A1

Aanwijzende voornaamwoorden in het Turks

İşaret Zamirleri

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Turks op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Het Turks gebruikt bu, şu en o om iets of iemand aan te wijzen. Bu wijst meestal naar iets dichtbij de spreker, şu richt de aandacht op iets wat wat verderop, bij de luisteraar of zojuist ter sprake is, en o verwijst meestal naar iets verder weg. Anders dan het Nederlands kiest het Turks niet tussen vormen op grond van de of het: bu kan zowel “dit” als “deze” betekenen.

Overzicht

Met een aanwijzend voornaamwoord wijs je een persoon, voorwerp of zaak aan. Nederlandse voorbeelden zijn dit, deze, dat en die. In het Turks zijn de drie basisvormen bu, şu en o. Je komt ze al op A1-niveau voortdurend tegen, bijvoorbeeld wanneer je vraagt wat iets is, een artikel in een winkel kiest of iemand in de verte aanwijst.

Voor een Nederlandstalige is het Turkse systeem in één opzicht eenvoudiger: er is geen verschil zoals tussen dit boek en deze tafel. Turkse zelfstandige naamwoorden hebben geen grammaticaal geslacht en ook geen de/het-indeling. Je zegt bu kitap (“dit boek”), maar ook bu masa (“deze tafel”). De keuze voor bu, şu of o draait vooral om afstand, zichtbaarheid en de aandacht van de gesprekspartners.

Toch kun je de drie woorden niet altijd één op één vertalen. Zowel şu als o kan in het Nederlands “dat” of “die” worden. Bovendien kan o ook “hij”, “zij” of “het” betekenen. De situatie maakt meestal duidelijk welke betekenis bedoeld is.

Hoe het werkt

De drie afstanden

De eenvoudige beginnersregel is:

Turks Kernidee Vaak in het Nederlands Typische situatie
bu dicht bij de spreker dit, deze je houdt iets vast of het ligt voor je
şu iets waarop je de aandacht richt dat, die, die daar je wijst iets aan bij de ander of brengt het nadrukkelijk in beeld
o verder weg van beiden dat, die, die daar iets staat in de verte of is al duidelijk als gespreksonderwerp

Stel je voor dat je met iemand in een winkel staat. Het kopje in je hand is bu fincan (“dit kopje”). Naar een kopje naast de ander kun je wijzen met şu fincan (“dat kopje daar”). Voor een kopje in de etalage aan de overkant ligt o fincan (“dat kopje daar in de verte”) voor de hand.

Deze zones zijn geen meetbare afstanden. Sprekers kiezen ook op grond van aandacht en gedeelde kennis. Met şu kun je als het ware zeggen: “kijk naar datgene wat ik nu bedoel.” O klinkt vaak natuurlijk wanneer beide gesprekspartners al weten over welke persoon of zaak het gaat. Leer daarom eerst de afstandsregel, maar verwacht niet dat elk Nederlands dat automatisch dezelfde Turkse vorm heeft.

Zelfstandig of vóór een zelfstandig naamwoord

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor bijvoorbeeld een persoon, ding of plaats, zoals adam (“man”), kitap (“boek”) of bina (“gebouw”). Bu, şu en o kunnen zelfstandig staan of direct vóór zo’n woord komen.

Functie Turks Nederlands Wat gebeurt er?
zelfstandig Bu ne? Wat is dit? Bu vervangt het aangewezen ding.
bij een naamwoord Bu kitap yeni. Dit boek is nieuw. Bu wijst aan welk boek bedoeld is.
zelfstandig Şu kim? Wie is die daar? Şu vervangt de aangewezen persoon.
bij een naamwoord Şu adam kim? Wie is die man? Şu staat vóór adam.
zelfstandig O çok yüksek. Dat is erg hoog. O verwijst terug naar iets bekends.
bij een naamwoord O bina çok yüksek. Dat gebouw is erg hoog. O staat vóór bina.

Vóór een zelfstandig naamwoord veranderen deze woorden niet. Je hoeft dus geen uitgang te kiezen voor de, het, mannelijk of vrouwelijk:

  • bu ev — dit huis
  • bu araba — deze auto
  • şu çocuk — dat kind / die jongen of dat meisje daar
  • o kadın — die vrouw

Enkelvoud en meervoud

Als bu, şu en o zelfstandig naar meerdere zaken verwijzen, krijgen ze het meervoud -lar: bunlar, şunlar, onlar. Let op de extra n.

Enkelvoud Meervoud Nederlandse betekenis
bu bunlar dit/deze → deze dingen of personen
şu şunlar dat/die → die dingen of personen daar
o onlar dat/die → die dingen of personen; ook “zij”

Staat er daarna een meervoudig zelfstandig naamwoord, dan blijft het aanwijzende woord juist in zijn korte vorm. Het zelfstandig naamwoord draagt het meervoud:

  • bu kitaplar — deze boeken
  • şu sandalyeler — die stoelen daar
  • o evler — die huizen

Zeg dus niet bunlar kitaplar wanneer je “deze boeken” bedoelt. Bunlar staat zelfstandig; bu staat vóór kitaplar.

Naamvallen: bunu, buna, bunda

Turks plakt uitgangen aan woorden om hun rol in de zin aan te geven. Zo’n vorm heet een naamval: een uitgang die bijvoorbeeld aangeeft dat iets het lijdend voorwerp is (wie of wat de handeling ondergaat), een bestemming is of zich op een plaats bevindt.

Wanneer bu, şu en o zelfstandig een naamvalsuitgang krijgen, verschijnt er een verbindende n tussen de basisvorm en de uitgang. Daardoor krijg je bunu, niet buyu, en ona, niet oa.

Functie bu şu o Veelvoorkomende vertaling
basisvorm bu şu o dit/deze, dat/die
lijdend voorwerp bunu şunu onu dit/dat/hem/haar als voorwerp
richting of ontvanger buna şuna ona hieraan, daaraan, naar dit/dat
plaats bunda şunda onda hierin, daarin, bij hem/haar
herkomst of vertrekpunt bundan şundan ondan hiervan, daarvan, van hem/haar
bezit of relatie bunun şunun onun hiervan, daarvan, zijn/haar

Het lijdend voorwerp krijgt in het Turks de uitgang -(y)ı, -(y)i, -(y)u, -(y)ü wanneer het bepaald of specifiek is. Een zelfstandig gebruikt aanwijzend woord is per definitie specifiek: je wijst immers een bepaald ding aan. Daarom is het Bunu istiyorum (“Ik wil dit”) en niet Bu istiyorum.

Staat het aanwijzende woord vóór een zelfstandig naamwoord, dan komt de naamvalsuitgang aan het zelfstandig naamwoord:

  • Bu kitabı istiyorum. — Ik wil dit boek.
  • Şu adama sor. — Vraag het aan die man daar.
  • O evde oturuyoruz. — Wij wonen in dat huis.

Vergelijk dus bunu (“dit” zelfstandig als voorwerp) met bu kitabı (“dit boek” als voorwerp). Het Nederlands laat dat verschil niet met een uitgang zien, waardoor Nederlandstaligen die Turkse uitgang gemakkelijk vergeten.

Vragen met bu, şu en o

De basisvormen combineren vaak met ne (“wat”), kim (“wie”) en de losse vraagpartikel mı/mi/mu/mü voor ja-neevragen:

  • Bu ne? — Wat is dit?
  • Şu kim? — Wie is die daar?
  • O ne kadar? — Hoeveel kost dat?
  • Bu mu? — Deze?/Is het deze?
  • Şu senin mi? — Is die daar van jou?

In Bu mu? legt de plaats van mu de nadruk op bu: je controleert of juist dit de goede keuze is. De vraagpartikel wordt los geschreven.

Voorbeelden in context

Turks Nederlands Opmerking
Bu ne? Wat is dit? Bu staat zelfstandig.
Bu kahve çok sıcak. Deze koffie is erg heet. Dicht bij de spreker.
Şu adam kim? Wie is die man daar? De spreker richt de aandacht op de man.
Şu çantaya bak. Kijk naar die tas daar. De richtingsuitgang staat op çanta: çantaya.
O bina çok yüksek. Dat gebouw is erg hoog. Een gebouw verder weg.
O bizim öğretmenimiz. Dat is onze docent. O staat zelfstandig en verwijst naar een persoon.
Bunlar taze mi? Zijn deze vers? Zelfstandig meervoud van bu.
Şunları alalım. Laten we die daar nemen. Şunları is meervoud én lijdend voorwerp.
O çocuklar parkta oynuyor. Die kinderen spelen in het park. Vóór het naamwoord blijft o enkelvoudig.
Bunu anlamıyorum. Ik begrijp dit niet. Bunu is het bepaalde lijdend voorwerp.
Buna biraz su ekle. Voeg hier een beetje water aan toe. Buna geeft aan waaraan iets wordt toegevoegd.
Bunda şeker var mı? Zit hier suiker in? Bunda betekent hier “hierin”.
Ondan bir mesaj aldım. Ik kreeg een bericht van hem/haar. O wordt hier als persoonlijk voornaamwoord begrepen.
Bu senin kitabın mı? Is dit jouw boek? De vraagpartikel staat los.
Bunun rengi daha güzel. De kleur hiervan is mooier. Bunun drukt een bezitsrelatie uit.

Veelgemaakte fouten

1. Bu laten overeenkomen met de of het

  • Onjuist: bu alleen voor “dit” gebruiken en een andere Turkse vorm zoeken voor “deze”
  • Juist: bu ev — dit huis; bu masa — deze tafel
  • Waarom: Turks kent geen de/het-onderscheid. Dezelfde vorm staat bij alle zelfstandige naamwoorden.

2. De zelfstandige meervoudsvorm vóór een naamwoord zetten

  • Onjuist: bunlar kitaplar
  • Juist: bu kitaplar — deze boeken
  • Waarom: Vóór een meervoudig naamwoord blijft bu onveranderd. Alleen zelfstandig wordt het bunlar: Bunlar yeni (“Deze zijn nieuw”).

3. De voorwerpsuitgang vergeten

  • Onjuist: Bu istiyorum.
  • Juist: Bunu istiyorum. — Ik wil dit.
  • Waarom: Het aangewezen ding is een bepaald lijdend voorwerp. De juiste zelfstandige vorm is daarom bunu.

4. De uitgang aan beide woorden toevoegen

  • Onjuist: bunu kitabı okuyorum
  • Juist: bu kitabı okuyorum — Ik lees dit boek.
  • Waarom: In de woordgroep bu kitap krijgt alleen het zelfstandig naamwoord de naamvalsuitgang. Gebruik bunu alleen wanneer er geen naamwoord achter staat.

5. Elk Nederlands dat met o vertalen

  • Onjuist als vaste regel: “dat/die” = altijd o
  • Juist: kies tussen şu en o op grond van afstand, aandacht en gesprekssituatie
  • Waarom: Als je de aandacht van de luisteraar op iets richt, is şu vaak natuurlijk. Voor iets verder weg of iets dat al als onderwerp vaststaat, past o vaak beter.

6. Vergeten dat o ook “hij”, “zij” en “het” kan zijn

  • Mogelijk misverstand: O geldi uitsluitend lezen als “Dat kwam.”
  • Afhankelijk van de context: O geldi kan “Hij kwam”, “Zij kwam” of “Die persoon kwam” betekenen.
  • Waarom: Turks maakt in de derde persoon enkelvoud geen onderscheid naar geslacht. Een toegevoegd naamwoord neemt de twijfel weg: o kadın (“die vrouw”), o adam (“die man”).

Gebruiksnotities

Aanwijzen naar mensen

Grammaticaal kun je bu adam, şu kadın of o çocuk zeggen. Sociaal kan nadrukkelijk naar een aanwezige volwassene wijzen echter bot klinken, net zoals “die man daar” in het Nederlands. Gebruik waar passend een naam, titel of beleefde omschrijving. Bij voorwerpen is rechtstreeks aanwijzen meestal neutraal.

Şu is meer dan de middelste afstand

Een tekening met drie afstandszones helpt in het begin, maar verklaart niet elk gesprek. Şu kan iets onder de aandacht brengen: de spreker maakt duidelijk welk object de luisteraar moet bekijken. Daardoor wordt het soms gebruikt voor iets dat zichtbaar en niet eens erg ver weg is. Intonatie en een wijsgebaar helpen mee.

O en gedeelde kennis

O verwijst niet alleen naar fysieke afstand. Het kan ook slaan op een persoon, zaak of moment dat beide gesprekspartners al kunnen identificeren. In O gün çok yağmur yağdı betekent o gün “die dag”: de dag hoeft niet zichtbaar te zijn, maar is bekend uit het gesprek.

Nadruk met de vraagpartikel

Vergelijk Bu senin mi? (“Is dit van jou?”) met Bu mu senin? (“Is déze van jou?”). De vraagpartikel volgt doorgaans het zinsdeel waarop de ja-neevraag zich richt. Voor een beginner is Bu senin mi? de veiligste neutrale vorm; de tweede volgorde is nuttig wanneer je uit meerdere dingen kiest.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak zien.

Naamvallen in het meervoud

Ook bunlar, şunlar en onlar kunnen naamvalsuitgangen krijgen. De uitgangen komen na het meervoud:

Basis Lijdend voorwerp Richting/ontvanger Plaats Herkomst
bunlar bunları bunlara bunlarda bunlardan
şunlar şunları şunlara şunlarda şunlardan
onlar onları onlara onlarda onlardan

Zo betekent Bunları gördüm “Ik heb deze gezien” en Onlara söyledim “Ik heb het tegen hen gezegd.” Bij onlar bepaalt de context opnieuw of het om “die dingen/personen” of gewoon “zij” gaat.

Bezit met bunun, şunun, onun

De vormen op -nun staan vaak in een bezitsconstructie. Het bezeten woord krijgt daarbij zelf ook een bezitsuitgang:

  • bunun fiyatı — de prijs hiervan
  • şunun kapağı — het deksel daarvan
  • onun arabası — zijn/haar auto of de auto daarvan

Vooral onun is dubbelzinnig: het kan zowel “van die/dat” als “zijn/haar” betekenen. Meestal lost de context dit zonder moeite op.

Plaatsreeksen: burası, şurası, orası

Naast de aanwijzende woorden bestaat een verwante reeks voor plaatsen:

  • burası — deze plek, hier
  • şurası — die plek daar
  • orası — die plek daar/ginds

Je ziet ook burada, şurada, orada (“hier, daar, daar/ginds”) en buraya, şuraya, oraya (“hierheen, daarheen”). Dezelfde driedeling van nabijheid en aandacht blijft herkenbaar, maar deze woorden verwijzen specifiek naar een plaats.

Verwijzen binnen een tekst

In gesprekken en geschreven tekst kan een aanwijzende vorm terugwijzen naar een hele gedachte. Bunu bilmiyordum betekent dan “Dat wist ik niet”, waarbij bunu niet naar één zichtbaar voorwerp verwijst maar naar de informatie uit de vorige zin. Nederlands gebruikt hier vaak dat, ook wanneer het Turks bu gebruikt. Vertaal dus de functie en niet alleen de fysieke afstand.

Oefentips

  1. Maak drie zones. Leg drie voorwerpen neer: één bij jezelf, één bij je oefenpartner en één verder weg. Benoem ze eerst met bu, şu en o plus het zelfstandig naamwoord. Laat daarna het naamwoord weg en gebruik bu, şu en o zelfstandig.
  2. Oefen in paren. Leer telkens twee vormen samen: bu kitap → bunu, şu çanta → şunu, o ev → onu. Zo wordt duidelijk waar de naamvalsuitgang terechtkomt.
  3. Stel winkelvragen. Kies voorwerpen op een foto en zeg bijvoorbeeld Bu ne kadar?, Şu daha ucuz mu? en Bunu istiyorum. Dat verbindt afstand, vragen en de voorwerpsvorm in één realistische situatie.

Verwante onderwerpen

  • Handig erbij: Persoonlijke voornaamwoorden — maakt duidelijk waarom o en onlar ook “hij/zij/het” en “zij” kunnen betekenen.
  • Handig erbij: Meervoudsuitgang — legt de uitgang -ler/-lar uit die je in bunlar, şunlar en onlar herkent.
  • Volgende stap: Basisnaamvallen — behandelt de uitgangen in bunu, buna, bunda en vergelijkbare vormen systematisch.
  • Goed te combineren met: Vraagwoorden — voor dagelijkse vragen als Bu ne? en Şu kim?.

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen İşaret Zamirleri in Turks met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Turks · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen