A2

Bijzinnen in het Zweeds

Bisatser

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Een Zweedse bijzin begint vaak met att, om, när, medan of eftersom. Het belangrijkste verschil met een hoofdzin is de BIFF-regel: een zinsbijwoord als inte staat in een bijzin vóór het vervoegde werkwoord: hon kommer inte wordt att hon inte kommer. Zet het werkwoord niet aan het einde zoals in een Nederlandse bijzin.

Overzicht

Een bijzin is een deel van een grotere zin dat meestal niet zelfstandig kan staan. In Jag vet att hon kommer is Jag vet de hoofdzin en att hon kommer de bijzin. De bijzin kan vertellen wat iemand weet, of iets gebeurt, wanneer iets gebeurt of waarom iets zo is.

Dit onderwerp hoort bij A2, omdat je er alledaagse gedachten en gebeurtenissen mee aan elkaar kunt verbinden: Jag tror att … (ik denk dat …), om … (als/of …) en eftersom … (omdat …). Je hebt daarbij de basiswoordvolgorde van de Zweedse hoofdzin nodig.

Voor Nederlandstaligen voelt een deel van het systeem vertrouwd: ook het Nederlands gebruikt woorden als dat, of, wanneer, terwijl en omdat. Het grote verschil zit in de plaats van het werkwoord. In het Nederlands zeg je omdat ik vandaag niet werk, met het werkwoord achteraan. Het Zweeds houdt het vervoegde werkwoord veel eerder in de zin: eftersom jag inte arbetar i dag. Alleen het zinsbijwoord verschuift ervoor.

Zo werkt het

Hoofdzin en bijzin herkennen

Een hoofdzin kan op zichzelf een mededeling vormen: Hon arbetar i dag (ze werkt vandaag). Een bijzin wordt vaak ingeleid door een onderschikkend voegwoord: een verbindingswoord dat de volgende zin afhankelijk maakt van een andere zin.

Inleider Gebruikelijke Nederlandse betekenis Functie
att dat inhoud van zeggen, denken, weten, hopen enzovoort
om als, indien voorwaarde
om of indirecte ja-neevraag of onzekerheid
när wanneer, toen, als tijdstip of terugkerende situatie
medan terwijl twee gelijktijdige gebeurtenissen; soms ook tegenstelling
eftersom omdat, aangezien reden of oorzaak

De basisbouw van een eenvoudige bijzin is:

inleider + onderwerp + zinsbijwoord + vervoegd werkwoord + rest

Het onderwerp is wie of wat iets doet of is. Het vervoegde werkwoord is de werkwoordsvorm die tijd uitdrukt, zoals kommer, kom of har. Een zinsbijwoord zegt iets over de hele mededeling, bijvoorbeeld ontkenning, frequentie, zekerheid of waarschijnlijkheid: inte (niet), aldrig (nooit), alltid (altijd), kanske (misschien).

Zweedse zin Nederlandse vertaling Opbouw van de bijzin
Jag vet att hon kommer i dag. Ik weet dat ze vandaag komt. att + hon + kommer + i dag
Jag vet att hon inte kommer i dag. Ik weet dat ze vandaag niet komt. att + hon + inte + kommer + i dag
De säger att de aldrig har varit här. Ze zeggen dat ze hier nooit zijn geweest. att + de + aldrig + har + varit + här

De BIFF-regel

BIFF is een Zweeds ezelsbruggetje: *I bisats kommer inte före det finita verbet* — in een bijzin komt inte vóór het vervoegde werkwoord. Vergelijk de plaats van inte:

Soort zin Zweeds Nederlands
hoofdzin, één werkwoord Hon kommer inte. Ze komt niet.
bijzin, één werkwoord … att hon inte kommer. … dat ze niet komt.
hoofdzin, hulpwerkwoord Hon har inte kommit. Ze is niet gekomen.
bijzin, hulpwerkwoord … eftersom hon inte har kommit. … omdat ze niet is gekomen.

Bij twee werkwoorden is har in har kommit het vervoegde werkwoord; kommit is een niet-vervoegde vorm. Daarom staat inte in de bijzin vóór har, niet alleen vóór kommit.

BIFF geldt ook voor veel andere zinsbijwoorden:

  • Jag tror att hon alltid kommer i tid. — Ik denk dat ze altijd op tijd komt.
  • Han säger att han aldrig har sett filmen. — Hij zegt dat hij de film nooit heeft gezien.
  • Vi hörde att tåget kanske var försenat. — We hoorden dat de trein misschien vertraagd was.

Niet ieder bijwoord is echter een zinsbijwoord. Een woord dat alleen de manier van handelen beschrijft, blijft meestal na het werkwoord: Jag vet att hon talar långsamt (ik weet dat ze langzaam spreekt). BIFF betekent dus niet dat elk bijwoord vóór elk werkwoord moet staan.

Wat elk voegwoord uitdrukt

att: de inhoud van een gedachte of mededeling

Een att-bijzin volgt vaak op werkwoorden als säga (zeggen), tro (denken), veta (weten), hoppas (hopen) en förstå (begrijpen):

  • Jag tror att hon är hemma. — Ik denk dat ze thuis is.
  • Vi förstår att det är svårt. — We begrijpen dat het moeilijk is.

Verwar dit att niet met att vóór een infinitief (de onbepaalde vorm van een werkwoord). In att hon arbetar staat een onderwerp en een vervoegd werkwoord, dus dat is een bijzin. In att arbeta (werken) staat alleen een infinitief.

om: voorwaarde of indirecte vraag

Bij een voorwaarde betekent om doorgaans als of indien:

  • Om jag har tid, ringer jag dig. — Als ik tijd heb, bel ik je.

Na woorden als fråga (vragen), undra (zich afvragen) en inte veta (niet weten) betekent om vaak of:

  • Jag undrar om hon kommer. — Ik vraag me af of ze komt.

Hetzelfde Zweedse woord heeft dus twee functies. De omgeving maakt duidelijk of het om een voorwaarde of een indirecte ja-neevraag gaat.

när en medan: tijd

När wijst een tijdstip of periode aan. Afhankelijk van de context vertaalt het als wanneer, toen of als: när vi var unga is toen we jong waren, maar när jag kommer hem is wanneer/als ik thuiskom.

Medan betekent meestal terwijl en laat zien dat twee situaties tegelijk plaatsvinden: Jag läser medan barnen sover (ik lees terwijl de kinderen slapen). Het kan ook een tegenstelling aangeven: Hon gillar kaffe, medan jag föredrar te (zij houdt van koffie, terwijl ik liever thee drink).

eftersom: een reden die als verklaring wordt gegeven

Eftersom betekent omdat of aangezien:

  • Vi stannar hemma eftersom det regnar. — We blijven thuis omdat het regent.

De bijzin kan ook vooraan staan. Dan vult de hele bijzin de eerste zinsplaats van de hoofdzin. Het vervoegde werkwoord van de hoofdzin komt daardoor vóór het onderwerp:

  • Eftersom det regnar stannar vi hemma. — Omdat het regent, blijven we thuis.

Deze omkering lijkt juist wél op het Nederlands: Als ik tijd heb, kom ik. In het Zweeds heet dit de V2-regel: in een gewone mededelende hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats.

De bijzin vooraan of achteraan

Een bijzin achteraan geeft vaak aanvullende informatie:

  • Jag tar bussen eftersom det regnar. — Ik neem de bus omdat het regent.

Een bijzin vooraan maakt tijd, voorwaarde of reden tot uitgangspunt:

  • Eftersom det regnar tar jag bussen. — Omdat het regent, neem ik de bus.

Let op de twee regels tegelijk:

  1. Binnen de bijzin geldt BIFF: eftersom det inte regnar.
  2. Na een vooropgeplaatste bijzin krijgt de hoofdzin omgekeerde volgorde: tar jag, niet jag tar.

In modern Zweeds staat na een korte bijzin vooraan vaak geen komma. Bij een lange bijzin kan een komma de leesbaarheid verbeteren. Neem Nederlandse komma's daarom niet automatisch over.

Voorbeelden in context

Zweeds Nederlands Aandachtspunt
Jag vet att hon kommer. Ik weet dat ze komt. inhoud met att
Vi hoppas att allt går bra. We hopen dat alles goed gaat. att-bijzin
De säger att de aldrig har varit i Malmö. Ze zeggen dat ze nog nooit in Malmö zijn geweest. aldrig vóór har
Om jag inte har tid ringer jag i morgon. Als ik geen tijd heb, bel ik morgen. voorwaarde en BIFF
Jag vet inte om butiken är öppen. Ik weet niet of de winkel open is. indirecte ja-neevraag
Hon frågar om jag vill följa med. Ze vraagt of ik mee wil gaan. om betekent of
När vi var unga bodde vi nära havet. Toen we jong waren, woonden we dicht bij zee. tijdzin vooraan; bodde vi
Jag ringer dig när jag kommer hem. Ik bel je wanneer ik thuiskom. toekomstige tijd met tegenwoordige tijd
Jag lyssnar på radio medan jag arbetar. Ik luister naar de radio terwijl ik werk. gelijktijdigheid
Medan du lagar mat dukar jag. Terwijl jij kookt, dek ik de tafel. hoofdzin heeft dukar jag
Hon stannar hemma eftersom hon inte mår bra. Ze blijft thuis omdat ze zich niet goed voelt. reden en BIFF
Eftersom tåget inte går tar vi bussen. Omdat de trein niet rijdt, nemen we de bus. twee woordvolgorderegels
Jag trodde att du kunde hjälpa mig. Ik dacht dat je me kon helpen. bijzin in de verleden tijd
Vi hörde att mötet kanske började senare. We hoorden dat de vergadering misschien later begon. kanske vóór het werkwoord
Jag vet att hon talar svenska långsamt. Ik weet dat ze langzaam Zweeds spreekt. långsamt beschrijft de manier

Veelgemaakte fouten

1. De Nederlandse werkwoordvolgorde overnemen

  • Onjuist: Jag vet att hon i Stockholm bor.
  • Juist: Jag vet att hon bor i Stockholm.
  • Waarom: Een Zweedse bijzin zet het vervoegde werkwoord niet standaard aan het einde. Na het onderwerp komt eerst een eventueel zinsbijwoord en dan al het vervoegde werkwoord.

2. Inte na het vervoegde werkwoord laten staan

  • Onjuist: Jag stannar hemma eftersom jag har inte tid.
  • Juist: Jag stannar hemma eftersom jag inte har tid.
  • Waarom: In de bijzin staat inte vóór het vervoegde werkwoord har: dat is precies de BIFF-regel.

3. Na een bijzin vooraan geen omkering gebruiken

  • Onjuist: När jag kommer hem jag lagar mat.
  • Juist: När jag kommer hem lagar jag mat.
  • Waarom: De bijzin neemt de eerste zinsplaats in. In de hoofdzin volgt daarna het vervoegde werkwoord en pas dan het onderwerp.

4. BIFF op elk soort bijwoord toepassen

  • Onnatuurlijk als neutrale volgorde: Jag vet att hon långsamt talar.
  • Neutraal: Jag vet att hon talar långsamt.
  • Waarom: Långsamt beschrijft hoe ze spreekt en is geen zinsbijwoord zoals inte of aldrig. Zulke manierwoorden staan doorgaans later.

5. Att en om verwisselen

  • Onjuist bij een gewone mededeling: Hon säger om hon är trött.
  • Juist: Hon säger att hon är trött.
  • Waarom: Att leidt de meegedeelde inhoud in. Om gebruik je voor een voorwaarde of voor de vraag óf iets het geval is: Hon frågar om jag är trött.

6. Slechts één van de twee woordvolgorderegels toepassen

  • Onjuist: Eftersom jag har inte tid jag ringer i morgon.
  • Juist: Eftersom jag inte har tid ringer jag i morgon.
  • Waarom: Binnen de bijzin staat inte vóór har; in de volgende hoofdzin staat ringer vóór jag.

Gebruiksnotities

In alledaagse spreektaal kan att na bepaalde werkwoorden van denken en zeggen wegvallen: Jag tror (att) hon kommer snart en Han sa (att) han var trött. Met att is de grens tussen de zinnen duidelijker en voor een leerling altijd een veilige keuze. Laat de andere inleiders niet op dezelfde manier zomaar weg.

När en om zijn niet uitwisselbaar. När du kommer presenteert je komst als verwacht en vraagt vooral naar het moment; om du kommer maakt je komst voorwaardelijk of onzeker. Het Nederlands gebruikt in toekomstige tijdzinnen vaak als, waardoor deze keuze extra aandacht vraagt.

Voor een reden kun je ook för tegenkomen. Eftersom leidt een bijzin in en volgt dus de bijzinvolgorde: eftersom jag inte har tid. För verbindt doorgaans twee hoofdzinnen: Jag kommer inte, för jag har inte tid (ik kom niet, want ik heb geen tijd). Na för blijft inte dus na het vervoegde werkwoord.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar ze laten zien dat BIFF deel is van een groter systeem.

Een hele att-bijzin kan onderwerp van de zin zijn: Att hon inte svarar oroar mig (dat ze niet antwoordt, baart me zorgen). Hij kan ook na een zelfstandig naamwoord staan: Nyheten att tåget var inställt kom sent (het nieuws dat de trein was geschrapt kwam laat). Zulke zinnen komen vaker in geschreven en formeler Zweeds voor.

Indirecte vragen met een vraagwoord hebben eveneens bijzinvolgorde:

  • Jag undrar varför hon inte kommer. — Ik vraag me af waarom ze niet komt.
  • Vet du när tåget går? — Weet je wanneer de trein vertrekt?

Ook betrekkelijke bijzinnen met som volgen hetzelfde patroon: mannen som inte bor här (de man die hier niet woont). Indirecte vragen en betrekkelijke bijzinnen worden op B1 uitgebreider behandeld.

Let ten slotte op het verschil tussen ontkenning in een bijzin en ontkenning bij een infinitief. In eftersom hon inte vill skratta ontkent inte het vervoegde vill. In hon försöker att inte skratta hoort inte bij skratta (niet lachen). De tweede plaatsing komt dus niet door BIFF, maar doordat de ontkenning deel is van de infinitiefgroep.

Bij hypothetische voorwaarden zul je later vormen zien als Om jag hade tid skulle jag resa mer (als ik tijd had, zou ik meer reizen). De gewone bijzinvolgorde verandert niet; de werkwoordsvormen drukken uit hoe werkelijk of onwerkelijk de voorwaarde is.

Oefentips

  1. Maak contrastparen. Schrijf eerst een hoofdzin en maak er daarna een bijzin van: Hon arbetar inteJag vet att hon inte arbetar. Doe hetzelfde met aldrig, alltid en kanske.
  2. Oefen vooropplaatsing in twee stappen. Controleer eerst de bijzin met BIFF en daarna de hoofdzin met omkering: Om jag inte arbetar + går jag hem. Zo vermeng je de twee regels niet.
  3. Luister naar vaste beginstukken. Verzamel zinnen met jag tror att, jag vet inte om, när jag en eftersom. Spreek het hele stuk hardop uit; de woordvolgorde wordt dan een hoorbaar patroon in plaats van een losse regel.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Basiswoordvolgorde in het ZweedsA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Bisatser in Zweeds met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Zweeds · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen