B1

Tijdvoegwoorden in het Deens

Tidskonjunktioner

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Deens op Settemila Lingue.

In het kort

Gebruik da voor één concrete gebeurtenis in het verleden, maar når voor herhaalde situaties, algemene waarheden en de toekomst. Andere belangrijke tijdvoegwoorden zijn mens (terwijl), inden/før (voordat), efter at (nadat), siden (sinds) en til (totdat). Ze leiden meestal een bijzin in, waarin ikke vóór het vervoegde werkwoord staat.

Overzicht

Tijdvoegwoorden verbinden twee gebeurtenissen en maken duidelijk wanneer ze ten opzichte van elkaar plaatsvinden. In Da jeg kom hjem, ringede telefonen vertelt de bijzin da jeg kom hjem wanneer de telefoon ging. Een bijzin is hier een zinsdeel dat niet als zelfstandige mededeling wordt gepresenteerd en door een voegwoord aan de hoofdzin is gekoppeld.

Op B1-niveau is vooral het verschil tussen da en når belangrijk. Beide kunnen in het Nederlands met toen, wanneer of als worden vertaald, maar het Deens kiest op grond van tijd en herhaling. Een Nederlandse vertaling helpt dus niet altijd: Nederlands toen komt vaak overeen met da, terwijl Nederlands als of wanneer meestal når wordt, maar je moet steeds naar de betekenis kijken.

Tijdzinnen vragen ook aandacht voor de woordvolgorde. In een Deense bijzin komt een zinsbijwoord zoals ikke (niet) vóór het vervoegde werkwoord. Staat de tijdzin vooraan, dan volgt in de hoofdzin bovendien inversie: het vervoegde werkwoord komt vóór het onderwerp.

Hoe het werkt

De basisstructuur

Een tijdzin kan na of vóór de hoofdzin staan:

  • Jeg ringer, når jeg kommer hjem. — Ik bel wanneer ik thuiskom.
  • Når jeg kommer hjem, ringer jeg. — Wanneer ik thuiskom, bel ik.

Het onderwerp is wie of wat de handeling uitvoert; het vervoegde werkwoord is de werkwoordsvorm die bij het onderwerp en de tijd past. In de tweede zin neemt de vooropgeplaatste tijdzin de eerste zinsplaats in. Daarom staat in de hoofdzin ringer jeg, niet jeg ringer. Dit lijkt op het Nederlands: Wanneer ik thuiskom, bel ik en niet wanneer ik thuiskom, ik bel.

Bij een zinsbijwoord zie je duidelijk dat het om een bijzin gaat:

Plaats Deens patroon Voorbeeld
Hoofdzin eerst hoofdzin + voegwoord + onderwerp + ikke + werkwoord Jeg går ikke ud, når det regner.
Tijdzin eerst voegwoord + onderwerp + ikke + werkwoord, werkwoord + onderwerp Når det ikke regner, går vi en tur.

Da of når?

Dit onderscheid hangt niet simpelweg af van de Nederlandse woorden toen en als.

Betekenis Voegwoord Voorbeeld
Eén concrete, afgeronde gelegenheid in het verleden da Da jeg kom hjem, ringede telefonen.
Herhaling in heden of verleden når Når jeg var hos min mormor, bagte vi boller.
Algemene of gebruikelijke situatie når Når jeg er træt, går jeg i seng.
Toekomstige gebeurtenis når Når du kommer i morgen, laver vi kaffe.

Da zet als het ware één punt op de tijdlijn: die ene keer gebeurde dit. Når beschrijft een patroon of een gelegenheid die nog moet plaatsvinden. Daarom staat bij een toekomstige betekenis når, ook waar een Nederlander misschien spontaan als zegt.

Vergelijk:

  • Da hun ringede, sad jeg i toget. — Toen zij belde, zat ik in de trein. Eén telefoontje.
  • Når hun ringede, sad jeg ofte i toget. — Wanneer zij belde, zat ik vaak in de trein. Een herhaald patroon in het verleden.
  • Når hun ringer, tager jeg telefonen. — Wanneer ze belt, neem ik op. Gewoonte of toekomst.

Mens: twee gebeurtenissen tegelijk

Mens betekent terwijl en geeft aan dat twee situaties geheel of gedeeltelijk samenvallen:

  • Mens vi ventede, begyndte det at regne. — Terwijl we wachtten, begon het te regenen.
  • Han laver mad, mens jeg dækker bord. — Hij kookt terwijl ik de tafel dek.

De twee werkwoordstijden zijn vaak gelijk, maar dat hoeft niet. Een langere achtergrondhandeling kan worden onderbroken door een kortere gebeurtenis, zoals in het eerste voorbeeld.

Mens kan ook een tegenstelling uitdrukken, ongeveer terwijl/daarentegen: Anna elsker kaffe, mens Peter foretrækker te. Dan gaat het niet in de eerste plaats om tijd. De context bepaalt de lezing.

Inden en før: voordat

Zowel inden als før kan voordat betekenen:

  • Inden du går, skal du spise. — Voordat je weggaat, moet je eten.
  • Sluk lyset, før du går. — Doe het licht uit voordat je weggaat.

Før is de brede, zeer gewone keuze voor de volgorde “eerder dan”. Inden legt vaak nadruk op iets dat vóór een grens of uiterste moment moet gebeuren. Daardoor past inden goed bij afspraken, voorbereiding en termijnen:

  • Send formularen, inden fristen udløber. — Stuur het formulier voordat de termijn verstrijkt.
  • Vi nåede hjem, før stormen begyndte. — We bereikten huis voordat de storm begon.

Voor een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) gebruik je onder meer før of inden zonder een volledige bijzin: før mødet (vóór de vergadering), inden fredag (uiterlijk vóór vrijdag). Bij een volledige zin volgt na beide woorden onderwerp plus werkwoord.

Efter at: nadat

Voor een volledige bijzin gebruik je efter at:

  • Efter at vi havde spist, gik vi en tur. — Nadat we hadden gegeten, gingen we wandelen.
  • Jeg ringede til hende, efter at mødet var slut. — Ik belde haar nadat de vergadering afgelopen was.

Voor een zelfstandig naamwoord staat alleen efter: efter mødet (na de vergadering), efter middagen (na het avondeten). Laat at dus niet weg als er een gewone volledige bijzin volgt. In informele taal komen ook compactere constructies voor, maar efter at + bijzin is voor de leerder het veilige basispatroon.

De voltooid verleden tijd (havde + voltooid deelwoord, de vorm die een afgeronde handeling uitdrukt) kan benadrukken dat de eerste gebeurtenis al voltooid was. Als de volgorde al duidelijk is, gebruikt het Deens soms ook een gewone verleden tijd: Efter at vi spiste, gik vi hjem. De vorm met havde spist maakt de opeenvolging explicieter.

Siden: sinds

Siden geeft een beginpunt aan van een toestand of activiteit die tot een later moment doorloopt:

  • Jeg har boet her, siden jeg begyndte at studere. — Ik woon hier sinds ik ben gaan studeren.
  • Siden hun flyttede, har vi kun set hinanden to gange. — Sinds ze verhuisde, hebben we elkaar maar twee keer gezien.

In de hoofdzin staat vaak een voltooide tijd met har, omdat het verband met het heden belangrijk is. Het Deens en het Nederlands kiezen daarbij niet altijd dezelfde tijd. Nederlands zegt bijvoorbeeld natuurlijk Ik woon hier sinds 2020, terwijl Deens vaak Jeg har boet her siden 2020 gebruikt. Neem de Deense constructie als geheel over in plaats van woord voor woord te vertalen.

Siden heeft ook andere functies. Als bijwoord kan het daarna/sindsdien betekenen, en in sommige contexten kan het een reden inleiden, vergelijkbaar met aangezien. Bij dit onderwerp gaat het om de temporele betekenis: kijk of er duidelijk een beginpunt in de tijd wordt genoemd.

Til: totdat

Til markeert het eindpunt: een handeling of toestand duurt voort tot de gebeurtenis in de bijzin plaatsvindt.

  • Vent her, til jeg kommer tilbage. — Wacht hier totdat ik terugkom.
  • Vi arbejdede, til solen gik ned. — We werkten totdat de zon onderging.

Voor een kloktijd of zelfstandig naamwoord werkt til als voorzetsel: til klokken fem (tot vijf uur), til mandag (tot maandag). Staat er een volledige gebeurtenis na, dan functioneert til als voegwoord: til mødet slutter (totdat de vergadering eindigt).

In dit gebruik komt ook indtil voor: Vent, indtil jeg ringer. Indtil maakt de betekenis totdat extra duidelijk; til is in veel alledaagse zinnen volkomen natuurlijk.

Voorbeelden in context

Deens Nederlands Toelichting
Da jeg kom hjem, ringede telefonen. Toen ik thuiskwam, ging de telefoon. Eén gebeurtenis in het verleden: da.
Da vi så huset første gang, kunne vi straks lide det. Toen we het huis voor het eerst zagen, vonden we het meteen mooi. Eenmalig moment in het verleden.
Når jeg er træt, går jeg i seng. Als ik moe ben, ga ik naar bed. Gewoonte: når.
Når jeg var hos min mormor, spillede vi kort. Wanneer ik bij mijn oma was, kaartten we. Herhaling in het verleden.
Når du kommer i morgen, viser jeg dig billederne. Wanneer je morgen komt, laat ik je de foto's zien. Toekomstige gebeurtenis.
Mens vi ventede, begyndte det at regne. Terwijl we wachtten, begon het te regenen. Gelijktijdige achtergrond en gebeurtenis.
Hun lyttede til en podcast, mens hun gjorde rent. Ze luisterde naar een podcast terwijl ze schoonmaakte. Twee gelijktijdige activiteiten.
Inden du går, skal du spise. Voordat je weggaat, moet je eten. Iets moet vóór een grens gebeuren.
Læs beskeden, før du svarer. Lees het bericht voordat je antwoordt. Volgorde van twee handelingen.
Efter at børnene var faldet i søvn, så vi en film. Nadat de kinderen in slaap waren gevallen, keken we een film. De eerste gebeurtenis was afgerond.
Jeg har kendt Maja, siden vi gik i skole. Ik ken Maja sinds we op school zaten. Begonnen in het verleden, nog relevant.
Bliv her, til bussen kommer. Blijf hier totdat de bus komt. Til geeft het eindpunt aan.
Når jeg ikke har tid, køber jeg aftensmad på vej hjem. Als ik geen tijd heb, koop ik onderweg naar huis avondeten. In de bijzin staat ikke vóór har.
Før mødet begynder, henter jeg kaffe. Voordat de vergadering begint, haal ik koffie. Na de vooropgeplaatste bijzin: henter jeg.

Veelgemaakte fouten

Da gebruiken voor de toekomst

  • Onjuist: Da du kommer i morgen, laver vi middag.
  • Juist: Når du kommer i morgen, laver vi middag.
  • Waarom: Da verwijst naar één concrete gelegenheid in het verleden. Voor de toekomst gebruik je når.

Når vermijden bij een herhaling in het verleden

  • Onjuist: Da jeg var barn, besøgte vi altid Bornholm om sommeren.
  • Juist: Når jeg var barn, besøgte vi altid Bornholm om sommeren.
  • Waarom: Met altid gaat het om een terugkerend patroon. Voor één afgebakende jeugdperiode hoor je ook formuleringen als Da jeg var barn, boede vi i Aarhus; daar beschrijft da de periode als één achtergrondkader. Kijk dus vooral of de gekoppelde gebeurtenis telkens opnieuw plaatsvond.

Nederlandse hoofdzinvolgorde na een tijdzin overnemen

  • Onjuist: Når jeg kommer hjem, jeg ringer til dig.
  • Juist: Når jeg kommer hjem, ringer jeg til dig.
  • Waarom: De tijdzin staat op de eerste zinsplaats. Daarom volgt in de hoofdzin werkwoord–onderwerp: ringer jeg.

Ikke op de hoofdzinplaats zetten

  • Onjuist: Jeg bliver hjemme, når jeg har ikke tid.
  • Juist: Jeg bliver hjemme, når jeg ikke har tid.
  • Waarom: In een bijzin staat een zinsbijwoord als ikke vóór het vervoegde werkwoord: ikke har.

Efter gebruiken waar efter at nodig is

  • Onjuist: Efter vi havde spist, gik vi ud.
  • Juist: Efter at vi havde spist, gik vi ud.
  • Waarom: Voor een volledige bijzin is efter at het duidelijke standaardpatroon. Efter alleen staat normaal voor een naamwoordgroep: efter middagen.

Siden woord voor woord uit het Nederlands vertalen

  • Minder natuurlijk: Jeg bor her siden 2020.
  • Natuurlijk: Jeg har boet her siden 2020.
  • Waarom: Voor een situatie die in het verleden begon en voortduurt, gebruikt het Deens vaak har + voltooid deelwoord. Het Nederlands gebruikt hier juist vaak de tegenwoordige tijd.

Gebruiksnotities

In gesprekken zijn når, mens, før en til zeer alledaags. Inden is eveneens gewoon, maar klinkt vaak doelgerichter doordat er een grens of deadline in meeklinkt. Indtil kan til vervangen wanneer de spreker het eindpunt nadrukkelijk of ondubbelzinnig wil aangeven.

Een komma vóór of na een Deense bijzin hangt mede af van het gekozen Deense kommasysteem. Je kunt teksten tegenkomen met een komma vóór een bijzin en teksten zonder zo'n begin-komma. Laat die variatie je niet afleiden van de zinsbouw. Bij een vooropgeplaatste bijzin markeert een komma wel duidelijk de overgang naar de hoofdzin, zoals in Når toget kommer, stiger vi på.

Let ook op de werkwoordstijd in toekomstige tijdzinnen. Deens gebruikt gewoonlijk de tegenwoordige tijd na når, net als Nederlands vaak doet: Når du kommer, spiser vi — “Wanneer je komt, eten we.” Een extra toekomstvorm is meestal niet nodig als de tijd al uit de context blijkt.

Verder dan de basis

Het verschil tussen een eenmalig kader en een herhaald patroon is soms een keuze in perspectief, niet alleen een objectief feit. Vergelijk Da jeg boede i København, cyklede jeg på arbejde met Når jeg boede i København, cyklede jeg på arbejde. De eerste zin bekijkt de periode in Kopenhagen als één afgesloten levensfase. De tweede is alleen passend als “in Kopenhagen wonen” zelf op verschillende momenten of verblijven terugkwam. Voor een gewoonte binnen één afgesloten periode zegt men vaak eenvoudiger Da jeg boede i København, cyklede jeg altid på arbejde.

Tijdrelaties kunnen bovendien preciezer worden gemaakt met combinaties als lige før (vlak voordat), først når (pas wanneer), så snart (zodra) en hver gang (telkens wanneer):

  • Ring, så snart du ved mere. — Bel zodra je meer weet.
  • Først når alle er klar, begynder vi. — Pas wanneer iedereen klaar is, beginnen we.
  • Hver gang han besøger os, tager han blomster med. — Telkens wanneer hij ons bezoekt, brengt hij bloemen mee.

Bij siden moet je op de context letten omdat het woord meerdere betekenissen heeft. Jeg har ikke set hende siden betekent “Ik heb haar sindsdien niet gezien”, terwijl Siden du allerede er her, kan du hjælpe eerder “Aangezien je er toch al bent, kun je helpen” betekent. Alleen de eerste betekenis hoort bij tijd.

Ook mens kan van tijd naar tegenstelling verschuiven. In Jeg arbejder bedst om morgenen, mens min kollega foretrækker aftenen worden geen gelijktijdige handelingen beschreven; twee voorkeuren worden tegenover elkaar gezet. Deze ruimere functies hoef je niet meteen actief te gebruiken, maar ze zijn belangrijk bij lezen en luisteren.

Oefentips

  1. Teken een tijdlijn. Zet bij da één stip, bij når meerdere stippen of een stip in de toekomst, bij mens twee overlappende lijnen, bij siden een beginpunt en bij til een eindpunt.
  2. Maak contrastparen. Schrijf telkens twee bijna gelijke zinnen, bijvoorbeeld Da hun ringede ... en Når hun ringede .... Voeg woorden als i går, altid en i morgen toe om het verschil hoorbaar te maken.
  3. Controleer twee woordvolgordes. Onderstreep in elke bijzin onderwerp – ikke – werkwoord en controleer bij een vooropgeplaatste tijdzin daarna werkwoord – onderwerp in de hoofdzin.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste voorkennis: Bijzinnen — legt de Deense woordvolgorde met onderwerp, zinsbijwoord en werkwoord uit.

Vereiste kennis

Bijzinnen in het DeensA2

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen