A1

Basisvoorzetsels in het Grieks

Προθέσεις

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Grieks op Settemila Lingue.

In het kort

De vijf basisvoorzetsels σε, από, με, για en χωρίς drukken onder meer plaats, richting, herkomst, gezelschap, doel en afwezigheid uit. Ze worden in het moderne Grieks normaal gevolgd door de accusatief (de naamval, oftewel de vorm van een zelfstandig naamwoord, lidwoord of voornaamwoord na het voorzetsel). Vooral σε vraagt aandacht: vóór een bepaald lidwoord trekt het ermee samen, bijvoorbeeld σε + το = στο en σε + την = στην.

Overzicht

Voorzetsels zijn kleine woorden die een relatie aangeven: iemand gaat naar school, komt uit Griekenland, reist met een vriend of koopt iets voor een collega. In het Grieks heb je zulke woorden al vanaf A1 voortdurend nodig. De Nederlandse vertaling is alleen niet altijd één op één. Het Griekse σε kan bijvoorbeeld in, op, aan, bij of naar betekenen, afhankelijk van de situatie.

De eenvoudige beginnersregel is: kies het voorzetsel op grond van de bedoelde relatie en zet de woordgroep erna in de accusatief. Bij een mannelijk enkelvoud zie je dat vaak duidelijk aan het lidwoord: ο φίλος wordt με τον φίλο. Bij een vrouwelijk woord wordt η Ελλάδα bijvoorbeeld από την Ελλάδα. Ook wanneer de vorm van het zelfstandig naamwoord niet zichtbaar verandert, blijft de grammaticale functie dezelfde.

Voor Nederlandstaligen zit de grootste valkuil niet alleen in de vorm, maar ook in de keuze. Nederlands gebruikt vaak verschillende voorzetsels waar Grieks één ruim woord gebruikt. Leer daarom liever hele combinaties zoals στο σπίτι, από την Αθήνα en με το λεωφορείο dan losse vertalingen.

Hoe het werkt

De vijf kernvoorzetsels

Voorzetsel Kernbetekenis Veelvoorkomend gebruik Voorbeeld
σε in, op, bij, aan, naar plaats, bestemming, ontvanger, tijdstip Πάω στο γραφείο.
από van, uit, vanaf, door herkomst, vertrekpunt, bron, oorzaak Είμαι από την Ολλανδία.
με met gezelschap, middel, instrument, manier Πάω με τη Μαρία.
για voor, over, naar doel, bestemming, bestemd zijn voor, onderwerp Αυτό είναι για σένα.
χωρίς zonder afwezigheid van iets of iemand Καφέ χωρίς ζάχαρη.

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, zaak, plaats of begrip, zoals vriend, huis of tijd. Als zo'n woord na een van deze voorzetsels een bepaald lidwoord heeft, staat dat lidwoord in de accusatief.

Geslacht en getal Basisvorm van het lidwoord Accusatief na de meeste voorzetsels Voorbeeld
mannelijk enkelvoud ο τον με τον φίλο
vrouwelijk enkelvoud η την από την Ελλάδα
onzijdig enkelvoud το το για το παιδί
mannelijk meervoud οι τους με τους φίλους
vrouwelijk meervoud οι τις για τις διακοπές
onzijdig meervoud τα τα χωρίς τα κλειδιά

Σε: plaats, richting, ontvanger en tijd

Σε is het meest veelzijdige voorzetsel uit deze groep. Bij stilstand geeft het vaak een plaats aan; bij een werkwoord van beweging vaak een bestemming:

  • Μένω στην Αθήνα. — Ik woon in Athene.
  • Πάω στην Αθήνα. — Ik ga naar Athene.
  • Το βιβλίο είναι στο τραπέζι. — Het boek ligt op tafel.

Het Grieks maakt hier dus niet hetzelfde onderscheid als het Nederlands tussen in en naar. De betekenis van het werkwoord en de context vertellen of het om een locatie of richting gaat.

Σε kan ook een ontvanger aangeven: Δίνω το βιβλίο στον Νίκο betekent ‘Ik geef het boek aan Nikos.’ Daarnaast staat het bij kloktijden: στις οκτώ (‘om acht uur’) en bij een termijn vanaf nu: σε δύο μέρες (‘over twee dagen’).

Σε + bepaald lidwoord: verplichte samentrekking

Wanneer σε direct vóór een bepaald lidwoord staat, worden de twee woorden samengevoegd. Je schrijft dus niet σε το σπίτι, maar στο σπίτι.

Losse delen Samengestelde vorm Voorbeeld Betekenis
σε + τον στον στον κήπο in/naar de tuin
σε + την στην στην πόλη in/naar de stad
σε + το στο στο σπίτι in/naar het huis
σε + τους στους στους φίλους μου aan/bij mijn vrienden
σε + τις στις στις οκτώ om acht uur
σε + τα στα στα μαγαζιά in/bij de winkels

Zonder bepaald lidwoord blijft σε los: σε ένα ξενοδοχείο (‘in een hotel’), σε φίλους (‘bij vrienden’) en σε δύο ώρες (‘over twee uur’). Met het onbepaalde lidwoord έναν, μια/μία, ένα vindt dus geen samentrekking plaats.

Από: herkomst en vertrekpunt

Gebruik από voor de plaats waar iemand of iets vandaan komt:

  • Είμαι από την Ελλάδα. — Ik kom uit Griekenland.
  • Το τρένο φεύγει από την Αθήνα. — De trein vertrekt uit Athene.
  • Ένα μήνυμα από τον Γιάννη. — Een bericht van Giannis.

Het kan ook een beginpunt in de tijd aangeven: από τη Δευτέρα (‘vanaf maandag’) en από τις εννέα (‘vanaf negen uur’). In combinaties als από το σπίτι στο γραφείο geeft από het vertrekpunt en σε de bestemming aan.

Anders dan σε trekt από niet samen met het lidwoord: από + το blijft από το. Dat geldt ook voor με, για en χωρίς.

Με: gezelschap, middel en manier

Με betekent vaak ‘met’ in de letterlijke zin van samen met iemand: με τον φίλο μου. Het geeft ook een vervoermiddel of hulpmiddel aan:

  • με το λεωφορείο — met de bus
  • με κάρτα — met de kaart
  • με προσοχή — voorzichtig, letterlijk ‘met aandacht’

Voor ‘met mij’ hoor je vaak μαζί μου (‘samen met mij’). Με εμένα is ook mogelijk, vooral bij nadruk of contrast. Het losse woord με kan bovendien een onbeklemtoond voornaamwoord zijn met de betekenis ‘mij’, zoals in Με βλέπει (‘Hij/zij ziet mij’). Dat is een andere grammaticale functie; de plaats in de zin maakt het verschil duidelijk.

Για: doel, bestemming en onderwerp

Για dekt meerdere Nederlandse woorden. Het geeft vaak aan voor wie iets bestemd is: ένα δώρο για τη Μαρία (‘een cadeau voor Maria’). Het kan ook een reisbestemming aangeven, vooral bij vertrek: Φεύγουμε για την Κρήτη (‘We vertrekken naar Kreta’), of het onderwerp waarover men spreekt: Μιλάμε για τη δουλειά (‘We praten over het werk’).

Leer bij για dus niet alleen de vertaling voor. Vraag jezelf af: gaat het om een begunstigde, een doel, een bestemming of een onderwerp?

Χωρίς: wat ontbreekt

Χωρίς betekent ‘zonder’ en wordt eveneens gevolgd door de accusatief: χωρίς τον αδελφό μου, χωρίς τη ζάχαρη, χωρίς τα παιδιά. Een lidwoord is niet altijd nodig. Bij een stof of een algemeen begrip is de vorm zonder lidwoord heel gewoon: καφές χωρίς γάλα (‘koffie zonder melk’) en χωρίς φόβο (‘zonder angst’).

Voorbeelden in context

Grieks Nederlands Toelichting
Μένουμε στο σπίτι σήμερα. We blijven vandaag thuis. στο = σε + το; plaats
Αύριο πάω στην Αθήνα. Morgen ga ik naar Athene. στην = σε + την; bestemming
Το κινητό είναι στην τσάντα. De mobiele telefoon zit in de tas. Plaats in iets
Δίνω τα κλειδιά στον Πέτρο. Ik geef de sleutels aan Petros. σε geeft de ontvanger aan
Το μάθημα αρχίζει στις εννέα. De les begint om negen uur. σε bij een kloktijd
Θα γυρίσω σε δύο μέρες. Ik kom over twee dagen terug. Termijn vanaf nu
Είμαι από την Ολλανδία. Ik kom uit Nederland. Herkomst
Έρχομαι από το γραφείο. Ik kom van kantoor. Vertrekpunt
Τα μαθήματα είναι από τις εννέα ως τις δώδεκα. De lessen zijn van negen tot twaalf. Beginpunt in de tijd
Πηγαίνω με τον φίλο μου. Ik ga met mijn vriend. Gezelschap
Πάμε με το λεωφορείο. We gaan met de bus. Vervoermiddel
Πληρώνω με κάρτα. Ik betaal met de kaart. Middel waarmee je iets doet
Αυτό το δώρο είναι για σένα. Dit cadeau is voor jou. Bestemd voor iemand
Φεύγουμε αύριο για την Κρήτη. We vertrekken morgen naar Kreta. Reisbestemming
Μιλάμε για το καινούριο σπίτι. We praten over het nieuwe huis. Onderwerp van het gesprek
Έναν καφέ χωρίς ζάχαρη, παρακαλώ. Een koffie zonder suiker, alstublieft. Een ingrediënt ontbreekt

Veelgemaakte fouten

Σε en het lidwoord los schrijven

  • Onjuist: σε το σπίτι
  • Juist: στο σπίτι
  • Waarom: σε trekt verplicht samen met een direct volgend bepaald lidwoord: σε + το = στο. Dezelfde regel geeft στον, στην, στους, στις en στα.

De basisvorm van het lidwoord behouden

  • Onjuist: με ο φίλος μου
  • Juist: με τον φίλο μου
  • Waarom: Na με staat de woordgroep in de accusatief. Het mannelijke enkelvoud ο wordt daarom τον.

Σε altijd als ‘in’ vertalen

  • Onjuist bedoeld: Πάω σε Αθήνα voor ‘Ik ga naar Athene’
  • Juist: Πάω στην Αθήνα.
  • Waarom: σε kan zowel plaats als richting uitdrukken. Bovendien krijgen namen van steden in deze gewone constructie doorgaans het bepaalde lidwoord: στην Αθήνα.

Een samentrekking maken na elk voorzetsel

  • Onjuist: απ’το σπίτι als neutrale standaardspelling in zorgvuldig geschreven taal
  • Juist: από το σπίτι
  • Waarom: De vaste grammaticale samentrekkingen horen bij σε + lidwoord. In vlotte uitspraak kunnen andere woordgrenzen verkorten, maar als beginner schrijf je από το, με το, για το en χωρίς το los.

Voor Nederlandse ‘naar’ automatisch σε kiezen

  • Onjuist bedoeld: Φεύγω στην Κρήτη wanneer je ‘Ik vertrek naar Kreta’ wilt benadrukken
  • Juist: Φεύγω για την Κρήτη.
  • Waarom: Bij φεύγω (‘vertrekken’) staat de bestemming vaak met για. Bij πάω (‘gaan’) is σε normaal: Πάω στην Κρήτη. Leer het voorzetsel dus samen met het werkwoord en de situatie.

Het verkeerde voornaamwoord na een voorzetsel gebruiken

  • Onjuist: για σε
  • Juist: για σένα
  • Waarom: Na een voorzetsel gebruik je een beklemtoonde voornaamwoordvorm: για μένα, για σένα, από αυτόν. Het onbeklemtoonde σε (‘jou’) hoort direct bij een werkwoord, bijvoorbeeld Σε βλέπω (‘Ik zie je’).

Gebruiksnotities

In alledaags Grieks wordt de slot-ν van τον en την niet altijd even duidelijk uitgesproken. In de spelling gelden vaste regels en conventies; als leerder is het veilig de woorden te herkennen zoals je ze in lesmateriaal aantreft. Laat deze uitspraakvariatie je vooral niet afleiden van de hoofdregel dat de hele woordgroep in de accusatief staat.

Plaatsnamen gedragen zich niet precies zoals in het Nederlands. Veel Griekse landen, steden en eilanden worden met een lidwoord gebruikt: η Ελλάδα, η Αθήνα, η Κρήτη. Daardoor krijg je από την Ελλάδα, στην Αθήνα en για την Κρήτη. Leer een plaatsnaam waar mogelijk meteen met zijn lidwoord.

Bij vervoermiddelen is με een goede basiskeuze: με το τρένο, με το αυτοκίνητο, με το αεροπλάνο. Te voet is echter de vaste uitdrukking με τα πόδια (‘te voet’, letterlijk ‘met de voeten’). Zulke combinaties zijn natuurlijker als je ze als één geheel onthoudt.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze al snel tegenkomen.

Voorzetsel + beklemtoond persoonlijk voornaamwoord

Na een voorzetsel staan vormen zoals μένα/εμένα (‘mij’), σένα/εσένα (‘jou’), αυτόν (‘hem’), αυτήν (‘haar’) en αυτούς (‘hen’). De korte vormen μένα en σένα zijn heel gewoon:

  • για μένα — voor mij
  • από σένα — van jou
  • χωρίς αυτήν — zonder haar
  • με αυτούς — met hen

Voor gewoon gezelschap gebruikt men bij persoonlijke voornaamwoorden vaak μαζί με of een vorm met een bezittelijk kort voornaamwoord: μαζί μου, μαζί σου, μαζί του. Zo betekent Έλα μαζί μου ‘Kom met me mee’.

Για να en χωρίς να met een werkwoord

Να leidt een werkwoordsvorm in die vaak overeenkomt met een Nederlandse constructie met te of een bijzin. Na για να geeft die constructie een doel aan:

  • Πηγαίνω στο φούρνο για να αγοράσω ψωμί. — Ik ga naar de bakker om brood te kopen.

Na χωρίς να gebeurt iets zonder dat een andere handeling plaatsvindt:

  • Έφυγε χωρίς να πει τίποτα. — Hij/zij vertrok zonder iets te zeggen.

Dit zijn uitbreidingen van de basisbetekenissen ‘voor/met als doel’ en ‘zonder’. De keuze van de juiste werkwoordsvorm na να hoort bij een later grammaticaonderwerp.

Vaste en samengestelde voorzetsels

Op een hoger niveau komen combinaties voor zoals μαζί με (‘samen met’), εκτός από (‘behalve’), μπροστά σε (‘voor’ in ruimtelijke zin), πίσω από (‘achter’) en κοντά σε (‘dicht bij’). Let erop dat het laatste deel bepaalt wat er met σε gebeurt: μπροστά στο σπίτι en κοντά στη θάλασσα bevatten opnieuw de bekende samentrekking.

Ook de keuze tussen voorzetsels en vaste werkwoordcombinaties wordt later belangrijker. Net als in het Nederlands kun je die niet altijd logisch uit een losse woordenboekvertaling afleiden. Een goede woordenschat bestaat daarom uit woordgroepen, niet alleen uit afzonderlijke woorden.

Oefentips

  1. Maak vijf kolommen. Schrijf bovenaan σε, από, με, για, χωρίς en verzamel onder elk woord drie persoonlijke zinnen: waar je woont, waar je vandaan komt, met wie je reist, voor wie je iets koopt en wat je zonder suiker of melk bestelt.
  2. Oefen de samentrekkingen hardop. Combineer σε achtereenvolgens met τον, την, το, τους, τις, τα en maak van elke vorm één korte woordgroep. Wissel daarna tussen plaats en richting: είμαι στο σπίτι tegenover πάω στο σπίτι.
  3. Leer werkwoord en voorzetsel samen. Noteer niet alleen μιλάω (‘praten’), maar μιλάω με κάποιον (‘met iemand praten’) en μιλάω για κάτι (‘over iets praten’). Zo voorkom je dat een Nederlandse gewoonte later automatisch het verkeerde Griekse voorzetsel oplevert.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Bepaalde lidwoorden in het GrieksA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Προθέσεις in Grieks met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Grieks · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen