A1

S-werkwoorden in het Zweeds

S-verb

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.

In het kort

Zweedse s-werkwoorden eindigen op -s, maar die uitgang betekent niet altijd hetzelfde. In Vi träffas drukt hij een handeling over en weer uit, terwijl finnas, tyckas en lyckas vaste werkwoorden zijn met de betekenissen ‘bestaan/zich bevinden’, ‘lijken’ en ‘slagen’. Leer daarom niet alleen de uitgang, maar het hele werkwoord met zijn belangrijkste vormen en betekenis.

Overzicht

Een werkwoord noemt een handeling, gebeurtenis of toestand, zoals ‘werken’, ‘ontmoeten’ of ‘bestaan’. In het Zweeds is er een opvallende groep werkwoorden met een -s aan het einde: träffas, ses, finnas, tyckas, lyckas en hoppas. Je komt enkele daarvan al op A1-niveau voortdurend tegen, bijvoorbeeld wanneer je een afspraak maakt of zegt dat iets ergens aanwezig is.

De belangrijkste valkuil voor Nederlandstaligen is dat de Zweedse -s geen vaste Nederlandse vertaling heeft. Soms correspondeert hij met elkaar: Vi ses imorgon betekent ‘We zien elkaar morgen’. Soms heeft het Nederlands een heel ander werkwoord: Det finns kaffe is ‘Er is koffie’ en Hon lyckas is ‘Zij slaagt’. De -s is dus niet te vergelijken met de Nederlandse -t in ‘hij werkt’ en evenmin altijd met ‘zich’ of ‘elkaar’.

Voor beginners is de praktische aanpak eenvoudig: beschouw veelvoorkomende s-werkwoorden als complete woorden. Leer bijvoorbeeld niet alleen lycka, maar de infinitief lyckas (‘slagen’), de tegenwoordige tijd lyckas en de verleden tijd lyckades. Later kun je beter onderscheiden waarom een bepaalde s-vorm wederkerig, vast of passief is.

Hoe het werkt

1. Wederkerige betekenis: twee of meer deelnemers

Bij sommige werkwoorden geeft -s aan dat deelnemers dezelfde handeling tegenover elkaar verrichten. Dit heet wederkerig: ieder doet iets ten opzichte van de ander. Het Nederlands gebruikt hiervoor vaak ‘elkaar’.

Zonder -s Met -s Verschil
Jag träffar Sara. Sara och jag träffas. Ik ontmoet Sara → Sara en ik ontmoeten elkaar
Jag ser honom. Vi ses. Ik zie hem → Wij zien elkaar
Jag hör henne. Vi hörs ikväll. Ik hoor haar → Wij spreken/horen elkaar vanavond

Een wederkerig s-werkwoord veronderstelt minstens twee deelnemers. Het onderwerp (wie of wat de handeling uitvoert) is vaak meervoud, zoals vi of Anna och Leo. Het kan ook een groep in het enkelvoud zijn: Paret kysstes (‘Het stel kuste elkaar’). In Vi träffas zijn de deelnemers zowel handelend als betrokken bij de handeling.

De constructie met varandra (‘elkaar’) bestaat ook: De hjälper varandra betekent ‘Ze helpen elkaar’. Niet ieder werkwoord vormt echter op dezelfde natuurlijke manier een wederkerig s-werkwoord. Leer daarom gangbare combinaties, zoals träffas, ses, höras en hjälpas åt, in plaats van zelf bij elk werkwoord -s toe te voegen.

2. Vaste s-werkwoorden

Bij veelgebruikte werkwoorden hoort de -s gewoon bij het woord. De betekenis is actief: het onderwerp bestaat, lijkt, hoopt of slaagt zelf. Zulke werkwoorden worden in uitgebreidere grammatica’s soms deponentia genoemd: werkwoorden met een vorm die op een passieve vorm lijkt, maar met een actieve of vaste betekenis.

Infinitief Tegenwoordige tijd Kernbetekenis Typisch gebruik
finnas finns bestaan, aanwezig zijn Det finns … (‘Er is/zijn …’)
tyckas tycks lijken, schijnen vaak gevolgd door vara (‘zijn’)
lyckas lyckas slagen, erin slagen alleen of met med / att
hoppas hoppas hopen vaak met of een bijzin
trivas trivs het naar zijn zin hebben vaak met een plaats of med

Probeer de -s hier niet apart te vertalen. Jag trivs här betekent niet ‘Ik vermaak mezelf hier’ in een letterlijke grammaticale zin, maar gewoon ‘Ik heb het hier naar mijn zin’.

3. De belangrijkste vormen

Zweedse werkwoorden hebben voor alle personen dezelfde vorm. Jag lyckas, hon lyckas en vi lyckas gebruiken dus allemaal lyckas. Wel verschillen infinitief, tegenwoordige tijd, verleden tijd en supinum. Het supinum is de vorm die na har of hade staat, vergelijkbaar met het Nederlandse voltooid deelwoord in ‘heeft gewerkt’.

Betekenis Infinitief Tegenwoordige tijd Verleden tijd har + supinum
elkaar ontmoeten träffas träffas träffades har träffats
elkaar zien ses ses sågs har setts
bestaan, aanwezig zijn finnas finns fanns har funnits
lijken tyckas tycks tycktes har tyckts
slagen lyckas lyckas lyckades har lyckats
hopen hoppas hoppas hoppades har hoppats

Er is dus niet één universele regel waarmee je alle vormen foutloos kunt voorspellen. Bij träffas en lyckas blijft -as in de tegenwoordige tijd staan. Bij finnas en tyckas verdwijnt de a: finns, tycks. Ses en vooral de verleden tijd sågs zijn onregelmatig. Leer bij elk frequent werkwoord minstens de vier vormen uit de tabel.

4. Vier kernwerkwoorden

Träffas: elkaar ontmoeten of afspreken

Träffa heeft vaak een lijdend voorwerp (wie of wat rechtstreeks bij de handeling betrokken is): Jag träffar läkaren betekent ‘Ik ontmoet de arts’. Met -s wordt de relatie wederkerig: Vi träffas klockan åtta betekent ‘We ontmoeten elkaar om acht uur’ of natuurlijker: ‘We spreken om acht uur af’.

Finnas: er zijn, bestaan of aanwezig zijn

Het gewone patroon is det finns + naamwoordgroep. Een naamwoordgroep is een zelfstandig naamwoord met eventuele bepalingen, zoals en bank of många möjligheter.

  • Det finns en bank här. — Er is hier een bank.
  • Det finns många banker här. — Er zijn hier veel banken.

Let op: finns verandert niet wanneer er één of meer dingen volgen. Het Zweedse det is hier een voorlopig onderwerp en wordt in het Nederlands meestal ‘er’.

Tyckas: lijken of schijnen

Tyckas wordt vaak gevolgd door een infinitief, de hele vorm van een werkwoord met att, maar na tyckas meestal zonder uitgesproken att: Det tycks vara sant (‘Het lijkt waar te zijn’). Het woord klinkt vaak wat formeler of afstandelijker dan verka, dat in alledaags Zweeds zeer gebruikelijk is.

Verwar tyckas niet met tycka. Jag tycker att filmen är bra betekent ‘Ik vind dat de film goed is’. Filmen tycks vara bra betekent ‘De film lijkt goed te zijn’. Bij tycka geeft iemand een mening; bij tyckas gaat het om een indruk.

Lyckas: slagen

Lyckas kan zelfstandig staan: Hon lyckades (‘Zij slaagde’). Voor ‘erin slagen iets te doen’ gebruik je lyckas + infinitief, doorgaans zonder att: Vi lyckades hitta hotellet (‘We slaagden erin het hotel te vinden’). Lyckas med + zelfstandig naamwoord legt de nadruk op de taak of zaak: Han lyckades med uppgiften (‘Hij volbracht de opdracht met succes’).

Voorbeelden in context

Zweeds Nederlands Opmerking
Vi träffas imorgon. We ontmoeten elkaar morgen. Wederkerig; ook natuurlijk als afspraak
Ska vi träffas efter jobbet? Zullen we na het werk afspreken? Veelgebruikte vraag voor een afspraak
Anna och Erik träffades på stationen. Anna en Erik ontmoetten elkaar op het station. Verleden tijd
Vi ses utanför biografen. We zien elkaar voor de bioscoop. Ses wordt vaak bij afspraken gebruikt
Tack för idag, vi hörs! Bedankt voor vandaag, tot horens! Informele afscheidsformule
Det finns många sorter. Er zijn veel soorten. Finns blijft gelijk bij meervoud
Finns det ett apotek i närheten? Is er een apotheek in de buurt? Vraag: het werkwoord staat voor det
Det fanns ingen mjölk hemma. Er was thuis geen melk. Verleden tijd van finnas
Det tycks vara sant. Het lijkt waar te zijn. Vaak formeler dan verkar
Hon tycks förstå problemet. Zij lijkt het probleem te begrijpen. Tycks + infinitief
Hon lyckades. Zij slaagde. Zelfstandig gebruikt
Vi lyckades hitta rätt adress. We slaagden erin het juiste adres te vinden. Lyckas + infinitief zonder att
Jag hoppas att du mår bättre snart. Ik hoop dat je je snel beter voelt. Hoppas heeft een vaste actieve betekenis
Barnen trivs i den nya skolan. De kinderen hebben het naar hun zin op de nieuwe school. Trivas is een vast s-werkwoord
De hjälps åt med maten. Ze maken samen het eten klaar. Hjälpas åt betekent samenwerken

Veelgemaakte fouten

1. -s automatisch als ‘elkaar’ vertalen

  • Onjuist: Det finns en butik. → ‘De winkel vindt elkaar.’
  • Juist: Det finns en butik. → ‘Er is een winkel.’
  • Waarom: bij finnas hoort de -s bij het vaste werkwoord. Er is geen wederkerige betekenis.

2. Varandra onnodig toevoegen

  • Minder natuurlijk: Vi träffas varandra imorgon.
  • Juist: Vi träffas imorgon.
  • Ook juist: Vi träffar varandra imorgon.
  • Waarom: träffas drukt op zichzelf al uit dat de deelnemers elkaar ontmoeten. Je kunt óf de gangbare s-vorm gebruiken óf träffa varandra, maar vermeng de twee patronen niet zomaar.

3. Een gewone uitgang voor de tegenwoordige tijd toevoegen

  • Onjuist: Hon lyckars med allt.
  • Juist: Hon lyckas med allt.
  • Waarom: de tegenwoordige tijd is lyckas, niet een stam plus de gewone uitgang -r. De vorm is bovendien voor alle personen gelijk.

4. Finns laten overeenkomen met enkelvoud of meervoud

  • Onjuist: Det finna många alternativ.
  • Juist: Det finns många alternativ.
  • Waarom: zowel bij één ding als bij meerdere dingen gebruik je finns: Det finns ett alternativ en Det finns många alternativ.

5. Tycka en tyckas verwarren

  • Onjuist voor ‘Ik vind het goed’: Jag tycks att det är bra.
  • Juist: Jag tycker att det är bra.
  • Waarom: tycka att geeft een mening weer. Tyckas betekent ‘lijken’: Det tycks vara bra.

6. Att na lyckas verplicht behandelen

  • Onjuist in de gewone constructie: Vi lyckades att öppna dörren.
  • Juist: Vi lyckades öppna dörren.
  • Waarom: wanneer lyckas direct door een infinitief wordt gevolgd, laat het hedendaagse Zweeds att normaal weg.

Gebruiksnotities

Vi ses! en Vi hörs! zijn bijzonder nuttige alledaagse uitdrukkingen. Ze hoeven niet letterlijk te betekenen dat je elkaar werkelijk ziet of alleen hoort. Vi ses! kan gewoon ‘Tot ziens!’ zijn; Vi hörs! betekent vaak ‘We spreken elkaar nog!’ en kan ook slaan op een later telefoontje of bericht.

Bij afspraken overlappen ses en träffas vaak. Ska vi ses på fredag? en Ska vi träffas på fredag? kunnen beide ‘Zullen we vrijdag afspreken?’ betekenen. Träffa zonder -s heeft daarentegen meestal een genoemd object: Jag ska träffa min chef (‘Ik ga mijn leidinggevende ontmoeten’).

Det finns is de gewone, neutrale manier om aanwezigheid uit te drukken. Vertaal het niet woord voor woord vanuit het Nederlands. ‘Er ligt een boek op tafel’ wordt vaak Det ligger en bok på bordet wanneer de positie belangrijk is, maar Det finns en bok på bordet kan betekenen dat er een boek beschikbaar of aanwezig is. Het verschil zit dus niet alleen in grammatica, maar ook in wat je wilt benadrukken.

Tycks komt zeker voor, vooral in geschreven of enigszins afstandelijke taal. In een gewoon gesprek hoor je vaak verkar: Det verkar svårt (‘Het lijkt moeilijk’). Beide zijn correct, maar tycks kan de indruk minder persoonlijk of voorzichtiger presenteren.

Verder dan de basis

Dit gedeelte hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar het helpt om andere vormen met -s te herkennen. Naast wederkerige en vaste s-werkwoorden heeft het Zweeds namelijk een productieve s-passief. Een passief beschrijft wat met iemand of iets gebeurt zonder dat de uitvoerder centraal staat:

  • Butiken öppnar klockan nio. — De winkel gaat om negen uur open.
  • Dörren öppnas klockan nio. — De deur wordt om negen uur geopend.
  • Boken säljs här. — Het boek wordt hier verkocht.

Zo’n passieve vorm kun je van zeer veel gewone werkwoorden maken. Dat is iets anders dan een vast s-werkwoord als finnas of hoppas. Een handige test is de betekenis: bij Boken säljs av butiken kan de uitvoerder met av (‘door’) worden genoemd. Bij Jag hoppas is ‘ik word gehoopt’ onmogelijk; hoppas heeft zelf de actieve betekenis ‘hopen’.

Sommige vormen kunnen zonder context meer dan één lezing toelaten. Vi möts vid stationen wordt meestal wederkerig opgevat: ‘We ontmoeten elkaar bij het station’. Bij andere werkwoorden kan een s-vorm eerder passief zijn. Woordenboeken geven daarom niet alleen de vorm, maar ook aan of iets een zelfstandig s-werkwoord, een wederkerig gebruik of een passieve vorm is.

Ook de betekenis van lyckas kent nuttige uitbreidingen. Lyckas med något verwijst naar een taak of onderneming; lyckas med att göra något is mogelijk wanneer de handeling uitgebreider wordt geformuleerd, terwijl direct lyckas göra något compact en zeer gewoon is. Het voltooid verleden krijgt hade plus supinum: De hade lyckats lösa problemet (‘Ze waren erin geslaagd het probleem op te lossen’).

Ten slotte zijn niet alle wederkerige relaties met -s uitwisselbaar met varandra. De hjälps åt betekent specifiek dat ze samenwerken of samen een taak uitvoeren. De hjälper varandra betekent dat ze elkaar helpen en kan ook om afzonderlijke hulp over en weer gaan. Het vaste deeltje åt maakt hier dus betekenisverschil.

Oefentips

  1. Leer vier vormen als één pakket. Maak kaartjes zoals finnas – finns – fanns – funnits en lyckas – lyckas – lyckades – lyckats. Zet er altijd een Nederlandse kernbetekenis en één korte Zweedse zin bij.
  2. Sorteer op betekenis. Maak drie kolommen: ‘elkaar’ (träffas, ses, höras), ‘vast werkwoord’ (finnas, hoppas, lyckas) en later ‘passief’ (säljs, öppnas). Zo voorkom je dat iedere -s dezelfde vertaling krijgt.
  3. Oefen met Nederlandse situaties. Beschrijf waar iets aanwezig is met Det finns …, maak een afspraak met Ska vi ses …? en vertel over een gelukt resultaat met Jag lyckades …. Zulke vaste zinsbouw is nuttiger dan losse rijtjes.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Presens en werkwoordsgroepen in het ZweedsA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen S-verb in Zweeds met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Zweeds · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen