A1

Basisvoorzetsels in het Catalaans

Preposicions Bàsiques

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Catalaans op Settemila Lingue.

Kort gezegd

De belangrijkste Catalaanse voorzetsels zijn a (naar, aan, op), de (van, uit), en (in, op), amb (met), per (door, via, wegens), per a (voor, bestemd voor), sense (zonder) en entre (tussen). Bij het mannelijk bepaald lidwoord trekken enkele vormen samen: a + el = al en de + el = del. Kies niet woord voor woord op basis van het Nederlands: vooral in, op, naar en voor hebben niet altijd één vaste Catalaanse tegenhanger.

Overzicht

Een voorzetsel is een kort woord dat het verband tussen andere delen van een zin aangeeft: plaats, richting, herkomst, gezelschap, doel of bijvoorbeeld afwezigheid. In Vaig a Barcelona verbindt a de beweging met de bestemming; in un cafè amb llet vertelt amb wat er bij de koffie zit.

Dit onderwerp hoort bij A1, omdat je deze woorden al nodig hebt om te zeggen waar je bent, waar je heen gaat, met wie je komt en voor wie iets bedoeld is. De basis is overzichtelijk: leer eerst één kernbetekenis per voorzetsel en een paar veelvoorkomende combinaties. Daarna kun je het gebruik verfijnen.

Voor Nederlandstaligen zit de moeilijkheid meestal niet in de vorm, maar in de keuze. Het Nederlandse voor kan bijvoorbeeld per of per a worden, terwijl Nederlands in soms met a en soms met en overeenkomt. Bovendien zijn al en del verplicht waar het Nederlands gewoon twee losse woorden heeft. Zie voorzetsels daarom als onderdelen van Catalaanse woordgroepen, niet als woorden die je steeds één op één vertaalt.

Zo werkt het

De acht kernvormen

Catalaanse vorm Nederlandse kernbetekenis Belangrijk gebruik
a naar, aan, op richting, bestemming, punt of tijdstip
de van, uit herkomst, bezit, inhoud, materiaal of onderwerp
en in, op plaats of toestand, vaak bij onbepaalde of aanwijzende woordgroepen
amb met gezelschap, toevoeging, middel of manier
per door, via, wegens route, middel, oorzaak, motief of handelende persoon
per a voor ontvanger, bestemming of beoogd doel
sense zonder afwezigheid
entre tussen, onder een positie ten opzichte van twee of meer elementen

Deze Nederlandse omschrijvingen zijn geheugensteuntjes, geen sluitende vertalingen. Het werkwoord en de hele woordgroep bepalen vaak welk voorzetsel natuurlijk is.

a: naar, aan, op of bij een punt

Gebruik a voor een bestemming na een werkwoord van beweging:

  • Anem a Tarragona. — We gaan naar Tarragona.
  • Torno a casa. — Ik ga terug naar huis.
  • Puja al tren. — Stap in de trein.

Je gebruikt a ook vaak voor een concrete plaats die als punt wordt voorgesteld, en in vaste tijdsaanduidingen:

  • Soc a la feina. — Ik ben op het werk.
  • Ens veiem a l'estació. — We zien elkaar op het station.
  • La classe comença a les nou. — De les begint om negen uur.
  • al matí, a la tarda, a la nit — 's ochtends, 's middags, 's avonds/'s nachts

Bij steden en veel vaste plaatsen staat geen lidwoord: a Barcelona, a casa. Staat er wel el of els, dan is een samentrekking nodig: al mercat, als afores.

de: van, uit en over

De geeft vaak een vertrekpunt of herkomst aan:

  • Vinc de Lleida. — Ik kom uit Lleida.
  • Sortim de l'oficina. — We komen het kantoor uit.

Het drukt ook bezit of een andere nauwe relatie uit. Het Catalaans gebruikt daarvoor geen Nederlandse bezits-s:

  • el llibre de la professora — het boek van de lerares
  • la bicicleta de Pau — de fiets van Pau

Andere veelvoorkomende betekenissen zijn materiaal, inhoud en onderwerp:

  • una taula de fusta — een houten tafel / een tafel van hout
  • un got d'aigua — een glas water
  • parlar de música — over muziek praten

Voor een klinker wordt de meestal d': d'aigua, d'Itàlia. Dat is weglating van een klinker, ook wel elisie genoemd, en niet dezelfde regel als de + el = del.

a of en voor plaats

Op beginnersniveau is deze praktische vuistregel bruikbaar:

  • gebruik vaak a bij steden, vaste plekken en duidelijk bepaalde plaatsen: a Reus, a casa, al carrer Major;
  • gebruik vaak en bij een onbepaalde woordgroep of bij een aanwijzend woord zoals aquest en aquell: en una botiga, en aquest barri.

Vergelijk:

  • Treballa a l'hospital. — Hij/zij werkt in het ziekenhuis.
  • Treballa en un hospital petit. — Hij/zij werkt in een klein ziekenhuis.

Dit verschil is niet simpelweg Nederlands op tegenover in. In werkelijk taalgebruik overlappen a en en voor plaats, en de voorkeur kan afhangen van de soort plaats, de woordgroep en de regio. Leer veelgebruikte combinaties als geheel. Voor richting naar een bestemming is a de veilige basisvorm: Vaig a l'hospital.

amb: met

Amb geeft gezelschap of een toevoeging aan:

  • Vinc amb els meus amics. — Ik kom met mijn vrienden.
  • cafè amb llet — koffie met melk

Het kan ook een middel, instrument of manier uitdrukken:

  • Escriu amb llapis. — Schrijf met potlood.
  • Parla amb calma. — Hij/zij spreekt rustig, letterlijk: met kalmte.

Let op de spelling en uitspraak: schrijf altijd amb, ook als de laatste letter in vlotte spraak nauwelijks hoorbaar is. Nederlands met helpt hier meestal goed, maar vaste werkwoordcombinaties moet je apart leren, bijvoorbeeld parlar amb algú (met iemand praten) en somiar amb alguna cosa (van iets dromen).

per en per a: twee soorten ‘voor’

Dit onderscheid verdient extra aandacht, omdat het Nederlands voor beide vaak voor gebruikt.

Per kijkt meestal naar de oorzaak, de reden, het middel of de weg waarlangs iets gebeurt:

  • Ho faig per tu. — Ik doe het vanwege jou / om jou te helpen.
  • T'ho envio per correu. — Ik stuur het je per post.
  • Passegem pel parc. — We wandelen door het park.
  • La novel·la va ser escrita per Mercè Rodoreda. — De roman werd geschreven door Mercè Rodoreda.

Per a kijkt meestal vooruit naar de ontvanger, bestemming of het beoogde doel:

  • Aquest regal és per a tu. — Dit cadeau is voor jou.
  • És un curs per a principiants. — Het is een cursus voor beginners.
  • Necessito el document per a demà. — Ik heb het document voor morgen nodig.

Een nuttig contrast is:

  • Ho faig per tu. — Jij bent mijn reden of motief.
  • Això és per a tu. — Jij bent de ontvanger of bestemming.

Voor een infinitief (de onverbogen werkwoordsvorm, zoals Nederlands gaan of lezen) wordt het onderscheid ingewikkelder: per estudiar kan reden of middel uitdrukken, terwijl per a estudiar een bestemd gebruik of doel kan benadrukken. Regionale normen verschillen bovendien. Leer op A1 vooral heldere gevallen met een zelfstandig naamwoord of voornaamwoord en volg bij twijfel de variant van je cursus of taalomgeving.

sense en entre

Sense betekent zonder. Zonder lidwoord spreek je vaak algemeen: sense sucre, sense feina. Met een bepaald lidwoord gaat het om iets specifieks: sense el mòbil (zonder de telefoon). Het kan ook voor een infinitief staan: Va marxar sense dir res — Hij/zij vertrok zonder iets te zeggen.

Entre betekent tussen bij twee elementen en onder bij een groep:

  • La farmàcia és entre el banc i el forn. — De apotheek ligt tussen de bank en de bakkerij.
  • Entre nosaltres, això no és fàcil. — Onder ons gezegd, dit is niet gemakkelijk.

Na entre gebruik je bij voornaamwoorden vormen als tu en mi: entre tu i jo komt ook veel voor in de omgangstaal, maar in verzorgde standaardtaal is entre tu i mi de traditionele vorm.

Samentrekkingen met het bepaald lidwoord

Een bepaald lidwoord is het woord dat overeenkomt met Nederlands de of het. Voor mannelijk enkelvoud gebruikt het Catalaans el, voor mannelijk meervoud els. Na a, de en per ontstaan vaste samentrekkingen.

Combinatie Vorm Voorbeeld Betekenis
a + el al al museu naar/in het museum
a + els als als museus naar/in de musea
de + el del del professor van de leraar
de + els dels dels professors van de leraren
per + el pel pel centre door het centrum
per + els pels pels carrers door de straten

Voor la en les is er geen samentrekking: a la plaça, de les escoles, per la ciutat. Begint het volgende woord met een klinker, dan krijg je de apostrofvorm met l': a l'escola, de l'hotel, per l'avinguda. Schrijf dus niet al escola of del hotel.

Voorbeelden in context

Catalaans Nederlands Opmerking
Vaig a Barcelona. Ik ga naar Barcelona. a voor een bestemming
El llibre del professor és a la taula. Het boek van de leraar ligt op tafel. del voor bezit; a voor plaats
Vinc amb els meus amics. Ik kom met mijn vrienden. gezelschap met amb
És per a tu. Het is voor jou. per a voor de ontvanger
Demà tornem de València. Morgen komen we terug uit Valencia. de voor herkomst
Les claus són en una caixa. De sleutels liggen in een doos. en bij een onbepaalde plaats
Ens trobem al cafè a les sis. We spreken om zes uur af in het café. al voor plaats; a voor tijd
Parlo amb la veïna del tercer pis. Ik praat met de buurvrouw van de derde verdieping. amb en del
Obrim la porta amb aquesta clau. We openen de deur met deze sleutel. amb voor het gebruikte middel
Ho he sabut per la ràdio. Ik heb het via de radio gehoord. per voor het middel
Aquestes ulleres són per a llegir. Deze bril is om te lezen. beoogd gebruik met per a
Prenc el te sense llet. Ik drink thee zonder melk. sense voor afwezigheid
El poble és entre el mar i la muntanya. Het dorp ligt tussen de zee en de bergen. entre bij twee plaatsen
Passegem pels carrers del barri. We wandelen door de straten van de wijk. pels voor de route; del voor de relatie

Veelgemaakte fouten

al en del niet samentrekken

  • Onjuist: Vaig a el mercat.
  • Juist: Vaig al mercat.
  • Waarom: a + el wordt verplicht al. Op dezelfde manier wordt de + el altijd del: la porta del mercat.

Een samentrekking gebruiken voor een vrouwelijk lidwoord

  • Onjuist: Torno al escola.
  • Juist: Torno a l'escola.
  • Waarom: Voor een vrouwelijk woord dat met een klinker begint, gebruik je a l'. Voor een medeklinker blijven de woorden los: a la universitat.

Nederlands ‘in’ automatisch met en vertalen

  • Onjuist: Visc en Barcelona.
  • Juist: Visc a Barcelona.
  • Waarom: Bij een stadsnaam is a de gewone keuze. En past bijvoorbeeld wel in Visc en una ciutat petita.

per en per a zonder betekenisverschil omwisselen

  • Onjuist: Aquest paquet és per tu wanneer je in een variant schrijft die het onderscheid consequent maakt.
  • Juist: Aquest paquet és per a tu.
  • Waarom: De persoon is de ontvanger, dus per a is de heldere standaardkeuze. In sommige regio's hoor je in zulke gevallen vaak per; houd in verzorgd taalgebruik de gekozen norm consequent aan.

de vergeten na hoeveelheid of inhoud

  • Onjuist: un got aigua
  • Juist: un got d'aigua
  • Waarom: Tussen een hoeveelheid of houder en de inhoud staat de. Voor een klinker wordt dat d'.

De Spaanse persoonlijke a kopiëren

  • Onjuist in neutraal standaard-Catalaans: Veig a la Marta cada dia.
  • Juist: Veig la Marta cada dia.
  • Waarom: Het lijdend voorwerp (wie of wat rechtstreeks door de handeling wordt getroffen) krijgt in het Catalaans meestal geen a alleen omdat het een persoon is. Er zijn bijzondere constructies en er bestaat regionale invloed, maar neem de Spaanse regel niet automatisch over.

Gebruiksnotities

De keuze tussen a en en bij plaats is in echt Catalaans minder strak dan een beginnersschema suggereert. A is zeer gebruikelijk bij plaatsnamen en vaste, bepaalde locaties; en komt sterk naar voren bij onbepaalde en aanwijzende woordgroepen. Zowel streek als stijl kunnen de voorkeur beïnvloeden. Een combinatie die je vaak hoort, kun je het best als één geheel onthouden.

Ook per en per a verschillen per regio. Vooral in een groot deel van het oostelijke taalgebied wordt per in de spreektaal gebruikt waar andere varianten en formelere schrijftaal per a onderscheiden. Dat maakt per tu niet overal onnatuurlijk, maar voor een leerder is het onderscheid oorzaak/middel = per tegenover ontvanger/bestemming = per a een bruikbaar uitgangspunt.

Voorzetsels horen vaak vast bij een werkwoord of uitdrukking. Nederlands geeft dan niet altijd een betrouwbare aanwijzing: pensar en (denken aan), parlar de (praten over), somiar amb (dromen van) en dependre de (afhangen van). Noteer daarom liever de hele combinatie dan alleen het werkwoord.

Verder dan de basis

Je hoeft de volgende details op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Voorzetsel plus infinitief

Na een voorzetsel staat een werkwoord doorgaans in de infinitief: abans de sortir (voor het weggaan), sense mirar (zonder te kijken), per aprendre (om te leren). Sommige werkwoorden vormen bovendien een vaste combinatie met a of de: començar a treballar (beginnen te werken), aprendre a conduir (leren autorijden), deixar de fumar (stoppen met roken) en haver de marxar (moeten vertrekken). Deze voorzetsels kun je niet betrouwbaar uit het Nederlands afleiden.

Weglating voor que

In verzorgde standaardtaal verdwijnen a, de, en en amb vaak voor het voegwoord que wanneer een bijzin volgt. Zo staat naast Estic segur de la resposta de zin Estic segur que vindrà — niet letterlijk de que. Dit is gevorderde zinsbouw; het belangrijkste is voorlopig dat je vaste combinaties met een zelfstandig naamwoord en met een infinitief correct leert.

Betekenis door een vaste verbinding

Een voorzetsel kan samen met andere woorden een nieuwe, niet-letterlijke betekenis krijgen: a poc a poc (langzaam, stap voor stap), de tant en tant (af en toe), per exemple (bijvoorbeeld), per això (daarom) en entre setmana (doordeweeks). Zulke verbindingen leer je het efficiëntst als één uitdrukking.

Oefentips

  1. Maak een kaart per functie, niet alleen per woord. Noteer bijvoorbeeld a + bestemming, de + herkomst, per + middel en per a + ontvanger, telkens met een eigen zin.
  2. Oefen samentrekkingen hardop. Wissel enkelvoud en meervoud af: al parc — als parcs; del carrer — dels carrers; pel poble — pels pobles. Voeg daarna vrouwelijke vormen toe: a la plaça; de les places.
  3. Vergelijk minimale paren. Zeg achter elkaar Ho faig per tu en És per a tu, of a l'hospital en en un hospital. Leg in je eigen woorden uit welk betekenisverschil je maakt.

Verwante onderwerpen

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen