A1
Plaatsbepalende bijwoorden in het Duits
Ortsadverbien
Overzicht
Plaatsbepalende bijwoorden geven aan waar iets is of naartoe gaat. Anders dan voorzetsels (die een naamwoord regeren) zijn bijwoorden zelfstandig en hebben ze geen naamval. De meest gebruikte zijn hier (hier), da/dort (daar), oben (boven), unten (onder), links (links), rechts (rechts), vorne (voor) en hinten (achter).
Een belangrijk onderscheid in het Duits: locatie vs. richting. Voor locatie gebruik je het ene bijwoord, voor richting een afgeleide of het voorzetsel hin-/her-.
Hoe het werkt
Locatie (waar?)
| Bijwoord | Betekenis |
|---|---|
| hier | hier |
| da / dort | daar |
| oben | boven (locatie) |
| unten | onder/beneden (locatie) |
| links | links |
| rechts | rechts |
| vorne | vooraan |
| hinten | achteraan |
| drinnen | binnen |
| draußen | buiten |
| überall | overal |
| nirgendwo | nergens |
Richting (waarheen?)
| Bijwoord | Betekenis |
|---|---|
| hierher | hierheen |
| dorthin | daarheen |
| hinauf | naar boven |
| hinunter | naar beneden |
| nach links | naar links |
| nach rechts | naar rechts |
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Das Buch ist hier. | Het boek is hier. | Locatie |
| Er wohnt dort. | Hij woont daar. | Locatie |
| Die Katze ist oben. | De kat is boven. | Locatie boven |
| Das Kind ist unten. | Het kind is beneden. | Locatie beneden |
| Links ist die Bank. | Links is de bank. | Richting |
| Geh nach rechts! | Ga naar rechts! | Richting |
| Komm hierher! | Kom hierheen! | Beweging naar spreker |
| Ich gehe dorthin. | Ik ga daarheen. | Beweging van spreker weg |
| Hier ist nichts. | Hier is niets. | Ontkenning |
| Draußen regnet es. | Buiten regent het. | Buiten |
Veelgemaakte fouten
Locatie en richting door elkaar halen
- Fout: Ich gehe hier. (voor beweging)
- Correct: Ich gehe hierher. of Ich gehe dorthin.
- Waarom: Voor beweging gebruik je een richtingsadverbium of het voorzetsel nach + richting.
"Da" en "dann" verwarren
- Fout: Da gehe ich ins Kino. (als 'dan')
- Correct: Ich gehe dann ins Kino.
- Waarom: Da = daar (plaats), dann = dan (tijd).
Oefentips
- Beschrijf waar voorwerpen in je kamer zijn: "Das Buch ist hier. Die Lampe ist oben rechts."
- Geef iemand de weg in het Duits: "Gehen Sie nach rechts, dann nach links..."
- Let op het locatie/richting-onderscheid bij sprekers in Duitstalige video's.
Verwante concepten
- Vereiste: Plaatsvoorzetsels — voorzetsels voor locatie
- Volgende stappen: Tweewegsvoorzetsels — locatie vs. richting bij voorzetsels
Meer A1-concepten
Persoonlijke voornaamwoorden (nominatief) in het DuitsPersonalpronomen im NominativBepaalde lidwoorden (nominatief) in het DuitsBestimmte Artikel im NominativOnbepaalde lidwoorden (nominatief) in het DuitsUnbestimmte Artikel im NominativWerkwoord 'sein' (tegenwoordige tijd) in het DuitsVerb 'sein' im PräsensWerkwoord 'haben' (tegenwoordige tijd) in het DuitsVerb 'haben' im Präsens
Wil je Plaatsbepalende bijwoorden in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen