Indirecte vragen in het Deens
Indirekte Spørgsmål
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Deens op Settemila Lingue.
In het kort
Een Deense indirecte vraag begint met om bij een ja-neevraag en met een vraagwoord zoals hvor, hvem of hvorfor bij een open vraag. Daarna gebruik je de woordvolgorde van een bijzin: het onderwerp staat normaal vóór de persoonsvorm, en ikke staat vóór die persoonsvorm: Jeg ved ikke, om hun kommer en Jeg ved ikke, hvorfor hun ikke kommer.
Overzicht
Een indirecte vraag geeft de inhoud van een vraag weer als onderdeel van een grotere zin. Vergelijk de rechtstreekse vraag Hvor bor han? (‘Waar woont hij?’) met Kan du fortælle mig, hvor han bor? (‘Kun je me vertellen waar hij woont?’). Het tweede deel is nog steeds vragend van betekenis, maar heeft niet meer de woordvolgorde van een zelfstandige vraag.
Dit onderwerp hoort bij niveau B1, omdat je er verschillende vaardigheden in combineert: vraagwoorden kiezen, bijzinnen herkennen en de Deense woordvolgorde aanpassen. Je gebruikt indirecte vragen voortdurend wanneer je beleefd om informatie vraagt, onzekerheid uitdrukt of vertelt wat iemand vroeg.
Voor Nederlandstaligen voelt een deel vertrouwd: ook in het Nederlands zeg je ‘waar hij woont’ en niet ‘waar woont hij’ binnen een grotere zin. Toch gaat het vaak mis doordat Deense hoofdzinnen een sterke V2-regel hebben (de persoonsvorm staat op de tweede zinsplaats), terwijl een indirecte vraag een bijzin is. Vooral de plaats van ikke laat duidelijk zien welke volgorde je nodig hebt.
Hoe het werkt
Twee soorten indirecte vragen
Welke inleider je kiest, hangt af van de oorspronkelijke vraag.
| Soort vraag | Rechtstreekse vraag | Inleider | Indirecte vraag |
|---|---|---|---|
| ja-neevraag | Kommer hun? | om | Jeg ved ikke, om hun kommer. |
| open vraag | Hvor bor han? | hetzelfde vraagwoord | Jeg ved, hvor han bor. |
Een ja-neevraag kan in principe met ja of nee worden beantwoord. In een indirecte vraag wordt die ingeleid door om, ongeveer zoals Nederlands of: Hun spurgte, om vi havde tid (‘Ze vroeg of we tijd hadden’).
Een open vraag vraagt om concrete informatie. Het oorspronkelijke vraagwoord blijft staan:
| Deens | Nederlands | Voorbeeld |
|---|---|---|
| hvad | wat | Jeg ved ikke, hvad det betyder. |
| hvem | wie | Kan du huske, hvem hun talte med? |
| hvor | waar | Fortæl mig, hvor du bor. |
| hvornår | wanneer | Ved du, hvornår toget går? |
| hvorfor | waarom | Jeg forstår ikke, hvorfor han gik. |
| hvordan | hoe | Vis mig, hvordan maskinen virker. |
| hvilken/hvilket/hvilke | welke/welk | Ved du, hvilken bus vi skal tage? |
Hvilken hoort bij een en-woord, hvilket bij een et-woord en hvilke bij het meervoud: hvilken bog, hvilket hotel, hvilke dage.
Van rechtstreekse naar indirecte vraag
Neem eerst een zelfstandige vraag:
- Hvorfor ringede hun ikke? — Waarom belde ze niet?
Maak daarvan een onderdeel van een grotere zin:
- Jeg undrer mig over, hvorfor hun ikke ringede. — Ik vraag me af waarom ze niet belde.
Er veranderen drie dingen:
- Het vraagwoord hvorfor blijft behouden.
- Het onderwerp hun komt vóór de persoonsvorm ringede.
- Het zinsbijwoord ikke komt vóór de persoonsvorm: hun ikke ringede.
Een persoonsvorm is het werkwoord dat tijd en persoon draagt, zoals bor, kom of har. Een zinsbijwoord zegt iets over de hele mededeling; veelvoorkomende voorbeelden zijn ikke (‘niet’), aldrig (‘nooit’), ofte (‘vaak’), måske (‘misschien’) en altid (‘altijd’).
De basispatronen zijn:
| Patroon | Opbouw | Voorbeeld |
|---|---|---|
| zonder zinsbijwoord | inleider + onderwerp + persoonsvorm + rest | om hun kommer i morgen |
| met zinsbijwoord | inleider + onderwerp + zinsbijwoord + persoonsvorm + rest | hvorfor hun ikke kommer i morgen |
Bij een samengestelde werkwoordsvorm staat het zinsbijwoord vóór het vervoegde hulpwerkwoord: Jeg ved ikke, om han allerede har læst bogen (‘Ik weet niet of hij het boek al heeft gelezen’).
Hoofdzin en bijzin uit elkaar houden
Een rechtstreekse Deense vraag heeft vaak de persoonsvorm vóór het onderwerp:
- Bor han i Aarhus?
- Hvor bor han?
In een indirecte vraag staat het onderwerp normaal vóór de persoonsvorm:
- Jeg ved ikke, om han bor i Aarhus.
- Jeg ved ikke, hvor han bor.
Ook wanneer de hele zin beleefd als vraag wordt gesteld, blijft het ingebedde deel een bijzin:
- Kan du fortælle mig, hvor stationen ligger?
Kan staat in de hoofdzin vóór du, omdat de hele zin een vraag is. Maar in de indirecte vraag staat stationen vóór ligger. De twee delen volgen dus ieder hun eigen regel.
Wanneer het vraagwoord zelf het onderwerp is
Soms vraagt hvem of hvad naar degene of datgene dat de handeling uitvoert. Dan is er geen apart genoemd onderwerp:
- Hvem kommer? — Wie komt er?
- Jeg ved ikke, hvem der kommer. — Ik weet niet wie er komt.
- Hvad skete der? — Wat gebeurde er?
- Kan du forklare, hvad der skete? — Kun je uitleggen wat er gebeurde?
In zulke ingebedde vragen verschijnt vaak der na het vraagwoord: hvem der kommer, hvad der skete. Dit der vertaalt in het Nederlands vaak natuurlijk als ‘er’, maar de systemen vallen niet altijd woord voor woord samen. Leer deze combinaties daarom als vaste patronen.
Vergelijk hvem der met een vraag waarin hvem geen onderwerp is:
- Jeg ved ikke, hvem hun inviterede. — Ik weet niet wie zij uitnodigde.
Hier is hun het onderwerp en hvem degene die wordt uitgenodigd. Daarom staat er geen der tussen.
Geen at vóór de indirecte vraag
Een gewone mededelende bijzin kan met at (‘dat’) beginnen: Jeg ved, at hun kommer. Een indirecte vraag heeft echter al een inleider. Gebruik dus om of het vraagwoord, niet daarnaast ook at:
- Jeg ved ikke, om hun kommer.
- Jeg ved ikke, hvornår hun kommer.
Leesteken aan het einde
Het laatste leesteken hangt af van de hele zin, niet alleen van de betekenis van de bijzin:
- Jeg ved ikke, hvor han bor. — Een mededeling, dus een punt.
- Ved du, hvor han bor? — De hele zin is een vraag, dus een vraagteken.
De komma vóór een Deense bijzin hangt mede af van de gekozen Deense kommastrategie. Je kunt in authentieke teksten zowel komma’s vóór alle bijzinnen als een beperkter gebruik tegenkomen. Het belangrijkste is dat je binnen één tekst consequent blijft; de woordvolgorde van de indirecte vraag verandert er niet door.
Voorbeelden in context
| Deens | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Jeg ved ikke, om hun kommer. | Ik weet niet of ze komt. | Ja-neevraag met om. |
| Hun spurgte, om vi havde tid. | Ze vroeg of we tijd hadden. | Een eerder gestelde vraag wordt weergegeven. |
| Kan du fortælle mig, hvor han bor? | Kun je me vertellen waar hij woont? | Beleefde vraag; han staat vóór bor. |
| Han spurgte, hvornår vi rejser. | Hij vroeg wanneer we vertrekken. | Hvornår vraagt naar een tijdstip. |
| Jeg undrer mig over, hvorfor hun ikke ringede. | Ik vraag me af waarom ze niet belde. | Ikke staat vóór ringede. |
| Ved du, hvordan man åbner døren? | Weet je hoe je de deur opent? | Man betekent hier algemeen ‘je/men’. |
| Fortæl mig, hvad du har set. | Vertel me wat je hebt gezien. | Du staat vóór het hulpwerkwoord har. |
| Vi kan ikke huske, hvilken vej vi skal tage. | We kunnen niet onthouden welke weg we moeten nemen. | Hvilken hoort bij en vej. |
| De undersøger, om toget allerede er kørt. | Ze onderzoeken of de trein al vertrokken is. | Allerede staat vóór er. |
| Jeg er ikke sikker på, hvem der kommer til mødet. | Ik weet niet zeker wie er naar de vergadering komt. | Hvem is het onderwerp; daarom der. |
| Kan du forklare, hvad der skete i går? | Kun je uitleggen wat er gisteren gebeurde? | Onderwerpsvraag met hvad der. |
| Hun ville vide, hvem jeg havde inviteret. | Ze wilde weten wie ik had uitgenodigd. | Jeg is onderwerp; geen der. |
| Det afhænger af, hvor meget det koster. | Het hangt ervan af hoeveel het kost. | Hvor meget vraagt naar een hoeveelheid. |
| Ingen fortalte os, hvorfor mødet var blevet aflyst. | Niemand vertelde ons waarom de vergadering was afgelast. | Langere werkwoordgroep, maar gewone bijzinvolgorde. |
Veelgemaakte fouten
De woordvolgorde van de rechtstreekse vraag behouden
- Fout: Jeg ved ikke, hvor bor han.
- Goed: Jeg ved ikke, hvor han bor.
- Waarom: Na het vraagwoord volgt in de indirecte vraag eerst het onderwerp en dan de persoonsvorm. Het Nederlands heeft hier gelukkig hetzelfde basispatroon: ‘waar hij woont’.
Ikke na de persoonsvorm zetten
- Fout: Jeg forstår ikke, hvorfor hun ringede ikke.
- Goed: Jeg forstår ikke, hvorfor hun ikke ringede.
- Waarom: In een Deense bijzin staat ikke vóór de persoonsvorm. Let vooral op het contrast met de hoofdzin Hun ringede ikke.
Hvis gebruiken waar om nodig is
- Fout: Han spurgte, hvis jeg havde tid.
- Goed: Han spurgte, om jeg havde tid.
- Waarom: Nederlands of in een indirecte ja-neevraag wordt om. Deens hvis betekent ‘als/indien’ en leidt een voorwaarde in: Hvis jeg har tid, kommer jeg (‘Als ik tijd heb, kom ik’).
At toevoegen vóór om of een vraagwoord
- Fout: Jeg ved ikke, at om hun kommer.
- Goed: Jeg ved ikke, om hun kommer.
- Waarom: Om leidt de indirecte vraag al in. At is bestemd voor een mededelende inhoud: Jeg ved, at hun kommer.
Der vergeten bij een onderwerpsvraag
- Fout: Jeg ved ikke, hvem kommer.
- Goed: Jeg ved ikke, hvem der kommer.
- Waarom: Als hvem zelf degene is die komt, gebruik je in de ingebedde vraag het patroon hvem der + werkwoord.
Altijd een vraagteken schrijven
- Fout: Hun fortalte mig, hvor hun boede?
- Goed: Hun fortalte mig, hvor hun boede.
- Waarom: De hele zin is een mededeling. Alleen een werkelijk vragende hoofdzin krijgt een vraagteken: Fortalte hun dig, hvor hun boede?
Gebruiksnotities
Indirecte vragen maken een verzoek vaak minder direct en daardoor beleefder. Hvor er toilettet? is prima, maar Kan du fortælle mig, hvor toilettet er? klinkt zachter. Andere nuttige openingen zijn Ved du ...? (‘Weet je ...?’), Har du nogen idé om ...? (‘Heb je enig idee ...?’) en Jeg vil gerne vide ... (‘Ik zou graag willen weten ...’).
Na werkwoorden als spørge (‘vragen’), vide (‘weten’), fortælle (‘vertellen’), huske (‘onthouden’) en undersøge (‘onderzoeken/nagaan’) komen indirecte vragen veel voor. Let wel op de betekenis van het hoofdwerkwoord: fortælle nogen, hvor ... betekent iemand vertellen waar ..., terwijl spørge nogen, hvor ... betekent iemand vragen waar ... .
Het Deense om heeft meer functies dan alleen indirecte vragen. In Vi taler om filmen betekent het ‘over’, en in sommige andere constructies heeft het weer een andere functie. Je herkent de indirecte vraag aan de betekenis ‘of/wel of niet’ én aan de bijzin die erop volgt.
In gesproken taal kunnen zinnen kort worden afgebroken: Jeg ved ikke hvorfor (‘Ik weet niet waarom’) of Spørgsmålet er bare hvornår (‘De vraag is alleen wanneer’). Het ontbrekende deel is dan uit de context duidelijk. In volledig uitgeschreven zinnen blijven de normale regels gelden.
Verder dan de basis
Indirecte vraag of betrekkelijke bijzin?
Een woord als hvor kan zowel een indirecte vraag als een andere bijzin inleiden:
- Jeg ved ikke, hvor hun arbejder. — Ik weet niet waar ze werkt. Er ontbreekt informatie: dit is een indirecte vraag.
- Byen, hvor hun arbejder, ligger ved kysten. — De stad waar ze werkt ligt aan de kust. Hvor beschrijft hier byen; dit is een betrekkelijke bijzin.
De vorm kan sterk lijken, maar de functie verschilt. Vraag jezelf af of de bijzin een onbekend antwoord vertegenwoordigt. Zo ja, dan heb je waarschijnlijk met een indirecte vraag te maken.
Om en alternatieven met ‘wel of niet’
Wanneer beide mogelijkheden nadrukkelijk genoemd worden, kan om ... eller ej (‘of ... of niet’) gebruikt worden:
- Jeg ved ikke, om han kommer eller ej. — Ik weet niet of hij komt of niet.
Je kunt ook twee concrete alternatieven geven:
- Hun spurgte, om vi skulle tage toget eller bussen. — Ze vroeg of we de trein of de bus moesten nemen.
Dit verandert niets aan de bijzinvolgorde. Om blijft de inleider en het onderwerp staat vóór de persoonsvorm.
Tijd en perspectief
Een indirecte vraag kan in verschillende tijden staan. Kies de tijd op grond van de bedoelde tijdsrelatie:
- Han spørger, hvornår vi rejser. — Hij vraagt wanneer we vertrekken.
- Han spurgte, hvornår vi skulle rejse. — Hij vroeg wanneer we zouden/moesten vertrekken.
- Han spurgte, hvorfor vi var rejst. — Hij vroeg waarom we vertrokken waren.
Bij het weergeven van iemands eerdere woorden kunnen tijd, voornaamwoorden en perspectief dus mee veranderen. Een volledige behandeling daarvan hoort bij de indirecte rede; de woordvolgorde van de ingebedde vraag blijft ondertussen die van een bijzin.
Een indirecte vraag als onderwerp
Een hele indirecte vraag kan ook de rol van onderwerp vervullen, dus aangeven waarover de rest van de zin iets zegt:
- Om han kommer, er stadig uklart. — Of hij komt, is nog onduidelijk.
- Hvor vi skal bo, afhænger af prisen. — Waar we zullen wonen, hangt van de prijs af.
Deze vorm komt relatief vaak voor in geschreven of zorgvuldig geformuleerd Deens. In alledaagse taal is een constructie met det soms natuurlijker: Det er stadig uklart, om han kommer.
Oefentips
- Maak steeds een paar. Schrijf eerst Hvor arbejder hun? en zet die daarna om in Jeg ved ikke, hvor hun arbejder. Doe hetzelfde met ja-neevragen en gebruik dan om.
- Markeer onderwerp, zinsbijwoord en persoonsvorm. In hvorfor hun ikke kom kun je drie kleuren gebruiken voor hun – ikke – kom. Zo wordt de bijzinvolgorde een zichtbaar patroon.
- Oefen beleefde openingen. Combineer vijf echte informatievragen met Ved du ...? en Kan du fortælle mig ...?. Controleer daarna of alleen de hoofdzin vraagvolgorde heeft.
Verwante onderwerpen
- Vereiste voorkennis: Bijzinnen — legt de Deense bijzinvolgorde en de plaats van zinsbijwoorden uit.
- Vervolg: Indirecte rede — behandelt hoe je uitspraken en vragen vanuit een ander perspectief weergeeft.
- Ook nuttig: Betrekkelijke bijzinnen — helpt vormen als hvor in beschrijvende bijzinnen te onderscheiden van echte indirecte vragen.
Vereiste kennis
Bijzinnen in het DeensA2Meer B1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Indirekte Spørgsmål in Deens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Deens · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen