A2

Het betrekkelijk voornaamwoord *che* in het Italiaans

Pronome Relativo Che

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

In het kort

Het Italiaanse che verbindt een zelfstandig naamwoord met een bijzin en betekent dan meestal die, dat of wie: la donna che parla (de vrouw die praat). De vorm blijft altijd che, ongeacht persoon, zaak, geslacht of aantal. In de bijzin kan che het onderwerp of het lijdend voorwerp zijn, maar na een voorzetsel gebruik je normaal cui, niet che.

Overzicht

Een betrekkelijk voornaamwoord verwijst terug naar iemand of iets dat al genoemd is en voegt daar informatie aan toe. In Il libro che leggo è lungo verwijst che terug naar il libro. Het deel che leggo vertelt vervolgens welk boek bedoeld wordt. Zo kun je twee korte mededelingen soepel samenvoegen: Leggo un libro. Il libro è lungo. wordt Il libro che leggo è lungo.

Dit onderwerp hoort bij A2, omdat je met één klein woord al veel natuurlijkere en uitgebreidere zinnen kunt maken. De basisregel is overzichtelijk: che verandert nooit. Dat is anders dan in het Nederlands, waar je onder meer kiest tussen die en dat: de man die, het boek dat, de boeken die. In het Italiaans staat in al die gevallen che.

Toch moet je wel bepalen welke rol che in de bijzin heeft. Het kan het onderwerp zijn (degene die iets doet) of het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). Voor andere rollen, vooral na een voorzetsel zoals met, van of over, is meestal een ander betrekkelijk voornaamwoord nodig.

Hoe het werkt

Eén vorm voor personen en zaken

Het woord waarnaar een betrekkelijk voornaamwoord terugverwijst, heet het antecedent (het eerder genoemde woord). Che past zich niet aan dat antecedent aan.

Antecedent Italiaans Nederlands
mannelijke persoon, enkelvoud l'uomo che... de man die...
vrouwelijke persoon, enkelvoud la donna che... de vrouw die...
zaak, enkelvoud il film che... / la casa che... de film die... / het huis dat...
personen of zaken, meervoud gli amici che... / le foto che... de vrienden die... / de foto's die...

Je hoeft bij che dus niet te weten of een Italiaans zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is. Ook het onderscheid tussen het Nederlandse de-woord en het-woord speelt hier geen rol.

Che als onderwerp van de bijzin

Als che zelf de handeling uitvoert, is het het onderwerp. Na che staat dan gewoonlijk meteen een werkwoord:

zelfstandig naamwoord + che + werkwoord + rest

  • Il ragazzo che parla è mio fratello. — De jongen die praat, is mijn broer.
  • Cerco una farmacia che è aperta. — Ik zoek een apotheek die open is.
  • Le persone che lavorano qui sono gentili. — De mensen die hier werken, zijn vriendelijk.

Het werkwoord in de bijzin richt zich naar het antecedent. Daarom staat er parla bij il ragazzo, maar lavorano bij le persone. Che zelf laat dat verschil niet zien; de werkwoordsvorm doet dat.

Je kunt deze rol controleren door de bijzin los te denken:

  • Il ragazzo parla.il ragazzo che parla
  • Le persone lavorano qui.le persone che lavorano qui

Het herhaalde zelfstandig naamwoord wordt vervangen door che.

Che als lijdend voorwerp

Als iemand anders in de bijzin de handeling uitvoert en che de handeling ondergaat, is che het lijdend voorwerp:

zelfstandig naamwoord + che + onderwerp + werkwoord + rest

  • Il libro che ho letto è interessante. — Het boek dat ik heb gelezen, is interessant.
  • La pizza che hai fatto è buonissima. — De pizza die je hebt gemaakt, is heerlijk.
  • Le persone che conosco sono simpatiche. — De mensen die ik ken, zijn aardig.

In il libro che ho letto is het verzwegen onderwerp van ho letto io: ik heb iets gelezen. Dat iets is il libro, vertegenwoordigd door che. In het Italiaans wordt een persoonlijk onderwerp vaak niet uitgesproken, omdat de werkwoordsvorm al laat zien wie handelt. Daardoor kan na che direct een werkwoord staan, ook wanneer che niet het onderwerp is. Kijk dus naar de betekenis en niet alleen naar de woordvolgorde.

Vergelijk:

  • la ragazza che canta — het meisje dat zingt: che is onderwerp;
  • la canzone che canta la ragazza — het lied dat het meisje zingt: che is lijdend voorwerp.

Che blijft verplicht

In een Italiaanse betrekkelijke bijzin laat je che niet weg:

  • Il film che abbiamo visto era bello.
  • niet: Il film abbiamo visto era bello.

Voor Nederlandstaligen is dit meestal geen vreemde regel: ook in verzorgd Nederlands zeg je de film die we hebben gezien. Let vooral op als je daarnaast Engels kent, want daar kan het overeenkomstige voornaamwoord in sommige zinnen ontbreken. Neem die gewoonte niet over in het Italiaans.

Geen voorzetsel voor che

De eenvoudige vuistregel luidt:

Functie in de bijzin Vorm Voorbeeld
onderwerp che la collega che arriva
lijdend voorwerp che la collega che vedo
na een voorzetsel voorzetsel + cui la collega con cui lavoro

Een voorzetsel is een woord zoals con (met), di (van/over), a (aan), per (voor) of in (in). Zeg dus la persona con cui parlo (de persoon met wie ik praat), niet la persona con che parlo. Bij zaken gebruikt het Nederlands vaak een combinatie met waar-, zoals het onderwerp waarover we praten. Het Italiaans kiest ook daar meestal voorzetsel + cui: l'argomento di cui parliamo.

Twee losse zinnen samenvoegen

Een betrouwbare werkwijze is:

  1. Zoek het woord dat in beide mededelingen terugkomt.
  2. Zet de extra mededeling direct achter dat woord.
  3. Vervang de herhaling in die mededeling door che.
  4. Controleer of de vervangen herhaling onderwerp of lijdend voorwerp was.

Voorbeeld met een onderwerp:

  • Conosco un medico. Il medico parla olandese.
  • Conosco un medico che parla olandese.

Voorbeeld met een lijdend voorwerp:

  • Questa è la torta. Marta ha preparato la torta.
  • Questa è la torta che Marta ha preparato.

Stond er vóór de herhaling een voorzetsel, dan kom je niet bij che uit: Questo è il collega. Lavoro con il collega. wordt Questo è il collega con cui lavoro.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Il ragazzo che parla è mio fratello. De jongen die praat, is mijn broer. Che is het onderwerp van parla.
Il libro che ho letto è interessante. Het boek dat ik heb gelezen, is interessant. Che is het lijdend voorwerp van ho letto.
La pizza che hai fatto è buonissima. De pizza die je hebt gemaakt, is heerlijk. Het onderwerp tu blijft onuitgesproken.
Le persone che conosco sono simpatiche. De mensen die ik ken, zijn aardig. Dezelfde vorm che bij een meervoud.
Cerchiamo un albergo che accetta i cani. We zoeken een hotel dat honden toelaat. L'albergo is degene die honden toelaat.
Gli amici che vengono stasera abitano a Torino. De vrienden die vanavond komen, wonen in Turijn. Vengono staat in het meervoud door gli amici.
Dov'è la chiave che era sul tavolo? Waar is de sleutel die op tafel lag? Che verwijst naar een vrouwelijk woord, maar verandert niet.
Queste sono le foto che voglio stampare. Dit zijn de foto's die ik wil afdrukken. Che is lijdend voorwerp bij stampare.
Ho comprato il pane che piace a Luca. Ik heb het brood gekocht dat Luca lekker vindt. Letterlijk: het brood dat aan Luca bevalt; che is onderwerp van piace.
È una domanda che nessuno capisce. Het is een vraag die niemand begrijpt. Nessuno is het onderwerp; che is het lijdend voorwerp.
Il treno che prendiamo parte alle otto. De trein die we nemen, vertrekt om acht uur. Noi is het onuitgesproken onderwerp van prendiamo.
La signora che ci ha aiutato lavora qui. De mevrouw die ons heeft geholpen, werkt hier. Ci betekent hier ons; che is onderwerp.
Quello che dici è importante. Wat je zegt, is belangrijk. Quello che betekent hier ‘datgene wat’.
La città in cui vivo è tranquilla. De stad waarin ik woon, is rustig. Contrast: na in gebruik je cui, niet che.

Veelgemaakte fouten

Che aanpassen aan geslacht of aantal

  • Onjuist: La donna cha lavora qui... / I ragazzi chei studiano...
  • Juist: La donna che lavora qui... / I ragazzi che studiano...
  • Waarom: Che heeft maar één vorm. De Nederlandse keuze tussen die en dat heeft geen Italiaans equivalent.

Che weglaten

  • Onjuist: La macchina ho comprato è usata.
  • Juist: La macchina che ho comprato è usata.
  • Waarom: De bijzin heeft een woord nodig dat naar la macchina terugverwijst. In het Italiaans blijft che ook staan wanneer het lijdend voorwerp is.

Een voorzetsel direct voor che zetten

  • Onjuist: L'amica con che viaggio è spagnola.
  • Juist: L'amica con cui viaggio è spagnola.
  • Waarom: Na een voorzetsel gebruik je normaal cui. Denk aan Nederlands met wie, maar ook aan vormen als waarmee en waarover.

Het werkwoord laten aansluiten bij het verkeerde woord

  • Onjuist: Le persone che lavora qui sono gentili.
  • Juist: Le persone che lavorano qui sono gentili.
  • Waarom: Wanneer che onderwerp is, neemt het werkwoord het getal van het antecedent over. Le persone is meervoud, dus lavorano.

Che altijd als onderwerp lezen

  • Onjuist begrip: in il dolce che prepara Anna zou het gebak iets bereiden.
  • Juist begrip: il dolce che prepara Anna = het gebak dat Anna bereidt.
  • Waarom: Anna is hier het onderwerp en che het lijdend voorwerp. Vraag wie de handeling werkelijk uitvoert.

Che verwarren met ché

  • Onjuist: Il film ché guardiamo...
  • Juist: Il film che guardiamo...
  • Waarom: Het betrekkelijke voornaamwoord heeft geen accent. De vorm ché komt in andere, vaak literaire of vaste toepassingen voor en is niet de vorm die je hier nodig hebt.

Gebruiksnotities

Beperkende en toelichtende bijzinnen

Che kan noodzakelijke informatie geven waarmee je bepaalt over wie of wat het gaat:

  • Gli studenti che hanno finito possono uscire. — De studenten die klaar zijn, mogen naar buiten.

Hier worden alleen de studenten bedoeld die klaar zijn. Dit heet een beperkende bijzin: de informatie beperkt de groep.

Met komma's kan dezelfde constructie een losse toelichting geven:

  • Gli studenti, che hanno finito, possono uscire. — De studenten, die klaar zijn, mogen naar buiten.

Nu presenteert de spreker het klaar-zijn als extra informatie over alle bedoelde studenten. In gesproken taal hoor je vaak een korte pauze; in geschreven taal maken de komma's het betekenisverschil zichtbaar. De vorm van che verandert niet.

Che is niet altijd een betrekkelijk voornaamwoord

Het zeer frequente woord che heeft ook andere functies. In Penso che Maria sia a casa betekent het ongeveer dat en leidt het een inhoudsbijzin in: er staat geen antecedent direct vóór waarnaar che terugverwijst. In Che cosa vuoi? hoort che bij een vraag: wat wil je?

Een praktische test is dus: staat er een persoon of zaak vóór che waarover de volgende woorden meer vertellen? In la casa che vedo wel; in so che parti niet.

Nederlands wat vraagt vaak om quello che of ciò che

Het Nederlands gebruikt wat onder meer na alles of als ‘datgene wat’. Italiaans che kan niet zomaar zonder een aanknopingspunt worden neergezet. Veelgebruikte combinaties zijn:

  • quello che — datgene wat, wat;
  • ciò che — datgene wat, wat; iets formeler;
  • tutto quello che — alles wat.

Bijvoorbeeld: Non capisco quello che dici (Ik begrijp niet wat je zegt) en Ho letto tutto quello che hai scritto (Ik heb alles gelezen wat je hebt geschreven).

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar ze helpen zodra je langere teksten gaat lezen of preciezer wilt formuleren.

Cui en il quale vullen het systeem aan

Che dekt alleen onderwerp en lijdend voorwerp. Cui gebruik je meestal na een voorzetsel: la persona a cui scrivo, il progetto di cui parliamo. De vormen il quale, la quale, i quali, le quali betekenen eveneens ‘die/dat/wie’ en passen zich wel aan geslacht en aantal aan. Ze komen vaker voor in zorgvuldige of formele schrijftaal en kunnen onduidelijkheid vermijden:

  • la direttrice, la quale ha approvato il progetto — de directrice, die het project heeft goedgekeurd;
  • i documenti nei quali trovi i dati — de documenten waarin je de gegevens vindt.

Voor gewone A2-zinnen is che meestal de natuurlijkste keuze wanneer de grammaticale functie dat toelaat.

Overeenkomst van het voltooid deelwoord

Na avere blijft het voltooid deelwoord (de vorm zoals letto, ‘gelezen’) in de alledaagse standaardtaal vaak onveranderd: le lettere che ho scritto. Je kunt echter ook overeenkomst aantreffen wanneer een voorafgaand lijdend voorwerp door che wordt vertegenwoordigd: le lettere che ho scritte. Vooral in verzorgde schrijftaal is die tweede vorm mogelijk. Voor beginners is de vaste vorm in constructies als il libro che ho letto en le lettere che ho scritto een veilige, veelgebruikte basis; wees niet verbaasd als je later ook aangepaste vormen leest.

Tijd en plaats: soms hoort er iets bij che

In informele taal en in bepaalde vaste tijdsaanduidingen kun je een eenvoudig che zien waar een uitgebreidere vorm mogelijk is: il giorno che ci siamo conosciuti (de dag waarop we elkaar leerden kennen). In neutrale, zorgvuldig opgebouwde taal kun je ook il giorno in cui... gebruiken. Voor een plaats is dove of in cui doorgaans duidelijker: la città dove vivo / la città in cui vivo.

Een mogelijk dubbelzinnige bijzin

Omdat che niet laat zien of het onderwerp of lijdend voorwerp is, kan een zin soms tijdelijk dubbelzinnig lijken. La ragazza che saluta Marco betekent normaal ‘het meisje dat Marco begroet’, maar zonder verdere context moet de lezer de rollen uit woordvolgorde en betekenis halen. Als de inhoud werkelijk voor verwarring zorgt, kun je de zin herschrijven of in formelere stijl een vorm van il quale gebruiken. Dat is geen fout in che, maar een gevolg van zijn handige, onveranderlijke vorm.

Oefentips

  1. Maak paren van twee zinnen. Schrijf bijvoorbeeld Vedo una donna. La donna corre. en verbind ze tot Vedo una donna che corre. Doe daarna hetzelfde met een lijdend voorwerp: Compro il pane. Preferisci il pane.Compro il pane che preferisci.
  2. Benoem de rol van che. Vraag bij elke voorbeeldzin: ‘Wie doet iets?’ en ‘Wie of wat ondergaat het?’ Markeer onderwerp-che met één kleur en lijdend-voorwerp-che met een andere.
  3. Maak een drieluik. Verzamel zinnen onder che + onderwerp, che + lijdend voorwerp en voorzetsel + cui. Zo oefen je niet alleen wanneer che goed is, maar ook waar de grens ligt.

Verwante onderwerpen

  • Voorkennis: Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp — helpt je herkennen wie de handeling in de betrekkelijke bijzin uitvoert, ook als dat voornaamwoord niet wordt uitgesproken.
  • Vervolg: Cui en vormen van il quale — hiermee maak je betrekkelijke bijzinnen na voorzetsels en formuleer je preciezer in formelere taal.
  • Vervolg: betrekkelijke bijzinnen met dove, quello che en ciò che — nuttig voor plaatsaanduidingen en voor Nederlands ‘wat’ zonder gewoon zelfstandig antecedent.

Vereiste kennis

Onderwerpsvoornaamwoorden in het ItaliaansA1

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronome Relativo Che in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen