A2

De voltooide tijd met -me- in het Swahili

Wakati Timilifu (-me-)

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Swahili op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Met -me- zeg je dat een handeling voltooid is en dat het resultaat nu van belang is: Nimekula betekent ‘Ik heb gegeten’ — en vaak ook dat je nu geen honger meer hebt. De basisvorm is onderwerpsvoorvoegsel + -me- + werkwoordstam. In de ontkenning wordt -me- vervangen door -ja- en gebruik je een ontkennend onderwerpsvoorvoegsel: Sijala betekent ‘Ik heb (nog) niet gegeten’.

Overzicht

De Swahili-naam voor deze vorm is wakati timilifu. Je leert hem meestal op A2-niveau, nadat je al zinnen met de tegenwoordige tijd op -na- kunt maken. Het belangrijkste verschil zit in het tijdsteken midden in het werkwoord: vergelijk ninakula ‘ik ben aan het eten’ met nimekula ‘ik heb gegeten’.

In het Nederlands bestaat een voltooide tijd meestal uit twee losse werkwoorden: ‘ik heb gegeten’ of ‘zij is aangekomen’. In het Swahili staat vrijwel alle grammaticale informatie in één woord. Amefika bevat zowel ‘zij/hij’, de voltooide tijd als de betekenis ‘aankomen’. Je hoeft dus geen apart hulpwerkwoord te kiezen dat overeenkomt met Nederlands hebben of zijn.

De Nederlandse voltooid tegenwoordige tijd is niet altijd een betrouwbare vertaalhulp. In alledaags Nederlands kan ‘ik heb gisteren gekookt’ gewoon een gebeurtenis in het verleden vertellen. Swahili -me- legt sterker de nadruk op een voltooid resultaat dat nu relevant is. Voor een afgesloten gebeurtenis op een bepaald moment in het verleden is de verleden tijd met -li- vaak geschikter. Dat onderscheid wordt verderop uitgewerkt.

Zo werkt het

De bevestigende vorm

Een regelmatig Swahili-werkwoord in de voltooide tijd heeft deze opbouw:

onderwerpsvoorvoegsel + me + eventueel objectvoorvoegsel + werkwoordstam

Een onderwerpsvoorvoegsel laat zien wie de handeling uitvoert. Een objectvoorvoegsel verwijst naar het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). Bij -soma ‘lezen/studeren’ krijg je bijvoorbeeld ni-me-soma: nimesoma, ‘ik heb gelezen/gestudeerd’.

Persoon Onderwerpsvoorvoegsel Vorm met -soma Nederlandse betekenis
ik ni- nimesoma ik heb gelezen/gestudeerd
jij u- umesoma jij hebt gelezen/gestudeerd
hij/zij a- amesoma hij/zij heeft gelezen/gestudeerd
wij tu- tumesoma wij hebben gelezen/gestudeerd
jullie m- mmesoma jullie hebben gelezen/gestudeerd
zij wa- wamesoma zij hebben gelezen/gestudeerd

Let bij mmesoma op de twee opeenvolgende m's: de eerste is het onderwerpsteken m- voor ‘jullie’, de tweede hoort bij -me-. Schrijf dus niet mesoma.

Bij veel werkwoorden haal je voor de stam alleen het infinitiefvoorvoegsel ku- weg:

  • kusomanimesoma — ik heb gelezen/gestudeerd
  • kumalizatumemaliza — wij hebben voltooid
  • kufikaamefika — hij/zij is aangekomen

Enkele korte werkwoorden behouden in de bevestigende voltooide tijd hun ku:

  • kulanimekula — ik heb gegeten
  • kunywaumekunywa — jij hebt gedronken
  • kujaamekuja — hij/zij is gekomen
  • kwendawamekwenda — zij zijn gegaan

Leer zulke veelgebruikte vormen het liefst als geheel. Dan hoef je tijdens een gesprek niet eerst te beslissen of ku blijft staan.

De ontkennende vorm met -ja-

Voor ‘nog niet hebben gedaan’ gebruik je geen -me-, maar -ja-. Bovendien verandert het onderwerpsvoorvoegsel in een ontkennende vorm:

ontkennend onderwerpsvoorvoegsel + ja + eventueel objectvoorvoegsel + werkwoordstam

Persoon Ontkennend begin Vorm met -soma Nederlandse betekenis
ik si- sijasoma ik heb (nog) niet gelezen/gestudeerd
jij hu- hujasoma jij hebt (nog) niet gelezen/gestudeerd
hij/zij ha- hajasoma hij/zij heeft (nog) niet gelezen/gestudeerd
wij hatu- hatujasoma wij hebben (nog) niet gelezen/gestudeerd
jullie ham- hamjasoma jullie hebben (nog) niet gelezen/gestudeerd
zij hawa- hawajasoma zij hebben (nog) niet gelezen/gestudeerd

-Ja- heeft vaak de bijbetekenis ‘nog niet’: de handeling is tot nu toe niet gebeurd, maar kan later nog gebeuren. Het woord bado ‘nog’ maakt dat extra duidelijk: Hajafika bado betekent ‘Hij/zij is nog niet aangekomen.’ Afhankelijk van de context kan de Nederlandse vertaling ook gewoon ‘niet’ bevatten.

Bij enkele korte werkwoorden ziet de negatieve vorm er anders uit dan je op grond van de bevestigende vorm zou verwachten:

Infinitief Bevestigend Ontkennend
kula — eten nimekula sijala
kunywa — drinken amekunywa hajanywa
kuja — komen amekuja hajaja
kwenda — gaan tumekwenda hatujaenda

Hajaja ziet er door de herhaling vreemd uit, maar is correct: ha- geeft het onderwerp ‘hij/zij’ in een ontkennende vorm aan, -ja- is het tijdsteken en de laatste -ja hoort bij ‘komen’.

Een objectvoorvoegsel toevoegen

Een verwijzing naar een persoon of zaak kan tussen het tijdsteken en de werkwoordstam staan. In nimemwona ‘ik heb hem/haar gezien’ is de opbouw ni-me-mw-ona. -Mw- verwijst hier naar de persoon die gezien wordt.

  • ame-tu-ambiaametuambia — hij/zij heeft het ons verteld
  • wa-me-tu-saidiawametusaidia — zij hebben ons geholpen
  • si-ja-mw-onasijamwona — ik heb hem/haar nog niet gezien

De volgorde is vast: eerst het onderwerp, dan -me- of -ja-, daarna het object en ten slotte de stam. Nederlandse losse woorden als ‘hem’, ‘haar’ en ‘ons’ komen in deze Swahili-vormen dus midden in het werkwoord terecht.

Ook zelfstandige naamwoorden bepalen het voorvoegsel

De zes persoonsvormen zijn de beste plek om te beginnen, maar het onderwerp hoeft geen persoon te zijn. Swahili-zelfstandige naamwoorden behoren tot naamwoordklassen: groepen woorden die bijpassende voorvoegsels gebruiken. Daardoor krijgt niet ieder niet-menselijk onderwerp hetzelfde begin.

  • Kitabu kimepotea. — Het boek is zoekgeraakt.
  • Maji yamechemka. — Het water heeft gekookt.
  • Ndege imeondoka. — Het vliegtuig is vertrokken.
  • Matunda yameiva. — Het fruit is rijp geworden.

De voltooide-tijdsmarkeerder blijft steeds -me-; alleen het onderwerpsvoorvoegsel (ki-, ya-, i- enzovoort) past zich aan de naamwoordklasse aan.

Voorbeelden in context

Swahili Nederlands Toelichting
Nimekula tayari. Ik heb al gegeten. Voltooide handeling met een huidig resultaat.
Amefika nyumbani. Hij/zij is thuis aangekomen. In het Nederlands staat hier zijn, maar in het Swahili is geen apart hulpwerkwoord nodig.
Tumemaliza kazi. We hebben het werk afgemaakt. Het werk is nu klaar.
Sijamwona leo. Ik heb hem/haar vandaag nog niet gezien. -Mw- verwijst naar de geziene persoon.
Umeandika barua pepe? Heb je de e-mail geschreven? Vraag naar een voltooid resultaat; de woordvolgorde verandert niet.
Watoto wamelala. De kinderen zijn gaan slapen. Wa- stemt overeen met watoto.
Mmekunywa chai? Hebben jullie thee gedronken? M- + -me- levert mme- op.
Hatujapata jibu. We hebben nog geen antwoord gekregen. Negatieve vorm met hatu-ja-.
Hajaja bado. Hij/zij is nog niet gekomen. Correcte herhaling van ja.
Kitabu kimepotea. Het boek is zoekgeraakt. Het resultaat geldt nu: het boek is zoek.
Maji yamechemka. Het water heeft gekookt. Het onderwerp gebruikt een voorvoegsel uit zijn naamwoordklasse.
Ndege imeondoka. Het vliegtuig is vertrokken. I-me- hoort hier bij ndege.
Wametusaidia sana. Ze hebben ons enorm geholpen. -Tu- is het objectvoorvoegsel ‘ons’.
Nimesahau funguo zangu. Ik ben mijn sleutels vergeten. Het huidige gevolg is dat ik ze niet bij me heb.
Umechoka? Ben je moe? Letterlijk een voltooide verandering: je bent moe geworden.

Veelgemaakte fouten

-Na- en -me- tegelijk gebruiken

  • Onjuist: Ninamekula.
  • Juist: Nimekula.
  • Waarom: een eenvoudige werkwoordsvorm heeft hier één tijdsteken. -Na- geeft een lopende tegenwoordige handeling aan; -me- geeft een voltooide handeling met huidig belang aan.

De Nederlandse hulpwerkwoorden letterlijk overnemen

  • Onjuist: een extra Swahili-woord voor ‘hebben’ toevoegen aan amefika.
  • Juist: Amefika.
  • Waarom: a-me-fika bevat de benodigde persoons- en tijdsinformatie al. Het verschil tussen Nederlands ‘heeft gegeten’ en ‘is aangekomen’ leidt niet tot twee verschillende Swahili-hulpwerkwoorden.

De gewone ontkenning met -me- combineren

  • Onjuist: Simemaliza kazi.
  • Juist: Sijamaliza kazi.
  • Waarom: de negatieve tegenhanger van -me- is -ja-. Gebruik dus si-ja-, niet si-me-.

Bij korte werkwoorden overal ku laten staan

  • Onjuist in de standaardvorm: Sijakula.
  • Juist: Sijala.
  • Waarom: kula behoudt ku in nimekula, maar heeft in de negatieve voltooide tijd de vorm sijala. Leer het paar nimekula/sijala samen.

Het object op de verkeerde plek zetten

  • Onjuist: Nimemweona.
  • Juist: Nimemwona.
  • Waarom: bij -ona krijgt de persoonsmarkeerder -m- de vorm -mw- vóór de klinker van de stam: ni-me-mw-ona.

-Me- als neutrale verleden tijd gebruiken

  • Minder passend: Nimepika jana saa moja wanneer je alleen vertelt wat er gisteren om zeven uur gebeurde.
  • Passender: Nilipika jana saa moja. — Ik kookte gisteren om zeven uur.
  • Waarom: een duidelijk afgebakend moment in het verleden past vaak bij -li-. Gebruik -me- wanneer het voltooide resultaat nu centraal staat, bijvoorbeeld Nimepika; chakula kiko tayari ‘Ik heb gekookt; het eten is klaar.’

Gebruiksnotities

Resultaat belangrijker dan tijdstip

Woorden als tayari ‘al/klaar’, bado ‘nog’ en leo ‘vandaag’ komen vaak bij deze tijd voor, omdat ze een verbinding met het huidige moment leggen. Een exact tijdstip is niet verboden, maar kan de aandacht naar een afgesloten verleden verschuiven. Dan is -li- vaak natuurlijker.

Vergelijk:

  • Nimepika. — Ik heb gekookt; het eten is nu klaar.
  • Nilipika jana. — Ik kookte/heb gisteren gekookt; dit vertelt wat er gisteren gebeurde.
  • Ameondoka. — Hij/zij is vertrokken en is nu weg.
  • Aliondoka saa mbili. — Hij/zij vertrok om acht uur.

Het Nederlands gebruikt in beide soorten zinnen geregeld een voltooid tegenwoordige tijd. Kies in het Swahili daarom niet automatisch -me- zodra de Nederlandse vertaling hebben of zijn bevat. Vraag jezelf af: gaat het vooral om de huidige toestand, of vertel ik een gebeurtenis op de tijdlijn van het verleden?

Een huidige toestand uitdrukken

Bij sommige werkwoorden wordt een Swahili-vorm met -me- in natuurlijk Nederlands het best vertaald met een bijvoeglijk naamwoord of een tegenwoordige toestand:

  • Nimechoka. — Ik ben moe.
  • Umechelewa. — Je bent te laat.
  • Mlango umefungwa. — De deur is gesloten.

De Swahili-vorm kijkt als het ware naar de verandering die tot de huidige toestand heeft geleid. Een al te letterlijke Nederlandse vertaling als ‘ik ben moe geworden’ kan grammaticaal zijn, maar klinkt niet in elke situatie natuurlijk.

Vragen hebben geen aparte woordvolgorde

Een ja-neevraag behoudt dezelfde werkwoordsvorm en meestal dezelfde woordvolgorde. Intonatie of een vraagteken maakt de vraag duidelijk:

  • Umemaliza? — Ben je klaar?/Heb je het afgemaakt?
  • Wamefika? — Zijn ze aangekomen?
  • Hujala? — Heb je nog niet gegeten?

Dat is eenvoudiger dan de Nederlandse omkering in ‘je hebt’ tegenover ‘heb je’.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende patronen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze in gesprekken en teksten geregeld tegenkomen.

Versterkt ‘al’ met -mesha-

In gesproken en geschreven Swahili kan -sha- na -me- benadrukken dat iets al gebeurd is:

  • Ameshafika. — Hij/zij is al aangekomen.
  • Wameshamaliza. — Ze zijn al klaar.

Dit sluit aan bij de betekenis van tayari ‘al/klaar’. Voor een beginner is Amefika tayari goed en doorzichtig; herken daarnaast de compacte vorm ameshafika.

Voltooid vanuit een ander tijdstip

Met een vorm van kuwa ‘zijn’ vóór een -me--vorm kun je het resultaat vanuit een moment in het verleden of de toekomst bekijken:

  • Alikuwa amefika kabla yetu. — Hij/zij was vóór ons aangekomen.
  • Atakuwa amemaliza kufikia kesho. — Hij/zij zal het uiterlijk morgen hebben afgemaakt.

De eerste vorm komt overeen met een voltooid verleden tijd (‘was aangekomen’), de tweede met een voltooid toekomende tijd (‘zal hebben afgemaakt’). Het tweede werkwoord behoudt -me-, omdat de handeling op het gekozen referentiemoment al voltooid is.

-Me- en -li- zijn geen één-op-éénvertalingen

Het verschil is niet alleen ‘recent’ tegenover ‘lang geleden’. Ook een gebeurtenis van vandaag kan met -li- staan als ze deel is van een afgerond verhaal, en een oudere gebeurtenis kan met -me- worden genoemd als het resultaat nog geldt. Context en het perspectief van de spreker zijn dus belangrijker dan het aantal verstreken uren.

In een verhaal vormt -li- vaak de reeks gebeurtenissen: ‘toen deed hij dit, daarna ging hij daarheen’. -Me- onderbreekt zo'n tijdlijn eerder om een bereikte toestand of relevante voorgeschiedenis te geven. Dat subtiele verschil leer je vooral herkennen door veel complete dialogen en verhalen te lezen.

Oefentips

  1. Bouw rijtjes met één stam. Neem dagelijks drie werkwoorden en zeg alle zes persoonsvormen: nimesoma, umesoma, amesoma, tumesoma, mmesoma, wamesoma. Maak daarna hetzelfde rijtje negatief met -ja-.
  2. Oefen in resultaatparen. Zeg eerst wat voltooid is en noem daarna het huidige gevolg: Nimepika; chakula kiko tayari ‘Ik heb gekookt; het eten is klaar.’ Zo koppel je -me- aan betekenis in plaats van alleen aan een Nederlandse werkwoordsvorm.
  3. Houd -me- en -li- naast elkaar. Schrijf bij een plaatje of situatie twee zinnen: één over het huidige resultaat (Ameondoka ‘hij/zij is weg’) en één over een tijdstip (Aliondoka saa mbili ‘hij/zij vertrok om acht uur’).

Verwante onderwerpen

  • Eerst leren: De tegenwoordige tijd met -na- — gebruikt dezelfde onderwerpsvoorvoegsels en maakt het verschil tussen een lopende en een voltooide handeling duidelijk.

Vereiste kennis

De tegenwoordige tijd met -na- in het SwahiliA1

Meer A2-concepten

Oefen Wakati Timilifu (-me-) in Swahili met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Swahili · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen