B1

Het si impersonale in het Italiaans

Si Impersonale

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

In het kort

Met het Italiaanse si impersonale doe je een algemene uitspraak zonder te zeggen wie precies handelt: In Italia si mangia bene betekent “In Italië eet je goed.” De basisvorm is si + derde persoon enkelvoud. Bij essere + een bijvoeglijk naamwoord staat dat bijvoeglijk naamwoord in het meervoud: si è stanchi.

Overzicht

Het si impersonale gebruik je wanneer de handelende persoon onbekend, onbelangrijk of algemeen is. Het grammaticale onderwerp (wie of wat de handeling uitvoert) wordt niet genoemd. Zo kan Qui si lavora molto afhankelijk van de situatie “Hier werkt men veel”, “Hier werk je veel” of “Hier wordt veel gewerkt” betekenen.

Deze constructie hoort bij de kernstof van B1. Je komt haar voortdurend tegen in gesprekken, vragen, regels, aanwijzingen en algemene observaties: Come si dice?, Non si fuma en D’estate si esce di più. Het woord si verwijst hier niet naar één bepaalde persoon, maar naar mensen in het algemeen. Vaak omvat die groep ook de spreker.

Voor Nederlandstaligen is vooral de vertaling verraderlijk. Het algemene Nederlandse je is niet hetzelfde als het persoonlijke Italiaanse tu. In “In Italië eet je laat” betekent je meestal “mensen in het algemeen”; daarom is In Italia si mangia tardi natuurlijker dan In Italia tu mangi tardi. Ook men, ze, we en een Nederlandse passieve zin kunnen goede vertalingen zijn. Er bestaat dus geen vaste Nederlandse tegenhanger die altijd past.

Hoe het werkt

De basis: si + derde persoon enkelvoud

Zet si vóór het werkwoord en gebruik de derde persoon enkelvoud: dezelfde vorm als bij lui of lei. Het maakt niet uit of je in het Nederlands vertaalt met “je”, “men”, “we” of “ze”.

Patroon Italiaans Nederlands
si + werkwoord op -a Qui si parla piano. Hier praat men zacht.
si + werkwoord op -e In montagna si dorme bene. In de bergen slaap je goed.
si + onregelmatig werkwoord Non si sa mai. Je weet maar nooit.
si + modaal werkwoord Si può entrare? Mag je naar binnen?

Si staat normaal direct vóór de persoonsvorm: si mangia, si vive, si fa. Een ontkenning komt ervoor: non + si + werkwoord, zoals in Non si entra senza biglietto. Korte bijwoorden staan vaak na het werkwoord: si mangia bene, si lavora molto.

Met modale werkwoorden

Bij potere, dovere en volere krijgt alleen het modale werkwoord de derde persoon enkelvoud. Daarna volgt de infinitief (het hele werkwoord):

  • Si può pagare con la carta. — Je kunt met de kaart betalen.
  • Si deve prenotare in anticipo. — Je moet vooraf reserveren.
  • Se si vuole imparare, bisogna esercitarsi. — Als je wilt leren, moet je oefenen.

Het Nederlands gebruikt hier gemakkelijk “je”. Maak daarvan in het Italiaans niet automatisch tu: devi prenotare spreekt één of meer concrete gesprekspartners aan, terwijl si deve prenotare een algemene regel geeft.

Met essere en een bijvoeglijk naamwoord

Een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap noemt, zoals “moe” of “blij”) staat na onpersoonlijk si è in het meervoud. Voor een gemengde of niet nader bepaalde groep gebruikt het Italiaans gewoonlijk de mannelijke meervoudsvorm op -i.

Italiaans Nederlands Opmerking
Dopo il lavoro si è stanchi. Na het werk ben je moe. stanchi, niet stanco
Quando si è giovani, si cambia spesso idea. Als je jong bent, verander je vaak van mening. giovani is meervoud
In vacanza si è più rilassati. Op vakantie ben je meer ontspannen. algemene, gemengde groep
Tra sole donne si è più tranquille. Onder alleen vrouwen voelt men zich rustiger. vrouwelijk meervoud is mogelijk bij een uitsluitend vrouwelijke groep

Het werkwoord blijft è, dus enkelvoud; alleen het bijvoeglijk naamwoord wordt meervoud. Dat voelt voor een Nederlandstalige ongewoon, omdat “je bent moe” nergens zichtbaar meervoud heeft.

Samengestelde tijden

In een samengestelde tijd gebruikt het si impersonale essere als hulpwerkwoord (het werkwoord dat samen met een voltooid deelwoord de tijd vormt): si è parlato. Het voltooid deelwoord is de vorm zoals parlato, mangiato of andato.

De overeenkomst van dat deelwoord hangt af van het gewone hulpwerkwoord van het hoofdwerkwoord:

  1. Gebruikt het werkwoord normaal avere, dan blijft het deelwoord bij onpersoonlijk si doorgaans mannelijk enkelvoud: si è mangiato, si è lavorato, si è parlato.
  2. Gebruikt het werkwoord normaal essere, dan staat het deelwoord in het meervoud: si è andati, si è rimasti, si è arrivati.
Italiaans Nederlands Opmerking
Ieri si è lavorato fino a tardi. Gisteren is er tot laat gewerkt. lavorare heeft normaal avere: lavorato
Si è parlato molto del problema. Er is veel over het probleem gesproken. parlato blijft enkelvoud
Alla fine si è andati a casa. Uiteindelijk is men naar huis gegaan. andare heeft normaal essere: andati
Durante la tempesta si è rimasti dentro. Tijdens de storm is iedereen binnen gebleven. rimasti staat in het meervoud

Let dus op het verschil tussen si è mangiato en si è andati. De combinatie si è alleen vertelt nog niet welke uitgang het deelwoord krijgt.

Met wederkerende werkwoorden: ci si

Bij een wederkerend werkwoord keert de handeling terug naar dezelfde persoon, zoals bij lavarsi (“zich wassen”) of alzarsi (“opstaan”). Zo’n werkwoord bevat zelf al si in de derde persoon. Om twee opeenvolgende vormen si si te vermijden, verandert het eerste, onpersoonlijke element in ci:

  • Ci si alza presto. — Men staat vroeg op.
  • In estate ci si veste in modo più leggero. — In de zomer kleed je je luchtiger.
  • Dopo una vacanza ci si sente meglio. — Na een vakantie voel je je beter.

In een samengestelde tijd krijg je bijvoorbeeld ci si è alzati presto en ci si è divertiti molto. Het deelwoord staat dan in het meervoud. Ci si betekent hier niet letterlijk “ons zich”; het is de vaste combinatie voor een wederkerend werkwoord met een algemene betekenis.

Geen genoemd onderwerp

Een echt si impersonale heeft geen zelfstandig naamwoord als grammaticaal onderwerp. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, zaak of begrip, zoals turisti, pane of problema. Er kan wel andere informatie bij het werkwoord staan:

  • Si telefona agli amici. — Men belt vrienden op. (agli amici is geen onderwerp.)
  • Si parla del problema. — Men praat over het probleem.
  • Si mangia con la forchetta. — Je eet met een vork.

Bij een meervoudig lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat) ontstaat een belangrijk contrast. In Si vendono libri usati past vendono zich aan libri aan. Dat is het verwante si passivante, ongeveer “tweedehandsboeken worden verkocht”. Zie het gedeelte over gevorderd gebruik voor dit verschil.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Opmerking
In Italia si mangia bene. In Italië eet je goed. algemene ervaring
Come si dice “fiets” in italiano? Hoe zeg je “fiets” in het Italiaans? vaste leervraag
Qui si lavora dal lunedì al venerdì. Hier werkt men van maandag tot en met vrijdag. algemene regeling
A che ora si cena di solito? Hoe laat eet men gewoonlijk ’s avonds? vraag naar een gewoonte
Con questo caldo si dorme male. Met deze hitte slaap je slecht. ervaring die voor iedereen kan gelden
Non si può parcheggiare davanti all’ingresso. Voor de ingang mag niet worden geparkeerd. regel met potere
Per entrare si deve mostrare il biglietto. Om binnen te komen moet je het kaartje laten zien. verplichting met dovere
Dopo il lavoro si è sempre stanchi. Na het werk ben je altijd moe. bijvoeglijk naamwoord in het meervoud
Quando si è nervosi, si fanno più errori. Als je zenuwachtig bent, maak je meer fouten. nervosi is meervoud; si fanno is passief van vorm
Ieri si è parlato molto del problema. Gisteren is er veel over het probleem gesproken. samengestelde tijd
Dopo cena si è usciti a fare una passeggiata. Na het eten is men een wandeling gaan maken. usciti staat in het meervoud
In vacanza ci si sveglia più tardi. Op vakantie word je later wakker. wederkerend werkwoord
Dopo qualche giorno ci si abitua al rumore. Na een paar dagen raak je gewend aan het lawaai. ci si voorkomt si si
Se si ha tempo, si può visitare anche il museo. Als je tijd hebt, kun je ook het museum bezoeken. twee algemene werkwoordsvormen

Veelgemaakte fouten

Algemeen Nederlands “je” vertalen met tu

  • Onjuist: In Italia tu mangi tardi. (als algemene uitspraak)
  • Juist: In Italia si mangia tardi.
  • Waarom: Tu wijst naar één concrete aangesproken persoon. Voor een gewoonte van mensen in het algemeen gebruikt het Italiaans hier si.

Het werkwoord in het meervoud zetten

  • Onjuist: Qui si lavorano molto.
  • Juist: Qui si lavora molto.
  • Waarom: Het si impersonale krijgt de derde persoon enkelvoud. Er is geen meervoudig onderwerp dat lavorano kan veroorzaken.

Een bijvoeglijk naamwoord enkelvoud laten

  • Onjuist: Dopo il viaggio si è stanco.
  • Juist: Dopo il viaggio si è stanchi.
  • Waarom: Na onpersoonlijk si è staat het bijvoeglijk naamwoord in het meervoud, hoewel è zelf enkelvoud is.

In elke samengestelde tijd een enkelvoudig deelwoord gebruiken

  • Onjuist: Alla fine si è andato a casa.
  • Juist: Alla fine si è andati a casa.
  • Waarom: Andare gebruikt normaal essere. Met onpersoonlijk si staat het deelwoord daarom in het meervoud. Vergelijk dit met si è mangiato, omdat mangiare normaal avere gebruikt.

Si si gebruiken bij een wederkerend werkwoord

  • Onjuist: In vacanza si si alza tardi.
  • Juist: In vacanza ci si alza tardi.
  • Waarom: Voor het onpersoonlijk gebruik van een wederkerend werkwoord vervangt ci si de opeenvolging si si.

Geen overeenkomst maken bij een passieve meervoudsvorm

  • Onjuist: Si vende appartamenti in centro.
  • Juist: Si vendono appartamenti in centro.
  • Waarom: Appartamenti is hier het meervoudige onderwerp van een si passivante. Het werkwoord past zich eraan aan. Dit is dus niet de zuivere onpersoonlijke basisregel.

Gebruiksnotities

Het Italiaanse si impersonale is niet stijf of overdreven formeel. Nederlands men klinkt tegenwoordig vaak schrijftalig, maar Italiaans si is ook in een gewoon gesprek heel normaal. Vertaal daarom op gevoel: soms met “je”, soms met “we” of “ze”, en soms met “er wordt”. Al ristorante si paga alla cassa kan natuurlijk Nederlands worden als “In het restaurant betaal je bij de kassa.”

De constructie is bijzonder bruikbaar voor regels en aanwijzingen, omdat niemand rechtstreeks wordt aangesproken: Qui non si fuma en Si entra dall’altra porta. Dat klinkt neutraler dan een bevel. In handleidingen, recepten en formele uitleg komt si eveneens veel voor, al worden daar ook andere constructies gebruikt.

De plaats van si volgt de gewone regels voor onbeklemtoonde voornaamwoorden. Het staat vóór een persoonsvorm: si può fare. Bij een ontkenning staat non ervoor: non si può fare. Je hoeft bij het spreken dus vooral het korte blok non + si + werkwoord als geheel te automatiseren.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

Si impersonale tegenover si passivante

De twee constructies lijken sterk op elkaar en bij een enkelvoudig zelfstandig naamwoord is het verschil aan de vorm soms niet zichtbaar:

  • Qui si parla italiano. — Hier spreekt men Italiaans / Hier wordt Italiaans gesproken.
  • Si vende una casa. — Men verkoopt een huis / Er wordt een huis verkocht.

De praktisch belangrijkste test is een meervoudig naamwoord. Bij het si passivante is dat naamwoord het onderwerp en staat ook het werkwoord in het meervoud: Si vendono case en Si accettano carte di credito. Bij het si impersonale ontbreekt zo’n onderwerp en blijft het werkwoord enkelvoud: Si parla spesso di politica. Niet elke Nederlandse passieve vertaling betekent dus automatisch dat de Italiaanse vorm grammaticaal een si passivante is.

Een lijdend-voorwerpsvoornaamwoord kan juist vóór onpersoonlijk si staan, vooral in verzorgde of formele taal: Questo lo si capisce subito (“Dit begrijp je meteen”) en Certe cose non le si dimentica (“Sommige dingen vergeet je niet”). Het werkwoord blijft daarbij enkelvoud. In alledaagse gesprekken kiest men vaak een eenvoudigere formulering.

Wie omvat de algemene groep?

Onpersoonlijk si kan de spreker insluiten: Quando si viaggia, si imparano molte cose kan betekenen dat ook de spreker deze ervaring heeft. Wil je nadrukkelijk over jezelf en anderen als een concrete groep spreken, dan is noi met de eerste persoon meervoud vaak duidelijker: Noi partiamo domani.

In Toscane en delen van Midden-Italië kun je in informele regionale taal noi si + derde persoon enkelvoud horen, bijvoorbeeld Noi si va. Dat betekent “wij gaan” en is iets anders dan het algemene si impersonale. In neutraal standaard-Italiaans zeg je noi andiamo of laat je noi weg: andiamo.

Vrouwelijke groepen

De mannelijke meervoudsvorm is de gebruikelijke algemene vorm: si è contenti, si è arrivati. Als duidelijk uitsluitend vrouwen worden bedoeld en de spreker zich tot die groep rekent, is de vrouwelijke meervoudsvorm mogelijk: tra amiche si è più sincere of si è arrivate presto. In een algemene uitspraak zonder zo’n duidelijke context kies je normaal de vorm op -i.

Oefentips

  1. Vertaal niet woord voor woord. Neem vijf Nederlandse zinnen met algemeen “je”, zoals “In de trein mag je niet roken”, en maak er Italiaanse zinnen met si van. Controleer telkens of “je” werkelijk iedereen kan betekenen; alleen dan is si passend.
  2. Oefen in drie blokken. Maak aparte reeksen met si + enkelvoud (si parla), si è + meervoudig bijvoeglijk naamwoord (si è stanchi) en ci si + wederkerend werkwoord (ci si alza). Zo raken de uitzonderlijk ogende vormen niet door elkaar.
  3. Luister naar vaste combinaties. Noteer uit Italiaanse gesprekken of video’s uitdrukkingen als come si dice, non si sa mai, si può en ci si sente. Herhaal de hele combinatie, niet alleen het losse woord si.

Verwante onderwerpen

  • Voorkennis: Wederkerende werkwoorden — helpt om het verschil tussen wederkerend si en onpersoonlijk si te herkennen en verklaart de vorm ci si.
  • Volgende stap: Het passieve si — bouwt voort op deze constructie en behandelt de overeenkomst met een enkelvoudig of meervoudig onderwerp.

Vereiste kennis

Wederkerende werkwoorden in het ItaliaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Oefen Si Impersonale in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen