A2

Datief voorzetsels in het Duits

Präpositionen mit Dativ

Overzicht

Een aantal voorzetsels in het Duits regeren altijd de datief. Ze zijn te onthouden als een vaste lijst, en het loont om ze vroeg uit het hoofd te leren. De meest gebruikte zijn: aus (uit), bei (bij), mit (met), nach (na/naar), seit (sinds), von (van), zu (naar/bij), außer (behalve) en gegenüber (tegenover).

Hoe het werkt

Voorzetsel Betekenis Voorbeeld
aus uit aus dem Haus
bei bij bei einem Freund
mit met mit dem Bus
nach na / naar (plaatsnamen) nach Berlin / nach dem Essen
seit sinds seit einem Jahr
von van von der Schule
zu naar / bij zu Hause / zum Arzt
außer behalve außer mir
gegenüber tegenover dem Bahnhof gegenüber

Samentrekkingen:

  • bei + dem = beim
  • von + dem = vom
  • zu + dem = zum
  • zu + der = zur

Datief van de lidwoorden:

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
Bepaald dem der dem den + n
Onbepaald einem einer einem

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Ich komme aus den Niederlanden. Ik kom uit Nederland. aus + plaatsnaam
Er wohnt bei einem Freund. Hij woont bij een vriend. bei + datief
Ich fahre mit dem Zug. Ik rij met de trein. mit + datief
Wir fahren nach Berlin. Wij rijden naar Berlijn. nach + plaatsnaam
Ich lerne Deutsch seit einem Jahr. Ik leer Duits al een jaar. seit + datief
Das ist ein Geschenk von meiner Mutter. Dat is een cadeau van mijn moeder. von + datief
Ich gehe zum Arzt. Ik ga naar de dokter. zu + dem = zum
Außer mir ist niemand da. Behalve ik is er niemand. außer + datief
Die Bank ist dem Bahnhof gegenüber. De bank ligt tegenover het station. gegenüber
Ich bin beim Bäcker. Ik ben bij de bakker. bei + dem = beim

Veelgemaakte fouten

Accusatief gebruiken na datief-voorzetsel

  • Fout: Ich fahre mit den Bus.
  • Correct: Ich fahre mit dem Bus.
  • Waarom: Mit regeert altijd de datief. Mannelijk datief = dem.

"Nach" en "zu" door elkaar halen

  • Fout: Ich gehe nach dem Arzt.
  • Correct: Ich gehe zum Arzt.
  • Waarom: Nach gebruik je voor plaatsnamen (nach Berlin), maar voor personen en gebouwen gebruik je zu.

Samentrekkingen weglaten

  • Fout: Ich bin bei dem Bäcker.
  • Correct: Ich bin beim Bäcker.
  • Waarom: Samentrekkingen zijn in het Duits de norm. Niet samentrekken klinkt onnatuurlijk.

Oefentips

  1. Leer de datief voorzetsels als lied of rijtje: aus, bei, mit, nach, seit, von, zu, außer, gegenüber.
  2. Leer de samentrekkingen (beim, vom, zum, zur) als vaste combinaties.
  3. Maak zinnen over je dagelijkse routine: hoe kom je ergens, bij wie ben je, waar ga je naartoe?

Verwante concepten

Vereiste kennis

Datief (lidwoorden) in het DuitsA2

Meer A2-concepten

Wil je Datief voorzetsels in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen