De toekomende tijd met -ta- in het Swahili
Wakati Ujao (-ta-)
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Swahili op Settemila Lingue.
In het kort
De gewone toekomende tijd maak je met een onderwerpvoorvoegsel + -ta- + werkwoordstam: ni-ta-soma wordt nitasoma (‘ik zal lezen’). In de ontkenning gebruik je een ontkennend onderwerpvoorvoegsel, maar blijft -ta- staan: si-ta-soma wordt sitasoma (‘ik zal niet lezen’). Anders dan in het Nederlands heb je dus geen los hulpwerkwoord zoals zullen nodig.
Overzicht
Met de Swahili-toekomende tijd, wakati ujao, praat je over wat later zal gebeuren: een plan voor vanavond, een voorspelling, een belofte of een handeling op een genoemde toekomstige datum. De tijd wordt herkenbaar door -ta- midden in het werkwoord. Dat ene werkwoord bevat ook informatie over het onderwerp (wie iets doet), en eventueel over het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat).
Dit onderwerp hoort bij niveau A2 en bouwt rechtstreeks voort op de tegenwoordige tijd met -na-. Wie ninasoma (‘ik lees/ben aan het lezen’) al kan ontleden, hoeft in nitasoma alleen -na- door -ta- te vervangen. De basis is regelmatig en daardoor snel bruikbaar in gesprekken.
Voor Nederlandstaligen voelt vooral de compacte bouw anders. In tutamaliza zit het Nederlandse ‘wij zullen voltooien’ in één woord. Bovendien gebruikt het Nederlands vaak gewoon de tegenwoordige tijd voor de toekomst — morgen vertrek ik. In het Swahili is een vorm met -ta-, zoals nitaondoka kesho, vaak de duidelijkste manier om expliciet naar de toekomst te verwijzen.
Zo werkt het
De basisformule
Een bevestigend toekomstwerkwoord heeft deze volgorde:
onderwerpvoorvoegsel + -ta- + (voorwerpvoorvoegsel) + werkwoordstam
Een voorvoegsel is een kort betekenisdragend stukje vóór de stam. De stam is het deel dat de hoofdhandeling uitdrukt. Bij kusoma (‘lezen’) haal je voor de gewone vervoeging ku- weg; de stam is -soma.
- ni-ta-soma → nitasoma — ik zal lezen
- tu-ta-maliza → tutamaliza — wij zullen voltooien
- a-ta-ku-saidia → atakusaidia — hij/zij zal jou helpen
De streepjes laten alleen de opbouw zien. In normale Swahili-tekst schrijf je het hele werkwoord aaneen.
Personen in de bevestigende vorm
| Swahili | Nederlands | Opbouw |
|---|---|---|
| Nitasoma. | Ik zal lezen. | ni- + -ta- + -soma |
| Utasoma. | Jij zult lezen. | u- + -ta- + -soma |
| Atasoma. | Hij/zij zal lezen. | a- + -ta- + -soma |
| Tutasoma. | Wij zullen lezen. | tu- + -ta- + -soma |
| Mtasoma. | Jullie zullen lezen. | m- + -ta- + -soma |
| Watasoma. | Zij zullen lezen. | wa- + -ta- + -soma |
Een persoonlijk voornaamwoord zoals mimi (‘ik’) of sisi (‘wij’) is meestal niet nodig. Het onderwerpvoorvoegsel maakt de persoon al duidelijk. Je kunt het losse voornaamwoord wel toevoegen voor nadruk of contrast: Mimi nitasafiri, lakini yeye atabaki (‘Ík zal reizen, maar hij/zij blijft’).
Ontkenning: -ta- blijft staan
In de ontkennende toekomst verandert het begin van het werkwoord. -ta- verdwijnt niet en de slotklinker van de stam blijft normaal gesproken hetzelfde. Vergelijk nitasoma met sitasoma.
| Bevestigend | Ontkennend | Betekenis van de ontkennende vorm |
|---|---|---|
| nitasoma | sitasoma | ik zal niet lezen |
| utasoma | hutasoma | jij zult niet lezen |
| atasoma | hatasoma | hij/zij zal niet lezen |
| tutasoma | hatutasoma | wij zullen niet lezen |
| mtasoma | hamtasoma | jullie zullen niet lezen |
| watasoma | hawatasoma | zij zullen niet lezen |
De negatieve persoonsdelen zijn dus si-, hu-, ha-, hatu-, ham- en hawa-. Daarna volgt telkens -ta-. Let vooral op het verschil met de ontkennende tegenwoordige tijd: sisomi betekent ‘ik lees niet’, maar sitasoma betekent ‘ik zal niet lezen’. In de toekomst wordt -soma niet -somi.
Korte werkwoorden met ku-
Bij een kleine groep korte, veelgebruikte werkwoorden blijft ku- in vervoegde vormen staan. Dat voorkomt dat er een nauwelijks herkenbare stam overblijft:
- kuja (‘komen’) → atakuja — hij/zij zal komen
- kula (‘eten’) → tutakula — wij zullen eten
- kunywa (‘drinken’) → watakunywa — zij zullen drinken
Bij kwenda (‘gaan’) kom je vormen met behoud van kw- tegen, zoals nitakwenda en sitakwenda. In hedendaags gebruik zijn ook vormen als nitaenda te horen en te lezen. Leer in het begin de vorm uit je lesmateriaal consequent; nitakwenda/sitakwenda sluit aan bij de basisvoorbeelden van dit onderwerp.
Voorwerpvoorvoegsels
Als je met een voorwerpvoorvoegsel aangeeft wie de handeling ondergaat, komt dat na -ta- en vóór de stam:
- ni-ta-ku-saidia → nitakusaidia — ik zal jou helpen
- a-ta-ni-pigia → atanipigia simu — hij/zij zal mij bellen
- tu-ta-wa-ona → tutawaona — wij zullen hen zien
Dit is hetzelfde bouwprincipe als bij andere tijden: alleen de tijdmarkeerder is hier -ta-. Voeg niet nog een los Nederlands-achtig hulpwerkwoord toe.
Niet alleen personen: congruentie met naamwoordklassen
Swahili-zelfstandige naamwoorden zijn verdeeld over naamwoordklassen. Dat zijn groepen woorden die dezelfde voorvoegsels gebruiken. Het onderwerpvoorvoegsel van het werkwoord stemt ermee overeen; dit heet congruentie (de grammaticale vorm past bij het onderwerp). Daardoor is niet altijd a- of wa- mogelijk.
| Swahili | Nederlands | Onderwerpvoorvoegsel |
|---|---|---|
| Mtoto atarudi. | Het kind zal terugkomen. | a- bij een persoon in het enkelvoud |
| Watoto watarudi. | De kinderen zullen terugkomen. | wa- bij personen in het meervoud |
| Mti utaanguka. | De boom zal omvallen. | u- bij mti |
| Miti itaanguka. | De bomen zullen omvallen. | i- bij miti |
| Gari litaondoka. | De auto zal vertrekken. | li- bij gari |
| Magari yataondoka. | De auto’s zullen vertrekken. | ya- bij magari |
| Kitabu kitafika. | Het boek zal aankomen. | ki- bij kitabu |
| Vitabu vitafika. | De boeken zullen aankomen. | vi- bij vitabu |
Ook die vormen kunnen ontkennend worden: gari halitaondoka (‘de auto zal niet vertrekken’), vitabu havitafika (‘de boeken zullen niet aankomen’). Voor A2 is het vooral belangrijk dat je het bevestigende congruentievoorvoegsel herkent. De volledige reeks ontkennende klassevoorvoegsels kun je geleidelijk per naamwoordklasse leren.
Tijdsaanduidingen
-ta- maakt de toekomst al duidelijk. Een tijdsaanduiding vertelt wanneer het precies gebeurt:
- kesho — morgen
- kesho kutwa — overmorgen
- jioni — ’s avonds / vanavond, afhankelijk van de context
- wiki ijayo — volgende week
- mwaka ujao — volgend jaar
- baadaye — later
Zo’n woord kan vooraan of later in de zin staan. Kesho tutafanya kazi en Tutafanya kazi kesho betekenen beide ‘Morgen zullen we werken’. Vooraan krijgt kesho wat meer nadruk.
Voorbeelden in context
| Swahili | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Nitasafiri kesho. | Ik zal morgen reizen. | Plan in de nabije toekomst |
| Atarudi jioni. | Hij/zij zal vanavond terugkomen. | Derde persoon enkelvoud |
| Tutamaliza kazi kesho kutwa. | Wij zullen het werk overmorgen afmaken. | kesho kutwa = overmorgen |
| Sitakwenda shuleni. | Ik zal niet naar school gaan. | Ontkennende eerste persoon |
| Utaenda sokoni lini? | Wanneer ga jij naar de markt? | Vraag met lini (‘wanneer’) |
| Watoto watacheza nje. | De kinderen zullen buiten spelen. | Congruentie met personen in het meervoud |
| Mvua itanyesha usiku. | Het zal vannacht regenen. | mvua krijgt i- |
| Hatutachelewa tena. | Wij zullen niet weer te laat komen. | Ontkennende eerste persoon meervoud |
| Nitakupigia simu baada ya kazi. | Ik zal je na het werk bellen. | -ku- verwijst naar ‘jou’ |
| Mwalimu atatusaidia kesho. | De docent zal ons morgen helpen. | -tu- verwijst naar ‘ons’ |
| Mtakuwa nyumbani wiki ijayo? | Zullen jullie volgende week thuis zijn? | Toekomst van kuwa (‘zijn’) |
| Chakula hakitakuwa tayari saa moja. | Het eten zal om zeven uur niet klaar zijn. | chakula krijgt ki-/haki-; Swahili-uurtelling vereist aandacht voor de context |
| Nadhani watashinda. | Ik denk dat zij zullen winnen. | Voorspelling |
| Usijali, sitakusahau. | Maak je geen zorgen, ik zal je niet vergeten. | Belofte of geruststelling |
Veelgemaakte fouten
1. Een los equivalent van ‘zullen’ zoeken
- Fout: Ni ta nitasoma kesho.
- Goed: Nitasoma kesho.
- Waarom: persoon en toekomst staan al in één werkwoord. Ni- is hier het onderwerpvoorvoegsel; het wordt niet als los woord vóór nitasoma gezet.
2. De bouwstenen in de verkeerde volgorde zetten
- Fout: Nikutasaidia.
- Goed: Nitakusaidia.
- Waarom: de vaste volgorde is ni-ta-ku-saidia: eerst het onderwerp, dan de tijd, daarna het voorwerp en ten slotte de stam.
3. De tijdmarkeerder achter de stam plaatsen
- Fout: Nisomata kesho.
- Goed: Nitasoma kesho.
- Waarom: -ta- is geen uitgang. Het staat vóór de werkwoordstam.
4. De ontkenning van de tegenwoordige tijd kopiëren
- Fout: Sitasomi kesho.
- Goed: Sitasoma kesho.
- Waarom: in de ontkennende toekomst blijft de stam -soma. De verandering naar -somi hoort bij sisomi, de ontkennende tegenwoordige tijd.
5. Altijd a- gebruiken bij een niet-menselijk onderwerp
- Fout: Gari ataondoka saa mbili.
- Goed: Gari litaondoka saa mbili.
- Waarom: het werkwoord stemt af op de naamwoordklasse van gari. Nederlands kent dit systeem niet; leer een zelfstandig naamwoord daarom liefst samen met zijn congruentiepatroon.
6. ku- bij korte werkwoorden weglaten
- Fout: Ataja kesho wanneer je ‘hij/zij zal komen’ bedoelt.
- Goed: Atakuja kesho.
- Waarom: bij het korte werkwoord kuja blijft ku- behouden. Zonder dat deel vormt ataja niet de bedoelde gewone toekomst van ‘komen’.
Gebruiksnotities
De toekomende tijd kan een neutrale mededeling, voorspelling, voornemen of belofte uitdrukken. De precieze nuance komt vooral uit de situatie en uit woorden als nadhani (‘ik denk’), labda (‘misschien’) of hakika (‘zeker’). De vorm -ta- zelf zegt in de eerste plaats dat iets na het spreekmoment ligt.
Het Nederlands wisselt gemakkelijk tussen ik vertrek morgen, ik ga morgen vertrekken en ik zal morgen vertrekken. Zet die drie niet automatisch om in drie verschillende Swahili-constructies. Voor een eenvoudige expliciete toekomst is nitaondoka kesho een veilige keuze. In een gesprek kan context soms al veel duidelijk maken, maar -ta- voorkomt twijfel over het tijdstip.
Een tijdsbepaling hoeft niet per se in de zin te staan. Als iemand vraagt Utafanya nini? (‘Wat ga je doen?’), is Nitapumzika (‘Ik zal uitrusten’) compleet. Het vraagwoord lini staat meestal na het werkwoord of later in de zin: Utarudi lini? (‘Wanneer kom je terug?’).
Voor ‘zijn’ gebruik je in de toekomst het werkwoord kuwa: nitakuwa (‘ik zal zijn’), atakuwa (‘hij/zij zal zijn’). Het onveranderlijke koppelwoord ni uit zinnen als Yeye ni mwalimu kan niet simpelweg een toekomstmarker krijgen. Zeg dus Atakuwa mwalimu voor ‘Hij/zij zal leraar zijn’.
Verder dan de basis
De volgende patronen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.
Toekomst in echte voorwaarden
Bij een reële voorwaarde kan het Swahili -ta- gebruiken in zowel de voorwaarde als het gevolg:
Kama utasoma, utafaulu. — ‘Als je studeert, zul je slagen.’
Dat verschilt van een sterke Nederlandse gewoonte: na als gebruiken we meestal geen zullen. Laat je daardoor niet verleiden om -ta- automatisch uit het Swahili-bijzinwerkwoord weg te laten. De precieze keuze van tijd hangt wel af van de bedoelde voorwaarde; dit wordt verder behandeld bij zinnen met kama en ikiwa.
Samengestelde toekomstvormen
Met de toekomst van kuwa kun je een toekomstige situatie vanuit een later tijdstip bekijken:
- Nitakuwa nikifanya kazi. — Ik zal aan het werk zijn.
- Tutakuwa tumemaliza kufikia jioni. — Tegen de avond zullen we klaar zijn.
Deze vormen combineren meerdere werkwoorden en tijds- of aspectmarkeerders. Zie ze voorlopig als uitbreidingen van het eenvoudige nitakuwa; de gewone -ta--toekomst blijft de basis.
Betrekkelijke vormen
In gevorderd Swahili kom je vormen tegen als atakayekuja (‘die zal komen’) en nitakayofanya (‘wat ik zal doen’). Een betrekkelijke bijzin geeft extra informatie over een persoon of zaak. De toekomstmarker blijft herkenbaar, maar er verschijnen extra elementen voor de betrekkelijke relatie en de naamwoordklasse. Bouw zulke vormen niet alleen op basis van de A2-formule; leer later het volledige patroon als een apart systeem.
Oefentips
- Maak twee rijen van zes vormen. Vervoeg elke dag één bekend werkwoord bevestigend en ontkennend: nitasoma … watasoma en sitasoma … hawatasoma. Zo leer je vooral de lastige negatieve voorvoegsels als geheel.
- Plan een echte week in het Swahili. Schrijf vijf concrete zinnen met kesho, kesho kutwa en wiki ijayo. Voeg daarna aan twee zinnen een ontkenning toe: Jumatatu nitafanya kazi; Jumanne sitafanya kazi.
- Ontleed lange werkwoorden van links naar rechts. Zet denkbeeldige streepjes in nitakusaidia als ni-ta-ku-saidia. Controleer steeds: wie handelt, wanneer gebeurt het, wie ondergaat de handeling en wat is de stam?
Verwante onderwerpen
- Vooraf: De tegenwoordige tijd met -na- — gebruikt dezelfde onderwerpvoorvoegsels en maakt het contrast tussen ninasoma en nitasoma duidelijk.
- Volgende stap: Voorwaardelijke zinnen met kama en ikiwa — laat zien hoe de toekomst voorkomt in reële voorwaarden zoals kama utasoma, utafaulu.
Vereiste kennis
De tegenwoordige tijd met -na- in het SwahiliA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Wakati Ujao (-ta-) in Swahili met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Swahili · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen