Modale werkwoorden van mogelijkheid in het Engels
Possibility Modals
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.
In het kort
Gebruik may, might en could als iets mogelijk is: She might come betekent dat ze misschien komt. Met must trek je een vrijwel zekere positieve conclusie (She must be home); met can't sluit je iets uit (She can't be home). Na deze modale werkwoorden komt de infinitief zonder to: might rain, niet might to rain.
Overzicht
Met modale werkwoorden kun je aangeven hoe zeker je van een situatie bent. Een modaal werkwoord is een hulpwerkwoord dat je houding tegenover de hoofdhandeling uitdrukt: is die handeling mogelijk, noodzakelijk of onmogelijk? In dit onderwerp gaat het om may, might en could voor mogelijkheid, en om must en can't voor een logische conclusie op basis van aanwijzingen.
Dit is een kernonderwerp op B1-niveau. Je hebt deze vormen nodig als je voorzichtig wilt spreken, een vermoeden wilt uiten of uit beschikbare informatie een conclusie wilt trekken. Vergelijk He is at work — een feitelijke mededeling — met He might be at work — een mogelijkheid — en He must be at work — volgens de spreker kan het bijna niet anders.
Voor Nederlandstaligen is vooral must verraderlijk. Nederlands moeten drukt vaak een verplichting uit, maar must kan óók een conclusie aangeven. In You must leave gaat het om noodzaak; in You must be tired legt niemand je op dat je moe moet zijn. De spreker concludeert uit wat hij ziet dat je waarschijnlijk moe bent.
Hoe het werkt
De basisschaal van zekerheid
De precieze zekerheid hangt altijd van de situatie en de intonatie af. Deze schaal is daarom een praktisch hulpmiddel, geen wiskundige meting.
| Inschatting van de spreker | Vorm | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|---|
| vrijwel zeker waar | must | She must be busy. | Ze zal het wel druk hebben. |
| mogelijk | may / might / could | She may be busy. | Misschien heeft ze het druk. |
| vrijwel zeker niet waar | can't | She can't be busy. | Het kan niet zo zijn dat ze het druk heeft. |
May, might en could liggen dicht bij elkaar. Might klinkt soms iets voorzichtiger of minder zeker dan may, maar in gewone uitspraken is het verschil vaak klein. Could benadrukt vaak dat iets een reële mogelijkheid of één van meerdere verklaringen is. Probeer er geen vaste percentages aan toe te kennen.
De zinsbouw
De hoofdstructuur is:
onderwerp + modaal werkwoord + infinitief zonder to
De infinitief is de basisvorm van een werkwoord, zoals come, rain of be. Het modale werkwoord verandert niet met het onderwerp:
- I might come.
- She might come.
- They might come.
Er komt dus geen -s bij de derde persoon enkelvoud: He may know, niet He may knows. Ook gebruik je na het modale werkwoord geen to: It could work, niet It could to work.
Bij een toestand gebruik je vaak modal + be + aanvulling:
- He must be tired.
- That might be true.
- They can't be serious.
Bij een handeling staat het hoofdwerkwoord direct na het modale werkwoord:
- It may rain tonight.
- She could arrive early.
- They might change the plan.
Mogelijkheid met may, might en could
Gebruik deze drie vormen voor een onzekere situatie in het heden of de toekomst:
- The keys may be in the car. — Misschien liggen de sleutels in de auto.
- We might see him tomorrow. — Misschien zien we hem morgen.
- This could cause a problem. — Dit zou een probleem kunnen veroorzaken.
In ontkennende zinnen betekenen may not en might not meestal ‘misschien niet’:
- She may not know the answer. — Misschien weet ze het antwoord niet.
- The shop might not be open. — Misschien is de winkel niet open.
Dat is iets anders dan can't, dat een mogelijkheid uitsluit:
- She can't know the answer; nobody told her. — Ze kan het antwoord onmogelijk weten.
Could not / couldn't is zonder context dubbelzinnig. Het kan betekenen dat iets misschien niet gebeurt, maar veel vaker betekent het dat iemand iets niet kon of kan: I couldn't open the door = het lukte me niet de deur te openen. Gebruik voor helder ‘misschien niet’ liever may not of might not.
Logische conclusies met must en can't
Gebruik must als de beschikbare aanwijzingen sterk naar één positieve conclusie wijzen:
- The lights are off and the door is locked. They must be out.
- You've been working all night. You must be exhausted.
Gebruik can't als de aanwijzingen een situatie vrijwel onmogelijk maken:
- That can't be Anna; Anna is in Madrid.
- This bill can't be right. We only ordered two drinks.
In Brits Engels komt voor deze betekenis ook cannot voor; can't is in gesprekken heel gewoon. Voor een negatieve conclusie zeg je normaal can't, niet mustn't. Mustn't betekent meestal dat iets verboden is:
- He can't be the manager. — Hij kan onmogelijk de manager zijn.
- You mustn't enter. — Je mag niet naar binnen.
Vragen en korte antwoorden
In vragen staan modale werkwoorden vóór het onderwerp: Could it be a mistake? Toch zijn may en might in gewone vragen over mogelijkheid minder gebruikelijk. May she be at home? klinkt formeel of onnatuurlijk. Meestal vraag je:
- Could she be at home?
- Do you think she might be at home?
- Is it possible that she's at home?
Korte antwoorden met alleen het modale werkwoord zijn niet altijd natuurlijk. Op Could it be true? kun je zeggen Yes, it could of No, it can't, maar ook het gewone Maybe of Possibly.
Voorbeelden in context
| Engels | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| She might come tomorrow. | Misschien komt ze morgen. | Onzekere toekomstige mogelijkheid. |
| It could be true. | Het zou waar kunnen zijn. | Eén mogelijke verklaring. |
| The parcel may arrive this afternoon. | Het pakket komt misschien vanmiddag aan. | May voor de toekomst. |
| I might stay home tonight. | Misschien blijf ik vanavond thuis. | Een nog niet genomen besluit. |
| This road could be faster. | Deze weg is misschien sneller. | Mogelijkheid, niet het verleden van can. |
| He may not have your new number. | Misschien heeft hij je nieuwe nummer niet. | May not betekent hier ‘misschien niet’. |
| The meeting might not finish on time. | De vergadering is misschien niet op tijd afgelopen. | Onzekere negatieve voorspelling. |
| You've walked twenty kilometres. You must be tired. | Je hebt twintig kilometer gelopen. Je zult wel moe zijn. | Sterke conclusie uit een aanwijzing. |
| Her coat is gone, so she must be outside. | Haar jas is weg, dus ze zal wel buiten zijn. | Must is geen verplichting. |
| That can't be our train; it is going the wrong way. | Dat kan onze trein niet zijn; hij gaat de verkeerde kant op. | De spreker sluit de mogelijkheid uit. |
| She can't be fifty; her eldest son is only twelve. | Ze kan onmogelijk vijftig zijn; haar oudste zoon is pas twaalf. | Sterke negatieve conclusie. |
| Could the noise be coming from upstairs? | Zou het geluid van boven kunnen komen? | Natuurlijke vraag over een mogelijkheid. |
| They might be waiting for us. | Misschien staan ze op ons te wachten. | Mogelijkheid die nu bezig is. |
| You must be joking. | Je maakt vast een grapje. | Veelgebruikte reactie van ongeloof. |
Veelgemaakte fouten
To toevoegen na een modaal werkwoord
- Fout: She might to come later.
- Goed: She might come later.
- Waarom: Na may, might, could, must en can't staat de infinitief zonder to.
Een uitgang aan het hoofdwerkwoord toevoegen
- Fout: He may knows the answer.
- Goed: He may know the answer.
- Waarom: Het hoofdwerkwoord blijft in de basisvorm. Ook het modale werkwoord krijgt geen -s: he might, niet he mights.
Mustn't gebruiken voor een onmogelijke conclusie
- Fout: She mustn't be at home; all the lights are off.
- Goed: She can't be at home; all the lights are off.
- Waarom: Mustn't drukt gewoonlijk een verbod uit. Voor ‘dat kan onmogelijk waar zijn’ gebruik je can't.
Must altijd als moeten vertalen
- Fout begrip: You must be cold = iemand verplicht je om het koud te hebben.
- Goed begrip: You must be cold = je zult het wel koud hebben.
- Waarom: De context bepaalt of must noodzaak of een logische conclusie uitdrukt. Bij be + toestand is de conclusielezing heel gebruikelijk.
Misschien én een modaal werkwoord combineren
- Onnatuurlijk: Maybe she might call.
- Natuurlijk: Maybe she will call. / She might call.
- Waarom: Maybe en might drukken hier dezelfde onzekerheid uit. De combinatie is niet altijd grammaticaal onmogelijk, maar klinkt vaak overmatig aarzelend.
Could automatisch als kon vertalen
- Misleidend: It could be true lezen als ‘het kon waar zijn’.
- Goed: Het zou waar kunnen zijn of misschien is het waar.
- Waarom: Could kan een verleden van can zijn, maar drukt in deze constructie vaak een mogelijkheid in het heden uit.
Gebruiksnotities
In alledaags Engels zijn may, might en could alle drie gangbaar. May kan iets formeler klinken, vooral in mededelingen zoals There may be delays. Might is heel normaal in gesprekken en klinkt vaak voorzichtig. Could past goed wanneer je een mogelijke oorzaak, oplossing of ontwikkeling noemt: We could try a different route kan overigens ook een voorstel zijn, niet alleen een voorspelling.
Let op dat may ook toestemming kan uitdrukken: You may leave now betekent ‘Je mag nu weggaan’. Could heeft eveneens andere functies, zoals beleefde verzoeken (Could you help me?) en vermogen in het verleden (I could swim when I was five). Je herkent de betekenis uit de context.
Het Nederlandse zal wel komt vaak overeen met deductief must: Hij zal wel thuis zijn → He must be at home. Maar zal wel kan afhankelijk van toon ook berusting, irritatie of een gewone verwachting uitdrukken. Vertaal daarom niet woord voor woord; bepaal eerst hoe zeker de spreker is en waarop de conclusie berust.
Voor een gewone toekomstige verwachting klinkt will probably soms natuurlijker dan must. Vergelijk She'll probably arrive at six (verwachting over haar aankomsttijd) met She must be on the six o'clock train; her car is still here (conclusie uit bewijs). Deductief must is het duidelijkst bij een huidige conclusie.
Verder dan de basis
Een handeling die nu bezig is
Met modal + be + werkwoord op -ing beschrijf je een mogelijke of logisch afgeleide lopende handeling. De vorm op -ing laat zien dat de activiteit bezig is:
- They may be sleeping. — Misschien slapen ze.
- He must be working late. — Hij zal wel aan het overwerken zijn.
- She can't be driving; her car is here. — Ze kan niet aan het rijden zijn; haar auto staat hier.
Verschillende soorten be
Na het modale werkwoord kan be worden gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord, een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) of een plaatsbepaling:
- It might be difficult.
- He could be the new director.
- Your glasses may be in the kitchen.
De kern blijft hetzelfde: het modale werkwoord draagt de mate van zekerheid; be verbindt het onderwerp met de beschrijving.
Mogelijkheid en conclusie over het verleden
Voor een conclusie over een afgelopen situatie gebruik je modal + have + voltooid deelwoord. Het voltooid deelwoord is de werkwoordsvorm in bijvoorbeeld has arrived, has gone en has seen:
- She might have missed the bus. — Misschien heeft ze de bus gemist.
- They must have forgotten. — Ze moeten het wel vergeten zijn.
- He can't have seen us. — Hij kan ons onmogelijk gezien hebben.
Deze structuur hoort bij het vervolgniveau en verdient aparte oefening. Let vooral op dat have na het modale werkwoord niet verandert: must have gone, niet must has gone.
Voorzichtiger of stelliger formuleren
In professioneel of gevoelig taalgebruik kan may/might/could een bewering bewust minder stellig maken: This could indicate a problem klinkt zorgvuldiger dan This proves there is a problem. Dat heet nuanceren: je laat ruimte voor andere verklaringen. Op hogere niveaus kun je hetzelfde doen met woorden als perhaps, possibly, probably en uitdrukkingen als It seems that....
Oefentips
- Werk met aanwijzingen. Kijk om je heen en maak telkens drie zinnen: The neighbours might be away. They must be away because the curtains are closed. They can't be at home because their car is gone. Zo koppel je de vorm aan een mate van zekerheid.
- Oefen minimale contrasten. Neem één zin en vervang alleen het modale werkwoord: It may be true / It must be true / It can't be true. Zeg in het Nederlands hardop wat er aan de zekerheid verandert.
- Markeer de functie tijdens het luisteren. Noteer bij elke may, might, could, must of can't of het om mogelijkheid, conclusie, toestemming, verplichting, verzoek of vermogen gaat. Dat voorkomt dat je elk woord automatisch met één Nederlands equivalent verbindt.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Should en must — herhaal de basisvorm van modale werkwoorden en het verschil tussen advies en noodzaak.
- Volgende stap: Modale werkwoorden voor conclusies over het verleden — gebruik might have, must have en can't have voor afgelopen situaties.
- Verdieping: Nuancerend taalgebruik — formuleer beweringen op C1-niveau zorgvuldiger en minder absoluut.
Vereiste kennis
Should en must in het EngelsA2Concepten die hierop voortbouwen
Meer B1-concepten
Oefen Possibility Modals in Engels met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Engels · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen