A1

Plaatsbijwoorden in het Frans

Adverbes de Lieu

Overzicht

Plaatsbijwoorden geven aan waar iets of iemand zich bevindt of naartoe gaat. Ze zijn eenvoudig te leren en direct bruikbaar in dagelijkse gesprekken. In het Frans staan plaatsbijwoorden doorgaans na het werkwoord.

De meest gebruikte zijn: ici (hier), (daar/hier), là-bas (daarginder), partout (overal), quelque part (ergens), nulle part (nergens). Let op het veelzijdige gebruik van : in de spreektaal wordt het vaak gebruikt als synoniem van ici.

Hoe het werkt

Frans Nederlands Voorbeeld
ici hier Venez ici !
daar / hier Il est là.
là-bas daarginder Le café est là-bas.
partout overal Il y a des touristes partout.
nulle part nergens Elle ne va nulle part.
quelque part ergens Je l'ai vu quelque part.
dedans erin/binnenin Il est dedans.
dehors buiten Les enfants jouent dehors.
loin ver Ce n'est pas loin.
près dichtbij C'est tout près.
en haut boven Elle est en haut.
en bas beneden Le chat est en bas.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Opmerking
Venez ici ! Kom hier! opdracht
Il est . Hij is er / hij is hier. aanwezigheid
Le restaurant est là-bas. Het restaurant is daarginder. richting
Il y a des gens partout. Er zijn overal mensen. overal
Je ne vais nulle part. Ik ga nergens naartoe. ne...nulle part
Je l'ai mis quelque part. Ik heb het ergens neergelegd. onbepaald
Les enfants jouent dehors. De kinderen spelen buiten. buiten
Ma chambre est en haut. Mijn kamer is boven. verdieping
Le chat est dedans. De kat is binnen. binnenin
Ce n'est pas loin. Het is niet ver. afstand

Veelgemaakte fouten

en ici altijd streng onderscheiden

  • Opmerking: In de spreektaal gebruikt men ook voor "hier": Je suis là (Ik ben hier). Dit is niet fout, het is gangbaar gebruik.

Nulle part zonder ne

  • Fout: Je vais nulle part.
  • Correct: Je ne vais nulle part.
  • Waarom: Net als jamais en rien vereist nulle part de dubbele ontkenning ne...nulle part in de schrijftaal.

Oefentips

  1. Beschrijf de locatie van dingen in je kamer met plaatsbijwoorden: Le bureau est là, l'armoire est là-bas...
  2. Oefen de ontkennende vormen: Je ne vais nulle part, Il n'est pas là.
  3. Let bij gesproken Frans op hoe vaak wordt gebruikt voor zowel "hier" als "daar".

Verwante concepten

Meer A1-concepten

Wil je Plaatsbijwoorden in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen