A1

Het werkwoord *dare* in het Italiaans

Il Verbo Dare

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

In het kort

Het Italiaanse dare betekent in de eerste plaats geven, maar zit ook in veel vaste uitdrukkingen: dare una mano is ‘helpen’ en dare un esame is ‘een examen afleggen’. De tegenwoordige tijd is onregelmatig: do, dai, dà, diamo, date, danno. Let in geschreven Italiaans vooral op het accent in : da zonder accent is een voorzetsel.

Overzicht

Dare is een veelgebruikt werkwoord dat je al op A1-niveau tegenkomt. Je gebruikt het voor concrete dingen, zoals een boek of sleutel geven, maar ook voor informatie, toestemming, advies en hulp. Het Nederlandse ‘geven’ is daarom vaak een goede eerste vertaling: Ti do il mio numero betekent ‘Ik geef je mijn nummer’.

De bouw van zo’n zin lijkt deels op het Nederlands. Er is iemand die geeft, iets dat gegeven wordt en vaak iemand die het ontvangt. Toch staat die ontvanger in het Italiaans dikwijls vóór het werkwoord als een kort voornaamwoord: mi dai (‘je geeft mij’), ti do (‘ik geef jou’) en le diamo (‘we geven haar’). Een voornaamwoord is een woord dat een naam vervangt, zoals ‘mij’, ‘jou’ of ‘haar’.

Daarnaast kun je dare niet altijd woord voor woord met ‘geven’ vertalen. Een Italiaan kan een examen ‘geven’, terwijl een Nederlandstalige het aflegt of doet. Dare fastidio betekent meestal ‘storen’ of ‘last bezorgen’. Zulke combinaties leer je het best als één geheel. Zo voorkom je dat een Nederlandse formulering ongemerkt de Italiaanse zin bepaalt.

Hoe het werkt

De tegenwoordige tijd

Hoewel dare op -are eindigt, is het geen gewoon regelmatig werkwoord. Vergelijk bijvoorbeeld parlare: parlo, parli, parla. Bij dare moet je vooral de korte vormen do, dai en apart onthouden.

Persoon Onderwerp Vorm Gebruikelijke Nederlandse vertaling
1e persoon enkelvoud io do ik geef
2e persoon enkelvoud tu dai jij geeft
3e persoon enkelvoud lui, lei, Lei hij/zij geeft, u geeft
1e persoon meervoud noi diamo wij geven
2e persoon meervoud voi date jullie geven
3e persoon meervoud loro danno zij geven

Italiaans laat het onderwerp vaak weg, omdat de werkwoordsvorm al duidelijk maakt wie handelt. Do il pane a Luca is dus normaal; Io do il pane a Luca legt extra nadruk op ‘ík’. De vorm danno heeft een dubbele n. Zonder die dubbele medeklinker krijg je dano, en dat is geen vorm van dare in het standaarditaliaans.

Waarom een accent heeft

De vorm voor ‘hij/zij/u geeft’ krijgt een accent om haar te onderscheiden van da, een voorzetsel (een kort woord dat een relatie aangeeft, zoals ‘van’, ‘uit’ of ‘bij’).

Vorm Functie Voorbeeld Betekenis
werkwoord Marta dà la chiave a Paolo. Marta geeft de sleutel aan Paolo.
da voorzetsel Paolo viene da Milano. Paolo komt uit Milaan.

Je hoort geen betekenisvol verschil waarop je bij het spellen kunt vertrouwen. Kijk daarom naar de functie: betekent het woord ‘geeft’, schrijf dan .

Wie geeft wat aan wie?

In Sara dà il libro a Marco is Sara het onderwerp (wie de handeling uitvoert), il libro het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat) en a Marco het meewerkend voorwerp (aan of voor wie iets gebeurt).

De basispatronen zijn:

  • iemand + dare + iets + a + ontvanger: Giulia dà un consiglio a Paolo.
  • kort voornaamwoord + dare + iets: Giulia gli dà un consiglio.

Bij een naam of zelfstandig naamwoord staat dus gewoonlijk a: a Paolo, alla cliente, ai bambini. Vervang je de ontvanger door een kort voornaamwoord, dan verdwijnt a en staat dat woord doorgaans vóór de vervoegde vorm van dare.

Ontvanger Kort voornaamwoord Voorbeeld Nederlands
aan mij mi Mi dai la chiave? Geef je mij de sleutel?
aan jou ti Ti do il libro. Ik geef je het boek.
aan hem gli Gli diamo una risposta. We geven hem antwoord.
aan haar le Le do una mano. Ik help haar.
aan u Le Le do il modulo. Ik geef u het formulier.
aan ons ci Ci danno informazioni. Ze geven ons informatie.
aan jullie vi Vi do il mio indirizzo. Ik geef jullie mijn adres.

Voor een beginner is dit het belangrijkste verschil met het Nederlands: vertaal niet in dezelfde woordvolgorde. ‘Ik geef je het boek’ wordt Ti do il libro, niet Do ti il libro. De vormen voor ‘aan hen’ en combinaties met meerdere korte voornaamwoorden komen later aan bod; voor duidelijke A1-zinnen kun je a loro gebruiken: Do le chiavi a loro.

Veelvoorkomende combinaties

Bij sommige combinaties blijft de betekenis letterlijk, bij andere is een natuurlijke Nederlandse vertaling anders.

Italiaanse combinatie Natuurlijke betekenis Italiaans voorbeeld Nederlandse vertaling
dare qualcosa a qualcuno iemand iets geven Do il biglietto a Chiara. Ik geef Chiara het kaartje.
dare una mano helpen Mi dai una mano? Help je me even?
dare un consiglio advies geven Ti do un consiglio. Ik geef je een advies.
dare una risposta antwoord geven Danno una risposta oggi. Ze geven vandaag antwoord.
dare il permesso toestemming geven La direttrice dà il permesso. De directrice geeft toestemming.
dare fastidio storen, last bezorgen La musica mi dà fastidio. De muziek stoort me.
dare un esame een examen afleggen Dà un esame domani. Hij/zij legt morgen een examen af.
dare del tu / del Lei met tu / Lei aanspreken Le diamo del Lei. We spreken haar formeel aan.

Let bij dare fastidio op de persoon die de hinder ervaart. In Il rumore mi dà fastidio is het geluid grammaticaal het onderwerp en mi betekent ‘mij’: letterlijk ‘het geluid bezorgt mij last’. Dat is anders opgebouwd dan het Nederlandse ‘ik heb last van het geluid’.

Ontkenningen en vragen

Voor een ontkenning zet je non vóór het geheel van voornaamwoord en werkwoord:

  • Non ti do la password. — Ik geef je het wachtwoord niet.
  • Non mi dà fastidio. — Het stoort me niet.

In een gewone vraag verandert de woordvolgorde meestal niet. Je hoort aan de intonatie en ziet aan het vraagteken dat het een vraag is:

  • Mi dai una mano? — Help je me?
  • Date voi il permesso? — Geven jullie toestemming?

Het losse onderwerp voi in de tweede vraag geeft contrast of verduidelijking: zijn júllie degenen die toestemming geven?

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Toelichting
Ti do il libro dopo cena. Ik geef je het boek na het eten. ti staat vóór do.
Mi dai una mano con queste scatole? Help je me met deze dozen? Vaste uitdrukking met una mano.
Anna dà le chiavi a suo fratello. Anna geeft de sleutels aan haar broer. De ontvanger volgt op a.
Le diamo del Lei perché non la conosciamo. We spreken haar met Lei aan omdat we haar niet kennen. Formele aanspreekvorm.
Domani dà un esame di storia. Morgen legt hij/zij een geschiedenisexamen af. Het onderwerp blijkt uit de context.
Il fumo mi dà fastidio. Ik heb last van de rook. Letterlijk is il fumo het onderwerp.
Ci date cinque minuti? Geven jullie ons vijf minuten? ci betekent hier ‘aan ons’.
I nonni danno un regalo ai bambini. De grootouders geven de kinderen een cadeau. Meervoud: danno.
Non gli do il mio numero. Ik geef hem mijn nummer niet. non komt vóór gli.
La guida ci dà molte informazioni utili. De gids geeft ons veel nuttige informatie. informazioni staat in het meervoud.
Vi do un consiglio: prenotate in anticipo. Ik geef jullie een advies: reserveer vooraf. vi verwijst naar meerdere aangesproken personen.
Possiamo darci del tu? Kunnen we elkaar met tu aanspreken? Wederzijds en iets verder dan A1.

Veelgemaakte fouten

1. Dare als een regelmatig werkwoord vervoegen

  • Fout: Io daro il libro.
  • Goed: Io do il libro.
  • Waarom: de tegenwoordige tijd is onregelmatig. Leer do, dai, dà, diamo, date, danno als één rij. Darò met accent bestaat wel, maar betekent ‘ik zal geven’ en is een vorm van de toekomende tijd.

2. Het accent van vergeten

  • Fout: Lei da un consiglio.
  • Goed: Lei dà un consiglio.
  • Waarom: is het werkwoord ‘geeft’; da zonder accent is een voorzetsel. Deze schrijfregel geldt voor de derde persoon enkelvoud, niet voor do, dai of danno.

3. De ontvanger op de Nederlandse plaats zetten

  • Fout: Do ti il libro.
  • Goed: Ti do il libro.
  • Waarom: een kort meewerkend-voorwerpsvoornaamwoord staat vóór een vervoegd werkwoord. Met een naam zeg je wel Do il libro a Luca.

4. A voor een kort voornaamwoord laten staan

  • Fout: A ti do la chiave.
  • Goed: Ti do la chiave.
  • Waarom: in een neutrale zin bevat ti de betekenis ‘aan jou’ al. A te is mogelijk als je sterk contrasteert — Lo do a te, non a lui (‘Ik geef het aan jou, niet aan hem’) — maar dat is een andere constructie.

5. Dare fastidio vanuit het Nederlands opbouwen

  • Fout: Io do fastidio del rumore voor ‘Ik heb last van het lawaai’.
  • Goed: Il rumore mi dà fastidio.
  • Waarom: wat stoort is in het Italiaans het onderwerp; degene die last ervaart staat als mi, ti, gli, le, ci of vi.

6. Dare un esame letterlijk vertalen

  • Fout begrip: Dà un esame betekent dat iemand als docent een examen uitdeelt.
  • Juiste betekenis: Dà un esame domani betekent meestal ‘Hij/zij legt morgen een examen af’.
  • Waarom: vaste werkwoordcombinaties lopen niet altijd gelijk in het Nederlands en Italiaans. Leer de hele combinatie, niet alleen het losse werkwoord.

Gebruiksnotities

Dare un esame en alternatieven

Dare un esame is een gangbare manier om vanuit het perspectief van een student over een examen te spreken, vooral in de onderwijscontext. Je hoort ook fare un esame (‘een examen doen’) en het neutralere of formelere sostenere un esame (‘een examen afleggen’). De precieze voorkeur kan per context en regio verschillen. Als beginner hoef je vooral te herkennen dat dare hier niet letterlijk ‘geven’ betekent.

Informeel tu en formeel Lei

Dare del tu a qualcuno betekent iemand met tu aanspreken; dare del Lei a qualcuno betekent de formele aanspreekvorm Lei gebruiken. Dit gaat dus niet om iets overhandigen. In winkels, professionele contacten en gesprekken met onbekenden is Lei vaak een veilige keuze, al verschillen gewoonten per streek, leeftijd en situatie.

De hoofdletter in Lei en Le maakt de beleefdheidsbetekenis op papier duidelijk: Le do il modulo kan ‘Ik geef u het formulier’ betekenen. In hedendaagse teksten komen ook kleine letters voor, maar als leerder is de hoofdletter helder en verzorgd. Bij gewoon ‘haar’ schrijf je le: Le do il libro kan zonder context daarom zowel ‘Ik geef haar het boek’ als, met beleefdheidswaarde, ‘Ik geef u het boek’ betekenen.

De aansporing dai!

Dai! is niet alleen ‘jij geeft’. In gesprekken is het ook een zeer gewone aansporing: ‘kom op!’, ‘toe nou!’ of ‘vooruit!’. De toon bepaalt of het bemoedigend, ongeduldig of ongelovig klinkt. In Dai, andiamo! betekent het bijvoorbeeld ‘Kom, we gaan!’.

Verder dan de basis

De volgende vormen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze maken het overzicht van dare compleet en zullen later vaak opduiken.

Verleden en toekomst

Het voltooid deelwoord (de vorm die je onder meer in een voltooide tijd gebruikt) is dato. De passato prossimo wordt gevormd met avere:

  • Ho dato le chiavi a Marta. — Ik heb Marta de sleutels gegeven.
  • Ti hanno dato una risposta? — Hebben ze je antwoord gegeven?

De toekomende tijd heeft de stam dar-: darò (‘ik zal geven’), darai, darà, daremo, darete, daranno. Daardoor is darò geen spelfout wanneer er een accent op de laatste letter staat; het is alleen niet de tegenwoordige tijd.

Gebiedende wijs

Voor een informele opdracht aan één persoon gebruik je da' of dai; beide vormen komen voor:

  • Da' il libro a Marco. — Geef het boek aan Marco.
  • Dai una mano a tua sorella. — Help je zus.

Met een kort voornaamwoord wordt dat vaak aan de werkwoordsvorm vastgeschreven en kan de beginmedeklinker verdubbelen: dammi (‘geef me’), dagli (‘geef hem’), dalle (‘geef haar’), dacci (‘geef ons’). Dammi un minuto betekent ‘Geef me een minuut’. Dit patroon is nuttig, maar hoort bij een latere behandeling van de gebiedende wijs.

Wederkerige en gecombineerde vormen

In darci del tu betekent ci ‘elkaar’: Possiamo darci del tu? is een natuurlijke vraag wanneer twee mensen willen overstappen op tu. In andere zinnen kan ci gewoon ‘aan ons’ betekenen, zoals in Ci danno il pane. De context bepaalt dus de functie.

Later kom je ook combinaties tegen als me lo dà (‘hij/zij geeft het aan mij’) en glielo do (‘ik geef het aan hem/haar’). Daar staan het voornaamwoord voor de ontvanger en dat voor het gegeven ding samen vóór het werkwoord. Probeer deze vormen pas actief te gebruiken wanneer de losse vormen mi, ti, gli, le, ci, vi vertrouwd zijn.

Een nuttig betekenispatroon

Veel abstracte combinaties met dare drukken uit dat iets een effect veroorzaakt: dare gioia (‘vreugde schenken’), dare paura (‘bang maken’), dare l'impressione (‘de indruk wekken’) en dare importanza a (‘belang hechten aan’). Ze zijn niet allemaal op dezelfde manier naar het Nederlands te vertalen. Vraag daarom steeds: wie of wat veroorzaakt het effect, en bij wie? Dat helpt vooral bij zinnen zoals Questa notizia mi dà speranza — ‘Dit nieuws geeft me hoop’.

Oefentips

  1. Leer de zes vormen ritmisch. Zeg dagelijks do, dai, dà — diamo, date, danno en maak met elke vorm één korte zin. Schrijf en danno bewust op om accent en dubbele n mee te oefenen.
  2. Wissel namen en voornaamwoorden af. Zet Do il caffè a Lucia om in Le do il caffè, en Diamo le chiavi a Paolo in Gli diamo le chiavi. Zo oefen je zowel a + persoon als de korte vorm vóór het werkwoord.
  3. Maak kaartjes met hele combinaties. Noteer niet alleen dare = geven, maar bijvoorbeeld dare una mano = helpen, dare fastidio = storen en dare un esame = een examen afleggen. Schrijf bij dare fastidio ook een volledige zin, zodat de afwijkende opbouw blijft hangen.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden op -are in het ItaliaansA1

Meer A1-concepten

Oefen Il Verbo Dare in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen