B2

De lijdende vorm in het Welsh

Y Goddefol

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Welsh op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Het gewone Welshe passief wordt gevormd met een vorm van cael (‘krijgen’) + een bezittelijk woord + een werkwoordnaam: Cafodd y llyfr ei ysgrifennu (‘Het boek werd geschreven’). Het bezittelijke woord verwijst terug naar wie of wat de handeling ondergaat en veroorzaakt vaak een beginmutatie: Ces i fy ngweld (‘Ik werd gezien’).

Overzicht

In een bedrijvende zin voert het onderwerp de handeling uit: ‘De arts zag mij.’ In een lijdende zin staat juist de persoon of zaak centraal die de handeling ondergaat: ‘Ik werd door de arts gezien.’ Dat heet de lijdende vorm of het passief. Het onderwerp van de passieve zin is dus niet de handelende persoon, maar de betrokkene: in Ces i fy ngweld is i (‘ik’) degene die gezien werd.

Het Welsh bouwt dit anders op dan het Nederlands. Nederlands gebruikt meestal worden + voltooid deelwoord (werd gezien, zal worden gemaakt). Welsh gebruikt doorgaans cael (‘krijgen, ontvangen’) met een bezittelijk woord zoals fy, dy, ei en daarna een werkwoordnaam (de basisvorm waarmee een handeling wordt benoemd), bijvoorbeeld gweld ‘zien’ of gwneud ‘doen, maken’. Een letterlijke tussenvertaling als ‘ik kreeg mijn zien’ helpt om de vorm te onthouden, maar levert geen natuurlijk Nederlands op.

Dit is een kernonderwerp op B2-niveau. Je moet vormen van cael kunnen herkennen en de beginmutaties beheersen. De constructie komt veel voor wanneer het resultaat of de ondergane handeling belangrijker is dan de uitvoerder, bijvoorbeeld in nieuws, verslagen en alledaagse mededelingen.

Zo werkt het

Het basispatroon

De vaste bouwstenen zijn:

ondergane persoon/zaak + vorm van cael + passend bezittelijk woord + werkwoordnaam (+ gan + uitvoerder)

In hoofdzinnen staat de vervoegde vorm vaak vooraan:

  • Cafodd y llyfr ei ysgrifennu. — Het boek werd geschreven.
  • Ces i fy ngweld gan y meddyg. — Ik werd door de arts gezien.

Bij een samengestelde tijd staat cael zelf als werkwoordnaam achter een vorm van bod (‘zijn’):

  • Mae'r drws yn cael ei beintio. — De deur wordt geschilderd.
  • Bydd y gwaith yn cael ei wneud. — Het werk zal worden gedaan.

Het kleine woord yn voor cael verbindt hier een vervoegde vorm van bod met de werkwoordnaam. Vóór een werkwoordnaam veroorzaakt dit yn geen mutatie: het is dus yn cael, niet yn gael.

Cael draagt de tijd en persoon

De handeling zelf blijft als werkwoordnaam staan. De tijd wordt uitgedrukt door cael of door de combinatie van bod en cael.

Vorm Globale functie Voorbeeld Nederlandse betekenis
ces i verleden, eerste persoon enkelvoud Ces i fy ngalw. Ik werd geroepen.
cafodd e/hi verleden, derde persoon enkelvoud Cafodd hi ei dewis. Zij werd gekozen.
cafodd y llyfr verleden met een zelfstandig naamwoord als onderwerp Cafodd y llyfr ei gyhoeddi. Het boek werd uitgegeven.
mae ... yn cael tegenwoordige tijd of lopend proces Mae'r ffordd yn cael ei chau. De weg wordt afgesloten.
bydd ... yn cael toekomst Bydd y gwaith yn cael ei wneud. Het werk zal worden gedaan.
wedi cael afgeronde handeling/resultaat Mae'r plant wedi cael eu gwobrwyo. De kinderen zijn beloond.

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, dier, zaak of begrip, zoals meddyg (‘arts’) of llyfr (‘boek’). Het kan vóór of na de vervoegde vorm staan, afhankelijk van het gebruikte zinstype. Leer veelvoorkomende patronen daarom als geheel.

Het bezittelijke woord verwijst terug

Het bezittelijke woord hoort niet bij de uitvoerder. Het verwijst naar de persoon of zaak die de handeling ondergaat. Vergelijk:

Betrokkene Bezittelijk woord Voorbeeld Betekenis
ik fy Ces i fy ngweld. Ik werd gezien.
jij dy Cest ti dy weld. Jij werd gezien.
hij ei Cafodd e ei weld. Hij werd gezien.
zij ei Cafodd hi ei gweld. Zij werd gezien.
wij ein Cawson ni ein gweld. Wij werden gezien.
jullie eich Cawsoch chi eich gweld. Jullie werden gezien.
zij eu Cawson nhw eu gweld. Zij werden gezien.

Bij de derde persoon enkelvoud is ei op schrift hetzelfde voor ‘zijn’ en ‘haar’. De mutatie kan het verschil zichtbaar maken: ei weld bij een mannelijke referent en ei gweld bij een vrouwelijke referent. Bij een zelfstandig naamwoord volgt de keuze het grammaticale geslacht: y llyfr ... ei ... tegenover een vrouwelijk woord met de bijbehorende vrouwelijke vorm.

De mutatie na het bezittelijke woord

Een beginmutatie is een verandering aan het begin van het volgende woord. Juist in deze passieve constructie is die verandering essentieel.

Bezittelijk woord Mutatie Basisvorm Vorm in de constructie
fy (‘mijn’) nasaalmutatie gweld fy ngweld
dy (‘jouw’) zachte mutatie gweld dy weld
ei (‘zijn’) zachte mutatie gweld ei weld
ei (‘haar’) aspiratiemutatie talu ei thalu
ein, eich, eu gewoonlijk geen beginmutatie gweld ein/eich/eu gweld

Niet elke mutatie is aan de spelling zichtbaar. Bij ei ysgrifennu begint de werkwoordnaam met een klinker en blijft de vorm uiterlijk gelijk. Na vrouwelijk ei verschijnt vóór een klinker vaak h-: ei hanfon (‘haar sturen’). Leer daarom niet alleen de letterwisseling, maar steeds de hele combinatie: fy ngweld, dy weld, ei weld, ei gweld.

De uitvoerder noemen met gan

Als het nodig is te zeggen wie de handeling verricht, volgt meestal gan (‘door’):

  • Ces i fy ngweld gan y meddyg. — Ik werd door de arts gezien.
  • Cafodd y gân ei chanu gan y côr. — Het lied werd door het koor gezongen.

De uitvoerder is vaak niet nodig. Laat de gan-groep weg als die onbekend, vanzelfsprekend of onbelangrijk is. Dat is precies een belangrijke reden om het passief te gebruiken.

Voorbeelden in context

Welsh Nederlands Toelichting
Cafodd y llyfr ei ysgrifennu mewn chwe mis. Het boek werd in zes maanden geschreven. Afgeronde handeling in het verleden.
Ces i fy ngweld gan y meddyg y bore yma. Ik werd vanmorgen door de arts gezien. fy veroorzaakt nasaalmutatie: gweld → ngweld.
Cafodd hi ei dewis i'r tîm. Zij werd voor het team gekozen. Vrouwelijke derde persoon; dewis verandert hier niet zichtbaar.
Cafodd e ei dalu ddydd Gwener. Hij werd vrijdag betaald. Mannelijk ei veroorzaakt zachte mutatie: talu → dalu.
Cafodd y gân ei chanu gan y plant. Het lied werd door de kinderen gezongen. Vrouwelijk ei veroorzaakt aspiratiemutatie: canu → chanu.
Mae'r drws yn cael ei beintio ar hyn o bryd. De deur wordt op dit moment geschilderd. Een proces dat nu bezig is.
Mae'r ceisiadau'n cael eu gwirio bob dydd. De aanvragen worden elke dag gecontroleerd. Meervoud: eu + ongewijzigd gwirio.
Bydd y gwaith yn cael ei wneud yfory. Het werk zal morgen worden gedaan. Toekomst met bydd ... yn cael.
Bydd y llythyrau'n cael eu hanfon brynhawn yma. De brieven zullen vanmiddag worden verstuurd. Meervoud eu; geen mutatie na eu.
Mae'r plant wedi cael eu gwobrwyo. De kinderen zijn beloond. wedi cael benadrukt het bereikte resultaat.
Roedd y ffordd yn cael ei chau bob nos. De weg werd elke nacht afgesloten. Herhaald of voortgaand proces in het verleden.
Cawson ni ein gwahodd i'r briodas. Wij werden voor de bruiloft uitgenodigd. Eerste persoon meervoud: ein.

Let op de Nederlandse vertaling van cael. Hoewel cael op zichzelf vaak ‘krijgen’ betekent, is ‘krijgen’ in deze voorbeelden meestal geen goede eindvertaling. Mae'r drws yn cael ei beintio betekent natuurlijk ‘De deur wordt geschilderd’, niet ‘De deur krijgt zijn schilderen’.

Veelgemaakte fouten

1. Het bezittelijke woord weglaten

  • Onjuist: Ces i gweld gan y meddyg.
  • Juist: Ces i fy ngweld gan y meddyg.
  • Waarom: tussen cael en de werkwoordnaam moet een bezittelijk woord staan dat naar de ondergane persoon of zaak verwijst.

2. De Nederlandse vorm letterlijk nabouwen

  • Onjuist: Roedd y llyfr bod ysgrifennu.
  • Juist: Cafodd y llyfr ei ysgrifennu.
  • Waarom: Nederlands gebruikt ‘worden/zijn + voltooid deelwoord’, maar Welsh gebruikt hier cael + bezittelijk woord + werkwoordnaam. De Welshe werkwoordnaam is geen Nederlands voltooid deelwoord.

3. De mutatie na fy vergeten

  • Onjuist: Ces i fy gweld.
  • Juist: Ces i fy ngweld.
  • Waarom: fy veroorzaakt een nasaalmutatie. Bij gweld wordt de beginlettergroep daarom ngw-.

4. Mannelijk en vrouwelijk ei gelijk behandelen

  • Onjuist: Cafodd hi ei weld.
  • Juist: Cafodd hi ei gweld.
  • Waarom: vrouwelijk ei veroorzaakt een aspiratiemutatie, maar g heeft geen aspiratievorm en blijft daarom g. Mannelijk ei veroorzaakt juist zachte mutatie: Cafodd e ei weld. Niet elke regel leidt dus tot een zichtbare verandering.

5. yn verkeerd muteren

  • Onjuist: Mae'r gwaith yn gael ei wneud.
  • Juist: Mae'r gwaith yn cael ei wneud.
  • Waarom: het verbindende yn vóór een werkwoordnaam veroorzaakt geen zachte mutatie. Verwar dit niet met andere functies van yn.

6. De uitvoerder als onderwerp behandelen

  • Onjuist: Cafodd gan y meddyg fi fy ngweld.
  • Juist: Ces i fy ngweld gan y meddyg.
  • Waarom: i is hier het onderwerp van de passieve zin; gan y meddyg noemt pas daarna de uitvoerder.

Gebruik

Het passief is nuttig wanneer het resultaat centraal staat (Mae'r gwaith wedi cael ei wneud), wanneer de uitvoerder onbekend is (Cafodd y ffenestr ei thorri), of wanneer die uitvoerder niet ter zake doet (Mae'r ceisiadau'n cael eu gwirio). In zakelijke teksten en nieuwsberichten helpt het om een handeling of gebeurtenis centraal te zetten zonder telkens een handelende persoon te noemen.

Toch is passief niet automatisch formeler of beter. Zowel in het Welsh als in het Nederlands is een bedrijvende zin vaak korter en levendiger als de uitvoerder belangrijk is. Vergelijk Cafodd y penderfyniad ei wneud gan y pwyllgor (‘Het besluit werd door de commissie genomen’) met Gwnaeth y pwyllgor y penderfyniad (‘De commissie nam het besluit’). Kies de tweede zin wanneer juist de commissie nieuwe of belangrijke informatie is.

In gesproken Welsh variëren werkwoordsvormen en voornaamwoorden per regio. Zo kom je naast vormen met e ook vormen met o tegen, en kunnen volledige en verkorte vormen verschillen. De grammaticale kern blijft hetzelfde: een vorm van cael, een passend bezittelijk woord en een werkwoordnaam. Richt je eerst consequent op de variant die je cursus of omgeving gebruikt.

Verder dan de basis

Gebeurtenis, proces en resultaat

De gekozen tijdsvorm verandert het perspectief:

  • Cafodd y tŷ ei adeiladu. — het bouwen wordt als afgeronde gebeurtenis gepresenteerd.
  • Roedd y tŷ yn cael ei adeiladu. — het bouwen was toen aan de gang.
  • Mae'r tŷ wedi cael ei adeiladu. — het huis is inmiddels gebouwd; het resultaat geldt nu.
  • Bydd y tŷ yn cael ei adeiladu. — het bouwen ligt in de toekomst.

Dit lijkt op het Nederlandse verschil tussen ‘werd gebouwd’, ‘was in aanbouw’, ‘is gebouwd’ en ‘zal worden gebouwd’, maar de grenzen lopen niet altijd woord voor woord gelijk. Kijk naar de context: gaat het om een gebeurtenis, een voortgaand proces of een bereikt resultaat?

Lange onderwerpen en verwijzing

Bij een langer onderwerp blijft het bezittelijke woord terugverwijzen naar de kern ervan:

  • Cafodd y llyfrau newydd eu cyfieithu. — De nieuwe boeken werden vertaald.
  • Cafodd y bont newydd ei hadeiladu. — De nieuwe brug werd gebouwd.

Bij y llyfrau is de referent meervoud, dus staat eu. Bij het vrouwelijke enkelvoud y bont staat vrouwelijk ei; vóór een klinker verschijnt h- in ei hadeiladu. Dit laat zien waarom kennis van getal en grammaticaal geslacht ook bij het passief van belang is.

Niet ieder Nederlands passief hoeft passief te blijven

Een natuurlijke vertaling bewaart de betekenis, niet per se de grammaticale vorm. Nederlands zegt bijvoorbeeld gemakkelijk ‘Er wordt hier Welsh gesproken.’ Afhankelijk van context en stijl kan Welsh een cael-passief gebruiken, maar ook een onpersoonlijke of bedrijvende formulering. Omgekeerd kan een Welshe cael-constructie soms natuurlijker met een Nederlandse actieve zin worden vertaald. Vraag dus eerst: wie of wat staat centraal, en is de uitvoerder relevant?

De verdere uitwerking van tegenwoordige, verleden, voltooide en toekomstige vormen hoort bij het vervolgonderwerp over het passief in verschillende tijden. De basis blijft in al die vormen herkenbaar.

Oefentips

  1. Bouw mutatiereeksen. Neem vijf werkwoordnamen, bijvoorbeeld gweld, talu, canu, torri en anfon, en zet ze na fy, dy, ei (mannelijk), ei (vrouwelijk) en eu. Controleer vooral gevallen waarin er géén zichtbare verandering is.
  2. Zet actieve zinnen om. Begin met ‘De arts zag mij’ en bepaal eerst wie de handeling ondergaat. Maak daarna het patroon: Ces i + fy + gweld + gan y meddyg en pas pas dan de mutatie toe.
  3. Markeer de tijd. Verzamel passieve zinnen en onderstreep alleen het deel dat de tijd draagt: cafodd, mae ... yn cael, roedd ... yn cael, bydd ... yn cael of wedi cael. Zo zie je dat de laatste werkwoordnaam onveranderd blijft.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Verbogen werkwoordsvormen in het WelshB1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Y Goddefol in Welsh met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Welsh · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen