A1

Getallen en kloktijden in het Pools

Liczebniki i Czas

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Pools op Settemila Lingue.

In het kort

Na Poolse telwoorden verandert vaak ook het zelfstandig naamwoord: dwa koty betekent ‘twee katten’, maar bij vijf krijg je pięć kotów. Bij hele uren gebruikt het Pools een vrouwelijk rangtelwoord: Jest trzecia is ‘Het is drie uur’, terwijl ‘om drie uur’ o trzeciej is. Leer zulke combinaties als één geheel; dat werkt beter dan elk woord los vertalen.

Overzicht

Getallen heb je meteen nodig: voor een prijs, kamernummer, leeftijd, telefoonnummer of vertrektijd. Daarom horen de hoofdtelwoorden van nul tot honderd en eenvoudige kloktijden bij A1. Het tellen zelf is overzichtelijk, maar de woorden eromheen gedragen zich anders dan in het Nederlands.

In ‘twee katten’ en ‘vijf katten’ heeft het Nederlandse woord katten telkens dezelfde vorm. Het Pools maakt wel verschil: na 2, 3 en 4 staat vaak een gewone meervoudsvorm, na 5 en hogere hoeveelheden meestal een genitief meervoud. De genitief is een naamval (een woordvorm die de functie van een woord aangeeft); na een hoeveelheid kun je hem hier zien als de vorm van ‘een aantal van iets’.

Voor de tijd is nog een tweede soort telwoord nodig. Een rangtelwoord geeft een plaats in een reeks aan, zoals ‘eerste’ of ‘derde’. In Jest trzecia staat letterlijk de vrouwelijke vorm ‘derde’, omdat het weggelaten woord godzina (‘uur’) vrouwelijk is. Dat verklaart zowel de vorm als het verschil met Nederlands ‘drie uur’.

Hoe het werkt

Hoofdtelwoorden van 0 tot en met 19

Een hoofdtelwoord is een gewoon getal waarmee je telt. Bij ‘één’ en ‘twee’ zijn er verschillende vormen; die worden hieronder apart uitgelegd.

Getal Pools Getal Pools
0 zero 10 dziesięć
1 jeden, jedna, jedno 11 jedenaście
2 dwa, dwie 12 dwanaście
3 trzy 13 trzynaście
4 cztery 14 czternaście
5 pięć 15 piętnaście
6 sześć 16 szesnaście
7 siedem 17 siedemnaście
8 osiem 18 osiemnaście
9 dziewięć 19 dziewiętnaście

De Poolse letters doen ertoe. pięć is ‘vijf’, terwijl piec ‘oven’ betekent. Let bij het oefenen dus ook op ę, ś, ć en andere tekens, niet alleen op de globale vorm van het woord.

Tientallen en samengestelde getallen

Getal Pools Voorbeeld
20 dwadzieścia dwadzieścia jeden — 21
30 trzydzieści trzydzieści dwa — 32
40 czterdzieści czterdzieści cztery — 44
50 pięćdziesiąt pięćdziesiąt sześć — 56
60 sześćdziesiąt sześćdziesiąt siedem — 67
70 siedemdziesiąt siedemdziesiąt osiem — 78
80 osiemdziesiąt osiemdziesiąt dziewięć — 89
90 dziewięćdziesiąt dziewięćdziesiąt pięć — 95
100 sto sto złotych — 100 zloty

Het Pools noemt eerst het tiental en dan de eenheid: dwadzieścia trzy. Anders dan in Nederlands ‘drieëntwintig’ staat de twintig dus vooraan. Er komt geen verbindingswoord tussen, en in geschreven tekst blijven het twee woorden.

Eén en twee passen zich aan

Poolse zelfstandige naamwoorden behoren tot een grammaticaal geslacht: mannelijk, vrouwelijk of onzijdig. Dat is een woordklasse en zegt niet noodzakelijk iets over biologisch geslacht. ‘Eén’ krijgt dezelfde klasse als het woord erachter.

Geslacht ‘Eén’ Voorbeeld Nederlands
mannelijk jeden jeden bilet één kaartje
vrouwelijk jedna jedna kawa één koffie
onzijdig jedno jedno okno één raam

Voor ‘twee’ gebruik je op beginnersniveau dwie bij vrouwelijke woorden en dwa bij mannelijke en onzijdige woorden.

Vorm Voorbeeld Nederlands
dwa dwa bilety, dwa okna twee kaartjes, twee ramen
dwie dwie kawy twee koffies

Bij woorden voor mannelijke personen komen later ook vormen als dwaj en dwóch voor. Die vormen staan bewust in het gevorderde deel; ze zijn geen reden om de bruikbare A1-tegenstelling dwa–dwie uit te stellen.

Het basispatroon bij zelfstandige naamwoorden

De nominatief is de basisnaamval, onder meer gebruikt voor wie of wat iets doet. De nominatief meervoud herken je bijvoorbeeld in koty (‘katten’). Na 5 of meer staat het getelde woord meestal in de genitief meervoud, bijvoorbeeld kotów.

Hoeveelheid Patroon Voorbeeld
1 enkelvoud jeden kot, jedna książka
2–4 nominatief meervoud dwa koty, trzy książki, cztery okna
5–20 genitief meervoud pięć kotów, osiem książek, dwanaście okien
21 genitief meervoud dwadzieścia jeden kotów
22–24 weer het patroon van 2–4 dwadzieścia dwa koty
25–30 genitief meervoud dwadzieścia pięć kotów

Bij grotere getallen kijk je praktisch naar het einde, maar 11–14 vormen een blokkade. Zo hebben 22, 23 en 24 het 2–4-patroon, terwijl 12, 13 en 14 de genitief meervoud vragen. Getallen die op 1 eindigen, behalve het losse getal 1, krijgen in dit basispatroon eveneens de genitief meervoud: dwadzieścia jeden książek, niet dwadzieścia jedna książka. Ook na nul staat die vorm: zero problemów.

Een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap noemt, zoals ‘nieuw’) verandert mee:

Pools Nederlands Patroon
dwa nowe bilety twee nieuwe kaartjes 2–4, meervoud
trzy dobre kawy drie goede koffies 2–4, meervoud
pięć nowych biletów vijf nieuwe kaartjes 5+, genitief meervoud
dziesięć dobrych kaw tien goede koffies 5+, genitief meervoud

Deze regel beschrijft de eenvoudigste zinnen met dingen en niet-mannelijk-persoonlijke groepen. Andere naamvallen en groepen mannen brengen extra vormen mee; die volgen later.

Prijzen: złoty, złote, złotych

De Poolse munteenheid laat het patroon dagelijks zien. In het Nederlands blijft ‘euro’ na een exact bedrag vaak onveranderd; in het Pools moet je juist op de uitgang letten.

Bedrag Poolse vorm
1 zł jeden złoty
2–4 zł dwa złote, trzy złote, cztery złote
5–20 zł pięć złotych, jedenaście złotych
21 zł dwadzieścia jeden złotych
22 zł dwadzieścia dwa złote
25 zł dwadzieścia pięć złotych

De kleinere munteenheid volgt een vergelijkbaar rijtje: jeden grosz, dwa grosze, pięć groszy.

De eerste rangtelwoorden

Rangtelwoorden gedragen zich als bijvoeglijke naamwoorden en passen zich dus aan het zelfstandig naamwoord aan. De drie vormen hieronder zijn respectievelijk mannelijk, vrouwelijk en onzijdig.

Rang Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig
1e pierwszy pierwsza pierwsze
2e drugi druga drugie
3e trzeci trzecia trzecie
4e czwarty czwarta czwarte
5e piąty piąta piąte
6e szósty szósta szóste
7e siódmy siódma siódme
8e ósmy ósma ósme
9e dziewiąty dziewiąta dziewiąte
10e dziesiąty dziesiąta dziesiąte

Enkele nuttige vervolgvormen zijn jedenasty (11e), dwunasty (12e) en dwudziesty (20e). In een samengesteld rangtelwoord is alleen het laatste deel een rangtelwoord: dwudziesty pierwszy (‘eenentwintigste’), niet twee rangtelwoorden achter elkaar.

Vragen en antwoorden over de tijd

De gebruikelijke vraag ‘Hoe laat is het?’ is Która godzina? of voluit Która jest godzina? Bij een heel uur antwoord je met Jest plus de vrouwelijke vorm, omdat godzina vrouwelijk is en meestal wordt weggelaten.

Vraag of tijd Nederlands
Która godzina? Hoe laat is het?
Jest pierwsza. Het is één uur.
Jest druga. Het is twee uur.
Jest trzecia. Het is drie uur.
Jest dwunasta. Het is twaalf uur.

Voor een afspraak heb je een andere vraag en vorm nodig. O której godzinie? betekent ‘Om hoe laat?’ Na het voorzetsel o (‘om’) staat het rangtelwoord in de locatief, een naamval die onder andere na bepaalde voorzetsels voorkomt: o pierwszej, o drugiej, o trzeciej.

Tijdstip Nederlands
Spotkanie jest o pierwszej. De afspraak is om één uur.
Film zaczyna się o drugiej. De film begint om twee uur.
Pociąg odjeżdża o trzeciej. De trein vertrekt om drie uur.

Minuten kun je eerst op de digitale manier toevoegen: Jest siódma dziesięć (‘Het is 7.10 uur’) en o siódmej dziesięć (‘om 7.10 uur’). In dienstregelingen en officiële mededelingen is ook de 24-uursvorm normaal, bijvoorbeeld siedemnasta trzydzieści voor 17.30 uur.

In gesprekken hoor je daarnaast:

  • kwadrans po trzeciej — kwart over drie;
  • wpół do czwartej — half vier;
  • za pięć czwarta — vijf voor vier.

Vooral wpół do czwartej is voor Nederlandstaligen prettig: net als ‘half vier’ kijkt de uitdrukking vooruit naar vier. Voor productie is de digitale vorm aanvankelijk het eenvoudigst.

Voorbeelden in context

Pools Nederlands Opmerking
Mam jeden bilet. Ik heb één kaartje. jeden bij een mannelijk woord
Poproszę dwie kawy. Ik wil graag twee koffies. dwie bij een vrouwelijk woord
W pokoju są trzy okna. In de kamer zijn drie ramen. 2–4 met gewone meervoudsvorm
Mam pięć minut. Ik heb vijf minuten. 5+ met genitief meervoud
Mamy dwanaście książek. We hebben twaalf boeken. 12 hoort niet bij het 2–4-patroon
To kosztuje dwadzieścia jeden złotych. Dat kost eenentwintig zloty. 21 met złotych
Dwa bilety kosztują dwadzieścia dwa złote. Twee kaartjes kosten tweeëntwintig zloty. 22 keert terug naar het 2–4-patroon
To jest mój pierwszy dzień w Polsce. Dit is mijn eerste dag in Polen. mannelijk rangtelwoord
Która jest godzina? Hoe laat is het? volledige vraag
Jest trzecia. Het is drie uur. vrouwelijk rangtelwoord
Lekcja zaczyna się o czwartej. De les begint om vier uur. o plus de locatiefvorm
Jest siódma dwadzieścia. Het is 7.20 uur. digitale formulering
Pociąg odjeżdża o osiemnastej dziesięć. De trein vertrekt om 18.10 uur. 24-uursvorm
Jest wpół do dziewiątej. Het is half negen. alledaagse relatieve tijd

Veelgemaakte fouten

Na elk getal dezelfde meervoudsvorm zetten

  • Fout: pięć koty
  • Goed: pięć kotów
  • Waarom: Na 5 en hoger vraagt het basispatroon om de genitief meervoud. Het Nederlandse vaste meervoud helpt hier dus niet.

Alleen naar het laatste cijfer van twaalf kijken

  • Fout: dwanaście bilety
  • Goed: dwanaście biletów
  • Waarom: De getallen 11–14 blokkeren het 2–4-patroon. Vergelijk dwanaście biletów met dwadzieścia dwa bilety.

Dwa bij ieder woord gebruiken

  • Fout: dwa kawy
  • Goed: dwie kawy
  • Waarom: kawa is vrouwelijk. Gebruik daarom dwie; dwa hoort in de basis bij mannelijke en onzijdige woorden.

Een hoofdtelwoord voor een heel uur nemen

  • Fout: Jest trzy.
  • Goed: Jest trzecia.
  • Waarom: Een kloktijd gebruikt het vrouwelijke rangtelwoord bij het gedachte woord godzina.

De vorm na o niet veranderen

  • Fout: Spotkanie jest o trzecia.
  • Goed: Spotkanie jest o trzeciej.
  • Waarom: Na o staat hier de locatiefvorm. Houd daarom twee vaste reeksen uit elkaar: Jest trzecia, maar o trzeciej.

Diakritische tekens overslaan

  • Fout: piec zlotych
  • Goed: pięć złotych
  • Waarom: Tekens als ę, ć en ł horen bij de spelling en kunnen betekenis of uitspraak veranderen.

Gebruiksnotities

Polen gebruiken zowel de 12-uurs- als 24-uursnotatie. Bij roosters, nieuws, stations en zakelijke afspraken is o siedemnastej (‘om 17.00 uur’) heel gewoon. In een gesprek kan dezelfde tijd o piątej po południu (‘om vijf uur ’s middags’) zijn. Context maakt vaak al duidelijk welke vijf uur bedoeld wordt.

Bij telefoonnummers, codes en kamernummers noem je doorgaans losse cijfers of logische cijfergroepen. Daar staat geen zelfstandig naamwoord direct na elk cijfer, zodat het patroon koty–kotów niet speelt. Bij jaren, leeftijden en meeteenheden komen weer eigen vaste constructies voor; neem die bij voorkeur als volledige combinatie over.

In informele antwoorden kan Jest verdwijnen: op Która godzina? kan iemand eenvoudig Trzecia antwoorden. Ook op een stationsbord staat alleen 18:10. Dat verandert niets aan de grammaticale vorm wanneer de tijd wél wordt uitgesproken.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze verklaren vormen die je al vroeg kunt tegenkomen.

Getallen kunnen ook het werkwoord beïnvloeden

Met 2–4 staat een onderwerp doorgaans met een meervoudig werkwoord: Dwa pociągi odjeżdżają (‘Twee treinen vertrekken’). Vanaf 5 gedraagt de hoeveelheid zich grammaticaal anders en staat het werkwoord vaak in het onzijdig enkelvoud: Pięć pociągów odjeżdża (‘Vijf treinen vertrekken’) en in de verleden tijd Pięć osób przyszło (‘Vijf personen zijn gekomen’). Voor een Nederlandstalige voelt dat enkelvoud onverwacht, omdat de betekenis duidelijk meervoudig is.

Mannelijke personen hebben bijzondere vormen

Voor een groep mannelijke personen bestaan vormen als dwaj studenci, trzej studenci, czterej studenci. Daarnaast komen dwóch studentów, trzech studentów, czterech studentów voor, met een ander zinsbouwpatroon. Bij andere functies in de zin verbuigt ook het telwoord, bijvoorbeeld Widzę dwóch studentów (‘Ik zie twee studenten’). Dit hoort bij het uitgebreidere systeem van mannelijk-persoonlijke vormen.

Collectieve telwoorden

Bij onder meer kinderen en bepaalde gemengde groepen zie je dwoje, troje, czworo: dwoje dzieci (‘twee kinderen’), troje dzieci (‘drie kinderen’). Dat zijn collectieve telwoorden: vormen die een groep als geheel tellen. Ze vervangen niet zomaar overal dwa of trzy.

Rangtelwoorden verbuigen volledig

De tegenstelling trzecia–trzeciej is maar één stukje van een groter systeem. Afhankelijk van geslacht, getal en naamval kun je bijvoorbeeld trzeci, trzecia, trzecie, trzeciego, trzecim aantreffen. Dat wordt belangrijk bij verdiepingen, hoofdstukken en vooral datums. Leer voor nu de klokparen druga–o drugiej, trzecia–o trzeciej; bouw de volledige verbuiging later uit.

Oefentips

  1. Maak drietallen met één woord. Oefen hardop jeden bilet – dwa bilety – pięć biletów, daarna jedna kawa – dwie kawy – pięć kaw. Zo onthoud je niet alleen het telwoord, maar ook de benodigde naamvalsvorm.
  2. Oefen juist de grensgevallen. Schrijf bedragen voor 2, 5, 12, 21, 22 en 25 zloty uit. Die reeks dwingt je om de blokkade bij 11–14 en het verschil tussen 21 en 22 te herkennen.
  3. Maak twee tijdkolommen. Zet links Jest druga, Jest trzecia, Jest czwarta en rechts o drugiej, o trzeciej, o czwartej. Spreek vervolgens afspraken uit met willekeurige minuten.

Gerelateerde concepten

Vereiste kennis

Naamvallen in het Pools: een eerste overzichtA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Liczebniki i Czas in Pools met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Pools · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen