B1

Rangtelwoorden en datums in het Hebreeuws

מספרים סודרים ותאריכים

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Hebreeuws op Settemila Lingue.

In het kort

Hebreeuwse rangtelwoorden van één tot en met tien staan meestal na het zelfstandig naamwoord en passen zich aan het grammaticale geslacht daarvan aan: הפרק השני is ‘het tweede hoofdstuk’ en הקומה השנייה ‘de tweede verdieping’. In een datum gebruikt het Hebreeuws daarentegen doorgaans een hoofdtelwoord: ב־15 במרץ wordt gelezen als בחמישה עשר במרץ, letterlijk ‘op vijftien maart’, niet als ‘op de vijftiende maart’.

Overzicht

Een rangtelwoord geeft een plaats in een reeks aan: eerste, tweede, derde enzovoort. In het Hebreeuws heet zo’n vorm מספר סודר. Bij de getallen één tot en met tien gedragen rangtelwoorden zich als bijvoeglijke naamwoorden: woorden die een eigenschap van een zelfstandig naamwoord noemen. Ze volgen het woord waar ze bij horen en krijgen een mannelijke of vrouwelijke vorm. Daarom staat in הפעם הראשונה (‘de eerste keer’) de vrouwelijke vorm ראשונה: פעם is grammaticaal vrouwelijk.

Dit onderwerp bouwt voort op de gewone getallen. Het verschil met het Nederlands is belangrijk. In het Nederlands heeft ‘tweede’ altijd dezelfde vorm, of het nu bij ‘dag’, ‘verdieping’ of ‘poging’ staat. In het Hebreeuws moet je eerst weten of het zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is. Ook bij bepaaldheid — of je ‘een’ of ‘de/het’ bedoelt — moeten het zelfstandig naamwoord en het rangtelwoord bij elkaar passen.

Datums vormen een tweede systeem. Waar een Nederlandstalige ‘op de vijftiende maart’ kan zeggen, telt het Hebreeuws de dag als een gewoon getal: ‘op vijftien maart’. Je komt daarnaast twee kalenders tegen: de internationaal gebruikte gregoriaanse kalender en de Hebreeuwse kalender. Op B1-niveau is het vooral belangrijk dat je alledaagse datums kunt begrijpen en formuleren; de formele schrijfwijzen van de Hebreeuwse kalender worden verderop apart behandeld.

Zo werkt het

Rangtelwoorden van één tot en met tien

Dit zijn de vormen die je het vaakst nodig hebt. De spelling hieronder is zonder klinkertekens, zoals in gewone Hebreeuwse teksten.

Getal Mannelijk Vrouwelijk Nederlands
1 ראשון ראשונה eerste
2 שני שנייה tweede
3 שלישי שלישית derde
4 רביעי רביעית vierde
5 חמישי חמישית vijfde
6 שישי שישית zesde
7 שביעי שביעית zevende
8 שמיני שמינית achtste
9 תשיעי תשיעית negende
10 עשירי עשירית tiende

De keuze hangt af van het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord, niet van een persoon of voorwerp in de werkelijkheid:

  • פרק ראשון — een eerste hoofdstuk; פרק is mannelijk.
  • קומה ראשונה — een eerste verdieping; קומה is vrouwelijk.
  • הניסיון השני — de tweede poging; ניסיון is mannelijk.
  • השאלה השנייה — de tweede vraag; שאלה is vrouwelijk.

Let vooral op שני. Zonder klinkertekens kan dit zowel de mannelijke rangtelwoordvorm ‘tweede’ zijn als een vorm van het hoofdtelwoord ‘twee’. De woordvolgorde en bepaaldheid maken het verschil duidelijk:

  • שני ימים — twee dagen;
  • היום השני — de tweede dag.

Plaats en bepaaldheid

Een Hebreeuws rangtelwoord staat normaal na het zelfstandig naamwoord. Als de hele woordgroep bepaald is, krijgen beide delen het lidwoord ה־ (‘de/het’):

Betekenis Onbepaald Bepaald
eerste hoofdstuk / het eerste hoofdstuk פרק ראשון הפרק הראשון
derde verdieping / de derde verdieping קומה שלישית הקומה השלישית
tiende vraag / de tiende vraag שאלה עשירית השאלה העשירית

Een Nederlandse gewoonte die hier tot fouten leidt, is het rangtelwoord vóór het zelfstandig naamwoord zetten. ‘De derde verdieping’ wordt dus niet woord voor woord in Nederlandse volgorde opgebouwd, maar als ‘de verdieping de derde’: הקומה השלישית.

Een rangtelwoord kan ook zelfstandig worden gebruikt wanneer duidelijk is over wie of wat het gaat:

  • הוא היה ראשון. — Hij was als eerste.
  • היא הגיעה שנייה. — Zij kwam als tweede aan.

Ook dan blijft het onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk bestaan.

Rangtelwoorden vanaf elf

Vanaf elf gebruikt het moderne Hebreeuws meestal de gewone samengestelde getallen in een rangtelwoordelijke functie. Het zelfstandig naamwoord en de context laten zien dat het om een plaats in een reeks gaat. Bij een bepaalde woordgroep staat het lidwoord aan het begin van het getal:

  • הפרק האחד עשר — het elfde hoofdstuk;
  • הקומה האחת עשרה — de elfde verdieping;
  • היום העשרים ואחד — de eenentwintigste dag;
  • המאה העשרים ואחת — de eenentwintigste eeuw.

Ook hier volgt de getalsvorm het geslacht van het zelfstandig naamwoord. יום en פרק zijn mannelijk, terwijl קומה en מאה vrouwelijk zijn. Daardoor eindigt het laatste voorbeeld op אחת, niet op אחד. Je hoeft dus geen volledig nieuwe reeks woorden zoals Nederlandse vormen op -de of -ste te leren; je moet wel de mannelijke en vrouwelijke hoofdtelwoorden beheersen.

Datums met de gregoriaanse kalender

De gebruikelijke volgorde is dag + maand + jaar. Dat sluit goed aan bij de Nederlandse volgorde:

  • 15 במרץ 2026 — 15 maart 2026;
  • ב־15 במרץ 2026 — op 15 maart 2026.

Als de dag met cijfers staat, wordt het voorzetsel ב־ (‘op/in’) met een verbindingsstreepje geschreven. In woorden wordt het direct aan het getal vastgeschreven: בחמישה עשר במרץ. Het dagnummer wordt volgens de gebruikelijke norm als een mannelijk hoofdtelwoord gelezen, omdat je er het mannelijke woord יום (‘dag’) bij kunt denken.

Cijfers Uitgeschreven datumdeel Nederlands
ב־1 בינואר באחד בינואר op 1 januari
ב־2 בפברואר בשניים בפברואר op 2 februari
ב־10 באפריל בעשרה באפריל op 10 april
ב־15 במרץ בחמישה עשר במרץ op 15 maart
ב־21 ביוני בעשרים ואחד ביוני op 21 juni
ב־31 בדצמבר בשלושים ואחד בדצמבר op 31 december

De maand krijgt eveneens ב־, maar bij een uitgeschreven maandnaam staat geen verbindingsstreepje: בינואר, במרץ, באוגוסט. De gregoriaanse maandnamen zijn:

Nederlands Hebreeuws Nederlands Hebreeuws
januari ינואר juli יולי
februari פברואר augustus אוגוסט
maart מרץ / מרס september ספטמבר
april אפריל oktober אוקטובר
mei מאי november נובמבר
juni יוני december דצמבר

Voor maart komen מרץ en מרס beide voor. Je kunt dus zowel ב־15 במרץ als ב־15 במרס aantreffen.

Om naar de datum te vragen, gebruik je bijvoorbeeld מה התאריך היום? (‘Welke datum is het vandaag?’). Een natuurlijk antwoord is היום חמישה עשר במרץ (‘Vandaag is het 15 maart’). Na een vraag als מתי הפגישה? (‘Wanneer is de afspraak?’) is het voorzetsel nodig: בחמישה עשר במרץ (‘op 15 maart’).

Voorbeelden in context

Hebreeuws Nederlands Toelichting
זאת הפעם הראשונה שלי בישראל. Dit is mijn eerste keer in Israël. פעם is vrouwelijk.
המשרד נמצא בקומה השלישית. Het kantoor bevindt zich op de derde verdieping. Rangtelwoord na קומה.
קראתי את הפרק השני אתמול. Ik heb gisteren het tweede hoofdstuk gelezen. פרק is mannelijk.
היא סיימה במקום הראשון. Zij eindigde op de eerste plaats. מקום is mannelijk.
זו השאלה העשירית במבחן. Dit is de tiende vraag van de toets. Vrouwelijke vorm bij שאלה.
הוא הגיע ראשון, והיא הגיעה שנייה. Hij kwam als eerste aan en zij als tweede. Zelfstandig gebruik met geslachtsonderscheid.
הפגישה תהיה ב־15 במרץ. De afspraak is op 15 maart. De geschreven datum gebruikt cijfers.
ניפגש באחד בינואר. We spreken af op 1 januari. Dag één wordt אחד gelezen.
יום ההולדת שלה בעשרים ואחד ביוני. Haar verjaardag is op 21 juni. Mannelijk hoofdtelwoord als dagnummer.
המאה העשרים ואחת התחילה בשנת 2001. De eenentwintigste eeuw begon in 2001. מאה is vrouwelijk.
ביום ראשון החנויות האלה סגורות. Op zondag zijn deze winkels gesloten. יום ראשון is de naam van zondag.
ביום הראשון של הטיול נשארנו בירושלים. Op de eerste dag van de reis bleven we in Jeruzalem. Met ה־ betekent het ‘de eerste dag’.
החג חל בט״ו בשבט. De feestdag valt op 15 sjewat. Datum volgens de Hebreeuwse kalender.

Veelgemaakte fouten

Het rangtelwoord vóór het zelfstandig naamwoord zetten

  • Onjuist: השלישית הקומה
  • Juist: הקומה השלישית
  • Waarom: In het Hebreeuws volgt het rangtelwoord normaal op het zelfstandig naamwoord. Bij ‘de derde verdieping’ krijgen beide woorden bovendien ה־.

Het verkeerde geslacht kiezen

  • Onjuist: הפעם הראשון
  • Juist: הפעם הראשונה
  • Waarom: פעם (‘keer’) is vrouwelijk, dus ook ‘eerste’ moet vrouwelijk zijn. Vertrouw niet op de Nederlandse vertaling; leer het geslacht samen met het Hebreeuwse zelfstandig naamwoord.

Slechts één keer het lidwoord gebruiken

  • Onjuist: הפרק שני als je ‘het tweede hoofdstuk’ bedoelt
  • Juist: הפרק השני
  • Waarom: Een bijvoeglijk gebruikte rangtelwoordvorm deelt de bepaaldheid van het zelfstandig naamwoord. Voor ‘het tweede’ krijgen daarom beide delen ה־.

In een datum een rangtelwoord gebruiken

  • Onjuist: בחמישה עשרי במרץ
  • Juist: בחמישה עשר במרץ
  • Waarom: Een datum gebruikt een hoofdtelwoord, niet een speciaal woord voor ‘vijftiende’. Denk aan ‘op vijftien maart’ in plaats van aan de Nederlandse vorm ‘op de vijftiende’.

De vrouwelijke getalsvorm voor een dagnummer nemen

  • Onjuist: בעשרים ואחת ביוני voor 21 juni
  • Juist: בעשרים ואחד ביוני
  • Waarom: Daggetallen worden gewoonlijk mannelijk gelezen, naar het weggelaten mannelijke woord יום. In המאה העשרים ואחת is אחת juist wél nodig, omdat מאה vrouwelijk is.

Zondag en ‘de eerste dag’ verwarren

  • Onjuist in de betekenis ‘op zondag’: ביום הראשון
  • Juist: ביום ראשון
  • Waarom: יום ראשון zonder lidwoord is de vaste naam van zondag. ביום הראשון betekent ‘op de eerste dag’ van een genoemde periode.

Gebruiksnotities

In gesprekken en praktische teksten zie je datums meestal met cijfers. Op een bericht, ticket of formulier is 15.3.2026 of 15/3/2026 compact en duidelijk; de volgorde is dag-maand-jaar. Schrijf je de maand als woord, dan is 15 במרץ 2026 natuurlijk. Bij het hardop lezen zet je de cijfers om in de mannelijke getalsvorm.

De rangtelwoorden ראשון tot en met עשירי komen ook veel voor in vaste namen en labels. De week begint in het traditionele Hebreeuwse naamgevingssysteem met יום ראשון (zondag), gevolgd door יום שני, יום שלישי enzovoort. Vrijdag is יום שישי; zaterdag heet שבת, niet יום שביעי in alledaags gebruik. Het ontbreken van ה־ in deze dagnamen is betekenisvol: יום שני is maandag, maar היום השני is ‘de tweede dag’.

In informele contexten worden onderdelen soms alleen met cijfers aangeduid, bijvoorbeeld een verdieping, hoofdstuk of buslijn. De precieze manier waarop zo’n label wordt voorgelezen kan per soort aanduiding verschillen. Als je zelf een volledige woordgroep maakt, is een rangtelwoord met correcte overeenstemming de veiligste keuze: הקומה הרביעית, הפרק השביעי.

Verder dan de basis: de Hebreeuwse kalender

Naast de gregoriaanse kalender gebruikt Israël de Hebreeuwse kalender in religieuze, culturele en sommige officiële contexten. Feestdagen, herdenkingen, uitnodigingen en traditionele documenten kunnen daarom een datum tonen als ט״ו בשבט (‘15 sjewat’) of ה׳ באייר (‘5 iar’). In een gewone zakelijke of administratieve tekst kan ook simpelweg een gregoriaanse datum staan; ‘formeel’ betekent dus niet dat uitsluitend de Hebreeuwse kalender mogelijk is.

De maanden van het Hebreeuwse jaar zijn תשרי, חשוון, כסלו, טבת, שבט, אדר, ניסן, אייר, סיוון, תמוז, אב, אלול. In een schrikkeljaar wordt adar verdeeld in אדר א׳ en אדר ב׳. Omdat deze kalender niet gelijk loopt met de gregoriaanse kalender, valt dezelfde Hebreeuwse datum elk gregoriaans jaar op een andere dag.

Dagen en jaren worden vaak met Hebreeuwse letters als getaltekens geschreven. Een enkel letterteken krijgt een geresj (׳); een combinatie krijgt gersjajiem (״) vóór de laatste letter. Zo is ה׳ vijf en י״ז zeventien. Voor vijftien en zestien gebruikt men traditioneel ט״ו en ט״ז, niet de lettercombinaties die je door een eenvoudige optelsom zou verwachten. Die schrijfwijze vermijdt combinaties die deel uitmaken van de Godsnaam.

Hebreeuwse jaartallen kunnen eveneens in letters staan, bijvoorbeeld תשפ״ו. Het duizendtal wordt in zulke notaties vaak uit de zichtbare vorm weggelaten wanneer de context duidelijk is. Voor dagelijks taalgebruik hoef je deze omzetting niet meteen uit het hoofd te beheersen. Het belangrijkste is dat je de notatie als een datum herkent en weet dat ב־ vóór de dag of maand de betekenis ‘op/in’ geeft.

Ook boven tien blijft het verschil tussen rangorde en datum nuttig. Vergelijk:

  • היום העשרים ואחד של הקורס — de eenentwintigste dag van de cursus;
  • בעשרים ואחד ביוני — op 21 juni.

In de eerste zin is de dag bepaald en staat het getal als rangtelwoordelijke beschrijving met ה־. In de datum staat een gewoon dagnummer zonder lidwoord. Dat kleine verschil voorkomt dat je Nederlandse zinsbouw rechtstreeks op het Hebreeuws plakt.

Oefentips

  1. Maak paren met één mannelijk en één vrouwelijk woord. Oefen bijvoorbeeld הפרק הראשון / הקומה הראשונה, daarna tweede tot en met tiende. Zo leer je het geslacht als een betekenisvol contrast, niet als twee losse rijtjes.
  2. Lees echte datums hardop. Neem vijf datums uit je agenda en zeg ze met ב־: 1, 2, 10, 15 en 21 van een maand. Juist deze getallen dwingen je de belangrijkste vormen te herhalen.
  3. Vergelijk weekdag en rangorde. Maak zinnen met ביום שני (‘op maandag’) naast ביום השני (‘op de tweede dag’). Door alleen het lidwoord te veranderen, hoor en zie je het betekenisverschil meteen.

Verwante onderwerpen

  • Vooraf: Getallen — nodig om samengestelde rangtelwoorden en de mannelijke vormen van daggetallen correct te bouwen.

Vereiste kennis

Getallen in het HebreeuwsA1

Meer B1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen