A2

Relatieve voornaamwoorden: que en quem in het Portugees

Pronomes Relativos: que, quem

Overzicht

Relatieve voornaamwoorden verbinden een bijzin met het zelfstandig naamwoord waarnaar ze verwijzen. In het Portugees zijn que (die/dat) en quem (wie) de meest gebruikte relatieve voornaamwoorden op A2-niveau.

Que verwijst naar personen én dingen, quem verwijst alleen naar personen en wordt gebruikt na voorzetsels.

Hoe het werkt

Que (die/dat/wie — voor personen en dingen):

  • O livro que comprei é bom. — Het boek dat ik kocht is goed.
  • A pessoa que falou é minha amiga. — De persoon die sprak is mijn vriendin.

Quem (wie — alleen personen, na voorzetsels):

  • A pessoa com quem falei é simpática. — De persoon met wie ik sprak is aardig.
  • Não sei quem fez isso. — Ik weet niet wie dat deed. (hier = vraagwoord, niet relatief)

Que met voorzetsels:

  • a casa em que moro — het huis waar ik woon
  • o problema de que falas — het probleem waarover je spreekt

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
O livro que comprei é bom. Het boek dat ik kocht is goed. ding
A mulher que fala é minha mãe. De vrouw die spreekt is mijn moeder. persoon
O amigo de quem te falei chegou. De vriend over wie ik je vertelde is er. na voorzetsel
A cidade em que nasci é linda. De stad waar ik geboren ben is mooi. plaats
Tudo o que disse é verdade. Alles wat hij/zij zei is waar. tudo + que
Quem procuras? Wie zoek jij? vraagwoord
Não há nada que possa fazer. Er is niets wat ik kan doen. negatief
É ele que decide. Het is hij die beslist. nadruk

Veelgemaakte fouten

Que voor alles gebruiken na voorzetsels

  • Fout: a pessoa com que falei
  • Correct: a pessoa com quem falei
  • Waarom: Na voorzetsels gebruik je quem als het verwijst naar een persoon.

Que weglaten

  • Anders dan in het Engels kun je que in het Portugees nooit weglaten:
  • Fout: O livro comprei é bom.
  • Correct: O livro que comprei é bom.

Oefentips

  1. Combineer twee korte zinnen tot één met que: Tenho um livro. O livro é interessante.Tenho um livro que é interessante.
  2. Maak beschrijvingen van mensen en dingen om je heen met relatieve bijzinnen.
  3. Oefen met de constructie a pessoa com quem... voor personen na voorzetsels.

Verwante concepten

languages.concept.prerequisite

Persoonlijke voornaamwoorden in het PortugeesA1

languages.concept.buildsOn

languages.concept.related

languages.concept.otherLanguages

languages.concept.compareLanguages

languages.cta.conceptText

languages.cta.button