A1
Beklemtoonde voornaamwoorden in het Frans
Pronoms Toniques
Overzicht
Beklemtoonde voornaamwoorden (pronoms toniques of pronoms disjoints) zijn de nadrukvormen van de persoonlijke voornaamwoorden. Ze worden gebruikt wanneer je het voornaamwoord wil benadrukken, na een voorzetsel, na c'est, in vergelijkingen, en in korte antwoorden zonder werkwoord.
Ze komen overeen met vormen als "mij", "jou", "hem", "haar", "ons", "jullie", "hen" in het Nederlands, maar ook met "ik", "jij" enz. in nadrukposities.
Hoe het werkt
| Persoon | Beklemtond | Vertaling |
|---|---|---|
| je | moi | ik/mij |
| tu | toi | jij/jou |
| il | lui | hij/hem |
| elle | elle | zij/haar |
| on/nous | nous | wij/ons |
| vous | vous | u/jullie |
| ils | eux | zij/hen (mannelijk) |
| elles | elles | zij/hen (vrouwelijk) |
Gebruik:
| Situatie | Voorbeeld | Vertaling |
|---|---|---|
| Na voorzetsel | C'est pour toi. | Het is voor jou. |
| Na c'est | C'est moi ! | Ik ben het! |
| Nadruk | Moi, je ne comprends pas. | Ik begrijp het niet. |
| Vergelijking | Il est plus grand que moi. | Hij is groter dan ik. |
| Kort antwoord | Qui est là ? — Moi ! | Wie is daar? — Ik! |
| Bezit (avec) | C'est à toi. | Het is van jou. |
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| C'est moi ! | Ik ben het! | identificatie |
| C'est pour toi. | Het is voor jou. | na voorzetsel |
| Il parle de lui. | Hij praat over hem. | na voorzetsel |
| Elle vient avec nous. | Ze komt met ons. | na voorzetsel |
| Moi, j'aime le foot. | Ik hou van voetbal. | nadruk |
| C'est eux qui ont tort. | Zij hebben ongelijk. | nadruk, meervoud |
| Il est plus grand que moi. | Hij is groter dan ik. | vergelijking |
| C'est à elle. | Het is van haar. | bezit |
| Toi et moi, on est amis. | Jij en ik zijn vrienden. | opsomming |
| Qui veut du café ? — Moi ! | Wie wil koffie? — Ik! | kort antwoord |
Veelgemaakte fouten
Subjectvoornaamwoord gebruiken na voorzetsel
- Fout: C'est pour je.
- Correct: C'est pour moi.
- Waarom: Na een voorzetsel gebruik je altijd de beklemtoonde vorm, nooit het subjectvoornaamwoord.
Ils gebruiken na voorzetsel
- Fout: C'est pour ils.
- Correct: C'est pour eux.
- Waarom: Na voorzetsels gebruik je eux voor de mannelijke meervoudsvorm, niet ils.
Oefentips
- Oefen alle beklemtoonde voornaamwoorden na voorzetsels: avec moi, pour toi, chez lui, sans elle, chez nous...
- Maak zinnen in korte antwoordvorm: stel vragen als Qui aime le chocolat ? en antwoord met alleen het beklemtoonde voornaamwoord.
- Gebruik de vergelijkingsvorm: schrijf vijf vergelijkingen met plus ... que moi/toi/lui.
Verwante concepten
- Vereiste: Persoonlijke voornaamwoorden — de basisvormen
- Volgende stappen: Directe objectsvoornaamwoorden — me, te, le, la, nous, vous, les
- Volgende stappen: Vergelijking — plus...que moi
Vereiste kennis
Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp in het FransA1Meer A1-concepten
Wil je Beklemtoonde voornaamwoorden in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen