Indirecte mededelingen in het Engels
Reported Statements
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Bij indirecte rede geef je iemands woorden weer zonder ze letterlijk te citeren: “I am tired,” he said wordt He said (that) he was tired. Staat het inleidende werkwoord in het verleden, dan schuift de werkwoordstijd vaak één stap terug. Ook voornaamwoorden en woorden als now en tomorrow veranderen als het perspectief of het tijdstip daarom vraagt.
Overzicht
Met een indirecte mededeling vertel je de inhoud van wat iemand heeft gezegd, gedacht of geschreven. Je gebruikt dus geen aanhalingstekens en hoeft niet elk woord precies te herhalen. De bijzin (het zinsdeel dat de gemelde inhoud bevat) begint vaak met that, maar in gewone gesprekken wordt that meestal weggelaten: Maya said (that) she needed a break.
Dit onderwerp komt rond B1 aan bod omdat je er meerdere bekende onderdelen mee combineert: verleden tijden, voornaamwoorden en tijdsaanduidingen. Vooral het terugschuiven van de tijd (backshift) vraagt aandacht. Als het rapporterende werkwoord, bijvoorbeeld said of told, in het verleden staat, bekijk je de oorspronkelijke uitspraak vanuit een later moment. Daardoor wordt am vaak was, have finished vaak had finished en will vaak would.
Voor Nederlandstaligen is de basis herkenbaar: “Ik ben moe” kan worden “Hij zei dat hij moe was.” Toch wijkt het Engels op belangrijke punten af. Na tell moet in het Engels worden genoemd aan wie iets is verteld (told me), terwijl Nederlands “vertellen” soms zonder die persoon gebruikt. Bovendien mag in het Engels na said of told de woordvolgorde van een gewone mededeling blijven staan; er komt geen Nederlandse bijzinvolgorde met het werkwoord achteraan.
Hoe het werkt
Van citaat naar indirecte mededeling
Een directe uitspraak luidt bijvoorbeeld:
Lena said, “I work from home.”
In indirecte rede wordt dat:
Lena said (that) she worked from home.
Daarbij gebeuren drie dingen:
- de aanhalingstekens en komma verdwijnen;
- I verandert in she, omdat de verteller nu naar Lena verwijst;
- work schuift terug naar worked, omdat said in het verleden staat.
Het basispatroon is:
persoon + said + (that) + mededeling
persoon + told + ontvanger + (that) + mededeling
That is hier een voegwoord (een woord dat twee zinsdelen met elkaar verbindt). Het is vaak optioneel:
- He said that he was busy.
- He said he was busy.
Beide zijn correct. Met that kan een lange of ingewikkelde zin iets makkelijker leesbaar zijn.
De gebruikelijke tijdsverschuiving
Als het rapporterende werkwoord in het verleden staat, gelden meestal de volgende verschuivingen:
| Directe rede | Indirecte rede | Voorbeeld |
|---|---|---|
| present simple | past simple | “I live here.” → She said she lived there. |
| present continuous | past continuous | “I am waiting.” → He said he was waiting. |
| present perfect | past perfect | “We have finished.” → They said they had finished. |
| past simple | past perfect | “I saw it.” → She said she had seen it. |
| past continuous | past perfect continuous | “I was working.” → He said he had been working. |
| will | would | “I will call.” → She said she would call. |
| can | could | “I can help.” → He said he could help. |
| may | might | “It may rain.” → She said it might rain. |
De past perfect bestaat uit had plus het voltooid deelwoord (de vorm in bijvoorbeeld had seen of had left). Die tijd ligt al vóór een ander moment in het verleden en schuift daarom normaal niet verder terug:
- “I had already eaten.” → He said he had already eaten.
Ook would, could, should en might blijven doorgaans hetzelfde.
Een ontkenning blijft een ontkenning. Alleen de tijd of het modale werkwoord verandert:
- “I can’t help.” → He said he couldn’t help.
- “We haven’t decided.” → They said they hadn’t decided.
Wanneer je niet hoeft terug te schuiven
Staat het rapporterende werkwoord in de tegenwoordige tijd, dan is terugschuiven niet nodig:
- Nora says she is tired.
- The notice says the museum closes at six.
Ook na een werkwoord in het verleden kan de oorspronkelijke tijd blijven staan als de inhoud nog steeds waar, algemeen geldig of bewust actueel is:
- The teacher said that water boils at 100°C.
- Sam said he lives in Utrecht.
De tweede zin benadrukt dat Sam daar volgens de spreker nog woont. Sam said he lived in Utrecht is eveneens normaal; die vorm zegt op zichzelf niet of hij er nu nog woont. In verzorgde oefeningen wordt vaak de regelmatige terugschuiving verwacht. In echt taalgebruik bepaalt de betekenis mede welke tijd natuurlijk is.
Say en tell
Say richt de aandacht op de uitgesproken woorden. Tell verbindt de boodschap direct met de ontvanger.
| Werkwoord | Correct patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| say | say + (that) + mededeling | She said that she was ready. |
| say | say + to + persoon (vooral bij directe woorden) | She said goodbye to me. |
| tell | tell + persoon + (that) + mededeling | She told me that she was ready. |
Zeg dus niet She told that... en ook niet She said me that.... Vergelijk het Nederlandse “Ze zei me dat ...”: de letterlijke Engelse omzetting met said me is fout. Kies She told me that ... of She said to me that ..., al klinkt de eerste vorm meestal natuurlijker.
Voornaamwoorden en perspectief
Voornaamwoorden veranderen niet volgens een vaste vervanglijst. Je kiest de vorm die klopt vanuit het perspectief van de huidige verteller:
- Eva tegen Tom: “I will send you my notes.”
- Tom vertelt later: Eva said she would send me her notes.
- Iemand anders vertelt later: Eva said she would send Tom her notes.
Behalve persoonlijke voornaamwoorden (I, you, she) kunnen ook bezittelijke vormen (my, your, her) veranderen. Bepaal altijd eerst wie de oorspronkelijke spreker is, wie werd aangesproken en wie het verhaal nu vertelt.
Tijd en plaats aanpassen
Woorden die afhangen van het spreekmoment of de plaats heten deiktische woorden: hun betekenis verandert met de situatie. Pas ze alleen aan als tijd of plaats werkelijk is veranderd.
| In de oorspronkelijke situatie | Vaak in een later verslag |
|---|---|
| now | then / at that moment |
| today | that day |
| tonight | that night |
| yesterday | the day before / the previous day |
| tomorrow | the next day / the following day |
| last week | the week before / the previous week |
| next month | the following month |
| ago | before |
| here | there |
| this / these | that / those |
Voorbeeld: op maandag zegt Noor “I’ll finish this tomorrow.” Op woensdag rapporteer je: Noor said she would finish it the next day. Vertel je het nog op maandag en wijs je hetzelfde document aan, dan kunnen this en tomorrow gewoon blijven staan. Betekenis gaat dus vóór automatisch vervangen.
Woordvolgorde
Na that staat een gewone Engelse mededeling: onderwerp vóór de persoonsvorm.
- He said (that) he was tired.
- She told me (that) she would come.
Laat je niet leiden door de Nederlandse zin “Hij zei dat hij moe was”, waarin het werkwoord achteraan staat. Engels houdt he was tired, niet he tired was. Gebruik ook geen vraagvolgorde: He said was he tired is fout. Indirecte vragen hebben andere regels en vormen een apart onderwerp.
Voorbeelden in context
| Engels | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| He said he was tired. | Hij zei dat hij moe was. | is/am is teruggeschoven naar was. |
| She told me she would come. | Ze vertelde me dat ze zou komen. | Na told staat de ontvanger me. |
| They said they had seen the movie. | Ze zeiden dat ze de film hadden gezien. | Past simple wordt past perfect. |
| He said he couldn’t help. | Hij zei dat hij niet kon helpen. | can’t wordt couldn’t. |
| Mia said that she was working from home. | Mia zei dat ze thuis aan het werk was. | Present continuous wordt past continuous. |
| Ben told us he had already booked the tickets. | Ben vertelde ons dat hij de kaartjes al had geboekt. | Present perfect wordt past perfect. |
| The guide said the train would leave at eight. | De gids zei dat de trein om acht uur zou vertrekken. | will wordt would. |
| Lara said she might be late. | Lara zei dat ze misschien te laat zou zijn. | may wordt gewoonlijk might. |
| Amir said he had been waiting for an hour. | Amir zei dat hij al een uur had gewacht. | Een voortdurende eerdere handeling. |
| Jo told her manager that she needed Friday off. | Jo vertelde haar manager dat ze vrijdag vrij nodig had. | De ontvanger volgt direct op told. |
| The scientist said that the Earth moves around the Sun. | De wetenschapper zei dat de aarde om de zon draait. | Een algemeen feit hoeft niet terug te schuiven. |
| Rosa says she doesn’t eat meat. | Rosa zegt dat ze geen vlees eet. | Na says in de tegenwoordige tijd blijft doesn’t eat staan. |
| Dan said he would meet us there the following day. | Dan zei dat hij ons daar de volgende dag zou ontmoeten. | Persoon, plaats en tijd zijn aangepast. |
| I told them I had lost my keys the day before. | Ik vertelde hun dat ik de dag ervoor mijn sleutels was kwijtgeraakt. | yesterday wordt vanuit een later moment the day before. |
Veelgemaakte fouten
Say en tell door elkaar halen
- Fout: She said me that she was busy.
- Goed: She told me that she was busy. / She said that she was busy.
- Waarom: Tell krijgt rechtstreeks een ontvanger; say niet. Het Nederlandse “ze zei me” is hier een onbetrouwbaar voorbeeld.
De ontvanger na tell vergeten
- Fout: He told that the shop was closed.
- Goed: He said that the shop was closed. / He told us that the shop was closed.
- Waarom: In dit patroon heeft tell een persoon nodig: wie kreeg de informatie?
Alleen het eerste werkwoord aanpassen
- Fout: She said she was tired because she has worked all night.
- Goed: She said she was tired because she had worked all night.
- Waarom: Bekijk de hele gemelde inhoud. Ook een tweede werkwoord kan vanuit het latere vertelperspectief terugschuiven.
Nederlandse woordvolgorde gebruiken
- Fout: He said that he tired was.
- Goed: He said that he was tired.
- Waarom: In een Engelse that-bijzin staat de persoonsvorm niet automatisch achteraan.
Tijdwoorden blind laten staan
- Fout: Op woensdag: On Monday, she said she would call me tomorrow.
- Goed: On Monday, she said she would call me the next day.
- Waarom: Tomorrow betekent “morgen vanaf nu” en zou woensdag dus naar donderdag verwijzen. Bedoeld is dinsdag, de dag na haar uitspraak.
Altijd mechanisch terugschuiven
- Minder passend: The teacher said that the Earth moved around the Sun.
- Natuurlijker: The teacher said that the Earth moves around the Sun.
- Waarom: Bij een feit dat nog steeds geldig is, blijft de tegenwoordige tijd vaak staan. De teruggeschoven vorm is grammaticaal mogelijk, maar kan zonder context onnodig afstandelijk klinken.
Gebruiksnotities
In gesproken Engels wordt that na say en tell zeer vaak weggelaten. In formele tekst blijft het vaker staan, vooral als het de structuur verduidelijkt: The report stated that costs had risen and that further cuts would be necessary. Herhaling van that maakt hier zichtbaar dat er twee gemelde mededelingen volgen.
De keuze voor wel of geen terugschuiving kan een betekenisnuance geven. Nina said she is ill presenteert haar ziekte als nog actueel. Nina said she was ill rapporteert vooral wat Nina op dat eerdere moment zei en doet geen duidelijke uitspraak over nu. De past simple betekent dus niet automatisch dat de oorspronkelijke informatie onwaar is.
Naast say en tell komen rapporterende werkwoorden voor die meer over de bedoeling zeggen: explain, admit, promise, claim, mention, announce en report. Ze volgen niet allemaal hetzelfde patroon. Je zegt bijvoorbeeld He explained that..., niet gewoonlijk He explained me that...; met een ontvanger wordt het He explained to me that.... Leer zo’n werkwoord daarom samen met zijn vaste zinsbouw.
In nieuwsberichten en verslagen zie je vaak said that, reported that en stated that. In alledaagse gesprekken zijn said en told me/us veruit de veiligste keuzes. Indirecte rede vat bovendien vaak samen: je hoeft stopwoorden, herhalingen of beleefdheidsfrasen uit het citaat niet te bewaren zolang de betekenis klopt.
Verder dan de basis
Modale werkwoorden en betekenis
Niet elk modaal werkwoord verschuift op dezelfde manier. Will → would, can → could en may → might zijn de bekende patronen. Could, would, should, might en meestal must hebben geen gewone verdere verleden vorm:
- “You should rest.” → The doctor said I should rest.
- “I might leave early.” → She said she might leave early.
Bij must hangt de keuze van de betekenis af. Voor een verplichting uit het verleden is had to vaak natuurlijk: He said he had to leave. Bij een verplichting die nog geldt of bij een stellige conclusie kan must blijven staan: The rules said visitors must show identification.
Terugschuiving en afstand
Terugschuiving drukt niet alleen kalenderverleden uit; ze kan ook afstand scheppen tussen de verteller en de bewering. Vergelijk:
- Leo said the plan works. — de spreker presenteert de werking als actueel of aannemelijk.
- Leo said the plan worked. — neutrale rapportage vanuit het verleden; de huidige geldigheid blijft open.
Daarom variëren moedertaalsprekers soms waar een schoolschema maar één antwoord lijkt te geven. Voor een toets volg je de gevraagde omzettingsregel; in vrije communicatie kies je de vorm die jouw tijdsperspectief duidelijk maakt.
Een verleden dat niet verder teruggaat
In informeel Engels blijft een past simple soms staan, vooral wanneer de volgorde al duidelijk is of wanneer het om een toestand gaat:
- She said she lost her keys.
- She said she had lost her keys.
De tweede versie markeert expliciet dat het verlies vóór het zeggen plaatsvond en is de veiligste keuze in een grammaticaoefening over indirecte rede. De eerste komt veel voor in gesprekken, vooral in Amerikaans Engels. Gebruik de past perfect wanneer de tijdsvolgorde anders dubbelzinnig kan worden.
Geen vermomde vraag of opdracht
Een mededeling rapporteert informatie. Indirecte vragen gebruiken onder meer asked en hebben regels voor vraagwoorden en if/whether: She asked whether I was ready. Opdrachten en verzoeken worden vaak gevormd met tell/ask + persoon + to-infinitive: She told me to wait. De infinitief is de basisvorm met to, zoals to wait. Deze vormen lijken verwant, maar vallen niet onder indirecte mededelingen.
Oefentips
- Werk in drie rondes. Onderstreep in een citaat eerst de personen, daarna de werkwoordstijden en ten slotte tijd- en plaatswoorden. Zet pas daarna de hele zin om. Zo voorkom je dat je alleen said toevoegt en de rest vergeet.
- Maak twee versies van dezelfde uitspraak. Rapporteer haar één minuut later op dezelfde plek en vervolgens twee dagen later ergens anders. Vergelijk welke woorden echt moeten veranderen: now/then, here/there, tomorrow/the following day.
- Train say en tell als vaste patronen. Maak paren als She said she was ready en She told us she was ready. Spreek ze hardop uit totdat told zonder ontvanger en said me vanzelf vreemd klinken.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Past perfect — nodig om duidelijk te maken dat een gemelde handeling al vóór het moment van spreken plaatsvond.
- Volgende stap: Indirecte vragen — voor het rapporteren van vragen met asked, vraagwoorden en if/whether.
Vereiste kennis
De voltooid verleden tijd in het EngelsB1Concepten die hierop voortbouwen
Meer B1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Reported Statements in Engels met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Engels · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen