C1
Schrijftaal in het Nederlands
Schrijftaal
Overzicht
Schrijftaal is formeler, preciezer en structureler dan spreektaal. Op C1-niveau beheers je de kenmerken van goed geschreven Nederlands: heldere structuur, gevarieerde zinsopbouw, correct gebruik van leestekens en de registers die passen bij verschillende teksttypen.
Hoe het werkt
Kenmerken van schrijftaal
| Kenmerk | Spreektaal | Schrijftaal |
|---|---|---|
| Zinslength | Korter, onvolledig | Langer, volledig |
| Woordkeuze | Informeel, spreektalig | Preciezer, formeler |
| Tijdgebruik | Vtt dominant | OVT in vertellingen |
| Voegwoorden | En, maar, want | Echter, bovendien, hoewel |
| Constructies | Actief, simpel | Nominalisaties, passief |
Teksttypen en hun kenmerken
| Teksttype | Kenmerken |
|---|---|
| Formele brief | u-vorm, nominalisaties, passief |
| Wetenschappelijk artikel | Objectief, nominalisaties, bronverwijzingen |
| Journalistiek | Helder, actief, gecomprimeerd |
| Literair | Gevarieerd, beeldend, stilistisch |
| Zakelijk rapport | Gestructureerd, alinea's, conclusies |
Leestekens
| Teken | Gebruik |
|---|---|
| Komma | Bijzinnen scheiden, opsommingen |
| Puntkomma | Twee gerelateerde hoofdzinnen |
| Dubbele punt | Aankondiging, opsomming, citaat |
| Gedachtestreep | Tussenzin, nadruk |
Voorbeelden in context
| Spreektaal | Schrijftaal | Opmerking |
|---|---|---|
| Ze hebben dat besloten. | Het besluit is genomen. | Nominalisatie |
| Want het is te duur. | Dit is immers te kostbaar. | Formeler connectief |
| We gaan dat doen. | Dit zal worden gerealiseerd. | Passief en formeel |
| Ik snap je vraag. | Uw vraag is mij duidelijk. | Formele omschrijving |
Gebruiksnotities
Het onderscheid schrijftaal/spreektaal is in het Nederlands groot. Een goede schrijver kent beide registers en past ze bewust toe. Oefen met het lezen van kwalitatieve kranten (NRC, de Volkskrant, De Standaard).
Oefentips
- Krantenartikelen lezen. Lees dagelijks een artikel en noteer typische schrijftaalkenmerken.
- Teksten omschrijven. Herschrijf spreektaalteksten als formele schrijftaal.
- Nominalisaties oefenen. Omzetten van werkwoorden naar zelfstandige naamwoorden.
Verwante concepten
- Vereiste: Formeel versus Informeel — nodig als basis voor dit onderwerp
- Volgende stappen: Nominalisatie — logische vervolgstap
- Volgende stappen: Ouderwetse Vormen — logische vervolgstap
- Volgende stappen: Ambtelijke Taal — logische vervolgstap
- Volgende stappen: Academisch Nederlands — logische vervolgstap
Vereiste kennis
Formeel versus Informeel Register in het NederlandsB2Concepten die hierop voortbouwen
Meer C1-concepten
Wil je Schrijftaal in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen