B2

Samengestelde tijden in het Turks

Bileşik Zamanlar

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Turks op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Het Turks kan een tijdsvorm in het verleden plaatsen door er een tweede verledenlaag aan toe te voegen: gel-iyor-du-m ‘ik was aan het komen’, yap-acak-tı ‘hij of zij zou het doen’, koş-ar-dı ‘hij of zij liep altijd’ en yap-mış-tı ‘hij of zij had het gedaan’. De eerste uitgang geeft aan om wat voor handeling het gaat; -dı/-di/-du/-dü of -tı/-ti/-tu/-tü plaatst die situatie vanuit een later moment in het verleden.

Overzicht

Turks bouwt werkwoordsvormen vooral met achtervoegsels: kleine delen die achter de stam komen en elk een eigen taak hebben. Bij de samengestelde tijden in dit artikel staan twee tijds- of aspectlagen achter elkaar. Aspect betekent hier hoe je naar het verloop van een handeling kijkt: als bezig, gepland, herhaald of al voltooid. Zo geeft -iyor in geliyordu een lopende handeling aan, terwijl -du die handeling naar het verleden verplaatst.

Op B2-niveau is vooral het onderlinge verschil belangrijk. Het Nederlands gebruikt hiervoor verschillende middelen: ‘was aan het …’, ‘zou …’, een gewone verleden tijd met ‘vroeger’, of de voltooid verleden tijd ‘had …’. Daardoor bestaat er geen enkel Nederlands patroon dat je telkens woord voor woord kunt overnemen. Je kiest in het Turks eerst het bedoelde gezichtspunt en bouwt daarna de vorm op.

Deze vier vormen komen voortdurend voor in gesprekken en verhalen. Ze leveren achtergrondinformatie, beschrijven oude gewoonten, kijken vanuit het verleden vooruit of verwijzen naar iets dat toen al gebeurd was. Ze bouwen voort op de bepaalde verleden tijd met -DI; de hoofdletter in die notatie staat voor de verschillende klinkervarianten.

Zo werkt het

Het basispatroon

De compacte vorm is ontstaan uit een gewone tijdsvorm plus idi, de verleden vorm van het koppelwerkwoord (een hulpvorm met ongeveer de functie van ‘was’). In hedendaags Turks wordt idi meestal vast aan het voorafgaande werkwoord geschreven en verkort.

Betekenislaag Opbouw Voorbeeld Gebruikelijke Nederlandse weergave
bezig in het verleden stam + -(I)yor + -DI + persoonsuitgang gel-iyor-du-m ik kwam / was aan het komen
toekomst gezien vanuit het verleden stam + -(y)AcAk + -DI + persoonsuitgang yap-acak-tı hij/zij zou het doen; was van plan het te doen
gewoonte of kenmerk in het verleden stam + aorist -(A/I)r + -DI + persoonsuitgang koş-ar-dı hij/zij liep altijd; placht te lopen
al voltooid vóór een verleden moment stam + -mIş + -DI + persoonsuitgang yap-mış-tı hij/zij had het gedaan

In grammaticale notatie vertegenwoordigt I een van de klinkers ı, i, u, ü en A een a of e. De keuze volgt de klinkerharmonie: de klinkers van achtervoegsels passen zich aan de laatste klinker van de stam of de voorafgaande uitgang aan.

De verledenlaag heeft acht mogelijke vormen:

Na de laatste klinker Na een stemhebbende klank of klinker Na ç, f, h, k, p, s, ş, t
a, ı -dı -tı
e, i -di -ti
o, u -du -tu
ö, ü -dü -tü

Daarom krijg je geliyordu, maar gelecekti: de k van gelecek is stemloos en maakt de d van de verledenuitgang eveneens stemloos. Na -mış/-miş/-muş/-müş begint die uitgang om dezelfde reden steeds met t: yapmıştı, gelmişti, okumuştu, görmüştü.

Persoonsuitgangen

Bij de eerste en tweede persoon staat de persoonsuitgang na de verledenlaag. Met geliyordu- ziet het volledige rijtje er zo uit:

Persoon Vorm Betekenis
ben geliyordum ik kwam / was aan het komen
sen geliyordun jij kwam / was aan het komen
o geliyordu hij/zij/het kwam / was aan het komen
biz geliyorduk wij kwamen / waren aan het komen
siz geliyordunuz jullie/u kwamen / waren aan het komen
onlar geliyorlardı zij kwamen / waren aan het komen

Bij de derde persoon meervoud staat -lar/-ler doorgaans vóór de verledenlaag: yapacaklardı, koşarlardı, gelmişlerdi. In natuurlijke zinnen wordt het onderwerp vaak weggelaten, omdat de uitgang al laat zien over welke persoon het gaat.

1. -(I)yordu: een lopende of tijdelijke situatie

-(I)yor laat een handeling zien die bezig is; -DI verplaatst het kijkpunt naar het verleden. Saat sekizde çalışıyordum betekent dat het werken om acht uur aan de gang was. Een andere gebeurtenis kan die achtergrond onderbreken: Çalışıyordum, telefon çaldı — ‘Ik was aan het werk toen de telefoon ging.’

Deze vorm kan ook een herhaalde bezigheid binnen een afgebakende periode beschrijven: O yaz her gün yüzüyorduk — ‘Die zomer zwommen we elke dag.’ Het gaat dan niet om een tijdloze oude gewoonte, maar om wat in die periode steeds gebeurde.

De ontkenning staat vóór -iyor. Daarbij valt de klinker van -ma/-me weg: gel-me-iyor-du-m wordt gelmiyordum, niet gelmeiyordum. Andere voorbeelden zijn çalışmıyordu en uyumuyorduk.

2. -(y)AcAktI: toekomst vanuit een verleden moment

Met -(y)AcAk kijk je vooruit; met -DI plaats je dat vooruitkijken in het verleden. Ertesi gün ayrılacaktık betekent ‘We zouden de volgende dag vertrekken.’ Het kan gaan om een plan, bedoeling, verwachting of voorspelling die toen nog toekomst was.

De vorm zegt op zichzelf niet of het plan is uitgevoerd. Ayşe bize gelecekti meldt alleen wat de bedoeling of verwachting was. Voeg je ama hastalandı toe, dan wordt duidelijk dat zij niet kwam: ‘Ayşe zou bij ons komen, maar werd ziek.’ Vertaal Nederlands ‘zou’ dus niet automatisch met deze vorm: ‘zou’ kan in het Nederlands ook een voorwaarde, beleefd verzoek of bericht uit tweede hand aangeven.

Voor de ontkenning gebruik je -ma/-me plus een verbindings-y: yap-ma-y-acak-tı → yapmayacaktı, gel-me-y-ecek-ti → gelmeyecekti.

3. -(A/I)rdI: vroegere gewoonten en kenmerken

Deze vorm combineert de geniş zaman of aorist (de vorm voor gewoonten, algemene patronen en kenmerken) met -DI. Dedem sabahları erken kalkardı betekent ‘Mijn opa stond ’s ochtends altijd vroeg op.’ De gewoonte hoort bij een voorbije periode.

Het Nederlands gebruikt vaak gewoon de onvoltooid verleden tijd en een woord als ‘vroeger’, ‘altijd’ of ‘vaak’. Turks kan het herhaalde karakter al in -ardı/-erdi/-ırdı/-irdi/-urdu/-ürdü leggen. Een tijdsbepaling maakt de periode vervolgens duidelijk: çocukken ‘toen ik kind was’, eskiden ‘vroeger’, o zamanlar ‘destijds’.

De ontkennende aorist heeft -maz/-mez: gitmezdi ‘hij/zij ging nooit of gewoonlijk niet’, içmezdik ‘wij dronken niet’. Vorm dus niet zomaar een positieve aorist en zet daar ergens een los ontkenningswoord bij.

4. -mIştI: iets was toen al gebeurd

-mIştI plaatst een voltooide gebeurtenis vóór een ander moment in het verleden. Eve vardığımda çocuklar uyumuştu betekent ‘Toen ik thuiskwam, waren de kinderen al in slaap gevallen.’ Dit lijkt vaak sterk op de Nederlandse voltooid verleden tijd met ‘had’ of ‘was’.

De uitgang -mIş kan in andere zinnen aangeven dat informatie vernomen, afgeleid of plots beseft is. In -mIştI staat vaak vooral de volgorde centraal: iets was op dat toenmalige moment al voltooid. Of er daarnaast een nuance van herinnering, ontdekking of indirecte informatie meespeelt, hangt van de context af. Vertaal de vorm daarom niet automatisch met ‘blijkbaar’.

De ontkenning is regelmatig: yap-ma-mış-tı → yapmamıştı, görmemiştik ‘wij hadden het niet gezien’.

Vragen maken

Het vraagpartikel mı/mi/mu/mü wordt los geschreven. Bij deze samengestelde vormen draagt het meestal zelf de verleden- en persoonsuitgang:

Mededeling Vraag Betekenis van de vraag
Geliyordun. Geliyor muydun? Was je aan het komen? / Kwam je?
Gelecekti. Gelecek miydi? Zou hij/zij komen?
Her gün koşardı. Her gün koşar mıydı? Liep hij/zij elke dag?
Bitirmişti. Bitirmiş miydi? Had hij/zij het afgemaakt?

De y in muydu/miydi verbindt twee klinkers: historisch staat hier mu idi. Schrijf dus niet geliyormuydu als één woord. Een ontkennende vraag is eveneens mogelijk: Gelmiyor muydun? — ‘Kwam je niet?’ of ‘Was je niet onderweg?’

Voorbeelden in context

Turks Nederlands Toelichting
Seni aradığımda eve geliyordum. Toen ik je belde, was ik onderweg naar huis. Een handeling die toen bezig was.
Dün bu saatte toplantı yapıyorduk. Gisteren rond deze tijd waren we aan het vergaderen. Achtergrond op een bepaald tijdstip.
O yaz her akşam sahilde yürüyorlardı. Die zomer wandelden ze elke avond langs de kust. Tijdelijke herhaling binnen één periode.
Mert bize yardım edecekti. Mert zou ons helpen. Een plan gezien vanuit het verleden.
Tren saat onda kalkacaktı ama gecikti. De trein zou om tien uur vertrekken, maar had vertraging. De latere werkelijkheid wijkt af van de verwachting.
Sana söylemeyecektim, ama fikrimi değiştirdim. Ik was niet van plan het je te vertellen, maar ik ben van gedachten veranderd. Ontkende bedoeling in het verleden.
Çocukken her yaz köye giderdik. Toen we kinderen waren, gingen we elke zomer naar het dorp. Een vroegere gewoonte.
Babam pazar günleri kahvaltı hazırlardı. Mijn vader maakte op zondag altijd het ontbijt klaar. Kenmerkend herhaald gedrag.
Eskiden bu sokak çok sessiz olurdu. Vroeger was deze straat heel rustig. Een vroegere, gebruikelijke toestand.
Biz gelmeden önce yemek bitmişti. Voordat wij kwamen, was het eten opgeraakt. De gebeurtenis was eerder al voltooid.
Anahtarımı ofiste unutmuştum. Ik had mijn sleutel op kantoor laten liggen. Eerder gebeurd, later relevant.
Film başladığında herkes yerini almıştı. Toen de film begon, had iedereen zijn plaats ingenomen. Duidelijke volgorde van twee gebeurtenissen.
Akşamları bizi arar mıydı? Belde hij/zij ons ’s avonds altijd? Vraag naar een oude gewoonte.
Sen geldiğinde hâlâ çalışıyor muyduk? Waren we nog aan het werk toen jij kwam? Het vraagpartikel draagt de verledenuitgang.

Veelgemaakte fouten

Alle vier vormen hetzelfde vertalen

  • Onhandig: Geliyordum altijd vertalen als ‘ik kwam’ en gelirdim eveneens als ‘ik kwam’.
  • Beter: Geliyordum = ‘ik was aan het komen/ik kwam eraan’; gelirdim = ‘ik kwam vroeger altijd’ of, in een voorwaardelijke context, ‘ik zou komen’.
  • Waarom: het Nederlands kan dezelfde verleden tijd gebruiken waar het Turks het verloop of de herhaling expliciet markeert. Kijk daarom naar de context, niet alleen naar de Nederlandse werkwoordsvorm.

De verledenlaag vóór de basisuitgang zetten

  • Fout: gel-di-yor-um wanneer je ‘ik was aan het komen’ bedoelt.
  • Goed: gel-iyor-du-m → geliyordum.
  • Waarom: eerst kies je het gezichtspunt — bezig, toekomstig, gewoon of voltooid — en pas daarna zet je dat in het verleden. Geliyorum wordt dus geliyordum.

De verkeerde klinker of medeklinker kiezen

  • Fout: gelecedi, yapacakdı.
  • Goed: gelecekti, yapacaktı.
  • Waarom: de toekomstuitgang eindigt op de stemloze k. Daarom begint de verledenlaag met t. De klinker volgt de laatste klinker: gelecek-ti, yapacak-tı.

De ontkenning verkeerd opbouwen

  • Fout: gelmeiyordum, gitmirdim.
  • Goed: gelmiyordum, gitmezdim.
  • Waarom: vóór -iyor verdwijnt de klinker van -me/-ma. De ontkennende aorist gebruikt daarentegen -mez/-maz: git-mez-di-m.

Het vraagpartikel vastschrijven

  • Fout: Geliyormuydu?
  • Goed: Geliyor muydu?
  • Waarom: mı/mi/mu/mü is een apart woord, ook wanneer -yDI en een persoonsuitgang eraan worden toegevoegd: geliyor muydunuz?

Aannemen dat -acaktı altijd ‘maar het gebeurde niet’ betekent

  • Te stellig: Ali gelecekti = ‘Ali zou komen, maar kwam niet.’
  • Precies: Ali gelecekti = ‘Ali zou komen / het was de bedoeling dat Ali kwam.’
  • Waarom: alleen de context vertelt of het plan doorging. Met ama gelmedi maak je het niet-doorgaan uitdrukkelijk.

Gebruiksnotities

In verhalen vormt -(I)yordu vaak het decor en brengt de gewone -DI-tijd de volgende gebeurtenis naar voren: Yağmur yağıyordu. Birden kapı açıldı. — ‘Het regende. Opeens ging de deur open.’ Dat verschil lijkt op Nederlands ‘het was aan het regenen’ tegenover ‘de deur ging open’, maar Turks houdt het onderscheid vaak consequenter in de werkwoordsuitgangen vast.

Voor oude gewoonten kunnen -(I)yordu en -(A/I)rdI soms allebei voorkomen, maar het gezichtspunt verschilt. O yıl her gün koşuyordu zet een tijdelijke routine in één bepaald jaar neer. Gençken her gün koşardı presenteert hardlopen als een kenmerkende gewoonte uit zijn of haar jeugd. Het is geen absoluut verschil; tijdsbepalingen en de bredere context sturen de keuze.

De losse vormen met idi — bijvoorbeeld geliyor idi of gelecek idi — zijn grammaticaal, maar klinken in een gewoon gesprek nadrukkelijk, plechtig of literair. De samengetrokken vormen geliyordu en gelecekti zijn neutraal en veruit het gebruikelijkst.

Let bij vertalen uit het Nederlands vooral op ‘zou’. In Hij zei dat hij morgen zou komen past vaak gelecekti wanneer je vanuit dat verleden moment vooruitkijkt. In Als ik tijd had, zou ik komen gaat het daarentegen om een voorwaarde; dan staat doorgaans een voorwaardelijke bijzin, bijvoorbeeld Vaktim olsaydı gelirdim. Het Nederlandse hulpwerkwoord alleen vertelt dus nog niet welke Turkse constructie nodig is.

Verdieping

-ArDI in denkbeeldige situaties

Naast vroegere gewoonten kan -ArDI het gevolg van een niet-werkelijke of onzekere voorwaarde uitdrukken:

  • Vaktim olsaydı sana yardım ederdim. — ‘Als ik tijd had, zou ik je helpen.’
  • Daha erken çıksaydık treni kaçırmazdık. — ‘Als we eerder waren vertrokken, zouden we de trein niet hebben gemist.’

Hier betekent ederdim niet ‘ik hielp vroeger altijd’. De voorwaardelijke bijzin met -saydı/-seydi dwingt de lezing ‘zou’. Dit is precies een geval waarin Nederlands en Turks aan de oppervlakte op elkaar kunnen lijken, maar de hele zinsbouw de betekenis bepaalt.

Volgorde in een verhaal

Met -mIştI kun je vanuit een punt in het verleden nog een stap terugzetten. Vergelijk:

Turks Tijdlijn Nederlandse betekenis
Ece geldi. hoofdgebeurtenis in het verleden Ece kwam.
Biz yemek yiyorduk. bezig op datzelfde moment Wij waren aan het eten.
Yemeği hazırlamıştık. al voltooid vóór dat moment Wij hadden het eten klaargemaakt.
Ece de yardım edecekti. toen nog een plan voor later Ece zou ook helpen.

Een Turks verhaal kan zo zonder veel extra hulpwerkwoorden tussen achtergrond, eerdere gebeurtenissen en verwachtingen wisselen. De uitgangen dragen het perspectief.

Andere samengestelde reeksen herkennen

In een ruimere Turkse grammaticale beschrijving kan een vervoegde vorm ook worden uitgebreid met imiş voor overgeleverde of achteraf ontdekte informatie, of met ise voor een voorwaarde. Je kunt daardoor vormen tegenkomen als geliyormuş ‘naar verluidt is/was hij of zij aan het komen’ en gelecekse ‘als hij of zij zal komen’. Ze horen niet bij de vier kernpatronen van dit onderwerp, maar hetzelfde leesprincipe helpt: zoek eerst de basisvorm en bepaal daarna wat de extra laag toevoegt.

Oefentips

  1. Bouw vanuit vier basisvormen. Neem één werkwoord, bijvoorbeeld çalışmak. Maak eerst çalışıyor, çalışacak, çalışır, çalışmış en voeg daarna -DI toe: çalışıyordu, çalışacaktı, çalışırdı, çalışmıştı. Herhaal dit ook ontkennend.
  2. Teken een kleine tijdlijn. Zet bij -iyordu een balk rond het verleden moment, bij -acaktı een pijl vooruit, bij -ardı meerdere stippen en bij -mıştı een stip vóór een andere verleden gebeurtenis. Zo leer je de betekenis in plaats van alleen de uitgang.
  3. Vertel gisteren in lagen. Schrijf vier zinnen: wat je om acht uur deed, wat je later zou doen, wat je vroeger op zulke dagen deed en wat je al had afgerond. Stel daarna bij elke zin een vraag met mı/mi/mu/mü.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Verleden tijd met -di in het TurksA2

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen