Hindi grammatica
Verken 80 grammaticaconcepten — van beginner tot gevorderd.
Dit is de grammaticaboom die Settemila Lingue aandrijft — elk concept wordt een gerichte oefendeck met AI-gegenereerde flashcards.
Geen resultaten gevonden
A1 (30)
Devanagari-klinkers (in het Hindi: देवनागरी स्वर) vormen een belangrijk klankkundig verschijnsel in het Hindi. Het Devanagari-schrift heeft 13 klinkers (स्वर), zowel als zelfstandige tekens als in de vorm van mātrā’s (diakritische tekens) die aan medeklinkers worden toegevoegd.
Devanagari-medeklinkers (in het Hindi: देवनागरी व्यंजन) vormen een belangrijk klankkundig verschijnsel in het Hindi. Het schrift heeft 33 hoofdmedeklinkers (व्यंजन), geordend naar articulatieplaats en articulatiewijze. Je leert ook het verschil tussen geaspireerde en niet-geaspireerde klanken en tussen stemhebbende en stemloze medeklinkers.
Grammaticaal geslacht (in het Hindi: लिंग) betreft de vorming en het gebruik van zelfstandige naamwoorden in het Hindi. Hindi heeft twee geslachten: mannelijk (पुल्लिंग) en vrouwelijk (स्त्रीलिंग). Het geslacht beïnvloedt werkwoordsovereenkomst, bijvoeglijke vormen en postposities. Je moet het bij elk zelfstandig naamwoord uit het hoofd leren.
Getal (enkelvoud/meervoud) (in het Hindi: वचन) betreft de vorming en het gebruik van zelfstandige naamwoorden in het Hindi. Zelfstandige naamwoorden hebben enkelvoudsvormen (एकवचन) en meervoudsvormen (बहुवचन). Mannelijke zelfstandige naamwoorden op -ा veranderen in het meervoud meestal naar -े. Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden krijgen vaak -एँ of -याँ.
Persoonlijke voornaamwoorden (in het Hindi: पुरुषवाचक सर्वनाम) vormen een essentieel onderdeel van het Hindi. Persoonlijke voornaamwoorden met drie niveaus van formaliteit voor 'u/jij/je': तू (intiem), तुम (informeel), आप (formeel). Derde persoon: वह (hij/zij/dat), ये/वे (zij/deze/die).
Zijn in de tegenwoordige tijd (in het Hindi: होना - वर्तमान काल) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Het werkwoord होना (zijn) heeft in de tegenwoordige tijd de vormen हूँ (ben), है (is), हो (bent/zijn informeel) en हैं (bent/zijn formeel of meervoud). Het is onmisbaar voor identificatie en beschrijving.
Bijvoeglijk naamwoordcongruentie (in het Hindi: विशेषण) heeft betrekking op bijvoeglijke naamwoorden in het Hindi. Bijvoeglijke naamwoorden op -ा passen zich aan het zelfstandig naamwoord aan in geslacht en getal: -ा (mannelijk enkelvoud), -े (mannelijk meervoud), -ी (vrouwelijk enkelvoud/meervoud). Onveranderlijke bijvoeglijke naamwoorden veranderen niet.
Eenvoudige tegenwoordige tijd (in het Hindi: सामान्य वर्तमान काल) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Gewoonteaanduidende tegenwoordige tijd met werkwoordsstam + ता/ती/ते + है/हैं. Overeenstemming op basis van geslacht en getal van het onderwerp (anders dan in het Nederlands).
Vragen (in het Hindi: प्रश्न) behandelt de manier waarop vragen worden gevormd in het Hindi. Vraagwoorden zijn क्या (wat/vraagpartikel), कौन (wie), कहाँ (waar), कब (wanneer), कैसे/कैसा (hoe), क्यों (waarom) en कितना (hoeveel).
Getallen (in het Hindi: संख्याएँ) behandelt getallen en telwoorden in het Hindi. Hindi-getallen van 1 tot 100 hebben vaak unieke vormen en zijn minder regelmatig dan in het Nederlands of Engels. De getallen 1-10 vormen de basis; bij hogere getallen komen patronen naar voren.
Basispostposities (in het Hindi: बुनियादी परसर्ग) gaat over achterzetsels in het Hindi. Dit zijn eenvoudige postposities die na zelfstandige naamwoorden komen: में (in), पर (op), से (van/uit/met), को (naar/voor; markering van het object) en का/के/की (van; bezittelijk).
Bezitsnaamval (in het Hindi: संबंधसूचक (का/के/की)) is een van de naamvallen in het Hindi. De bezitsvorm का/के/की past zich aan bij het bezeten zelfstandig naamwoord (niet bij de bezitter): का (mann. enk.), के (mann. mv./schuin), की (vrouw.). Vergelijkbaar met het Nederlandse 'van' of de bezitsuitgang 's.
Ontkenning (in het Hindi: निषेध) gaat over ontkenning in het Hindi. De basisontkenning gebruikt नहीं (niet), dat vóór het werkwoord staat. मत wordt gebruikt voor negatieve gebiedende wijs, terwijl न formeler of literairder is.
Tijduitdrukkingen (in het Hindi: समय अभिव्यक्ति) omvatten veelgebruikte uitdrukkingen in het Hindi. Belangrijke tijdswoorden zijn bijvoorbeeld आज (vandaag), कल (gisteren/morgen — de context bepaalt de betekenis), अभी (nu), बाद में (later) en पहले (eerder/geleden).
Samengestelde medeklinkers (in het Hindi: संयुक्त व्यंजन) zijn een belangrijk klankkundig verschijnsel in het Hindi. Wanneer medeklinkers zonder klinker ertussen samenkomen, vormen ze conjuncten of ligaturen: क्ष, त्र, ज्ञ, श्र. Devanagari gebruikt hiervoor halve vormen en speciale combinaties.
Nuqta en nasalisatie (in het Hindi: नुक्ता और अनुनासिक) vormen een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. De nuqta (een punt onder een medeklinker) markeert Urdu- en leenklanken zoals ज़, फ़, ख़ en ग़. Chandrabindu (ँ) en anusvara (ं) geven nasalisatie aan en zijn belangrijk voor een correcte uitspraak.
Begroetingen en uitdrukkingen (in het Hindi: अभिवादन और अभिव्यक्ति) omvatten veelgebruikte uitdrukkingen in het Hindi. Essentiële zinnen zijn नमस्ते (hallo/tot ziens), शुक्रिया/धन्यवाद (dank u), माफ़ कीजिए (pardon/neem me niet kwalijk), कृपया (alstublieft) en ठीक है (oké).
Aanwijzende voornaamwoorden (in het Hindi: निश्चयवाचक सर्वनाम) vormen een essentieel onderdeel van het Hindi. Aanwijzende voornaamwoorden: यह (dit/hij/zij dichtbij), वह (dat/hij/zij veraf), ये (deze/zij dichtbij), वे (die/zij veraf). Ook gebruikt als voornaamwoorden van de derde persoon.
Zijn in de verleden tijd (in het Hindi: होना - भूतकाल) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. De verleden-tijdsvormen van होना zijn था (was, mannelijk enkelvoud), थी (was, vrouwelijk enkelvoud), थे (waren, mannelijk meervoud/formeel) en थीं (waren, vrouwelijk meervoud). Ze worden gebruikt voor toestanden in het verleden en als hulpwerkwoord.
Plaatswoorden (in het Hindi: स्थानवाचक शब्द) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Plaatsaanduidingen: यहाँ (hier), वहाँ (daar), ऊपर (omhoog/boven), नीचे (onder), अंदर (binnen), बाहर (buiten), बाएँ (links), दाएँ (rechts), सामने (voor), पीछे (achter).
Kleuren (in het Hindi: रंग) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Kleuren worden als bijvoeglijke naamwoorden gebruikt: लाल (rood), नीला (blauw), हरा (groen), पीला (geel), सफ़ेद (wit), काला (zwart). Kleuren die op -ा eindigen, stemmen overeen met het zelfstandig naamwoord.
Dagen en maanden (in het Hindi: दिन और महीने) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. De dagen van de week zijn सोमवार, मंगलवार, बुधवार, गुरुवार, शुक्रवार, शनिवार en रविवार. Maanden kunnen de internationale namen gebruiken, zoals जनवरी, of de traditionele Hindi-kalendermaanden.
Familietermen (in het Hindi: परिवार) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Hindi maakt onderscheid tussen vaderlijke/moederlijke familieleden: चाचा (vaderlijke oom), मामा (moederlijke oom), दादा/दादी (vaderlijke grootouders), नाना/नानी (moederlijke grootouders).
Lichaam en gezondheid (in het Hindi: शरीर और स्वास्थ्य) is een belangrijk vocabulaire- en grammaticaconcept in het Hindi. Lichaamsdelen zijn bijvoorbeeld सिर (hoofd), आँख (oog), कान (oor), हाथ (hand) en पैर (voet/been). Gezondheidswoorden zijn onder meer बीमार (ziek), दवाई (medicijn) en डॉक्टर (dokter).
Woordenschat eten en drinken (in het Hindi: खाना-पीना शब्दावली) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Veelgebruikte voedingstermen: रोटी (brood), चावल (rijst), दाल (linzen), सब्ज़ी (groenten), पानी (water), दूध (melk), चाय (thee).
Hoeveelheidsuitdrukkingen (in het Hindi: मात्रा अभिव्यक्ति) behandelt getallen en telwoorden in het Hindi. Hoeveelheidswoorden: बहुत (heel/veel), थोड़ा (een beetje), कुछ (wat/iets), कई (meerdere), सब (alles), और (meer). Gebruikt met zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden.
Basale modale uitdrukkingen (in het Hindi: बुनियादी विधि अभिव्यक्ति) omvat veelgebruikte uitdrukkingen in het Hindi. Basale modale betekenissen: को + चाहिए (nodig/moeten), werkwoord + ना + है (moeten), werkwoord + ना + चाहिए (moeten/horen). Datief-onderwerpsconstructie.
Veelgebruikte werkwoorden (in het Hindi: आम क्रियाएँ) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Veelgebruikte werkwoorden: जाना (gaan), आना (komen), खाना (eten), पीना (drinken), देखना (zien), सुनना (horen), बोलना (spreken), करना (doen), लिखना (schrijven), पढ़ना (lezen).
Vervoer en routebeschrijving (in het Hindi: यातायात और दिशाएँ) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Je leert vervoerswoorden zoals बस, ट्रेन, ऑटो, टैक्सी, कार en मेट्रो, plus richtingwoorden zoals सीधे (rechtdoor), बाएँ (links) en दाएँ (rechts). Ook leer je hoe je de weg vraagt.
Gevoelens uitdrukken met datieve onderwerpen (in het Hindi: अनुभव और भाव (को वाले वाक्य)) is een belangrijk naamvalspatroon in het Hindi. Veel gevoelens gebruiken een datief onderwerp met को: मुझे भूख लगी (ik heb honger), मुझे डर लगता है (ik ben bang), मुझे अच्छा लगता है (ik vind het leuk). Dit is een kernpatroon in het Hindi.
A2 (13)
De obliquus (in het Hindi: तिरछी विभक्ति) is een van de naamvallen in het Hindi. Zelfstandige naamwoorden veranderen van vorm vóór postposities. Mannelijk -ा wordt -े, vrouwelijk -ी blijft meestal onveranderd en andere vormen blijven vaak gelijk. Deze vorm is nodig vóór alle postposities behalve ने.
Eenvoudige verleden tijd (in het Hindi: सामान्य भूतकाल) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Verleden tijd met werkwoordsstam + ा/ी/े/ीं (geslacht/getal overeenstemming). Overgankelijke werkwoorden gebruiken de ergatieve constructie met ने bij het onderwerp.
De ergatieve constructie met ने (in het Hindi: कर्मणि प्रयोग) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Bij overgankelijke werkwoorden in de verleden tijd krijgt het onderwerp ने, en het werkwoord komt overeen met het object als dat niet gemarkeerd is; anders verschijnt meestal de standaardvorm mannelijk enkelvoud.
Toekomende tijd (in het Hindi: भविष्य काल) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Toekomende tijd met werkwoordsstam + ऊँगा/ऊँगी/एगा/एगी/ओगे/एँगे/एँगी (overeenstemming in persoon, geslacht en getal).
Gebiedende wijs (in het Hindi: आज्ञा काल) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Geboden variëren per formaliteitsniveau: तू-vorm (stam of stam+niets), तुम-vorm (stam + ओ), आप-vorm (stam + इए/इये). Beleefde verzoeken voegen कृपया toe.
Tegenwoordig onvoltooid (in het Hindi: वर्तमान अपूर्ण) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Handelingen die nu plaatsvinden met werkwoordsstam + रहा/रही/रहे + है/हैं. रहा past zich aan bij het geslacht/getal van het onderwerp.
Vermogen met सकना (in het Hindi: योग्यता (सकना)) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Je drukt vermogen of mogelijkheid uit met de werkwoordstam + सकना. सकना wordt vervoegd voor tijd; het hoofdwerkwoord blijft als stam staan.
Willen (चाहना) (in het Hindi: इच्छा (चाहना)) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Met चाहना druk je uit wat iemand wil. Het werkwoord neemt een infinitief (werkwoord + ना) als object. चाहिए drukt 'zou moeten' of 'nodig hebben' uit met een datief onderwerp.
Meer postposities (in het Hindi: अतिरिक्त परसर्ग) gaat over samengestelde achterzetsels in het Hindi: के लिए (voor), के बारे में (over), के साथ (met), के पास (bij/hebben), के बिना (zonder) en की तरफ़ (naar/in de richting van).
De वाला-constructie (in het Hindi: वाला/वाली/वाले) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Het veelzijdige achtervoegsel -वाला/-वाली/-वाले kan bezit aangeven (बड़े घर वाला = degene met een groot huis), een beroep of persoon beschrijven (दूध वाला = melkboer) en een nabije toekomst uitdrukken (जाने वाला है = staat op het punt te gaan).
Rangtelwoorden (in het Hindi: क्रमवाचक संख्याएँ) behandelt getallen en telwoorden in het Hindi. Rangtelwoorden: पहला (eerste), दूसरा (tweede), तीसरा (derde), चौथा (vierde)... Passen zich aan in geslacht/getal: पहली बार (eerste keer vr.), पहले दिन (eerste dag mann. schuin).
Onbepaalde voornaamwoorden (in het Hindi: अनिश्चयवाचक सर्वनाम) vormen een essentieel onderdeel van het Hindi. Onbepaalde voornaamwoorden: कोई (iemand/wie dan ook), कुछ (iets), कहीं (ergens), कभी (soms). Met नहीं: कोई नहीं (niemand), कुछ नहीं (niets).
Voegwoorden (in het Hindi: संयोजन) behandelt voegwoorden en verbindingswoorden in het Hindi. Belangrijke verbindingswoorden zijn और (en), या (of), लेकिन/मगर/पर (maar), क्योंकि (omdat), इसलिए (daarom), कि (dat), जब (wanneer) en तो (dan).
B1 (13)
Verleden onvoltooid/imperfectum (in het Hindi: भूत अपूर्ण काल) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Voortdurende of gewoonteacties in het verleden met werkwoordsstam + रहा था/रही थी/रहे थे (was aan het doen) of ता था/ती थी/ते थे (placht te).
Voltooide tijden (in het Hindi: पूर्ण काल) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Tegenwoordige voltooide tijd (werkwoord + चुका/चुकी + है) voor voltooide handelingen, verleden voltooide tijd (werkwoord + चुका था) voor het plusquamperfectum.
Aanvoegende wijs (in het Hindi: संभावना (संभाव्य)) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Aanvoegende wijs drukt mogelijkheid, twijfel, wensen en doel uit. Gevormd met werkwoordsstam + ऊँ/ए/ओ/एँ (geen hulpwerkwoord). Gebruikt na शायद, ताकि, चाहे, enz.
Voorwaardelijke zinnen (in het Hindi: शर्त वाक्य) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Voorwaardelijke zinnen met अगर/यदि (als): reële voorwaarden (tegenwoordige + toekomende tijd), irreëel heden (aanvoegende wijs + voorwaardelijke vorm ता/ती/ते), contrafeitelijk verleden.
Samengestelde werkwoorden (in het Hindi: संयुक्त क्रिया) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Tweeledige werkwoordsverbindingen waarbij het tweede werkwoord (vector) nuance toevoegt: जाना (voltooid), लेना (eigen voordeel), देना (voordeel voor ander), उठना (plotseling), बैठना (betreurenswaardig).
Lijdende vorm (in het Hindi: कर्मवाच्य) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Lijdende vorm gevormd met werkwoordsstam + आ/ई/ए जाना. Handelende persoon aangegeven met से/द्वारा/के द्वारा. Vaak gebruikt voor onpersoonlijke uitspraken.
Causatieve werkwoorden (in het Hindi: प्रेरणार्थक क्रिया) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Causatieven voegen -आ toe (direct: iemand iets laten doen) of -वा (indirect: iets laten doen door iemand). खाना → खिलाना (voeren) → खिलवाना (laten voeren). Verandert de werkwoordsklasse.
De vergrotende en overtreffende trap (in het Hindi: तुलना) heeft betrekking op bijvoeglijke naamwoorden in het Hindi. Vergelijkingen worden meestal gemaakt met से + bijvoeglijk naamwoord ('meer X dan'). De overtreffende trap gebruikt सबसे + bijvoeglijk naamwoord ('het meest X van allemaal').
Betrekkelijke bijzinnen (in het Hindi: संबंधवाचक सर्वनाम) betreft de zinsstructuur en woordvolgorde in het Hindi. Betrekkelijke correlatieve paren: जो...वह (wie/welk...dat), जहाँ...वहाँ (waar...daar), जब...तब (wanneer...dan), जैसा...वैसा (zoals...zo).
Indirecte rede (in het Hindi: परोक्ष कथन) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Weergave van gesproken woorden met een कि-bijzin (dat). Tijdsverschuiving is minder strikt dan in het Nederlands. Gebruik कहना, बताना, सोचना, पूछना als inleidende werkwoorden.
Bijwoorden (in het Hindi: क्रिया विशेषण) vormen een belangrijk werkwoordelijk concept in het Hindi. Je leert de vorming en soorten bijwoorden: wijze (धीरे-धीरे, langzaam), tijd (अक्सर, vaak) en graad (बहुत, erg). Veel bijwoorden ontstaan door verdubbeling of door -से toe te voegen.
Verzamelende en distributieve vormen (in het Hindi: समुच्चयवाचक और वितरणवाचक) vormen een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Verzamelend: दोनों (beide), तीनों (alle drie), सभी (allemaal). Distributief: हर (elke/ieder), प्रत्येक (ieder), हर एक (ieder afzonderlijk). Nadrukkelijke herhaling: एक-एक.
Constructies met लगना/होना (in het Hindi: लगना/होना वाक्य रचना) vormen een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Ervaringsconstructies zijn bijvoorbeeld मुझे लगता है कि (ik denk dat), दर्द होना (pijn hebben) en अच्छा लगना (leuk vinden/goed lijken). Het onderwerp staat hierbij in de datief.
B2 (10)
Eerbetoningssysteem (in het Hindi: आदरसूचक व्यवस्था) is cruciaal voor het juiste taalgebruik in sociale situaties in het Hindi. Volledig eerbetoningssysteem: werkwoordscongruentie met आप/वे (meervoudsvormen als beleefdheidsvorm), जी-achtervoegsel, eerbiedigende woordenschat (आना vs. तशरीफ़ लाना).
Deelwoorden en verbale bijvoeglijke naamwoorden (in het Hindi: कृदंत और क्रियाविशेषण) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Verbale bijvoeglijke naamwoorden: tegenwoordig deelwoord (werkwoordsstam + ता/ती/ते हुआ), verleden deelwoord (werkwoordsstam + आ/ई/ए हुआ), infinitief als zelfstandig naamwoord.
Verbindend deelwoord (in het Hindi: संबंधबोधक कृदंत) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Het verbindend deelwoord (werkwoordsstam + कर) verbindt opeenvolgende handelingen van hetzelfde onderwerp. Zeer gebruikelijk in Hindi-verhaalstijl.
Complexe zinsstructuren (in het Hindi: जटिल वाक्य संरचना) betreft de zinsstructuur en woordvolgorde in het Hindi. Gevorderde onderschikking: doelzinnen (ताकि), redenszinnen (क्योंकि/इसलिए कि), toegeeflijk (हालाँकि), resultaat (इतना...कि).
Nuances van hulpwerkwoorden (in het Hindi: सहायक क्रिया की बारीकियाँ) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Genuanceerd gebruik van hulpwerkwoorden: होना voor toestanden vs. gebeurtenissen, रहना voor doorlopend/gewoontehandeling, चुकना voor voltooiing, पाना voor slagen/mislukken bij pogingen.
Discoursmarkeringen (in het Hindi: वार्तालाप चिह्नक) betreft de partikels die in het Hindi worden gebruikt. Discoursverbinders: वैसे (trouwens), दरअसल (eigenlijk), ख़ैर (hoe dan ook), बल्कि (eerder/maar), यानी (dat wil zeggen), चलो/अच्छा (nu dan).
Onpersoonlijk lijdend voorwerp (Bhav Vachya) (in het Hindi: भाववाच्य) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Onpersoonlijk lijdend voorwerp: drukt onvermogen of algemene waarheden uit. Onovergankelijke werkwoorden in lijdende vorm: मुझसे चला नहीं जाता (ik kan niet lopen). Geen uitdrukkelijk onderwerp.
Counterfactuale voorwaardelijke zinnen (in het Hindi: असंभव शर्त) vormen een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Ze drukken onwerkelijke of voorbije hypothetische situaties uit, bijvoorbeeld met अगर...होता/होती तो...ता/ती. Voor verleden counterfactuals zie je vormen zoals अगर...होता/आया होता तो...ता/गया होता.
Uitroepen en tussenwerpsels (in het Hindi: विस्मयादिबोधक) vormen een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Uitroepende patronen zijn bijvoorbeeld कितना...! (wat/hoe ...!), क्या...! (wat een ...!), काश (was het maar zo), अरे (hé/oh) en वाह (wauw). Ze drukken emotie en reactie uit.
Gerapporteerde rede (in het Hindi: कथित कथन (परोक्ष कथन विस्तार)) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Gevorderde gerapporteerde rede: vraagweergave (पूछा कि), bevelweergave (कहा कि...ओ/इए), tijdsoverwegingen en directe-naar-indirecte omzettingen.
C1 (8)
Formeel/Academisch Hindi (in het Hindi: शैक्षिक हिंदी) is cruciaal voor het juiste taalgebruik in sociale situaties in het Hindi. Formeel register met Sanskrietse woordenschat, passieve constructies, genominaliseerde uitdrukkingen en formele verbinders (अतः, इसलिए, तथापि, यद्यपि).
Samengestelde woorden (Samās) (in het Hindi: समास) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Uit het Sanskriet afkomstige samenstellingen: tatpurusha (राजपुत्र = koningszoon), dvandva (माता-पिता = ouders), bahuvrīhi (चतुर्भुज = vierarmig).
Idioms (in het Hindi: मुहावरे) omvat veelgebruikte uitdrukkingen in het Hindi. Hindi-uitdrukkingen gebruiken lichaamsdelen (आँख, हाथ, पेट, सिर), kleuren en alledaagse voorwerpen. Veel ervan hebben geen directe Nederlandse tegenhanger.
Spreekwoorden (in het Hindi: लोकोक्तियाँ) is een belangrijk werkwoordconcept in het Hindi. Traditionele Hindi-spreekwoorden die culturele wijsheid overbrengen. Ze gebruiken vaak archaïsche of poëtische vormen.
Literaire stijl (in het Hindi: साहित्यिक शैली) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Kenmerken van literair Hindi: poëtische woordvolgorde, archaïsche voornaamwoorden (तू/तुझे in poëzie), vocabulaire met veel Sanskriet, stijlfiguren.
Officieel en bureaucratisch Hindi (in het Hindi: कार्यालयी हिंदी) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Het gaat om overheids- en bureaucratisch Hindi: officiële briefindeling, formele woordenschat (प्रार्थी aanvrager, आदेश bevel, अनुमोदन goedkeuring) en juridische uitdrukkingen.
Sandhi (klankcombinatie) (in het Hindi: संधि) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Het gaat om klankcombinatieregels van Sanskrietoorsprong die in formeel of literair Hindi worden gebruikt: स्वर संधि (klinkersandhi), व्यंजन संधि (medeklinkersandhi) en विसर्ग संधि (visarga-sandhi).
Spreektaalregister (in het Hindi: बोलचाल की शैली) is cruciaal voor het juiste taalgebruik in sociale situaties in het Hindi. Kenmerken van gesproken Hindi: verkorte vormen, stopwoorden (मतलब, अच्छा), codemixing met het Engels, informele samentrekkingen.
C2 (6)
Dialecten en regionale variatie (in het Hindi: बोली वैविध्य) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Bewustzijn van Hindi-dialecten: invloeden van Braj, Awadhi, Bhojpuri en Rajasthani. Regionale woordenschat en grammaticale variaties.
Urdu-Hindi-register (in het Hindi: उर्दू-हिंदी पंजीयन) is cruciaal voor gepast taalgebruik in sociale situaties in het Hindi. Je leert hier het verschil tussen Perzisch-/Urdu-gekleurde woordenschat en meer Sanskritische woordenschat, en hoe sprekers bewust tussen registers wisselen voor stijl of effect.
Sarcasme en ironie (in het Hindi: व्यंग्य और विडंबना) vormen een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Het gaat om het uitdrukken van ironie, sarcasme en subtiele kritiek met retorische vragen, understatement en veelzeggende lof.
Poëzie- en ghazalvormen (in het Hindi: ग़ज़ल और काव्य रूप) vormen een belangrijk literair concept in het Hindi. Je leert poëtische vormen begrijpen, zoals de ghazalstructuur (sher, matla, maqta), doha en chaupai, en je let op metrum (chhand) en rijmschema's.
Stijlfiguren (in het Hindi: रस और अलंकार) is een belangrijk grammaticaal concept in het Hindi. Literaire middelen: उपमा (vergelijking), रूपक (metafoor), अनुप्रास (alliteratie), यमक (woordspeling), en het रस-systeem (esthetisch gevoel) van de Indiase poëtica.
Hindi-taalregisters (in het Hindi: हिंदी भाषा पंजीयन) zijn cruciaal voor juist taalgebruik in sociale situaties in het Hindi. Je leert het registerspectrum van het Hindi begrijpen: तत्सम (zuiver Sanskriet), तद्भव (aangepast Sanskriet), देशज (inheems) en विदेशी (leenwoorden uit vreemde talen). Ook registermenging in modern Hindi hoort hierbij.
Klaar om Hindi te leren? Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Oefen met AI-gegenereerde flashcards als je klaar bent om rond te kijken.
Gratis beginnen