Nominalisatie in het Nederlands
Nominalisatie
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Nederlands op Settemila Lingue.
In het kort
Bij nominalisatie druk je een handeling, proces of eigenschap uit met een zelfstandig naamwoord (een woord waar meestal de, het of een voor kan staan). Zo wordt de commissie behandelt het onderwerp bijvoorbeeld de behandeling van het onderwerp door de commissie. Nominalisaties zijn nuttig in formele en zakelijke teksten, maar een opeenstapeling ervan maakt een zin snel zwaar en onduidelijk.
Overzicht
Met werkwoorden vertel je doorgaans wie iets doet en wanneer: De onderzoekers analyseerden de gegevens. Met een nominalisatie maak je van die handeling een ‘zaak’ waarover je verder kunt spreken: De analyse van de gegevens duurde twee weken. Ook een eigenschap kan als begrip worden voorgesteld: de maatregel is noodzakelijk wordt dan de noodzakelijkheid van de maatregel.
Dit onderwerp hoort bij C1, omdat het niet alleen om woordvorming gaat. Je moet ook kunnen kiezen tussen werkwoordstijl en naamwoordstijl, de betrokken personen of zaken correct toevoegen en beoordelen welk register past. Je komt nominalisaties veel tegen in wetenschappelijke artikelen, beleidsstukken, contracten, nieuwsberichten en zakelijke correspondentie. Ze zijn echter niet uitsluitend formeel: alledaagse combinaties als na het eten, tijdens het wandelen en bij aankomst bevatten hetzelfde principe.
Omdat zowel de uitlegtaal als de doeltaal hier Nederlands is, gaat het vooral om het verschil tussen twee Nederlandse formuleringen. Een moedertaalachtige intuïtie voor een werkwoord helpt niet altijd bij het bijbehorende zelfstandig naamwoord: beslissen levert bijvoorbeeld meestal beslissing of besluit op, terwijl onderzoeken vaak onderzoek wordt. De juiste vorm moet daarom geregeld als apart woord worden geleerd.
Hoe het werkt
Een infinitief als zelfstandig naamwoord
De infinitief (de onverbogen vorm van een werkwoord, zoals lezen of werken) kan rechtstreeks als zelfstandig naamwoord worden gebruikt. Er staat dan meestal het voor:
| Werkwoordelijke formulering | Genominaliseerde formulering | Functie |
|---|---|---|
| Men leest het document. | het lezen van het document | de handeling als geheel |
| De organisatie blijft bestaan. | het voortbestaan van de organisatie | een doorgaand proces |
| Zij werkt thuis. | het thuiswerken | een activiteit of werkwijze |
| Men leeft gezond. | het gezonde leven | activiteit met een bijvoeglijke bepaling |
Een zelfstandig gebruikte infinitief is in principe een het-woord: het schrijven, het beoordelen, het komen en gaan. Een bijwoord kan vóór de infinitief blijven staan: het zorgvuldig controleren van de gegevens. Vaak klinkt een bijvoeglijk naamwoord echter natuurlijker wanneer de handeling echt als begrip wordt behandeld: de zorgvuldige controle van de gegevens.
De deelnemers aan de handeling worden meestal met een voorzetsel toegevoegd:
- het oorspronkelijke lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat): men beoordeelt de aanvraag → het beoordelen van de aanvraag;
- de oorspronkelijke uitvoerder: de commissie beoordeelt de aanvraag → het beoordelen van de aanvraag door de commissie;
- doel of inhoud: men besloot om te vertrekken → het besluit om te vertrekken.
Bij vaste tijds- en voorzetselcombinaties is de infinitief bijzonder gewoon: voor het slapen, na het afronden van de cursus, tijdens het wachten en bij het lezen van dit document. Na bij staat het lidwoord dus vaak uitdrukkelijk: bij het lezen, niet alleen bij lezen.
Afgeleide zelfstandige naamwoorden
Een achtervoegsel (een woorddeel aan het einde van een woord) kan een nieuw zelfstandig naamwoord vormen. De volgende patronen zijn productief of komen zeer vaak voor, maar niet elk grondwoord laat elke uitgang toe.
| Patroon | Voorbeelden | Gewoon lidwoord | Typische betekenis |
|---|---|---|---|
| werkwoord + -ing | behandelen → behandeling, betalen → betaling | de | handeling, proces of resultaat |
| bijvoeglijk naamwoord + -heid | duidelijk → duidelijkheid, noodzakelijk → noodzakelijkheid | de | eigenschap of toestand |
| -tie, -atie, -isatie | produceren → productie, informeren → informatie, nominaliseren → nominalisatie | de | vaak een abstract proces of resultaat |
| -isme | realisme, kapitalisme, organisme | het | leer, stroming, systeem; soms een ander vast begrip |
| andere of onregelmatige vorm | onderzoeken → onderzoek, beslissen → besluit/beslissing, kiezen → keuze | verschilt | handeling, uitkomst of begrip |
De tabel geeft tendensen, geen automatische bouwregels. Informatie betekent doorgaans de verstrekte kennis, terwijl informering alleen in bepaalde vakcontexten voorkomt en veel minder gewoon is. Ook noodzaak is vaak bondiger en natuurlijker dan noodzakelijkheid: de noodzaak van maatregelen is in veel teksten de beste keuze. Controleer bij twijfel een woordenboek en leer het lidwoord mee.
Sommige vormen zijn gelexicaliseerd: ze functioneren als een zelfstandig woord met een eigen betekenis. Werkzaamheden betekent meestal concrete taken of activiteiten en wordt vaak in het meervoud gebruikt: onderhoudswerkzaamheden. Het is dus niet in elke zin uitwisselbaar met het werken.
Personen aanduiden
Een handeling kan ook worden omgezet in een naam voor degene die haar uitvoert:
- werken → de werker;
- aanvragen → de aanvrager;
- deelnemen → de deelnemer;
- leidinggeven → de leidinggevende.
Daarnaast kan een deelwoord (een werkwoordsvorm die ook als bijvoeglijk naamwoord kan werken) zelfstandig worden gebruikt: de werkende, de verdachte, de betrokkene. Bij personen krijgt het meervoud doorgaans een slot-n: de werkenden, de verdachten, de betrokkenen. De precieze vorm is woordgebonden; je kunt niet bij elk werkwoord vrij een natuurlijke persoonsnaam maken.
Van een zin naar naamwoordstijl
Bij nominalisatie verandert meer dan één woord. Vergelijk de stappen:
- De directie voert de maatregel snel in.
- Kies een zelfstandig naamwoord: invoeren → invoering.
- Maak van snel een bepaling bij het zelfstandig naamwoord: de snelle invoering.
- Voeg de maatregel en uitvoerder toe: de snelle invoering van de maatregel door de directie.
Het bijwoord snel wordt hier het bijvoeglijk naamwoord snelle. Het lijdend voorwerp krijgt van en de uitvoerder kan met door worden genoemd. Tijd, modaliteit en ontkenning vragen extra aandacht. De directie had de maatregel niet kunnen invoeren bevat verleden tijd, mogelijkheid en ontkenning; in de invoering van de maatregel verdwijnen die betekenissen. Een nauwkeuriger omzetting is bijvoorbeeld het feit dat de directie de maatregel niet had kunnen invoeren. Niet elke werkwoordelijke zin wordt dus beter of vollediger door nominalisatie.
Voorbeelden in context
| Nederlands voorbeeld | Betekenis in gewone woorden | Opmerking |
|---|---|---|
| De behandeling van dit onderwerp vraagt meer tijd. | We hebben meer tijd nodig om dit onderwerp te behandelen. | Behandeling op -ing |
| Het voortbestaan van de organisatie is onzeker. | Het is onzeker of de organisatie kan blijven bestaan. | zelfstandig gebruikte infinitief met voort- |
| De minister benadrukte de noodzakelijkheid van maatregelen. | De minister benadrukte dat maatregelen noodzakelijk waren. | correct, maar de noodzaak klinkt vaak bondiger |
| Bij het lezen van dit document moet je op de voetnoten letten. | Wanneer je dit document leest, moet je op de voetnoten letten. | vaste combinatie bij het + infinitief |
| Na goedkeuring van de begroting begon het project. | Nadat men de begroting had goedgekeurd, begon het project. | de handelende persoon blijft ongenoemd |
| De snelle invoering van het systeem veroorzaakte problemen. | Er ontstonden problemen doordat men het systeem snel invoerde. | bijwoord snel wordt snelle |
| De duidelijkheid van de instructies is verbeterd. | De instructies zijn duidelijker geworden. | eigenschap op -heid |
| De productie van onderdelen wordt volgende maand hervat. | Men gaat volgende maand weer onderdelen produceren. | vorm op -tie |
| Het rapport pleit voor modernisering van het onderwijs. | Het rapport vindt dat het onderwijs moderner moet worden. | vorm op -isering |
| Tijdens de werkzaamheden aan het spoor rijden er minder treinen. | Terwijl men aan het spoor werkt, rijden er minder treinen. | gelexicaliseerd meervoud |
| Het niet naleven van de regels kan een boete opleveren. | Wie de regels niet naleeft, kan een boete krijgen. | ontkenning blijft bij de infinitiefgroep |
| De betrokkenen ontvangen morgen bericht. | De mensen die erbij betrokken zijn, krijgen morgen bericht. | zelfstandig gebruikt deelwoord |
| De onderzoeker beschreef de ontwikkeling van de theorie. | De onderzoeker beschreef hoe de theorie zich ontwikkelde. | proces als onderwerp van bespreking |
Veelgemaakte fouten
Het verkeerde lidwoord bij een infinitief
- Onjuist: de lezen van lange teksten
- Juist: het lezen van lange teksten
- Waarom: Een infinitief die als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, is een het-woord. Een afleiding op -ing is daarentegen meestal een de-woord: de lezing.
Het voorzetsel van vergeten
- Onjuist: de behandeling dit onderwerp
- Juist: de behandeling van dit onderwerp
- Waarom: Wat eerst het lijdend voorwerp van het werkwoord was, wordt bij veel nominalisaties een bepaling met van. Een vaste samenstelling kan soms wel: onderwerpbehandeling is denkbaar in vaktaal, maar klinkt veel technischer.
Zelf een onbestaande afleiding maken
- Onjuist: de beslissatie van de commissie
- Juist: de beslissing van de commissie of het besluit van de commissie
- Waarom: Achtervoegsels zijn niet vrij verwisselbaar. Leer de gebruikelijke nominalisatie als apart woord en let ook op het betekenisverschil tussen mogelijke vormen.
De uitvoerder onduidelijk laten
- Onduidelijk: Na de beoordeling van de manager werd het plan aangepast.
- Duidelijker: Nadat de manager het plan had beoordeeld, werd het aangepast.
- Waarom: Van de manager kan betekenen dat de manager beoordeelde, maar ook dat iemand de manager beoordeelde. Een werkwoordelijke bijzin maakt de rollen zichtbaar.
Te veel naamwoorden opstapelen
- Zwaar: De uitvoering van de controle van de naleving van de regels vindt morgen plaats.
- Helderder: Morgen controleren de inspecteurs of iedereen de regels naleeft.
- Waarom: Elke extra van-groep vraagt van de lezer dat die de relaties zelf reconstrueert. Benoem liever de uitvoerder en gebruik een vervoegd werkwoord als de handeling centraal staat.
Gebruiksnotities
Nominalisaties passen goed wanneer het proces of resultaat belangrijker is dan de uitvoerder. In De opening van de brug is uitgesteld gaat het om de gebeurtenis; wie de brug opent, doet er op dat moment niet toe. Ze helpen ook om een bekend onderwerp compact voort te zetten: De raad onderzocht het voorstel. Dit onderzoek duurde drie maanden.
In formele teksten dienen nominalisaties vaak als kop of label: aanvraag, beoordeling, goedkeuring, uitvoering. Daardoor kan informatie gemakkelijk worden gerangschikt en kan een tekst naar hetzelfde begrip terugverwijzen. Vakgebieden gebruiken bovendien vaste termen waarvan een werkwoordelijke omschrijving minder precies zou zijn, zoals gegevensbescherming, risicobeoordeling en kwaliteitsbewaking.
Formeel betekent echter niet automatisch beter. Constructies als tot uitvoering brengen, een beoordeling uitvoeren en overgaan tot beëindiging bevatten vaak een betekenisarm werkwoord naast een zwaar zelfstandig naamwoord. Gewoon uitvoeren, beoordelen of beëindigen is meestal directer. In duidelijke publiekscommunicatie verdient werkwoordstijl daarom vaak de voorkeur.
Let ook op het verschil tussen proces en resultaat. De vertaling duurde drie weken kan zowel het vertalen als de uiteindelijke tekst aanduiden. Het vertalen duurde drie weken verwijst duidelijker naar de activiteit; de vertaalde tekst naar het resultaat. De context lost zulke verschillen meestal op, maar in instructies en contracten kan expliciet formuleren nodig zijn.
Verder dan de basis
Informatiedichtheid en zinsbouw
Een nominalisatie kan zelf onderwerp of lijdend voorwerp worden en kan vervolgens door lange bepalingen worden uitgebreid:
De onverwacht snelle afwijzing van het aangepaste voorstel door de beoordelingscommissie leidde tot protest.
Deze zin verpakt veel informatie in één naamwoordgroep (een groep woorden rond een zelfstandig naamwoord). Dat is nuttig als de afwijzing al het gespreksonderwerp is. Als de gebeurtenis nieuw is, leest een zin met werkwoorden vaak gemakkelijker: De beoordelingscommissie wees het aangepaste voorstel onverwacht snel af. Dat leidde tot protest.
Verantwoordelijkheid zichtbaar of onzichtbaar maken
Nominalisatie kan de handelende persoon naar de achtergrond schuiven: Bij de verwerking van uw gegevens zijn fouten gemaakt. Dat kan functioneel zijn als de uitvoerder onbekend of onbelangrijk is. Het kan ook verantwoordelijkheid verhullen. Vergelijk Er heeft onjuiste besluitvorming plaatsgevonden met Het bestuur heeft een onjuist besluit genomen. Een gevorderde schrijver kiest dus niet alleen een grammaticaal correcte vorm, maar controleert ook wie er wel en niet zichtbaar is.
Verwijzingen en voorzetsels
Een genominaliseerde constructie kan meerdere rollen met van uitdrukken:
- de kritiek van de commissie — de commissie levert kritiek;
- de kritiek van het voorstel — zonder context vreemd of dubbelzinnig;
- de kritiek op het voorstel — het voorstel is het doelwit;
- de kritiek door de commissie op het voorstel — beide rollen zijn expliciet.
Het oorspronkelijke werkwoord bepaalt vaak welk voorzetsel natuurlijk blijft: de behoefte aan hulp, het vertrouwen in de uitkomst, de waarschuwing voor gevaar, het verzet tegen de maatregel. Nominalisatie is daarom ook een kwestie van vaste woordcombinaties leren.
Parallelle stijl
In opsommingen werkt een consequente vorm het best. Kies bijvoorbeeld overal zelfstandige naamwoorden:
- inventarisatie van de risico's;
- beoordeling van de maatregelen;
- vaststelling van het eindrapport.
Of kies overal werkwoorden:
- de risico's inventariseren;
- de maatregelen beoordelen;
- het eindrapport vaststellen.
Een willekeurige menging is niet altijd fout, maar maakt koppen, stappenplannen en beleidslijsten minder overzichtelijk.
Oefentips
- Herschrijf in twee richtingen. Neem vijf zinnen uit een nieuws- of beleidstekst. Zet nominalisaties om in vervoegde werkwoorden en maak daarna van enkele werkwoordelijke zinnen weer naamwoordgroepen. Vergelijk welke versie duidelijker is.
- Leer woordfamilies met lidwoord en voorzetsel. Noteer bijvoorbeeld beoordelen — de beoordeling van — de beoordelaar en vertrouwen — het vertrouwen in. Zo leer je niet alleen de uitgang, maar ook het gebruik.
- Doe de uitvoerderstest. Onderstreep bij elke nominalisatie wie handelt en wat de handeling ondergaat. Kun je dat niet direct zien, herschrijf de zin dan met een persoon of instantie als onderwerp.
Verwante begrippen
- Vooraf: Schrijftaal — laat zien hoe naamwoordstijl samenwerkt met formeel register, onpersoonlijke formuleringen en complexe zinsbouw.