C1

Presens particip in het Zweeds

Presens Particip

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Het Zweedse presens particip is een deelwoord (een vorm die van een werkwoord is afgeleid) op -ande of -ende: talande, läsande, gående, leende. De vorm verandert niet naar geslacht, aantal of bepaaldheid en beschrijft meestal iemand of iets dat een handeling uitvoert: ett leende barn, de leende barnen. Gebruik hem niet automatisch voor het Nederlandse aan het + infinitief; daarvoor kiest het Zweeds meestal een andere constructie.

Overzicht

Het presens particip verbindt eigenschappen van een werkwoord met die van een bijvoeglijk naamwoord of een bijwoord. In en talande fågel komt talande van het werkwoord tala en zegt het wat de vogel doet. In Hon kom springande beschrijft springande hoe zij kwam. De vorm heeft doorgaans een actieve betekenis: de vogel praat zelf en zij rent zelf.

Hoewel de naam letterlijk „tegenwoordig deelwoord” betekent, geeft de vorm op zichzelf geen grammaticale tijd aan. Hij stelt een handeling of toestand voor als bezig, gelijktijdig of kenmerkend. De tijd blijkt uit het vervoegde werkwoord en de context: Hon kom springande speelt in het verleden, ook al blijft springande onveranderd.

Dit onderwerp hoort bij C1 omdat correct vormen vrij eenvoudig is, maar natuurlijk gebruik veel gevoel voor stijl en zinsbouw vraagt. Veel vormen zijn gewone beschrijvende woorden geworden, zoals spännande (spannend), förvånande (verrassend) en levande (levend). Andere klinken vooral thuis in geschreven, formeel of literair Zweeds. Voor Nederlandstaligen lijkt de vorm vertrouwd door woorden als lachend en lopend, maar juist die overeenkomst nodigt uit tot te letterlijke vertalingen.

Hoe het werkt

De basisvorming

Bij de meeste infinitieven (de onverbogen werkwoordsvorm, zoals Nederlands praten of lezen) gelden twee hoofdregels:

  1. Eindigt de infinitief op -a, vervang die slot-a dan door -ande.
  2. Eindigt de infinitief op een andere klinker, voeg dan -ende toe.
Infinitief Bewerking Presens particip Betekenis
tala tal- + -ande talande pratend, sprekend
läsa läs- + -ande läsande lezend
springa spring- + -ande springande rennend
bo bo + -ende boende wonend
+ -ende gående lopend, gaand
le le + -ende leende glimlachend
se se + -ende seende ziend

Bij enkele veelgebruikte of vast ingeburgerde vormen is de relatie met de infinitief minder doorzichtig. Zo hoort bij ge onder meer givande, dat zowel „gevend” als „leerzaam, de moeite waard” kan betekenen. Leer zulke vormen bij voorkeur als onderdeel van een hele woordgroep: ett givande samtal (een waardevol gesprek).

Geen verbuiging

Een gewoon Zweeds bijvoeglijk naamwoord past zich vaak aan een en-woord, een ett-woord, meervoud of bepaalde vorm aan: stor, stort, stora. Het presens particip doet dat niet. Dezelfde vorm staat overal:

Omgeving Zweeds Nederlands
en-woord en leende pojke een glimlachende jongen
ett-woord ett leende barn een glimlachend kind
meervoud leende barn glimlachende kinderen
bepaald enkelvoud den leende pojken de glimlachende jongen
bepaald meervoud de leende barnen de glimlachende kinderen

Dat verschilt opvallend van het Nederlands. Wij schrijven een glimlachend kind maar glimlachende kinderen. In het Zweeds blijft leende in beide gevallen gelijk. De bepaaldheid is wel zichtbaar in den/det/de en in de bepaalde vorm van het zelfstandig naamwoord: den leende pojken, det leende barnet, de leende barnen.

Als beschrijving vóór een zelfstandig naamwoord

Het meest overzichtelijke gebruik is attributief: de vorm staat vóór een zelfstandig naamwoord en beschrijft dat woord.

  • rinnande vatten — stromend water
  • en sovande katt — een slapende kat
  • ett växande problem — een groeiend probleem
  • de väntande passagerarna — de wachtende reizigers

Het zelfstandig naamwoord is hier degene of datgene dat de handeling verricht. In en skällande hund blaft de hond. Voor een ondergane of voltooide handeling heb je vaak het perfekt particip nodig: en stängd dörr is een gesloten deur, niet een deur die zelf sluit.

Na een werkwoord

Het participium kan ook na een werkwoord staan. Er zijn drie belangrijke patronen.

1. Als ingeburgerde eigenschap na vara.

Vormen als spännande, förvånande, oroande en övertygande functioneren vaak vrijwel als gewone bijvoeglijke naamwoorden:

  • Filmen är spännande. — De film is spannend.
  • Resultatet var förvånande. — Het resultaat was verrassend.

2. Bij beweging, aankomst of houding.

Het participium beschrijft dan een gelijktijdige handeling:

  • Hon kom springande. — Ze kwam aanrennen.
  • Han gick visslande genom parken. — Hij liep fluitend door het park.
  • De blev stående utanför. — Ze bleven buiten staan.

3. Als losse bijwoordelijke beschrijving.

De vorm vertelt hoe iemand iets doet, ongeveer zoals Nederlands glimlachend of aarzelend:

  • Hon svarade leende. — Ze antwoordde glimlachend.
  • Tvekande öppnade han brevet. — Aarzelend opende hij de brief.

Niet ieder werkwoord klinkt in elk patroon even natuurlijk. Vooral een opeenstapeling van deelwoorden kan stijf of literair overkomen.

Geen gewone voortgaande tijd

Het Zweeds heeft geen algemene vervoeging die precies overeenkomt met Nederlands aan het + infinitief. Een participium kan wel een lopende handeling beschrijven, maar Jag är läsande is geen neutrale vertaling van „Ik ben aan het lezen”. Gewoner zijn:

  • Jag håller på att läsa. — Ik ben aan het lezen.
  • Jag sitter och läser. — Ik zit te lezen.
  • Hon står och väntar. — Ze staat te wachten.
  • Barnen är ute och leker. — De kinderen zijn buiten aan het spelen.

Het verschil is belangrijk: presens particip is vooral een beschrijvende, onveranderlijke vorm, niet een hulpwerkwoordstijd die je bij elk werkwoord kunt inzetten.

Voorbeelden in context

Zweeds Nederlands Opmerking
Vi hörde en talande fågel i parken. We hoorden een pratende vogel in het park. Beschrijving vóór een en-woord.
På bilden syns leende barn. Op de foto zijn glimlachende kinderen te zien. De vorm blijft gelijk in het meervoud.
Han satt läsande vid fönstret. Hij zat bij het raam te lezen. Correct, maar beschrijvender en schrijftaliger dan satt och läste.
Det är förvånande att ingen reagerade. Het is verrassend dat niemand reageerde. Een ingeburgerde, bijvoeglijke betekenis.
Rinnande vatten kan vara iskallt. Stromend water kan ijskoud zijn. Het water is zelf in beweging.
Hon kom springande när hon hörde nyheten. Ze kwam aanrennen toen ze het nieuws hoorde. Gelijktijdige manier van bewegen.
De blev stående i dörröppningen. Ze bleven in de deuropening staan. Bli + participium drukt hier het voortduren van een houding uit.
Den väntande kunden tittade på klockan. De wachtende klant keek op de klok. Bepaalde woordgroep; väntande verandert niet.
Vi behöver en långsiktigt fungerande lösning. We hebben een oplossing nodig die op lange termijn werkt. Het participium kan nader worden bepaald door een bijwoord.
Hon svarade leende på frågan. Ze beantwoordde de vraag glimlachend. Bijwoordelijke beschrijving van de manier.
Ett växande antal resenärer väljer tåget. Een groeiend aantal reizigers kiest de trein. Veelvoorkomend in nieuws- en beleidstaal.
Samtalet var både givande och underhållande. Het gesprek was zowel waardevol als onderhoudend. Twee vormen met een sterk bijvoeglijke betekenis.
Den i Malmö boende författaren fick priset. De in Malmö wonende schrijver kreeg de prijs. Compact en formeel; een bijzin klinkt vaak natuurlijker.
Tvekande tog hon emot nyckeln. Aarzelend nam ze de sleutel aan. Vooropplaatsing geeft nadruk en een verhalende toon.

Veelgemaakte fouten

Een uitgang voor geslacht of meervoud toevoegen

  • Fout: ett leendet barn / de leenda barnen
  • Goed: ett leende barn / de leende barnen
  • Waarom: een presens particip is onveranderlijk. Voeg dus geen -t of -a toe zoals bij gewone bijvoeglijke naamwoorden. De Nederlandse afwisseling glimlachend/glimlachende bestaat hier niet.

De persoonsvorm gebruiken waar een deelwoord nodig is

  • Fout: en läser student
  • Goed: en läsande student
  • Waarom: läser is de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd en heeft een onderwerp nodig: studenten läser. Vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je läsande.

Nederlandse „aan het”-zinnen letterlijk nabouwen

  • Onnatuurlijk: Jag är arbetande nu.
  • Natuurlijk: Jag håller på att arbeta nu.
  • Waarom: vara + presens particip is geen algemeen Zweeds systeem voor een handeling die nu bezig is. Gebruik meestal hålla på att of een passend houdingswerkwoord met och.

Een plechtige constructie kiezen in een gewoon gesprek

  • Stijf in alledaagse taal: Han satt läsande i köket.
  • Gewoon: Han satt och läste i köket.
  • Waarom: de eerste zin is mogelijk en sluit zelfs aan bij het kernvoorbeeld, maar legt meer nadruk op het beeld van de lezende persoon. In spontaan gesproken Zweeds is satt och läste meestal vanzelfsprekender.

Actieve en passieve betekenis verwarren

  • Fout voor „een geschreven verslag”: en skrivande rapport
  • Goed: en skriven rapport
  • Waarom: skrivande betekent dat iemand of iets schrijft; skriven betekent dat het verslag geschreven is. Vergelijk en skrivande journalist (een journalist die schrijft) met en skriven artikel (een geschreven artikel).

Gebruiksnotities

Veel korte, veelgebruikte participia voelen niet meer bijzonder formeel: spännande, levande, leende, flygande en rinnande komen ook in gewone gesprekken voor. Langere groepen zoals den sedan länge i området boende mannen zijn grammaticaal mogelijk, maar horen eerder bij ambtelijke, academische of journalistieke stijl. In helder modern proza is een betrekkelijke bijzin (een bijzin met „die” of „dat”) vaak prettiger: mannen som sedan länge bor i området.

Sommige vormen hebben een vaste betekenis ontwikkeld die niet volledig voorspelbaar is uit het werkwoord. Ett talande exempel is niet letterlijk een voorbeeld dat praat, maar „een veelzeggend voorbeeld”. Ett givande möte is een nuttige of waardevolle bijeenkomst. Boende kan bovendien zelfstandig worden gebruikt voor „bewoner(s)” of voor „huisvesting/verblijf”, afhankelijk van de context: de boende i huset (de bewoners van het huis) en billigt boende (goedkope accommodatie).

Let ook op de uitspraak en spelling van -ende na een infinitief op een klinker. Leende bestaat uit le + ende en heeft dus twee opeenvolgende e's. Vorm niet naar analogie een niet-bestaande vorm als leande.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

Een participiumgroep kan werkwoordelijke informatie behouden

Omdat de vorm van een werkwoord komt, kan hij uitbreidingen bij zich houden. In en snabbt växande stad bepaalt snabbt hoe de stad groeit. In en i Sverige boende forskare geeft i Sverige aan waar de onderzoeker woont. Zulke compacte groepen zijn bruikbaar wanneer de informatie kort is:

  • en internationellt erkänd och snabbt växande organisation — een internationaal erkende en snel groeiende organisatie
  • de på tåget väntande resenärerna — de reizigers die op de trein wachten

Toch is compact niet automatisch beter. Als er meerdere bepalingen vóór het zelfstandig naamwoord komen, moet de lezer lang wachten op het hoofdwoord. Resenärerna som väntar på tåget is vaak helderder dan de på tåget väntande resenärerna.

Gelijktijdigheid zonder strakke tijdsbetekenis

Het presens particip suggereert vaak dat twee situaties tegelijk worden waargenomen: Hon gick sjungande hem combineert lopen en zingen. Maar het zegt niet zelf of dat nu, gisteren of morgen gebeurt. Vergelijk:

  • Hon går sjungande hem. — Ze loopt zingend naar huis.
  • Hon gick sjungande hem. — Ze liep zingend naar huis.
  • Hon kommer att gå sjungande hem. — Ze zal zingend naar huis lopen.

Alleen het vervoegde werkwoord verandert; sjungande blijft hetzelfde.

Zelfstandig gebruik

Een participium kan als zelfstandig naamwoord optreden, dus als aanduiding van een persoon of groep. Het wordt dan vaak voorafgegaan door een lidwoord of aanwijzend woord:

  • en sökande — een sollicitant/aanvrager
  • de sökande — de sollicitanten/aanvragers
  • de närvarande — de aanwezigen
  • en förbipasserande — een voorbijganger

Ook hier ziet enkelvoud of meervoud er vaak hetzelfde uit; de omgeving maakt het verschil duidelijk. Bij werkelijk zelfstandig gebruik kan een bezits-s verschijnen, bijvoorbeeld den sökandes namn (de naam van de aanvrager). Dat is niet de gewone bijvoeglijke verbuiging, maar de Zweedse genitief op -s.

Vergelijking en vaste bijvoeglijke betekenissen

Wanneer een participium sterk als eigenschap wordt ervaren, maak je de vergrotende en overtreffende trap meestal met mer en mest, niet met een nieuwe uitgang:

  • mer övertygande — overtuigender
  • mest övertygande — overtuigendst
  • en mer spännande bok — een spannender boek

Dit bevestigt nog eens dat vormen op -ande/-ende onveranderd blijven, ook wanneer hun betekenis dicht bij die van een gewoon bijvoeglijk naamwoord ligt.

Oefentips

  1. Maak drietallen. Noteer telkens infinitief, presens en presens particip: läsa – läser – läsande, bo – bor – boende, gå – går – gående. Zo voorkom je dat je de persoonsvorm en het deelwoord verwart.
  2. Oefen onveranderlijkheid met één beeld. Beschrijf achtereenvolgens en leende pojke, ett leende barn en de leende barnen. Laat alleen lidwoord en zelfstandig naamwoord veranderen.
  3. Herschrijf in twee stijlen. Zet Han satt läsande om in Han satt och läste, of vervang den i Uppsala boende läkaren door läkaren som bor i Uppsala. Vraag jezelf daarna af welke versie in een gesprek en welke in formele tekst natuurlijker klinkt.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste basis: Tegenwoordige tijd en werkwoordgroepen — helpt je de infinitief en de vervoegde presensvorm uit elkaar te houden.
  • Nuttig contrast: Perfekt particip — behandelt vormen als skriven, skrivet en skrivna, die juist wel worden verbogen en vaak een ondergane of voltooide handeling uitdrukken.

Vereiste kennis

Presens en werkwoordsgroepen in het ZweedsA1

Meer C1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Presens Particip in Zweeds met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Zweeds · C1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen