Prendre in het Frans
Le Verbe Prendre
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
In het kort
Het Franse prendre betekent vaak nemen of pakken, maar ook onder meer een vervoermiddel nemen en iets eten of drinken. In de tegenwoordige tijd is het onregelmatig: je prends, tu prends, il/elle/on prend, nous prenons, vous prenez, ils/elles prennent. Apprendre, comprendre en surprendre volgen hetzelfde patroon.
Overzicht
Prendre is een van de eerste onregelmatige Franse werkwoorden die je op A1-niveau nodig hebt. Je gebruikt het voortdurend: om de trein te nemen, koffie te bestellen, een besluit te nemen of iemands hand vast te pakken. De infinitief (de basisvorm die in een woordenboek staat) is prendre.
Voor Nederlandstaligen is een deel van het gebruik makkelijk herkenbaar. Prendre le bus lijkt sterk op “de bus nemen” en prendre une décision op “een beslissing nemen”. Toch kun je het Nederlandse “nemen” niet altijd automatisch met prendre vertalen. Een foto “nemen” is in het Frans bijvoorbeeld prendre une photo, maar medicijnen “innemen” is prendre des médicaments. Zulke combinaties leer je het best als één geheel.
De vervoeging vraagt extra aandacht. De stam (het deel van het werkwoord waaraan een uitgang komt) ziet er niet in alle personen hetzelfde uit. Bovendien hoor je niet alle letters die je schrijft. Als je de zes vormen van prendre kent, heb je meteen het patroon voor veel veelgebruikte werkwoorden op -prendre te pakken.
Hoe het werkt
De tegenwoordige tijd
De tegenwoordige tijd gebruik je voor iets dat nu gebeurt, regelmatig gebeurt of algemeen geldt. Het onderwerp is wie de handeling uitvoert. In Nous prenons le métro is nous het onderwerp: wij nemen de metro.
| Persoon | Vorm | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| je | je prends | ik neem |
| tu | tu prends | jij neemt |
| il / elle / on | il / elle / on prend | hij / zij / men neemt; we nemen |
| nous | nous prenons | wij nemen |
| vous | vous prenez | u neemt; jullie nemen |
| ils / elles | ils / elles prennent | zij nemen |
Leer de reeks hardop als prends, prends, prend, prenons, prenez, prennent. De drie enkelvoudsvormen klinken normaal hetzelfde: de geschreven eindletters -ds, -ds en -d spreek je niet uit. Bij ils/elles prennent hoor je de n van de stam wel. In nous prenons en vous prenez klinkt de eerste e dof, ongeveer als de onbeklemtoonde e in het Nederlandse “de”.
Voor de spelling kun je drie groepen onthouden:
- Enkelvoud: prends, prends, prend.
- Nous en vous: de stam is pren- met de uitgangen -ons en -ez.
- Ils en elles: prennent, met dubbel n en de stille uitgang -ent.
Het Franse on krijgt altijd dezelfde werkwoordsvorm als il en elle: on prend. In alledaagse taal betekent on vaak “we”. Zeg dus niet on prenons, ook niet wanneer je in het Nederlands “wij” bedoelt.
Werkwoorden op -prendre
Bij apprendre, comprendre en surprendre blijft het eerste deel staan. Het laatste deel verandert op dezelfde manier als prendre.
| Werkwoord | Betekenis | je | nous | ils/elles |
|---|---|---|---|---|
| prendre | nemen, pakken | je prends | nous prenons | ils prennent |
| apprendre | leren; te weten komen | j’apprends | nous apprenons | ils apprennent |
| comprendre | begrijpen | je comprends | nous comprenons | ils comprennent |
| surprendre | verrassen, betrappen | je surprends | nous surprenons | ils surprennent |
Let op j’apprends: vóór een klinker wordt je ingekort tot j’. Je schrijft dus niet je apprends. Ook reprendre (weer nemen, hervatten) en entreprendre (ondernemen) behoren tot deze familie.
Veelvoorkomende betekenissen en constructies
De precieze Nederlandse vertaling hangt af van wat er na prendre staat.
| Frans patroon | Gewone Nederlandse weergave | Voorbeeld |
|---|---|---|
| prendre + voorwerp | nemen, pakken | Prends ton sac. — Pak je tas. |
| prendre + vervoer | nemen, met … gaan | Je prends le train. — Ik neem de trein. |
| prendre + eten of drinken | nemen, eten, drinken | Elle prend un thé. — Ze neemt een thee. |
| prendre + medicijn | innemen, gebruiken | Il prend ce médicament. — Hij neemt dit medicijn in. |
| prendre + tijdsduur | kosten, tijd vergen | Ça prend dix minutes. — Dat duurt tien minuten. |
| apprendre + zelfstandig naamwoord | leren | Nous apprenons le français. — We leren Frans. |
| apprendre à + infinitief | leren om iets te doen | J’apprends à conduire. — Ik leer autorijden. |
| comprendre + voorwerp of zin | begrijpen | Je comprends la question. — Ik begrijp de vraag. |
Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, zaak of begrip, zoals “trein”, “koffie” of “vraag”. Een voorwerp is hier de persoon of zaak waarop de handeling gericht is. In Je prends le livre is le livre het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat).
Bij apprendre is het voorzetsel belangrijk. Je leert een taal of les zonder à: apprendre le français. Je leert iets doen met à en een infinitief: apprendre à nager. Het Nederlandse woord “leren” maakt dat verschil niet zo duidelijk.
Ontkenningen en vragen
De ontkenning staat om de vervoegde vorm heen: ne … pas. Voor een klinker wordt ne ingekort tot n’.
- Je ne prends pas de sucre. — Ik neem geen suiker.
- Nous ne comprenons pas. — We begrijpen het niet.
- Il n’apprend pas vite. — Hij leert niet snel.
In spreektaal valt ne vaak weg: Je prends pas de sucre. Als leerder is de volledige vorm in verzorgde taal de veiligste keuze. Let ook op de na een ontkenning: un café wordt doorgaans pas de café.
Een vraag kan eenvoudig met intonatie: Tu prends un café ? Je kunt ook est-ce que gebruiken: Est-ce que vous comprenez ? De formelere omkering is Prenez-vous le train ? Voor beginners zijn intonatie en est-ce que meestal het bruikbaarst.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Je prends le bus tous les matins. | Ik neem elke ochtend de bus. | Een gewoonte in de tegenwoordige tijd. |
| Tu prends un café ? | Neem je een koffie? | Een alledaags aanbod of een bestelling. |
| Elle prend son téléphone dans son sac. | Ze pakt haar telefoon uit haar tas. | Letterlijk pakken. |
| On prend le métro ou on marche ? | Nemen we de metro of gaan we lopen? | On betekent informeel “we”. |
| Nous prenons le déjeuner à midi. | Wij lunchen om twaalf uur. | Prendre le déjeuner betekent lunchen. |
| Vous prenez du sucre dans votre thé ? | Neemt u suiker in uw thee? | Vous kan beleefd enkelvoud zijn. |
| Ils prennent une décision demain. | Ze nemen morgen een beslissing. | Vaste combinatie. |
| Ça prend seulement cinq minutes. | Dat duurt maar vijf minuten. | Tijd vergen. |
| J’apprends le français au travail. | Ik leer Frans op mijn werk. | Een taal leren: zonder à. |
| Ma fille apprend à nager. | Mijn dochter leert zwemmen. | Een handeling leren: à + infinitief. |
| Nous apprenons une nouvelle règle. | We leren een nieuwe regel. | De vorm uit de conceptvoorbeelden. |
| Vous comprenez la différence ? | Begrijpt u het verschil? | Kan ook tot meerdere personen gericht zijn. |
| Je ne comprends pas cette phrase. | Ik begrijp deze zin niet. | Ontkenning rond het werkwoord. |
| Cette réponse me surprend. | Dit antwoord verrast me. | Me is degene die verrast wordt. |
| Après la pause, nous reprenons le cours. | Na de pauze hervatten we de les. | Reprendre kan “hervatten” betekenen. |
Veelgemaakte fouten
1. Een regelmatige vorm maken
- Fout: Nous prendons le train.
- Goed: Nous prenons le train.
- Waarom: Prendre is onregelmatig. Bij nous verdwijnt de d: prenons, niet prendons.
2. De dubbele n bij ils vergeten
- Fout: Ils prenent un taxi.
- Goed: Ils prennent un taxi.
- Waarom: De meervoudsvorm heeft de stam prenn- en de uitgang -ent. Die uitgang zelf hoor je niet.
3. On met een meervoudsvorm combineren
- Fout: On prenons un café.
- Goed: On prend un café.
- Waarom: On kan “we” betekenen, maar grammaticaal blijft het enkelvoud. Daarom hoort er prend bij.
4. Apprendre en prendre verwisselen
- Fout: Je prends le français. wanneer je bedoelt dat je Frans leert.
- Goed: J’apprends le français.
- Waarom: Nederlands “een cursus nemen” kan je op het verkeerde spoor zetten. Voor kennis of een taal verwerven gebruik je apprendre.
5. À verkeerd plaatsen bij apprendre
- Fout: J’apprends à le français.
- Goed: J’apprends le français. / J’apprends à parler français.
- Waarom: Een zaak leren staat rechtstreeks na apprendre. Voor een handeling gebruik je à plus de infinitief.
6. Elke Nederlandse combinatie met “nemen” letterlijk vertalen
- Fout: Je prends attention.
- Goed: Je fais attention.
- Waarom: Het Nederlandse “opletten” of “in acht nemen” levert niet automatisch een Franse combinatie met prendre op. Leer vaste uitdrukkingen als geheel.
Gebruiksnotities
Un café of du café?
Prendre un café betekent meestal één koffie nemen of bestellen. Prendre du café gaat om een onbepaalde hoeveelheid koffie: “koffie nemen/drinken”. Het lidwoord verandert dus de nuance. Hetzelfde verschil zie je tussen prendre un gâteau (een gebakje nemen) en prendre du gâteau (wat taart nemen).
Vous prenez… ? kan twee dingen betekenen
Vous is zowel “u” als “jullie”. Alleen de situatie maakt duidelijk welke betekenis bedoeld is. Tegen één onbekende klant kan een ober vragen: Vous prenez un dessert ? Tegen een groep vrienden kan precies dezelfde zin “Nemen jullie een dessert?” betekenen.
Comprendre en het Nederlandse “snappen”
Comprendre is neutraal en past in zowel informele als formele situaties. Het kan dus “begrijpen” én het informelere “snappen” weergeven. Je vois betekent letterlijk “ik zie”, maar wordt in gesprekken ook gebruikt voor “ik snap het”; dat is niet hetzelfde werkwoordspatroon.
Uitspraak en verbinding
In ils prennent spreek je de -ent niet uit. In vous prenez hoor je de slot-z van vous door de normale verbinding vóór de klinker van prenez. Baseer de spelling daarom niet alleen op wat je hoort: prends, prend en prennent moeten afzonderlijk worden onthouden.
Verder dan de basis
De volgende vormen hoef je op A1 nog niet allemaal actief te beheersen, maar je komt ze later vaak tegen.
Voltooide tijd
Het voltooid deelwoord (de vorm die samen met een hulpwerkwoord een voltooide tijd maakt) van prendre is pris. De -prendre-familie bouwt daarop voort:
| Infinitief | Voltooid deelwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| prendre | pris | J’ai pris le train. — Ik heb de trein genomen. |
| apprendre | appris | Elle a appris la nouvelle. — Ze heeft het nieuws vernomen. |
| comprendre | compris | Nous avons compris. — We hebben het begrepen. |
| surprendre | surpris | Tu m’as surpris. — Je hebt me verrast. |
Deze werkwoorden vormen de passé composé met avoir. Bij apprendre kan de betekenis in de voltooide tijd afhankelijk van de context “geleerd” of “te weten gekomen” zijn: J’ai appris son départ betekent dat ik van zijn of haar vertrek heb gehoord.
Gebiedende wijs
Voor een opdracht of uitnodiging gebruik je de gebiedende wijs (een werkwoordsvorm zonder genoemd onderwerp):
- Prends ton temps. — Neem je tijd.
- Prenons le train. — Laten we de trein nemen.
- Prenez place. — Gaat u zitten / Neemt u plaats.
De vormen zijn gelijk aan tu, nous en vous, maar het onderwerp staat er niet bij. De s van prends blijft behouden.
Latere stamvormen
Ook in de aanvoegende wijs, een vorm die later onder meer na wens, noodzaak of twijfel verschijnt, zie je het verschil tussen prenn- en pren- terug: que je prenne, que nous prenions. In de toekomstige tijd is de stam prendr-: je prendrai (ik zal nemen). Dat lijkt ingewikkeld, maar de tegenwoordige tijd blijft het beste vertrekpunt.
Idiomatische combinaties
Prendre zit in veel vaste uitdrukkingen waarvan een woordelijke vertaling misleidend kan zijn:
- prendre son temps — rustig de tijd nemen
- prendre rendez-vous — een afspraak maken
- prendre soin de quelqu’un — voor iemand zorgen
- prendre froid — kou vatten
- prendre peur — bang worden
- s’y prendre — iets aanpakken
Bij s’y prendre staan voornaamwoorden die je pas later uitgebreid leert. Onthoud voorlopig vooral de veelgehoorde vraag Comment tu t’y prends ? — “Hoe pak je dat aan?”
Oefentips
- Oefen in drie blokken. Zeg eerst je prends, tu prends, il prend, daarna nous prenons, vous prenez en ten slotte ils prennent. Vervang vervolgens prendre door apprendre en comprendre.
- Leer combinaties, geen losse vertalingen. Maak kaartjes met prendre le bus, prendre un café, prendre une décision en apprendre à conduire. Zo voorkom je dat je elk Nederlands “nemen” letterlijk omzet.
- Maak een dagelijkse vragenronde. Beantwoord hardop: Qu’est-ce que tu prends au petit déjeuner ?, Comment tu vas au travail ? en Qu’est-ce que tu apprends ? Gebruik telkens minstens één vorm uit de tabel.
Verwante onderwerpen
- Eerst of ter herhaling: Regelmatige werkwoorden op -ER — helpt je herkennen waarom prendre niet volgens het gewone basispatroon wordt vervoegd.
Vereiste kennis
Regelmatige -ER-werkwoorden in het FransA1Meer A1-concepten
Oefen Le Verbe Prendre in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen