A1

Tijd en Datum in het Nederlands

Tijd en Datum

Overzicht

Het aangeven van tijd en datum is een essentiële basisvaardigheid. Het Nederlands heeft een eigen systeem voor kloktijden — met name half dat anders werkt dan in het Engels — en een vaste manier om data uit te spreken en te schrijven.

Hoe het werkt

Kloktijden

Uitdrukking Tijd Betekenis
drie uur 3:00 three o'clock
kwart over drie 3:15 quarter past three
half vier 3:30 half past three (let op: half vier = halftime NAAR vier!)
kwart voor vier 3:45 quarter to four
tien over drie 3:10 ten past three
tien voor vier 3:50 ten to four

Belangrijk: half vier = 3:30 (halverwege op weg naar vier), niet 4:30!

Formele tijdsaanduiding (24-uurs)

  • 13:00 = dertien uur
  • 17:30 = halfzes 's avonds / zeventien uur dertig

Datums

Volgorde: dag (rangtelwoord) – maand – jaar

  • 5 januari 2024 = de vijfde januari tweeduizendvierentwintig

Dagen van de week

Dag Afkorting
maandag ma
dinsdag di
woensdag wo
donderdag do
vrijdag vr
zaterdag za
zondag zo

Maanden

januari – februari – maart – april – mei – juni – juli – augustus – september – oktober – november – december

Voorbeelden in context

Nederlands Vertaling Opmerking
De vergadering is om half drie. The meeting is at 2:30. Half = halverwege naar
Hij komt om kwart over vijf. He comes at 5:15. Kwart over
De trein vertrekt om tien voor zeven. The train departs at 6:50. Tien voor
Mijn verjaardag is op 12 april. My birthday is on 12 April. Datum
We gaan op vrijdag weg. We leave on Friday. Dag van de week
Ze is geboren in augustus. She was born in August. Maand
Het is maandag. It's Monday. Dag zeggen

Veelgemaakte fouten

Fout Correct Waarom
half vier = 4:30 half vier = 3:30 Half vier = halverwege op weg naar vier.
in maandag op maandag Dag van de week → op.
om april in april Maand → in.

Oefentips

  1. Half-systeem oefenen. Schrijf tien tijden op en zeg ze hardop: 7:30 = half acht, 10:30 = half elf.
  2. Dagelijkse tijden benoemen. Hoe laat sta je op, eet je, slaap je? Schrijf alles op.
  3. Kalender hardop lezen. Neem een kalender en lees datums hardop voor.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Hoofdtelwoorden in het NederlandsA1

Meer A1-concepten

Wil je Tijd en Datum in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen