A1

Basisvragen in het Portugees

Perguntas Básicas

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Met quem, o que/que, onde, quando, como en por que vraag je naar een persoon, zaak, plaats, tijdstip, manier of reden. Bij een gewone ja-neevraag blijft de Portugese woordvolgorde vaak gelijk: Moras aqui. is ‘Je woont hier’, terwijl Moras aqui? door de intonatie en het vraagteken ‘Woon je hier?’ wordt.

Overzicht

Basisvragen behoren tot de eerste onderwerpen op A1-niveau. Je hebt ze meteen nodig: om iemands naam te vragen, een adres te vinden, iets niet te begrijpen of naar een reden te informeren. De belangrijkste vraagwoorden zijn quem (wie), o que of que (wat), onde (waar), quando (wanneer), como (hoe) en por que (waarom).

Voor Nederlandstaligen zit de grootste verrassing niet in de betekenis van die woorden, maar in de zinsbouw. In het Nederlands komt de persoonsvorm in een vraag vaak vóór het onderwerp: ‘Je woont hier’ wordt ‘Woon je hier?’ Portugees hoeft die omkering niet te maken. De mededelende zin Tu moras aqui en de vraag Tu moras aqui? kunnen precies dezelfde woordvolgorde hebben. In gesproken taal maakt een stijgende of vragende intonatie het verschil; in geschreven taal doet het vraagteken dat.

Bij een vraag met een vraagwoord staat dat woord meestal vooraan: Onde moras? Ook hier heb je geen apart hulpwerkwoord nodig. Het Nederlandse ‘doen’ in ‘Wat doe je?’ is gewoon het hoofdwerkwoord, maar een constructie zoals het Engelse hulpwerkwoord bij vragen bestaat in het Portugees niet. Je kiest het vraagwoord, vervoegt het werkwoord voor de juiste persoon en zet de rest van de zin eromheen.

Zo werkt het

De belangrijkste vraagwoorden

Vraagwoord Betekenis Waarnaar vraag je? Kort voorbeeld
quem wie een persoon of personen Quem é? — Wie is het?
o que wat een zaak, handeling of idee O que fazes? — Wat doe je?
que wat, welk(e) vaak direct vóór een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of idee) Que livro lês? — Welk boek lees je?
onde waar een plaats Onde moras? — Waar woon je?
quando wanneer een tijdstip of periode Quando chegas? — Wanneer kom je aan?
como hoe een manier, toestand of naam Como estás? — Hoe gaat het met je?
por que waarom een reden Por que estudas português? — Waarom leer je Portugees?

Quem verandert niet voor enkelvoud of meervoud. Het werkwoord en de context maken duidelijk of het om één of meer mensen gaat: Quem é? tegenover Quem são eles?

O que is de veiligste algemene vorm voor ‘wat’ als het vraagwoord zelfstandig staat: O que queres? In veel zinnen kan ook alleen que voorkomen, vooral in Europees Portugees: Que queres? Staat er meteen een zelfstandig naamwoord achter, dan gebruik je normaal que: Que música ouves? Dat betekent afhankelijk van de context ‘Naar welke muziek luister je?’ of ‘Naar wat voor muziek luister je?’

Vragen met een vraagwoord

De eenvoudige beginnersstructuur is:

vraagwoord + vervoegd werkwoord + overige informatie + ?

  • Onde trabalhas? — Waar werk je?
  • Quando começa o filme? — Wanneer begint de film?
  • Como se chama? — Hoe heet u/hij/zij?

Het onderwerp (wie of wat de handeling uitvoert) hoeft niet altijd genoemd te worden. Aan moras is al te horen dat de aangesproken persoon tu is. Daarom klinkt Onde moras? vaak natuurlijker dan Onde tu moras? In Braziliaans Portugees is een uitgesproken onderwerp als você juist heel gewoon: Onde você mora?

Als het onderwerp een naam of zelfstandig naamwoord is, kan het na het werkwoord staan:

  • Onde mora a Ana? — Waar woont Ana?
  • Quando chega o autocarro? — Wanneer komt de bus?

Je zult ook zinnen horen waarin het onderwerp vóór het werkwoord blijft, met name in Brazilië: Onde a Ana mora? De neutraalste keuze hangt af van streek en ritme. Als beginner kun je met een voornaamwoord het lokale voorbeeld volgen en bij korte vragen vooral letten op een correct vervoegd werkwoord.

Ja-neevragen: geen verplichte omkering

Een ja-neevraag is een vraag waarop sim (ja) of não (nee) kan volgen. De basisstructuur is dikwijls gelijk aan die van een mededeling:

Mededeling Vraag
Falas português. — Je spreekt Portugees. Falas português? — Spreek je Portugees?
A Marta trabalha aqui. — Marta werkt hier. A Marta trabalha aqui? — Werkt Marta hier?
Vocês têm tempo. — Jullie hebben tijd. Vocês têm tempo? — Hebben jullie tijd?

Neem dus niet automatisch de Nederlandse omkering over. Je hoeft falas en het onderwerp niet van plaats te laten wisselen. Vooral in gesproken Portugees draagt de intonatie veel informatie: de stem gaat aan het eind vaak omhoog, al verschilt het precieze patroon per streek en per soort vraag.

Voorzetsels horen bij het vraagwoord

Een voorzetsel is een kort verbindingswoord zoals ‘met’, ‘van’ of ‘naar’. Als het Portugese werkwoord of de bedoelde relatie zo'n woord vereist, blijft het ook in de vraag staan:

  • Com quem falas? — Met wie praat je?
  • De onde és? — Waar kom je vandaan?
  • Para onde vais? — Waar ga je naartoe?
  • A que horas começa? — Hoe laat begint het?

Dit lijkt soms formeler dan het Nederlands, maar het is in neutraal Portugees heel gewoon om het voorzetsel vooraan met het vraagwoord te plaatsen. Leer daarom liever de hele combinatie com quem, de onde of para onde dan alleen het losse vraagwoord.

Onde, aonde en de onde

Voor A1 is onde de hoofdvorm voor ‘waar’: Onde está o hotel? Bij richting worden ook aonde (‘waarheen’, met het voorzetsel a) en para onde (‘waarnaartoe’) gebruikt. Voor herkomst gebruik je de onde:

  • Onde estás? — Waar ben je?
  • Aonde vais? / Para onde vais? — Waar ga je naartoe?
  • De onde vens? — Waar kom je vandaan?

In alledaagse taal lopen onde en aonde geregeld door elkaar, en de voorkeur verschilt regionaal. De heldere schrijftaalregel is: onde voor een plaats, aonde bij een werkwoord dat richting met a uitdrukt, en de onde voor herkomst.

Por que, porque en porquê

De spelling rond ‘waarom’ en ‘omdat’ verschilt deels tussen Portugal en Brazilië. De conceptvorm por que is een duidelijke vraagvorm, vooral in Braziliaans Portugees:

  • Por que estudas português? — Waarom leer je Portugees?
  • Porque gosto da língua. — Omdat ik de taal mooi vind.

In Brazilië schrijft men aan het einde van een vraag meestal por quê: Estudas português por quê? Porquê is daar doorgaans een zelfstandig naamwoord: Não sei o porquê — Ik weet de reden niet.

In Europees Portugees is porque ook gebruikelijk aan het begin van een waarom-vraag: Porque estudas português? Los gebruikt of aan het eind staat vaak porquê: Estudas português porquê? Volg bij schrijven de conventie van de variant die je leert. Het belangrijke beginnersonderscheid blijft inhoudelijk eenvoudig: de vraag vraagt naar een reden; het antwoord met ‘omdat’ geeft die reden.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Quem é? Wie is het? Korte vraag naar een persoon.
Quem são aquelas pessoas? Wie zijn die mensen? Quem verandert niet; het werkwoord staat in het meervoud.
O que fazes agora? Wat doe je nu? Europees Portugees met de tu-vorm.
O que você faz aos fins de semana? Wat doet u / doe je in het weekend? Braziliaans gebruik met você.
Que café queres? Welke koffie wil je? Que staat direct voor het zelfstandig naamwoord.
Onde moras? Waar woon je? Het onderwerp tu blijft onuitgesproken.
De onde vocês são? Waar komen jullie vandaan? De onde vraagt naar herkomst.
Quando começa a aula? Wanneer begint de les? Het onderwerp staat na het werkwoord.
Como te chamas? Hoe heet je? Gebruikelijk in Portugal.
Como você se chama? Hoe heet u / hoe heet je? Gebruikelijk in Brazilië.
Por que estudas português? Waarom leer je Portugees? Vraag naar een reden.
Falas neerlandês? Spreek je Nederlands? Ja-neevraag zonder omkering.
A estação fica longe? Is het station ver weg? Alleen intonatie en vraagteken maken er een vraag van.
Com quem vais ao concerto? Met wie ga je naar het concert? Het voorzetsel com hoort bij quem.
A que horas chega o comboio? Hoe laat komt de trein aan? A que horas vraagt naar een kloktijd.

De paren met tu en você laten twee echte varianten zien, niet twee manieren die je willekeurig binnen één gesprek moet mengen. In Portugal hoor je vaak tu moras, tu fazes; in Brazilië is você mora, você faz zeer gangbaar. Kies voor je eigen actieve taalgebruik voorlopig één model.

Veelgemaakte fouten

Nederlandse woordvolgorde opleggen

  • Onjuist: Moras tu em Lisboa? als automatische vertaling van ‘Woon jij in Lissabon?’
  • Beter: Moras em Lisboa?
  • Waarom: Portugees hoeft het onderwerp en het werkwoord niet om te keren. Moras tu…? kan in een bijzondere context nadruk of contrast uitdrukken, maar is niet de gewone beginnersvorm.

Een Nederlands vraaghulpwerkwoord nabootsen

  • Onjuist: Fazes tu falar português?
  • Juist: Falas português?
  • Waarom: Voor ‘Spreek je Portugees?’ is geen extra vorm van fazer (‘doen/maken’) nodig. Het vervoegde hoofdwerkwoord is voldoende.

O que vóór een zelfstandig naamwoord zetten

  • Onjuist: O que livro lês?
  • Juist: Que livro lês?
  • Waarom: Staat het vraagwoord direct bij een zelfstandig naamwoord, gebruik dan que: que livro, que música, que dia.

Het noodzakelijke voorzetsel weglaten

  • Onjuist: Quem falas? als je ‘Met wie praat je?’ bedoelt.
  • Juist: Com quem falas?
  • Waarom: Falar com alguém betekent ‘met iemand praten’. Dat com blijft in de vraag behouden.

Tu en você door elkaar halen

  • Onjuist: Onde você moras?
  • Juist: Onde você mora? of Onde moras?
  • Waarom: Você krijgt een werkwoordsvorm van de derde persoon, zoals mora. Bij tu hoort in de standaardtaal moras. Regionale spreektaal kan andere combinaties hebben, maar die zijn geen veilig uitgangspunt voor een beginner.

Porque altijd op dezelfde manier schrijven

  • Onjuist in de Braziliaanse standaard: Porque você estuda português?
  • Juist in de Braziliaanse standaard: Por que você estuda português?
  • Waarom: In Brazilië maakt de spelling onderscheid tussen vragend por que en verklarend porque. In Europees Portugees kan vragend porque wél standaard zijn; controleer dus welke variant een cursus volgt.

Gebruiksnotities

Europees en Braziliaans Portugees

De kern van het vragensysteem is in beide hoofdvarianten hetzelfde, maar de zichtbare vormen verschillen. Europees Portugees laat het onderwerp vaak weg en gebruikt veelvuldig de tu-vorm: Onde moras? In Brazilië hoor je vaak você met een derde-persoonsvorm: Onde você mora? Ook woordvolgorde, voornaamwoorden en de spelling van de waarom-vormen kunnen verschillen.

Dat betekent niet dat de ene variant correcter is dan de andere. Het is wel verstandig om in één zin consequent te blijven. Herken beide vormen, maar baseer je uitspraak en actieve grammatica op de variant die je het vaakst hoort of nodig hebt.

Beleefd vragen

Een grammaticaal correcte vraag kan erg direct klinken. In een winkel of bij een onbekende kun je haar verzachten met por favor (alstublieft) of een beleefde inleiding:

  • Onde fica a estação, por favor? — Waar is het station, alstublieft?
  • Pode dizer-me onde fica a estação? — Kunt u mij zeggen waar het station is? (Portugal)
  • Você pode me dizer onde fica a estação? — Kunt u mij zeggen waar het station is? (Brazilië)

Het woord como komt bovendien in vaste sociale vragen voor. Como estás? past bij tu; Como está? kan beleefd zijn of naar hij/zij verwijzen. In Brazilië is Como você está? heel gewoon.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze al snel tegenkomen.

De constructie é que

In vragen is é que een veelgebruikte vaste constructie die het vraagwoord extra markeert. Vertaal de woorden niet los als ‘is dat’; de hele combinatie vormt één natuurlijk vraagpatroon:

  • O que é que fazes? — Wat doe je?
  • Onde é que moras? — Waar woon je?
  • Quem é que telefonou? — Wie heeft gebeld?

Deze vorm is bijzonder frequent in Europees Portugees, maar komt ook elders voor. Na é que blijft de gewone zinsbouw staan en é que zelf verandert niet mee: Onde é que eles moram? betekent ‘Waar wonen zij?’

Een vraagwoord kan later in de zin staan

In een neutrale informatievraag staat het vraagwoord meestal vooraan. In een herhaalvraag kan het aan het einde komen wanneer de spreker verbaasd is of iets niet goed heeft verstaan:

  • Tu moras onde? — Jij woont wáár?
  • Ele disse o quê? — Hij zei wát?

Zo'n vraag heeft een duidelijke nadruk en is niet altijd de beste neutrale openingsvraag. Let ook op het accent in het Braziliaanse o quê wanneer que beklemtoond aan het einde staat.

Ingebedde vragen

Een ingebedde vraag is een vraag die onderdeel is van een grotere zin. De vraagwoordvolgorde blijft doorgaans rustig en direct; er komt geen Nederlandse omkering bij:

  • Não sei onde ele mora. — Ik weet niet waar hij woont.
  • Sabes quando começa o filme? — Weet je wanneer de film begint?
  • Quero saber quem é. — Ik wil weten wie het is.

Alleen als de hele zin een vraag is, komt er een vraagteken. Não sei onde ele mora. is een mededeling en eindigt dus met een punt. Dit verschil wordt belangrijker zodra je langere gesprekken en teksten gaat maken.

Vragen die eigenlijk een verzoek zijn

Een ja-neevraag kan pragmatisch (in wat de spreker ermee wil bereiken) een verzoek zijn: Podes ajudar-me? betekent letterlijk ‘Kun je me helpen?’, maar functioneert als ‘Kun je me even helpen?’ In Brazilië hoor je vaak Pode me ajudar? Dit lijkt op het Nederlands, al verschillen de gekozen voornaamwoorden en hun plaats in de zin.

Oefentips

  1. Maak van vijf mededelingen een vraag. Schrijf bijvoorbeeld Trabalhas aqui. en verander alleen intonatie en leesteken: Trabalhas aqui? Zo leer je de neiging tot Nederlandse omkering af.
  2. Bouw één vragenreeks rond een situatie. Neem een treinstation en maak vragen met elk basiswoord: Onde fica a estação? Quando parte o comboio? Como compro um bilhete? Koppel elk vraagwoord aan het soort informatie dat je verwacht.
  3. Oefen in vaste paren. Leer de onde — herkomst, com quem — gesprekspartner en por que — porque als combinaties. Spreek daarna dezelfde vragen eenmaal met Europees tu en eenmaal met Braziliaans você uit, maar kies één variant voor je eigen antwoorden.

Verwante onderwerpen

  • Volgende stap: Vragen naar hoeveelheid en keuze — leer quanto, quanta, quantos, quantas, qual en quais gebruiken om naar aantallen, hoeveelheden en keuzes te vragen.

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Perguntas Básicas in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen