C1

Het perfekt particip in het Zweeds

Perfekt Particip

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Het Zweedse perfekt particip gedraagt zich meestal als een bijvoeglijk naamwoord: het beschrijft een persoon of zaak en past zijn vorm aan genus, getal en bepaaldheid aan. Zo krijg je en skriven bok, ett skrivet brev en skrivna böcker. Na har of hade gebruik je daarentegen het onveranderlijke supinum: har skrivit, nooit har skriven.

Overzicht

Een participium is een werkwoordsvorm die ook eigenschappen van een bijvoeglijk naamwoord heeft. Het Zweedse skriven komt van skriva ‘schrijven’, maar in en skriven bok beschrijft het het zelfstandig naamwoord bok (een woord voor een persoon, dier, zaak of begrip). Het resultaat van de handeling staat centraal: het boek is geschreven.

Het perfekt particip is vooral belangrijk wanneer je nauwkeurig wilt beschrijven wat met iets is gebeurd: een deur kan stängd zijn, een huis målat en een beslissing fattad. Je komt deze vormen veel tegen in nieuwsberichten, instructies, zakelijke teksten en formele beschrijvingen. Op C1-niveau moet je niet alleen bekende vormen herkennen, maar ook de juiste verbuiging kiezen en het participium van het supinum onderscheiden.

Voor Nederlandstaligen is juist dat laatste verschil belangrijk. In het Nederlands noemen we zowel heeft geschreven als een geschreven brief een voltooid deelwoord. Het Zweeds gebruikt daarvoor twee verschillende vormen: har skrivit met het supinum, maar ett skrivet brev met het perfekt particip. Bovendien is de Zweedse verbuiging zichtbaarder dan de Nederlandse: de vorm verandert onder meer bij een en-woord, een ett-woord en het meervoud.

Hoe het werkt

De kern: het participium past zich aan

Het participium congrueert, dat wil zeggen dat zijn uitgang zich aanpast aan het zelfstandig naamwoord. Daarbij let je op:

  • genus (de Zweedse woordsoort en of ett);
  • getal (enkelvoud of meervoud);
  • bepaaldheid (of het om ‘een’ of om ‘de/het’ gaat).

Bij het sterke werkwoord skriva ziet het basispatroon er zo uit:

Constructie Zweeds Nederlands
onbepaald en-woord en skriven bok een geschreven boek
onbepaald ett-woord ett skrivet brev een geschreven brief
onbepaald meervoud skrivna böcker geschreven boeken
bepaald enkelvoud den skrivna boken het geschreven boek
bepaald meervoud de skrivna böckerna de geschreven boeken

De meervoudsvorm wordt ook gebruikt in bepaalde woordgroepen. Na een bezittelijk woord staat eveneens deze zogeheten zwakke vorm: mitt skrivna brev, hennes målade hus, våra köpta biljetter. Laat je dus niet misleiden door het enkelvoud van mitt brev: skrivet wordt hier skrivna omdat er een bezittelijk woord voor staat.

Regelmatige patronen

De precieze vorm hangt samen met de werkwoordsgroep en met de laatste klank van de stam. Onderstaande patronen zijn een praktisch uitgangspunt; bij sterke en onregelmatige werkwoorden moet je de vormen vaak apart leren.

Werkwoordstype Infinitief en-vorm ett-vorm meervoud/bepaald Voorbeeld
groep 1 op -a måla målad målat målade ett målat hus
groep 2 met -d stänga stängd stängt stängda en stängd dörr
groep 2 met -t köpa köpt köpt köpta de köpta bilarna
groep 2 met -t läsa läst läst lästa en läst bok
korte werkwoorden tro trodd trott trodda en betrodd person
sterk werkwoord skriva skriven skrivet skrivna ett skrivet svar

Bij groep 1 is het patroon -ad, -at, -ade bijzonder herkenbaar. In groep 2 bepaalt de slotklank vaak of je vormen met -d of -t krijgt; vergelijk stängd met köpt. Gebruik de verleden tijd en het supinum als geheugensteun, maar leid een onbekende vorm niet blindelings af: uitspraakregels en spellingwisselingen maken dat onbetrouwbaar.

Sterke en onregelmatige vormen

Veel frequente werkwoorden hebben een sterk of onregelmatig participium. Enkele belangrijke reeksen zijn:

Infinitief Supinum en-vorm ett-vorm meervoud/bepaald
skriva skrivit skriven skrivet skrivna
bryta brutit bruten brutet brutna
ge gett given givet givna
ta tagit tagen taget tagna
se sett sedd sett sedda
göra gjort gjord gjort gjorda

De reeks -en, -et, -na is kenmerkend voor veel sterke werkwoorden, maar niet voor allemaal. Se en göra laten zien waarom drie vormen samen leren veiliger is dan één algemene regel uit het hoofd leren.

Voor en na het zelfstandig naamwoord

Vóór een zelfstandig naamwoord wordt het participium attributief gebruikt, dus rechtstreeks als beschrijving bij dat woord:

  • en öppnad förpackning — een geopende verpakking;
  • ett undertecknat avtal — een ondertekende overeenkomst;
  • de stängda butikerna — de gesloten winkels.

Na vara ‘zijn’ en bli ‘worden’ staat het predicatief: de beschrijving wordt via een werkwoord met het onderwerp verbonden. Ook dan is aanpassing normaal:

Enkelvoud en Enkelvoud ett Meervoud
Dörren är stängd. Fönstret är stängt. Dörrarna är stängda.
Rapporten blev skriven. Brevet blev skrivet. Breven blev skrivna.

Perfekt particip of supinum?

Dit is het beslissende onderscheid:

Functie Vorm Voorbeeld Betekenis
voltooide tijd met ha supinum, onveranderlijk Hon har skrivit brevet. Zij heeft de brief geschreven.
beschrijving bij een zelfstandig naamwoord perfekt particip, verbogen ett skrivet brev een geschreven brief
toestand of resultaat na vara perfekt particip, verbogen Brevet är skrivet. De brief is geschreven/klaar.
overgang naar een toestand na bli perfekt particip, verbogen Brevet blev skrivet. De brief werd geschreven.

Het supinum verandert nooit mee met en, ett of meervoud: Boken har skrivits en Breven har skrivits. Het perfekt particip doet dat wel: Boken är skriven en Breven är skrivna.

Voorbeelden in context

Zweeds Nederlands Toelichting
Hon hittade en skriven bok på vinden. Ze vond een geschreven boek op zolder. Skriven hoort bij het en-woord bok.
Ett målat hus syns mellan träden. Tussen de bomen is een geschilderd huis te zien. Målat is de ett-vorm.
De köpta bilarna levereras nästa vecka. De gekochte auto’s worden volgende week geleverd. Bepaald meervoud: köpta.
Han är respekterad av sina kollegor. Hij wordt door zijn collega’s gerespecteerd. Respekterad past bij han.
Dörren var redan stängd. De deur was al dicht. Toestand na vara.
Alla fönster var stängda. Alle ramen waren dicht. Meervoudsvorm stängda.
Vi väntar på ett undertecknat avtal. We wachten op een ondertekende overeenkomst. Na ett staat undertecknat.
De skickade dokumenten ligger i mappen. De verzonden documenten staan in de map. Bepaalde meervoudsvorm skickade.
Jag har läst den bifogade rapporten. Ik heb het bijgevoegde rapport gelezen. Bifogade hoort bij den ... rapporten.
Maten är nylagad. Het eten is pas klaargemaakt. Mat is een en-woord; nylagad drukt een resultaat uit.
Beslutet blev kritiserat i pressen. Het besluit werd in de pers bekritiseerd. Kritiserat past bij het ett-woord beslut.
Hon har skrivit tre brev. Ze heeft drie brieven geschreven. Na har staat het supinum skrivit.
De tre breven är skrivna för hand. De drie brieven zijn met de hand geschreven. Predicatief participium in het meervoud.
En välskriven ansökan gör ett gott intryck. Een goed geschreven sollicitatiebrief maakt een goede indruk. Välskriven is een samenstelling.
Polisen söker en försvunnen person. De politie zoekt een vermist persoon. Bij försvunnen is geen handelende persoon nodig.

Veelgemaakte fouten

Het participium gebruiken na har

  • Onjuist: Hon har skriven brevet.
  • Juist: Hon har skrivit brevet.
  • Waarom: na ha gebruik je het supinum. Skriven is een beschrijvende vorm, bijvoorbeeld in Boken är skriven.

De en-vorm bij een ett-woord laten staan

  • Onjuist: ett stängd fönster
  • Juist: ett stängt fönster
  • Waarom: fönster is hier een ett-woord. Het participium moet daarom de onzijdige vorm stängt krijgen.

Het meervoud niet markeren

  • Onjuist: de köpt bilarna
  • Juist: de köpta bilarna
  • Waarom: bij meervoud en in een bepaalde woordgroep is de vorm köpta. Het Nederlandse gekochte helpt hier maar beperkt, omdat het Zweeds meer vormen onderscheidt.

Na een bezittelijk woord de onbepaalde vorm kiezen

  • Onjuist: mitt skrivet brev
  • Juist: mitt skrivna brev
  • Waarom: na min, mitt, mina en andere bezittelijke woorden gebruikt het Zweeds de bepaalde/zwakke vorm van het participium, ook bij één zaak.

Supinum en ett-vorm als altijd identiek behandelen

  • Onjuist: aannemen dat skrivit ook in ett skrivit brev kan staan.
  • Juist: ett skrivet brev, maar hon har skrivit ett brev.
  • Waarom: bij sommige werkwoorden lijken supinum en ett-vorm op elkaar, zoals gjort: har gjort en ett gjort försök. Dat is geen algemene regel; bij skriva zijn ze duidelijk verschillend.

Gebruiksnotities

Een participium na vara legt vaak de nadruk op een toestand of een bereikt resultaat: Dörren är stängd betekent vooral dat de deur dicht is. Wil je de gebeurtenis zelf noemen, dan is een Zweedse passiefvorm op -s vaak natuurlijker: Dörren stängdes klockan åtta ‘De deur werd om acht uur gesloten’. Met bli komt de overgang of gebeurtenis sterker naar voren: Dörren blev stängd ‘De deur werd dichtgedaan/raakte gesloten’. Het onderscheid is nuttig, maar in echte teksten kunnen de betekenissen elkaar gedeeltelijk overlappen.

Sommige participia zijn zo gewoon geworden dat ze bijna als zelfstandige bijvoeglijke naamwoorden aanvoelen: intresserad ‘geïnteresseerd’, känd ‘bekend’, nöjd ‘tevreden’ en erfaren ‘ervaren’. Voor de verbuiging maakt dat meestal weinig verschil. Leer zulke woorden liefst als een reeks: en erfaren lärare, ett erfaret team, erfarna lärare.

In formele schrijftaal staan soms lange participiumgroepen vóór het zelfstandig naamwoord: ett av kommunen finansierat projekt ‘een door de gemeente gefinancierd project’. Dat is compact, maar kan zwaar lezen. In gewone taal is een betrekkelijke bijzin (een bijzin met ‘die/dat’) vaak helderder: ett projekt som finansieras av kommunen.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

Niet ieder participium heeft een lijdende betekenis

Veel perfekt participia beschrijven iets dat een handeling heeft ondergaan: een boek is geschreven en een muur is geschilderd. Toch kunnen ook bepaalde onovergankelijke werkwoorden — werkwoorden zonder lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat) — een resultaattoestand uitdrukken. Denk aan en försvunnen person ‘een vermist/verdwenen persoon’, nyanlända gäster ‘pas aangekomen gasten’ en vissna blommor ‘verwelkte bloemen’. De persoon of zaak heeft hier niet zozeer iets “ondergaan”; de vorm beschrijft de toestand na een verandering.

Samenstellingen geven extra betekenis

Het Zweeds vormt gemakkelijk samenstellingen met een participium:

  • nybakad — pasgebakken;
  • handgjord — handgemaakt;
  • välskriven — goed geschreven;
  • hemmagjord — zelfgemaakt/huisgemaakt;
  • specialutbildad — speciaal opgeleid.

Het eerste deel vertelt hoe, waar of in welke mate iets is gebeurd. De hele samenstelling blijft verbuigen: en nybakad bulle, ett nybakat bröd, nybakade bullar.

Gradatie is alleen logisch bij een eigenschap

Een puur feitelijk resultaat laat zich meestal niet vergelijken: iets is wel of niet ondertekend. Wanneer een participium als beoordeelbare eigenschap wordt gebruikt, zijn mer en mest wel mogelijk: en mer uppskattad författare ‘een meer gewaardeerde schrijver’, den mest respekterade forskaren ‘de meest gerespecteerde onderzoeker’. De betekenis van het woord, niet alleen zijn vorm, bepaalt dus of vergelijking natuurlijk klinkt.

Vorm en betekenis kunnen uit elkaar groeien

Bij veelgebruikte woorden is de betekenis niet altijd letterlijk uit het werkwoord af te leiden. En bestämd person kan ‘een vastberaden persoon’ betekenen, terwijl ett bestämt datum ‘een vastgestelde datum’ kan zijn. Let daarom in gevorderde teksten niet alleen op de uitgang, maar ook op de combinatie met het zelfstandig naamwoord en de context.

Oefentips

  1. Leer vormen in drietallen. Noteer bij elk nieuw participium de en-vorm, de ett-vorm en de meervouds-/bepaalde vorm: stängd – stängt – stängda, skriven – skrivet – skrivna. Zet het supinum er apart naast: stängt of skrivit.
  2. Maak contrastparen. Schrijf voor één werkwoord twee zinnen: Hon har målat huset en Huset är målat. Zo oefen je tegelijk het verschil tussen supinum en perfekt particip.
  3. Markeer het hoofdwoord tijdens het lezen. Trek een lijn van het participium naar het zelfstandig naamwoord dat het beschrijft. Controleer daarna en/ett, enkelvoud/meervoud en bepaald/onbepaald. Dit werkt vooral goed bij lange formele woordgroepen.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste voorkennis: Perfectum — hier leer je het supinum na har en hade, dat je scherp van het perfekt particip moet onderscheiden.

Vereiste kennis

Perfekt in het ZweedsA2

Meer C1-concepten