A1

Estar (zijn) in de tegenwoordige tijd in het Portugees

O Verbo Estar - Presente

Overzicht

Estar is het tweede Portugese werkwoord dat "zijn" betekent, naast ser. Je gebruikt estar voor tijdelijke toestanden, gevoelens, locaties en veranderbare situaties. Het grote verschil met ser: estar beschrijft iets wat kan veranderen.

Voor Nederlandstaligen is het onderscheid ser/estar vaak het moeilijkste in het begin, want in het Nederlands gebruik je voor alles "zijn". Met wat oefening ga je het verschil intuïtief aanvoelen. Estar is ook de basis voor de tegenwoordige voortgaande tijd (estar + gerúndio).

Hoe het werkt

Vervoeging estar (tegenwoordige tijd):

Persoon Portugees Nederlands
eu estou ik ben
tu estás jij bent
ele/ela/você está hij/zij is
nós estamos wij zijn
vós estais jullie zijn (archaïsch)
eles/elas/vocês estão zij/jullie zijn

Wanneer gebruik je estar?

  • Tijdelijke toestanden/gevoelens: Estou cansado. (Ik ben moe.)
  • Locaties: Estou em casa. (Ik ben thuis.)
  • Weersomstandigheden: O tempo está bom. (Het weer is goed.)
  • Progressieve tijden: Estou estudando. (Ik ben aan het studeren.) — Brazilië
  • Lichamelijke sensaties: Estou com fome. (Ik heb honger.)

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Estou bem. Het gaat goed. welzijn
Estás cansado? Ben jij moe? tijdelijke toestand
Ela está em Lisboa. Zij is in Lissabon. locatie
Estamos em casa. Wij zijn thuis. locatie
O tempo está bom. Het weer is goed. veranderbare toestand
Estou com fome. Ik heb honger. lichamelijke sensatie
Está aberto. Het is open. toestand
Como estás? Hoe gaat het? begroeting
A porta está fechada. De deur is dicht. toestand
Estamos felizes. Wij zijn blij. gevoel

Veelgemaakte fouten

Estar voor permanente eigenschappen

  • Fout: Estou holandês.
  • Correct: Sou holandês.
  • Waarom: Nationaliteit is permanent — gebruik ser.

Ser voor locaties

  • Fout: Sou em casa.
  • Correct: Estou em casa.
  • Waarom: Locaties van personen en verplaatsbare dingen vragen estar.

Estar met fome begrijpen

  • Estou com fome betekent letterlijk "ik ben met honger" — in het Portugees gebruik je estar com voor lichamelijke sensaties waar het Nederlands "hebben" gebruikt.

Oefentips

  1. Memoriseer: estou, estás, está, estamos, estais, estão — let op de accenten.
  2. Beschrijf dagelijks je eigen toestand: Estou cansado/feliz/em Amsterdam.
  3. Schrijf tegenovergestelde zinnen: een ser-zin en een estar-zin over hetzelfde onderwerp.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Persoonlijke voornaamwoorden in het PortugeesA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Wil je Estar (zijn) in de tegenwoordige tijd in het Portugees en meer Portugees-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen