnig blijven

Grammaticale overeenstemming is niet genoeg. In Jag ställde väskan bredvid stolen, men den var trasig kan den zowel naar väskan als naar stolen verwijzen, want beide zijn en-woorden. Herhaal dan het zelfstandig naamwoord of formuleer de zin anders: ... men stolen var trasig. Goede pronomenreferentie draait dus ook om tekstsamenhang: de lezer moet zonder gokken weten wat bedoeld wordt.

Det en overeenstemming in presenterende zinnen

In een presenterende constructie blijft det enkelvoudig, ook wanneer het later genoemde element meervoud is: Det står tre cyklar utanför en Det finns många skäl. Det verwijst daar niet naar tre cyklar of många skäl alsof het een gewoon voornaamwoord was; het bezet de formele onderwerpsplaats. Dat verklaart waarom je niet de gebruikt.

Splitszinnen zijn nuttig, maar opvallend. Det var Johan som glömde nyckeln corrigeert of contrasteert bijvoorbeeld impliciet Johan met iemand anders. Zonder zo’n contrast klinkt Johan glömde nyckeln vaak natuurlijker. Gebruik de constructie dus niet als automatische vervanging van iedere gewone zin.

Oefentips

  1. Maak verwijzingsketens. Kies vijf Zweedse zelfstandige naamwoorden: twee en-woorden, twee ett-woorden en één meervoud. Schrijf bij elk twee zinnen, bijvoorbeeld Jag köpte en stol. Den var billig. Controleer daarna of het voornaamwoord bij het Zweedse genus past.
  2. Label de functie van det. Markeer in een Zweedse tekst elke det als (a) verwijzing naar een ett-woord, (b) verwijzing naar een hele gedachte, (c) formeel onderwerp of (d) begin van een splitszin. De betekenis wordt veel helderder zodra je niet elk det hetzelfde behandelt.
  3. Oefen contrast hardop. Zet één gewone zin om in meerdere splitszinnen: Maja köpte bilen i gårDet var Maja som..., Det var bilen som..., Det var i går som.... Spreek het benadrukte deel duidelijk uit en bedenk welk misverstand je ermee corrigeert.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Persoonlijke voornaamwoorden in het ZweedsA1

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronomenreferens in Zweeds met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Zweeds · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen