Futurum in het Zweeds
Futurum
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Het Zweeds heeft geen aparte werkwoordsuitgang voor de toekomende tijd. Gebruik meestal ska + infinitief voor een plan of bedoeling, kommer att + infinitief voor een voorspelling en de tegenwoordige tijd met een tijdsbepaling voor iets dat vaststaat: Jag ska resa, Det kommer att regna, Vi åker i morgon.
Overzicht
Het futurum geeft aan dat iets na het spreekmoment gebeurt. Anders dan bijvoorbeeld bij de Zweedse verleden tijd krijgt het hoofdwerkwoord daarvoor geen speciale vorm. Je kiest een constructie die ook laat zien hoe je naar die toekomstige gebeurtenis kijkt: als een voornemen, een voorspelling of een afgesproken feit.
Dit onderwerp hoort bij niveau B1, omdat je niet alleen een vorm leert, maar ook leert kiezen tussen drie heel gewone mogelijkheden. Die keuze is belangrijk. Jag ska flytta legt de nadruk op mijn plan of besluit; Jag kommer att flytta klinkt eerder als een voorspelling of verwacht gevolg; Jag flyttar i augusti presenteert de verhuizing als een concrete afspraak of vaststaand programma.
Voor Nederlandstaligen voelt een deel hiervan vertrouwd. Ook in het Nederlands kan de tegenwoordige tijd naar de toekomst verwijzen: “We vertrekken volgende week.” Toch is Nederlands zullen geen vaste vertaling van Zweeds ska. Afhankelijk van de bedoeling vertaal je ska eerder met “gaan”, “van plan zijn”, “zullen” of soms zelfs met een opdracht. Leer daarom niet één Nederlands hulpwerkwoord uit het hoofd, maar let op de betekenis van de hele zin.
Zo werkt het
De infinitief is de onverbogen vorm van het werkwoord, zoals resa “reizen”, bo “wonen” en bli “worden”. In de constructies hieronder blijft die vorm hetzelfde bij alle personen: jag ska resa, du ska resa, de ska resa.
1. ska + infinitief: plan, bedoeling of afspraak
Gebruik ska + infinitief zonder att wanneer iemand van plan is iets te doen, een besluit heeft genomen of zich aan iets verbindt.
| Zweeds | Nederlands | Betekenisnuance |
|---|---|---|
| Jag ska resa i morgon. | Ik ga morgen reizen. | Persoonlijk plan |
| Vi ska träffa Anna efter jobbet. | We gaan Anna na het werk ontmoeten. | Afspraak |
| Jag ska ringa dig i kväll. | Ik zal je vanavond bellen. | Belofte of toezegging |
| Hon ska bli läkare. | Ze gaat arts worden. | Voornemen of gekozen toekomst |
Het patroon is:
onderwerp + ska + infinitief
Het hoofdwerkwoord krijgt geen -r van de tegenwoordige tijd: resa, niet reser. Er staat ook geen infinitiefmarkeerder att voor het hoofdwerkwoord.
- Jag ska arbeta. — Ik ga werken.
- Niet: Jag ska att arbeta.
- Niet: Jag ska arbetar.
Ska is historisch en grammaticaal verwant aan een modaal werkwoord: een hulpwerkwoord dat de houding tegenover de handeling uitdrukt. Daardoor kan het naast toekomst ook verplichting, een instructie of een verwachting aangeven. De context bepaalt dus of Du ska vara här klockan nio “Je zult hier om negen uur zijn” of eerder “Je moet hier om negen uur zijn” betekent.
2. kommer att + infinitief: voorspelling of verwacht gevolg
Gebruik kommer att + infinitief vooral als je voorspelt wat er zal gebeuren. De voorspelling kan gebaseerd zijn op zichtbare aanwijzingen, algemene kennis of je eigen verwachting.
| Zweeds | Nederlands | Betekenisnuance |
|---|---|---|
| Det kommer att regna. | Het gaat regenen. | Voorspelling |
| Priserna kommer att stiga. | De prijzen zullen stijgen. | Verwachte ontwikkeling |
| Du kommer att tycka om boken. | Je zult het boek mooi vinden. | Verwachting van de spreker |
| Det kommer att ta lång tid. | Het zal lang duren. | Verwacht gevolg |
Het patroon is:
onderwerp + kommer att + infinitief
Hier hoort att in de neutrale standaardvorm wél bij de constructie. Kommer is de tegenwoordige tijd van komma, maar in deze combinatie betekent het geheel niet letterlijk “komen om”. Vergelijk:
- Hon kommer att studera i Lund. — Ze zal in Lund studeren.
- Hon kommer för att studera i Lund. — Ze komt om in Lund te studeren.
In de tweede zin geeft för att een doel aan. Dat is een andere constructie en een andere betekenis.
3. Tegenwoordige tijd + toekomstig tijdswoord
De gewone tegenwoordige tijd kan naar de toekomst verwijzen wanneer een tijdsbepaling duidelijk maakt wanneer iets gebeurt. Dit is bijzonder gebruikelijk bij dienstregelingen, afspraken en concrete plannen.
| Zweeds | Nederlands | Betekenisnuance |
|---|---|---|
| Vi åker nästa vecka. | We vertrekken volgende week. | Concrete planning |
| Tåget går klockan 7.15 i morgon. | De trein vertrekt morgen om 7.15 uur. | Dienstregeling |
| Kursen börjar på måndag. | De cursus begint maandag. | Vast programma |
| Jag jobbar hemma i morgon. | Ik werk morgen thuis. | Geregelde afspraak |
Hier staat het werkwoord wél in de tegenwoordige tijd: åker, går, börjar, jobbar. Een tijdswoord als i morgon, nästa vecka, på fredag of om två år voorkomt meestal verwarring met het heden.
Dit gebruik lijkt sterk op het Nederlands. “De trein vertrekt morgen” en Tåget går i morgon presenteren beide een toekomstige gebeurtenis als gepland of vaststaand.
De keuze in één overzicht
| Vorm | Gebruik vooral voor | Zweeds voorbeeld | Nederlandse weergave |
|---|---|---|---|
| ska + infinitief | bedoeling, besluit, afspraak, belofte | Jag ska laga mat. | Ik ga koken. |
| kommer att + infinitief | voorspelling, verwacht gevolg | Det kommer att bli dyrt. | Het zal duur worden. |
| tegenwoordige tijd + tijdsbepaling | concreet plan, rooster, vaststaand feit | Mötet börjar klockan tio. | De vergadering begint om tien uur. |
De grenzen zijn niet absoluut. Dezelfde gebeurtenis kan met verschillende vormen worden beschreven, maar het gezichtspunt verandert:
- Jag ska börja ett nytt jobb i september. — Mijn plan of besluit staat centraal.
- Jag kommer att börja ett nytt jobb i september. — Ik deel mee wat er naar verwachting zal gebeuren.
- Jag börjar ett nytt jobb i september. — Ik presenteer het als concreet geregeld.
Ontkenning, vragen en woordvolgorde
In een gewone hoofdzin staat het verbogen werkwoord op de tweede zinsplaats. Bij ska is dat ska zelf; bij kommer att is dat kommer.
- Jag ska inte resa i helgen. — Ik ga dit weekend niet op reis.
- Det kommer inte att bli lätt. — Het zal niet gemakkelijk worden.
- Vi åker inte på fredag. — We vertrekken vrijdag niet.
In een ja-neevraag komt het verbogen werkwoord voor het onderwerp:
- Ska du arbeta i morgon? — Ga je morgen werken?
- Kommer de att förstå? — Zullen ze het begrijpen?
- Åker ni nästa vecka? — Vertrekken jullie volgende week?
Begint de zin met een tijdsbepaling, dan volgt door de Zweedse V2-regel het werkwoord vóór het onderwerp. V2 betekent dat het verbogen werkwoord in een hoofdzin op de tweede zinsplaats komt:
- I morgon ska jag arbeta hemma. — Morgen werk ik thuis.
- Nästa år kommer vi att resa mer. — Volgend jaar zullen we meer reizen.
- På fredag börjar kursen. — Vrijdag begint de cursus.
Dat lijkt vaak op Nederlandse inversie, maar let erop dat één lange tijdsbepaling nog steeds als één eerste zinsdeel telt: Efter semestern ska vi renovera köket “Na de vakantie gaan we de keuken verbouwen.”
Voorbeelden in context
| Zweeds | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Jag ska köpa en ny cykel i vår. | Ik ga dit voorjaar een nieuwe fiets kopen. | Voornemen |
| Vi ska äta middag med grannarna på lördag. | We gaan zaterdag met de buren eten. | Afspraak |
| Oroa dig inte, jag ska hjälpa dig. | Maak je geen zorgen, ik zal je helpen. | Toezegging |
| Ska ni stanna hela veckan? | Blijven jullie de hele week? | Vraag naar een plan |
| Det kommer att snöa i natt. | Het gaat vannacht sneeuwen. | Weersvoorspelling |
| Hon kommer nog att klara provet. | Ze zal het examen waarschijnlijk halen. | nog drukt waarschijnlijkheid uit |
| Den nya vägen kommer att minska restiden. | De nieuwe weg zal de reistijd verkorten. | Verwacht gevolg |
| Du kommer inte att ångra dig. | Je zult er geen spijt van krijgen. | Verwachting |
| Bussen går om tio minuter. | De bus vertrekt over tien minuten. | Dienstregeling |
| Vi ses utanför stationen klockan sex. | We zien elkaar om zes uur buiten het station. | Concrete afspraak |
| Jag lämnar rapporten på fredag. | Ik lever het rapport vrijdag in. | Vast plan |
| I morgon ska barnen börja på en ny skola. | Morgen beginnen de kinderen op een nieuwe school. | Tijdsbepaling voorop; inversie |
| Tror du att det kommer att fungera? | Denk je dat het zal werken? | Voorspelling in een bijzin |
| Hon säger att hon ska ringa senare. | Ze zegt dat ze later zal bellen. | Haar bedoeling, indirect weergegeven |
Veelgemaakte fouten
1. att na ska zetten
- Onjuist: Jag ska att studera i kväll.
- Juist: Jag ska studera i kväll.
- Waarom: Na het modale ska volgt de infinitief rechtstreeks, zonder att. Vergelijk kommer att studera, waar att juist bij het patroon hoort.
2. De tegenwoordige tijd na ska gebruiken
- Onjuist: Hon ska arbetar i morgon.
- Juist: Hon ska arbeta i morgon.
- Waarom: Arbetar is de tegenwoordige tijd; na ska heb je de infinitief arbeta nodig. De persoon verandert alleen het onderwerp, niet de vorm na ska: jag ska arbeta, de ska arbeta.
3. ska voor elke Nederlandse zin met “zal” kiezen
- Minder natuurlijk als neutrale voorspelling: Priserna ska stiga kraftigt.
- Neutraal: Priserna kommer att stiga kraftigt.
- Waarom: Nederlands “zal” kan zowel plan als voorspelling uitdrukken. Zweeds maakt het onderscheid vaak duidelijker. Zonder bron, afspraak of bedoeling past kommer att gewoonlijk beter bij een voorspelling.
4. Een vaag presens zonder toekomstige context gebruiken
- Onduidelijk: Vi reser.
- Duidelijk toekomstig: Vi reser nästa vecka.
- Waarom: Vi reser kan “we reizen” of “we zijn op reis” betekenen. Een toekomstige tijdsbepaling maakt de bedoelde tijd duidelijk.
5. Nederlandse woordvolgorde naar een Zweedse bijzin kopiëren
- Onjuist: Jag tror att det ska inte regna.
- Juist: Jag tror att det inte ska regna.
- Waarom: In een Zweedse bijzin staat een zinsbijwoord als inte normaal vóór het verbogen werkwoord: att det inte ska regna. Dit wijkt af van de hoofdzin Det ska inte regna.
6. Inversie vergeten na een tijdsbepaling
- Onjuist: I morgon jag ska jobba hemma.
- Juist: I morgon ska jag jobba hemma.
- Waarom: In een Zweedse hoofdzin staat het verbogen werkwoord op de tweede zinsplaats. Na i morgon komen dus ska en daarna het onderwerp jag.
Gebruiksnotities
ska zegt soms meer dan alleen “toekomst”
Met een handelend persoon als onderwerp wijst ska vaak op diens bedoeling: Jag ska lära mig svenska. In de tweede persoon kan dezelfde vorm sturend klinken: Du ska vara tyst betekent eerder “Je moet stil zijn” dan een neutrale voorspelling. Bij een belofte is ska juist heel natuurlijk: Jag ska inte glömma det “Ik zal het niet vergeten.”
Ska kan ook verwijzen naar een planning of naar informatie van een bron: Det ska bli soligt i morgon kan betekenen dat het volgens de verwachting of het weerbericht zonnig wordt. Het verschil met Det kommer att bli soligt is dan klein, maar de zin met ska kan sterker aan een gemelde verwachting doen denken.
kommer att is geen garantie
Hoewel kommer att soms stellig klinkt, blijft het een voorspelling. Je kunt de zekerheid nuanceren met woorden als nog “waarschijnlijk”, förmodligen “vermoedelijk”, kanske “misschien” en säkert “vast/zeker”:
- Det kommer nog att gå bra. — Het zal waarschijnlijk goed gaan.
- Hon kommer kanske att tacka nej. — Misschien zal ze nee zeggen.
- De kommer förmodligen att flytta. — Ze zullen vermoedelijk verhuizen.
In informele spreektaal hoor je ook kommer bli, zonder att. Dat komt veel voor, maar kommer att bli is de veilige keuze in verzorgde en formele schrijftaal.
De tegenwoordige tijd klinkt vaak het eenvoudigst
Als datum, tijdstip of afspraak al vastligt, hoeft een Zweedse spreker niet per se een expliciete toekomstconstructie te kiezen. Jag går till tandläkaren på torsdag klinkt heel gewoon. Net als in het Nederlands maakt de context duidelijk dat de afspraak nog moet plaatsvinden.
Gebruik het kale presens voor onbepaalde voorspellingen minder snel. Det regnar nästa år klinkt zonder bijzondere context vreemd, omdat regen volgend jaar geen concrete afspraak is. Daar past bijvoorbeeld Det kommer att regna mycket nästa år beter.
Verder dan de basis
tänker + infinitief voor een bewuste bedoeling
Tänker + infinitief zonder att betekent “van plan zijn”. Het kan de persoonlijke bedoeling nog explicieter maken dan ska:
- Jag tänker söka ett nytt jobb. — Ik ben van plan een nieuwe baan te zoeken.
- Vi tänker inte sälja huset. — We zijn niet van plan het huis te verkopen.
Vergelijk Jag tänker resa i sommar met Jag ska resa i sommar. De eerste zin benadrukt mijn voornemen; de tweede kan ook een al geregeld plan weergeven. Let op dat tänka på iets anders betekent: Jag tänker på resan is “Ik denk aan de reis.”
Toekomst gezien vanuit het verleden
Met skulle + infinitief kun je aangeven dat iets op een moment in het verleden nog in de toekomst lag:
- Hon sa att hon skulle ringa nästa dag. — Ze zei dat ze de volgende dag zou bellen.
- Vi visste inte att mötet skulle ta tre timmar. — We wisten niet dat de vergadering drie uur zou duren.
Deze vorm heet ook wel “toekomst in het verleden”. Skulle heeft daarnaast voorwaardelijke en beleefde functies, dus de context blijft belangrijk.
Iets zal op een toekomstig moment al voltooid zijn
Voor de voltooide toekomst gebruik je onder meer kommer att ha + supinum. Het supinum is de werkwoordsvorm die na har of hade staat, zoals gjort, läst en rest.
- I juni kommer jag att ha bott här i tio år. — In juni zal ik hier tien jaar hebben gewoond.
- När du kommer hem kommer vi att ha ätit. — Wanneer je thuiskomt, zullen wij al gegeten hebben.
Met ska ha + supinum kan de betekenis anders kleuren. Het kan een vereiste of geplande uiterste termijn aangeven: Rapporten ska vara klar på fredag “Het rapport moet vrijdag klaar zijn.” Het kan ook informatie van horen zeggen weergeven: Han ska ha lämnat landet “Hij zou het land hebben verlaten.” Dat laatste is dus niet simpelweg een toekomstige tijd.
Bijzinnen: let op de plaats van inte
In hoofdzinnen komt inte na het verbogen werkwoord: Hon ska inte resa. In een bijzin komt inte ervoor: Jag vet att hon inte ska resa. Hetzelfde geldt bij kommer att:
- Hoofdzin: Det kommer inte att hända.
- Bijzin: Jag tror att det inte kommer att hända.
Voor Nederlandstaligen is dit een nuttig patroon om als geheel te oefenen, omdat de Nederlandse bijzin het werkwoord vaak verder naar achteren plaatst: “omdat ze morgen niet zal reizen”. Het Zweeds houdt ska resa dichter bij elkaar, afgezien van woorden als inte die vóór ska staan.
Oefentips
- Maak drietallen met één gebeurtenis. Schrijf bijvoorbeeld Jag ska flytta, Jag kommer att flytta en Jag flyttar i augusti. Leg in het Nederlands uit welk perspectief elke zin geeft: voornemen, verwachting of concrete regeling.
- Oefen tegelijk de woordvolgorde. Zet eerst het onderwerp vooraan en daarna de tijd: Jag ska ringa i morgon → I morgon ska jag ringa. Maak vervolgens een bijzin: Hon säger att jag ska ringa i morgon.
- Luister naar de keuze van moedertaalsprekers. Noteer bij elk toekomstvoorbeeld uit een nieuwsbericht, gesprek of podcast of je ska, kommer att of presens hoort. Vraag jezelf af of het om een plan, voorspelling of vast programma gaat.
Gerelateerde onderwerpen
- Vereiste voorkennis: Modale werkwoorden — helpt je begrijpen waarom na ska een infinitief zonder att staat en waarom ska ook verplichting of bedoeling kan uitdrukken.
Vereiste kennis
Modale werkwoorden in het ZweedsA1Meer B1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Futurum in Zweeds met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Zweeds · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen