A1
Voorzetsels van Tijd in het Nederlands
Voorzetsels van Tijd
Overzicht
Tijdsvoorzetsels geven aan wanneer iets plaatsvindt. De drie meest gebruikte zijn op (voor specifieke dagen en tijdstippen), in (voor maanden, seizoenen, jaren en langere periodes) en om (voor kloktijden). Het is belangrijk deze te onderscheiden, want ze zijn niet uitwisselbaar.
Hoe het werkt
De drie hoofdvoorzetsels
| Voorzetsel | Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|---|
| op | Dag van de week, datum | op maandag, op 5 januari |
| in | Maand, seizoen, jaar, deel van dag | in januari, in de zomer, in 2024 |
| om | Kloktijd | om drie uur, om half vier |
Andere tijdsvoorzetsels
| Voorzetsel | Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|---|
| van ... tot | Van een tijd tot een tijd | van negen tot vijf |
| voor | Vóór een tijdstip | voor het avondeten |
| na | Na een tijdstip | na de vergadering |
| tijdens | Gedurende | tijdens de les |
| over | Binnen een periode | over drie dagen |
| geleden | Verleden | twee jaar geleden |
Voorbeelden in context
| Nederlands | Vertaling | Opmerking |
|---|---|---|
| Ik werk op maandag en dinsdag. | I work on Monday and Tuesday. | Dag van de week |
| Hij is op 15 maart geboren. | He was born on 15 March. | Datum |
| Ze gaat in april op vakantie. | She goes on holiday in April. | Maand |
| We zijn in 1998 getrouwd. | We got married in 1998. | Jaar |
| De vergadering begint om tien uur. | The meeting starts at ten o'clock. | Kloktijd |
| Kom over een halfuur. | Come in half an hour. | Toekomstige periode |
| Dat was drie jaar geleden. | That was three years ago. | Verleden |
| Tijdens de pauze eet ik een broodje. | During the break I eat a sandwich. | Gedurende |
Veelgemaakte fouten
| Fout | Correct | Waarom |
|---|---|---|
| in maandag | op maandag | Dag van de week → op. |
| op januari | in januari | Maand → in. |
| op drie uur | om drie uur | Kloktijd → om. |
| in het ochtend | 's ochtends / in de ochtend | Deel van de dag: 's ochtends of in de ochtend. |
Oefentips
- Agenda beschrijven. Beschrijf je weekschema met de juiste voorzetsels: Op maandag ga ik... Om negen uur begin ik...
- Op/in/om-trits. Onthoud: dag = op, maand/jaar = in, klok = om.
- Verleden en toekomst. Oefen tijdsaanduidingen: over twee dagen, drie weken geleden, na het weekend.
Verwante concepten
- Geen directe verwante concepten geregistreerd
Meer A1-concepten
Persoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp) in het NederlandsPersoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp)Het Werkwoord Zijn in het NederlandsHet Werkwoord ZijnHet Werkwoord Hebben in het NederlandsHet Werkwoord HebbenDe- en Het-woorden in het NederlandsDe- en Het-woordenOnbepaald Lidwoord in het NederlandsOnbepaald Lidwoord
Wil je Voorzetsels van Tijd in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen