B1

De nominale infinitief in het Italiaans

Infinito Sostantivato

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Een Italiaanse infinitief (de onbepaalde wijs, zoals fare of partire) kan de rol van een zelfstandig naamwoord krijgen: Il sapere è potere betekent ‘Kennis is macht’. De infinitief staat ook vaak na een voorzetsel: prima di + infinitief voor ‘voordat’, dopo + voltooide infinitief voor ‘nadat’ en per + infinitief voor een doel.

Overzicht

De infinitief is de vorm waaronder een werkwoord in een woordenboek staat: parlare (‘spreken’), leggere (‘lezen’) en dormire (‘slapen’). Normaal noemt zo'n vorm een handeling zonder persoon of tijd aan te geven. In het Italiaans kan die handeling echter als een zaak, bezigheid of abstract begrip worden voorgesteld. Dan werkt de infinitief geheel of gedeeltelijk als een zelfstandig naamwoord: il vivere (‘het leven’, letterlijk ‘het leven als activiteit’) of lo scrivere (‘het schrijven’).

Dit gebruik heet in het Italiaans infinito sostantivato. Het komt veel voor in algemene uitspraken, beschouwingen, titels en iets formelere schrijftaal, maar het is zeker niet alleen literair. Ook heel alledaagse zinnen als Mi piace cucinare (‘Ik kook graag’) laten een infinitief een naamwoordelijke zinsfunctie vervullen. De infinitief is daar het onderwerp (waarover iets wordt gezegd) van piace.

Op B1-niveau is vooral belangrijk dat je enkele vaste bouwpatronen herkent en zelf kunt gebruiken. Voor Nederlandstaligen voelt il mangiare soms vertrouwd door ‘het eten’, maar de talen lopen niet overal gelijk. Het Italiaans gebruikt mannelijke lidwoorden, en Nederlands ‘voor’, ‘na’ of ‘om te’ vertelt niet automatisch welk Italiaans voorzetsel nodig is.

Hoe het werkt

1. Een infinitief als naamwoord

Met een bepaald lidwoord presenteer je de handeling als begrip of verschijnsel:

  • il + infinitief: il fare, il dire, il sapere, il parlare
  • lo + infinitief: lo scrivere, lo stare insieme
  • l' + infinitief: l'essere, l'amare

De infinitief wordt dan als mannelijk enkelvoud behandeld. Het lidwoord volgt de gewone klankregels voor mannelijke woorden: il in de meeste gevallen, lo onder meer voor s + medeklinker, en l' voor een klinker. Er is dus geen rechtstreeks Italiaans equivalent van het Nederlandse onzijdige het in ‘het lezen’ of ‘het weten’.

Een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap noemt) kan het geheel nader bepalen:

  • il lento scorrere del tempo — het langzame verstrijken van de tijd
  • il continuo lamentarsi — het voortdurende klagen
  • il dolce far niente — het zalige nietsdoen

Bij een wederkerend werkwoord blijft het wederkerend voornaamwoord aan de infinitief vastzitten: lamentarsi, alzarsi, ricordarsi. Je krijgt dus bijvoorbeeld il suo continuo lamentarsi (‘zijn of haar voortdurende geklaag’).

De infinitief behoudt tegelijk werkwoordelijke eigenschappen. Hij kan een lijdend voorwerp hebben (wie of wat de handeling ondergaat), een bijwoord of andere aanvullingen:

  • il leggere molti libri — het lezen van veel boeken
  • il parlare lentamente — het langzaam spreken
  • il vivere in città — het wonen in de stad

Dat dubbele karakter is de kern: de hele groep gedraagt zich als een naamwoordelijke eenheid, maar binnen die groep regeert de infinitief zijn aanvullingen nog als werkwoord.

2. Zonder lidwoord als onderwerp of aanvulling

Een lidwoord is niet altijd nodig. Vooral wanneer de activiteit in het algemeen bedoeld is, staat de infinitief vaak kaal:

  • Viaggiare costa. — Reizen kost geld.
  • Leggere fa bene. — Lezen doet goed.
  • Preferisco camminare. — Ik wandel liever.

In de eerste twee zinnen is de infinitief het onderwerp. In de derde is hij de aanvulling bij preferisco. Nederlands gebruikt hier eveneens vaak een infinitief, maar soms kiest het natuurlijker voor een vervoegd werkwoord: Mi piace cucinare vertaal je eerder als ‘Ik kook graag’ dan als het stijvere ‘Koken bevalt mij’.

Het lidwoord maakt de formulering meestal nadrukkelijker of abstracter. Vergelijk:

  • Leggere è importante. — Lezen is belangrijk. Een neutrale uitspraak over de activiteit.
  • Il leggere è importante. — Het lezen is belangrijk. De activiteit wordt nadrukkelijk als begrip behandeld; dit klinkt formeler of beschouwender.

3. Prima di + infinitief: voordat

Voor twee handelingen met dezelfde uitvoerder gebruikt het Italiaans vaak:

prima di + infinitief

In Prima di uscire, spengo le luci is de onuitgesproken uitvoerder van uscire dezelfde persoon als het onderwerp van spengo: ik ga weg en ik doe het licht uit. Ook bij een bevel werkt dat zo: Prima di partire, chiamami richt beide handelingen tot dezelfde ‘jij’.

Zijn de uitvoerders verschillend, dan is een vervoegde bijzin meestal duidelijker: prima che + congiuntivo. De congiuntivo is een werkwoordsvorm die onder meer na bepaalde voegwoorden wordt gebruikt:

  • Ti chiamo prima di partire. — Ik bel je voordat ik vertrek.
  • Ti chiamo prima che tu parta. — Ik bel je voordat jij vertrekt.

Het Nederlandse ‘voordat’ maakt dit verschil niet zichtbaar. Controleer daarom altijd wie beide handelingen uitvoert.

4. Dopo + voltooide infinitief: nadat

Om duidelijk te maken dat de eerste handeling al voltooid is, gebruikt het Italiaans na dopo vaak de voltooide infinitief:

dopo + avere/essere in de infinitief + voltooid deelwoord

Een voltooid deelwoord is de vorm zoals mangiato, letto of partito. Met avere wordt dat:

  • dopo aver mangiato — na gegeten te hebben / nadat iemand gegeten heeft
  • dopo aver finito il lavoro — na het werk afgemaakt te hebben

Voor werkwoorden die in samengestelde tijden essere nemen, gebruik je essere:

  • dopo essere arrivato — na aangekomen te zijn, gezegd door of over een man
  • dopo essere arrivata — na aangekomen te zijn, gezegd door of over een vrouw
  • dopo essersi svegliati — nadat zij wakker zijn geworden, over een mannelijke of gemengde groep

Na essere past het voltooid deelwoord zich aan het onderwerp aan: arrivato, arrivata, arrivati, arrivate. Avere wordt vóór een voltooid deelwoord gewoonlijk verkort tot aver: dopo aver parlato. De lange vorm avere parlato is grammaticaal mogelijk, maar aver parlato is hier gebruikelijker.

Ook deze verkorte constructie heeft normaal dezelfde uitvoerder als de hoofdzin: Dopo aver mangiato, siamo usciti betekent dat wij eerst aten en daarna naar buiten gingen. Als iemand anders de eerste handeling verricht, gebruik je meestal een volledige bijzin, bijvoorbeeld Dopo che Marco ha mangiato, siamo usciti.

5. Per + infinitief: doel

Met per + infinitief geef je aan met welk doel iemand iets doet:

  • Studio per imparare. — Ik studeer om te leren.
  • Sono venuta per parlarti. — Ik ben gekomen om met je te praten.
  • Usiamo questa app per esercitarci. — We gebruiken deze app om te oefenen.

Vertaal Nederlands om te niet blindelings met per. Per past wanneer er een doel of bedoeling is. In È difficile capire (‘Het is moeilijk om te begrijpen’) is capire gewoon de aanvulling bij difficile en staat er geen per. Ook na werkwoorden als volere, potere, dovere volgt de infinitief zonder per: Voglio partire (‘Ik wil vertrekken’).

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Il sapere è potere. Kennis is macht. Sapere wordt met il een abstract begrip.
Il dolce far niente è un'arte. Zalig nietsdoen is een kunst. Vaste uitdrukking met een bijvoeglijk naamwoord.
Mi rilassa il rumore del mare, ma non il continuo parlare dei vicini. Het geluid van de zee ontspant me, maar het voortdurende gepraat van de buren niet. Il parlare noemt de activiteit als verschijnsel.
Leggere ogni giorno arricchisce il vocabolario. Elke dag lezen verrijkt je woordenschat. De infinitiefgroep is onderwerp, zonder lidwoord.
Preferisco camminare invece di prendere l'autobus. Ik loop liever dan dat ik de bus neem. Na preferisco en invece di staat een infinitief.
Prima di partire, chiamami. Bel me voordat je vertrekt. De aangesproken persoon moet beide dingen doen.
Prima di accendere il forno, leggi la ricetta. Lees het recept voordat je de oven aanzet. Prima di plaatst de eerste genoemde handeling later in de tijd.
Dopo aver mangiato, siamo usciti. Nadat we gegeten hadden, zijn we naar buiten gegaan. De voltooide infinitief drukt de eerdere handeling uit.
Dopo essere arrivata a casa, Giulia ha fatto una doccia. Nadat Giulia thuisgekomen was, heeft ze gedoucht. Arrivata past zich aan het vrouwelijke onderwerp aan.
Dopo essersi vestiti, i bambini hanno fatto colazione. Nadat de kinderen zich hadden aangekleed, hebben ze ontbeten. Wederkerende voltooide infinitief met essere.
Studio per imparare. Ik studeer om te leren. Per geeft het doel aan.
Abbiamo aperto la finestra per far entrare un po' d'aria. We hebben het raam geopend om wat lucht binnen te laten. Per far entrare zegt waarom het raam openging.
È difficile dire di no. Het is moeilijk om nee te zeggen. Geen per: dire vult het bijvoeglijk naamwoord difficile aan.
È uscito senza salutare. Hij is weggegaan zonder gedag te zeggen. Ook senza kan rechtstreeks door een infinitief worden gevolgd.

Veelgemaakte fouten

1. Het Nederlandse lidwoord letterlijk overnemen

  • Onjuist: la sapere è importante
  • Juist: il sapere è importante
  • Waarom: Een als naamwoord gebruikte infinitief geldt in het Italiaans als mannelijk enkelvoud. Gebruik dus il, lo of l' volgens de beginklank, niet een lidwoord dat je op basis van de Nederlandse vertaling kiest.

2. di vergeten na prima

  • Onjuist: Prima partire, chiudi la porta.
  • Juist: Prima di partire, chiudi la porta.
  • Waarom: Vóór een infinitief vormt prima di één vast patroon. Prima zonder di kan wel zelfstandig als bijwoord voorkomen, bijvoorbeeld Prima mangiamo, poi usciamo (‘Eerst eten we, daarna gaan we uit’), maar dat is een andere bouw.

3. Een gerundium gebruiken na prima di of dopo

  • Onjuist: Prima di partendo, chiamami.
  • Juist: Prima di partire, chiamami.
  • Onjuist: Dopo mangiando, siamo usciti.
  • Juist: Dopo aver mangiato, siamo usciti.
  • Waarom: Partendo en mangiando zijn gerundiumvormen (vormen op -ando of -endo die een bijkomende handeling uitdrukken). Na deze voorzetselpatronen heb je een infinitief nodig.

4. De gewone infinitief gebruiken terwijl de eerdere voltooiing telt

  • Minder duidelijk: Dopo mangiare, siamo usciti.
  • Juist en natuurlijk: Dopo aver mangiato, siamo usciti.
  • Waarom: De voltooide infinitief laat ondubbelzinnig zien dat het eten klaar was vóór het uitgaan. Een Nederlander laat zich gemakkelijk leiden door ‘na het eten’, maar het Italiaans kiest in zo'n volledige werkwoordelijke constructie vaak dopo aver mangiato.

5. De verkeerde uitvoerder aan een verkorte bijzin koppelen

  • Onduidelijk of onjuist bedoeld: Prima di partire, ti chiamo wanneer bedoeld wordt: ‘Ik bel je voordat jij vertrekt.’
  • Juist: Ti chiamo prima che tu parta.
  • Waarom: Bij prima di partire wordt de niet genoemde uitvoerder normaal gekoppeld aan het onderwerp van chiamo: ik vertrek. Gebruik bij twee verschillende uitvoerders een vervoegde bijzin.

6. per voor iedere Nederlandse combinatie met ‘om te’ zetten

  • Onjuist: È facile per capire.
  • Juist: È facile capire.
  • Waarom: Per + infinitief drukt vooral een doel uit. Na facile, difficile, possibile en vergelijkbare woorden staat de noodzakelijke aanvulling doorgaans zonder per.

Gebruiksnotities

Een infinitief met lidwoord klinkt vaak abstracter, bondiger en meer kenmerkend voor geschreven taal dan een gewone bijzin. Je ziet dit gebruik daarom veel in krantenkoppen, essays, spreuken en algemene beschouwingen: Il saper ascoltare è una qualità rara (‘Kunnen luisteren is een zeldzame eigenschap’). In alledaagse gesprekken zijn losse infinitieven zonder lidwoord vaak lichter: Ascoltare è importante.

Sommige infinitieven zijn zo vaak als zelfstandig naamwoord gebruikt dat ze een eigen naamwoordbetekenis en soms zelfs een meervoud hebben gekregen. Vergelijk dovere als werkwoord ‘moeten’ met un dovere / i doveri (‘een plicht / de plichten’), en piacere als werkwoord ‘bevallen’ met un piacere / i piaceri (‘een genoegen / de genoegens’). Zulke woorden leer je het best ook als afzonderlijke woordenschat. Een vrij gebruikte infinitief als il leggere krijgt normaal geen gewoon meervoud: je zegt niet zomaar i leggere.

Na andere voorzetsels en voorzetseluitdrukkingen komt de infinitief eveneens veel voor: senza parlare (‘zonder te spreken’), invece di protestare (‘in plaats van te protesteren’), oltre a studiare (‘naast studeren’) en fino a capire (‘totdat je het begrijpt’). Welk voorzetsel nodig is, moet je per uitdrukking leren. Nederlandse woorden als ‘te’, ‘door’, ‘voor’ en ‘om’ hebben geen vaste één-op-éénvertaling.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

Strikt grammaticaal zijn niet alle infinitieven in dit artikel in dezelfde mate ‘zelfstandig naamwoord’. In il sapere is de functie als zelfstandig naamwoord zichtbaar aan het lidwoord. In Leggere fa bene vervult de hele infinitiefgroep de functie van onderwerp. In prima di leggere blijft leggere vooral een werkwoordsvorm na een voorzetsel. Voor praktisch taalgebruik horen deze patronen bij elkaar, maar dit onderscheid helpt wanneer je later zinnen nauwkeuriger analyseert.

De voltooide infinitief reikt verder dan dopo. Hij kan ook eerdere tijd uitdrukken in andere verkorte constructies: Sono felice di averti conosciuto (‘Ik ben blij dat ik je heb leren kennen’) en Si è scusata per essere arrivata tardi (‘Ze heeft haar excuses aangeboden omdat ze te laat was’). Let opnieuw op de keuze tussen avere en essere, op aangehechte voornaamwoorden zoals averti, en op overeenkomst na essere.

De plaats van bepalingen kan een stijlverschil geven. Een schrijver kan een bijvoeglijk naamwoord vóór de infinitief zetten om de activiteit als compact begrip neer te zetten: il lento morire della luce (‘het langzaam uitdoven van het licht’). Zulke combinaties zijn expressief en komen meer voor in literaire of beschouwende taal. Voor gewoon B1-gebruik zijn heldere vormen als Leggere è utile, prima di uscire en per imparare ruimschoots voldoende.

Er bestaan ten slotte vaste uitdrukkingen waarin de infinitief bijna naamwoord is geworden, zoals il modo di fare (‘de manier van doen’), a dire il vero (‘eerlijk gezegd’) en avere a che fare con (‘te maken hebben met’). Probeer die als geheel te onthouden; een woord-voor-woordvertaling naar het Nederlands voorspelt het voorzetsel niet betrouwbaar.

Oefentips

  1. Maak drie zinnen rond één dagelijkse handeling. Neem bijvoorbeeld cucinare: Cucinare mi rilassa, Prima di cucinare, faccio la spesa en Cucino per mangiare meglio. Zo oefen je functie, tijdsvolgorde en doel naast elkaar.
  2. Onderstreep de uitvoerders. Vraag bij elke zin met prima di, dopo aver/essere of per wie de infinitiefhandeling doet en wie de hoofdhandeling doet. Zijn dat niet dezelfde personen, herschrijf de zin dan met prima che, dopo che of een andere volledige bijzin.
  3. Leer voorzetsel en infinitief als één blok. Zet op kaartjes niet alleen partire, maar combinaties als prima di partire, dopo essere partito/a en partire per lavorare. Spreek ze hardop uit en verander daarna persoon, geslacht of context.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden op -are in het ItaliaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Oefen Infinito Sostantivato in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen