A1

Noorse s-werkwoorden: *møtes*, *synes*, *finnes* en *lykkes*

S-verb

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Noors op Settemila Lingue.

In het kort

Sommige veelgebruikte Noorse werkwoorden eindigen van zichzelf op -s. Bij møtes drukt die vorm uit dat mensen elkaar ontmoeten; bij synes, finnes en lykkes hoort de -s gewoon bij het werkwoord en vertaal je hem niet apart. In de tegenwoordige tijd komt er geen extra -r bij: jeg synes, vi møtes, det finnes.

Overzicht

Een Noors werkwoord op -s lijkt op het eerste gezicht misschien op een gewoon werkwoord met een losse uitgang. Toch kun je die -s niet altijd op dezelfde manier verklaren. Sommige s-werkwoorden hebben een wederkerige betekenis: twee of meer mensen doen iets met elkaar. Vi møtes betekent bijvoorbeeld ‘we ontmoeten elkaar’. Andere s-werkwoorden hebben een actieve betekenis, ook al ziet hun vorm eruit als een passief. Zo betekent jeg synes ‘ik vind’ of ‘ik ben van mening’, det finnes ‘er bestaat’ of ‘er is te vinden’, en hun lykkes ‘zij slaagt’.

Dit onderwerp komt al op A1-niveau aan bod, omdat juist deze vormen voortdurend in gewone gesprekken voorkomen. Je hoeft als beginner niet meteen alle soorten s-vormen te kunnen benoemen. Het belangrijkste is dat je een aantal veelvoorkomende werkwoorden als complete eenheid leert: å møtes, å synes, å finnes, å lykkes. Onthoud dus niet alleen møte of finne en plak er later zelf een -s achter.

Voor Nederlandstaligen zijn vooral twee gewoonten verraderlijk. Ten eerste wil je na vi møtes misschien nog hverandre (‘elkaar’) toevoegen, omdat het Nederlands dat woord wel uitspreekt. Dat is meestal dubbelop. Ten tweede heeft het Nederlandse ‘vinden’ verschillende betekenissen: een mening hebben en iets aantreffen. Het Noors gebruikt daarvoor verschillende werkwoorden, namelijk synes en finne.

Zo werkt het

De beginnersregel

Leer de infinitief (de onbepaalde vorm, zoals ‘ontmoeten’) mét -s en gebruik in de tegenwoordige tijd dezelfde vorm:

Infinitief Tegenwoordige tijd Kernbetekenis
å møtes møtes elkaar ontmoeten, afspreken
å synes synes vinden, van mening zijn
å finnes finnes / fins bestaan, aanwezig of verkrijgbaar zijn
å lykkes lykkes slagen, succes hebben
å trives trives het naar je zin hebben, gedijen

Gewone Noorse werkwoorden krijgen in de tegenwoordige tijd vaak -r: å møte → møter en å finne → finner. Deze s-werkwoorden krijgen die extra -r niet:

  • Jeg synes maten er god. — Ik vind het eten lekker.
  • Du synes maten er god. — Jij vindt het eten lekker.
  • Vi synes maten er god. — Wij vinden het eten lekker.

Zoals bij andere Noorse werkwoorden verandert de vorm niet met de persoon. Het onderwerp (wie of wat iets doet) verandert, maar synes blijft steeds gelijk.

Møtes: de handeling gaat over en weer

Møtes is wederkerig: de deelnemers ontmoeten elkaar. Vergelijk:

Noors Nederlands Wat verandert er?
Jeg møter Nora. Ik ontmoet Nora. Gewoon actief werkwoord met een lijdend voorwerp: Nora ondergaat de handeling.
Nora møter meg. Nora ontmoet mij. De richting is omgekeerd.
Vi møtes. Wij ontmoeten elkaar. De s-vorm bevat de wederkerige betekenis al.
Vi møter hverandre. Wij ontmoeten elkaar. Hverandre noemt ‘elkaar’ uitdrukkelijk.

Vi møtes is vaak de natuurlijkste formulering voor een afspraak of een ontmoeting. Een meervoudig onderwerp ligt voor de hand, omdat er minstens twee deelnemers zijn: vi møtes, de møtes, Anna og Omar møtes. Met één genoemd onderwerp kan de andere deelnemer in een bepaling met med staan, bijvoorbeeld Jeg skal møtes med veilederen (‘Ik spreek met mijn begeleider af’). In veel alledaagse situaties is Jeg skal møte veilederen minstens zo natuurlijk.

Niet ieder werkwoord kan zomaar wederkerig worden door -s toe te voegen. ‘Wij helpen elkaar’ is Vi hjelper hverandre, niet automatisch Vi hjelpes. Leer wederkerige s-werkwoorden daarom per werkwoord.

Synes: een persoonlijke beoordeling

Gebruik synes wanneer je een indruk, smaak of beoordeling geeft:

  • Jeg synes filmen er morsom. — Ik vind de film grappig.
  • Hva synes du om Oslo? — Wat vind je van Oslo?
  • Det synes jeg også. — Dat vind ik ook.

Na synes kan een bijzin volgen: Jeg synes at det er dyrt. Een bijzin is een zinsdeel met een eigen onderwerp en werkwoord. In gewone taal wordt at (‘dat’) vaak weggelaten: Jeg synes det er dyrt. Beide vormen zijn correct.

Het Nederlandse ‘ik vind’ is geen veilige één-op-éénvertaling. Gebruik:

  • synes voor een mening of beoordeling: Jeg synes boka er god.
  • tror voor een verwachting of iets waarvan je denkt dat het waar is: Jeg tror toget er forsinket.
  • finner voor daadwerkelijk vinden of aantreffen: Jeg finner ikke nøklene.

Finnes: bestaan of beschikbaar zijn

Finnes zegt dat iets bestaat, aanwezig is of te vinden is. Heel vaak staat het in de constructie det finnes. Det is hier een formeel onderwerp: het vult de onderwerpplaats, maar verwijst niet naar één concreet ding.

  • Det finnes en løsning. — Er bestaat een oplossing.
  • Det finnes mange gode kafeer her. — Er zijn hier veel goede cafés.
  • Finnes det et apotek i nærheten? — Is er een apotheek in de buurt?

Het werkwoord blijft ook bij een meervoudige zaak finnes: Det finnes mange alternativer. Dat is logisch binnen het Noorse systeem, want werkwoorden krijgen geen aparte meervoudsvorm.

Det er kan eveneens overeenkomen met Nederlands ‘er is/er zijn’: Det er en butikk på hjørnet. In veel alledaagse zinnen zijn beide constructies mogelijk. Det finnes legt wat meer nadruk op bestaan, beschikbaarheid of de vraag óf iets aanwezig is; det er is neutraler en wordt ook gebruikt om iets te identificeren of beschrijven.

Lykkes: slagen, meestal met med

Lykkes betekent dat iemand succes heeft met een poging of doel. Met med noem je waarmee iemand slaagt:

  • Hun lykkes med prosjektet. — Zij slaagt met het project.
  • Vi lyktes med å finne en løsning. — Het lukte ons een oplossing te vinden.

Na med kan een zelfstandig naamwoord staan (med prosjektet) of å + infinitief (med å finne). Het Nederlandse ‘het lukt mij’ wordt in het Noors vaak persoonlijker geformuleerd: Jeg lykkes med det (‘ik slaag ermee’). Er bestaan ook onpersoonlijke zinnen als Det lykkes aldri (‘het lukt nooit’), maar leer voor eigen gebruik vooral het duidelijke patroon iemand + lykkes med + iets.

Verleden tijd en voltooide tijd

De -s blijft bij deze werkwoorden onderdeel van de vervoegde vorm. De verleden tijd moet je apart leren; je kunt hem niet veilig maken door alleen een gewone uitgang toe te voegen.

Infinitief Tegenwoordige tijd Verleden tijd Voltooide tijd
å møtes møtes møttes har møttes
å synes synes syntes har syntes
å finnes finnes / fins fantes har funnes
å lykkes lykkes lyktes har lyktes
å trives trives trivdes har trivdes

De verleden tijd noemt een afgeronde situatie in het verleden: Vi møttes i går. De voltooide tijd bestaat uit har plus een voltooid deelwoord (de werkwoordsvorm na ‘hebben’): Vi har møttes før.

Voorbeelden in context

Noors Nederlands Toelichting
Vi møtes i morgen. We ontmoeten elkaar morgen. Tegenwoordige tijd met toekomstige betekenis.
De møtes på stasjonen hver fredag. Ze ontmoeten elkaar elke vrijdag op het station. Een terugkerende ontmoeting.
Når skal vi møtes? Wanneer zullen we afspreken? Gewone vraag bij het maken van een afspraak.
Vi møttes på en konsert. We hebben elkaar tijdens een concert ontmoet. Verleden tijd møttes.
Jeg synes det er bra. Ik vind het goed. At is weggelaten.
Hva synes du om den nye jobben? Wat vind je van de nieuwe baan? Synes om vraagt naar een mening.
Hun syntes kurset var nyttig. Zij vond de cursus nuttig. Mening in het verleden.
Det finnes mange typer ost. Er bestaan veel soorten kaas. Det finnes plus een meervoud.
Finnes det et billigere alternativ? Is er een goedkoper alternatief? Vraag naar beschikbaarheid.
Denne boka finnes også som lydbok. Dit boek is ook als luisterboek verkrijgbaar. Finnes zonder de constructie det finnes.
Han lykkes ofte med det han prøver på. Hij slaagt vaak in wat hij probeert. Persoon als onderwerp.
Vi lyktes med å reparere sykkelen. Het lukte ons de fiets te repareren. Med å plus infinitief.
Barna trives på skolen. De kinderen hebben het naar hun zin op school. Trives is een ander actief s-werkwoord.
Vi ses neste uke! We zien elkaar volgende week! Informele afscheidsformule.
Snakkes senere! Tot later, we spreken elkaar nog! Vaste, informele formule zonder genoemd onderwerp.

Veelgemaakte fouten

Een extra -r toevoegen

  • Onjuist: Jeg synser det er fint.
  • Juist: Jeg synes det er fint.
  • Waarom: Synes is al de tegenwoordige tijd. De gewone regel met -r geldt hier niet; leer å synes → synes als één vaste combinatie.

Hverandre na møtes zetten

  • Onjuist: Vi møtes hverandre i morgen.
  • Juist: Vi møtes i morgen.
  • Ook juist: Vi møter hverandre i morgen.
  • Waarom: Kies óf de wederkerige s-vorm møtes, óf het actieve møter met hverandre. Meng de twee patronen niet.

Nederlands ‘vinden’ altijd met synes vertalen

  • Onjuist: Jeg synes ikke nøklene mine.
  • Juist: Jeg finner ikke nøklene mine.
  • Waarom: Synes gaat over een mening. Voor iets aantreffen gebruik je finne; finner is de tegenwoordige tijd.

Bestå gebruiken voor ‘bestaan’

  • Onjuist: Det består mange løsninger.
  • Juist: Det finnes mange løsninger.
  • Waarom: Het Nederlandse ‘bestaan’ lijkt op bestå, maar Noors bestå heeft andere toepassingen, zoals bestå en eksamen (‘slagen voor een examen’) en bestå av (‘bestaan uit’). Voor ‘er bestaan’ gebruik je doorgaans det finnes.

Zelf een regelmatige verleden tijd maken

  • Onjuist: Vi møtesde i går.
  • Juist: Vi møttes i går.
  • Waarom: Veel frequente s-werkwoorden hebben een eigen verleden vorm. Leer daarom de reeks møtes – møttes – har møttes als geheel.

Synes en tror verwisselen

  • Minder natuurlijk: Jeg synes bussen kommer klokka åtte als je alleen een verwachting bedoelt.
  • Natuurlijk: Jeg tror bussen kommer klokka åtte.
  • Waarom: Synes geeft een beoordeling; tror geeft aan wat je voor waar houdt of verwacht. Bij Jeg synes bussen er praktisk is synes juist wel passend.

Gebruiksnotities

Fins en finnes

In Bokmål komen zowel finnes als de kortere vorm fins voor: Det fins ingen enkel løsning. Voor een beginner is finnes een prima vaste keuze, omdat die vorm duidelijk aansluit bij de infinitief å finnes. Wees niet verbaasd wanneer je fins in teksten of ondertitels ziet.

Korte afscheidsgroeten

Vi ses! en Snakkes! zijn heel gewone, informele manieren om een gesprek af te sluiten. Letterlijk drukken ze uit dat je elkaar weer ziet of spreekt, maar in het Nederlands vertaal je ze vaak natuurlijker als ‘tot ziens’, ‘tot later’ of ‘we spreken elkaar’. Snakkes! is een vaste verkorte uitdrukking; probeer niet alle andere s-werkwoorden op dezelfde manier zonder onderwerp te gebruiken.

Tegenwoordige tijd voor een afspraak

In Vi møtes i morgen staat møtes in de tegenwoordige tijd, hoewel de ontmoeting morgen plaatsvindt. Dat is in het Noors heel normaal voor een vast plan, net als in het Nederlandse ‘we zien elkaar morgen’. Je hoeft hier dus niet per se skal te gebruiken. Vi skal møtes i morgen is ook correct en legt iets meer nadruk op het plan.

Typische aanvullingen

Een paar combinaties komen zo vaak voor dat je ze het best als zinsblok leert:

  • møtes på/ved + plaats: møtes på biblioteket, møtes ved inngangen
  • synes at + zin: synes at det er viktig
  • synes om + iets: Hva synes du om planen?
  • det finnes + zaak: Det finnes flere muligheter.
  • lykkes med + zaak: lykkes med oppgaven
  • lykkes med å + werkwoord: lykkes med å lære norsk
  • trives med/på/i: trives med jobben, trives på skolen, trives i Norge

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen. Ze helpen wel om later vormen op -s goed uit elkaar te houden.

Niet elke s-vorm is hetzelfde soort werkwoord

Er zijn grofweg drie nuttige groepen:

  1. Wederkerige werkwoorden, waarbij deelnemers iets met elkaar doen: møtes (‘elkaar ontmoeten’), ses (‘elkaar zien’) en snakkes (‘elkaar spreken’).
  2. Werkwoorden die vooral of uitsluitend met -s voorkomen maar actief worden vertaald: synes, finnes, lykkes en trives. Deze worden ook wel deponente werkwoorden genoemd, dat wil zeggen: ze zien eruit als een passieve vorm, maar hebben een actieve betekenis.
  3. Echte passieve s-vormen, waarbij het onderwerp de handeling ondergaat: Boka leses av mange (‘Het boek wordt door velen gelezen’) en Døra stenges klokka ti (‘De deur wordt om tien uur gesloten’).

Vooral die derde groep is productief: van veel gewone werkwoorden kan een passieve s-vorm worden gemaakt. Dat is een apart grammaticaal onderwerp op een hoger niveau. Trek de regel voor zo'n passief niet zomaar door naar synes of lykkes: daar hoort de -s bij het woordenboekwoord.

Een vorm kan zonder context dubbelzinnig lijken

Sommige s-vormen liggen tussen wederkerigheid, een algemene betekenis en passief gebruik in. Vi ses ofte betekent gewoon ‘we zien elkaar vaak’. In een zin als Resultatet ses tydelig på grafen heeft ses eerder de passieve betekenis ‘is duidelijk te zien’. De rest van de zin en het soort onderwerp maken meestal meteen duidelijk welke lezing bedoeld is.

Synes in formeler taalgebruik

Naast het alledaagse jeg synes voor een mening kun je in formelere teksten synes å + infinitief tegenkomen:

  • Problemet synes å være løst. — Het probleem lijkt opgelost te zijn.

Hier betekent synes ongeveer ‘lijken’ of ‘blijken’. Dit patroon is nuttig om te herkennen, maar voor een eenvoudige eigen mening blijft Jeg synes (at) ... de belangrijkste constructie.

Wederkerigheid hoeft niet altijd in de s-vorm

Met hverandre kun je expliciet maken wie elkaar iets aandoen, ook bij werkwoorden die geen gebruikelijke wederkerige s-vorm hebben:

  • De hjelper hverandre. — Ze helpen elkaar.
  • Vi skriver til hverandre. — We schrijven elkaar.
  • De kjenner hverandre godt. — Ze kennen elkaar goed.

Het Noors kiest dus niet automatisch voor -s waar het Nederlands ‘elkaar’ gebruikt. Bij een klein aantal zeer frequente werkwoorden, zoals møtes en ses, is de s-vorm idiomatisch; elders is hverandre nodig.

Oefentips

  1. Leer vier complete reeksen. Zeg hardop: møtes – møttes – har møttes, synes – syntes – har syntes, finnes – fantes – har funnes en lykkes – lyktes – har lyktes. Zo voorkom je zowel de extra -r als zelfbedachte verleden vormen.
  2. Maak contrastparen vanuit het Nederlands. Schrijf drie zinnen met ‘vinden’: een mening (synes), een verwachting (tror) en iets aantreffen (finner). Doe hetzelfde met ‘er is’: één zin met det er en één met det finnes.
  3. Oefen afspraken in mini-dialogen. Combineer Når skal vi møtes?, Vi møtes ved stasjonen en Vi ses i morgen! Door het hele gesprek te oefenen, leer je niet alleen de vorm maar ook wanneer Noren hem echt gebruiken.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste voorkennis: Tegenwoordige tijd — laat zien waarom gewone werkwoorden vaak -r krijgen en s-werkwoorden daarvan afwijken.
  • Later onderwerp: S-passief — behandelt productieve passieve vormen op -s, die je moet onderscheiden van synes, finnes en wederkerig møtes.
  • Aanvulling: Wederkerende werkwoorden — gaat over vormen met meg, deg, seg; die betekenen ‘mezelf, jezelf, zichzelf’ en zijn niet hetzelfde als wederkerig ‘elkaar’.

Vereiste kennis

Tegenwoordige tijd in het NoorsA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen