C2

De subjonctif plus-que-parfait in het Frans

Subjonctif Plus-que-parfait

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.

Kort samengevat

De subjonctif plus-que-parfait is een zeldzame literaire werkwoordstijd, gevormd met de subjonctif imparfait van avoir of être en een voltooid deelwoord: qu’il eût compris, qu’elle fût partie. Hij drukt meestal uit dat iets al gebeurd was vóór een ander moment in het verleden, in een bijzin die de subjonctif verlangt. In hedendaags Frans staat daar gewoonlijk de subjonctif passé: qu’il ait compris, qu’elle soit partie.

Overzicht

De subjonctif of aanvoegende wijs is een werkwoordsvorm die een handeling onder meer na twijfel, wens, gevoel, noodzaak of toegeving kan voorstellen. De plus-que-parfait plaatst een voltooide handeling vóór een ander tijdstip in het verleden. De subjonctif plus-que-parfait combineert die twee functies: Je regrettais qu’il eût refusé betekent dat zijn weigering al had plaatsgevonden en dat die handeling staat in een bijzin na regretter.

Deze vorm hoort bij niveau C2 omdat hij in het huidige alledaagse Frans vrijwel niet actief wordt gebruikt. Je treft hem vooral aan in oudere literatuur, historische romans, plechtige redevoeringen en teksten die bewust een klassieke stijl nabootsen. Ook in enkele vaste, retorische constructies kan hij nog voorkomen. Voor de meeste leerders is herkennen en begrijpen daarom belangrijker dan hem zelf spontaan produceren.

Voor Nederlandstaligen is er geen één-op-één-tegenhanger. Het Nederlands heeft nog resten van een aanvoegende wijs, zoals leve de koning en het zij zo, maar niet een levend stelsel dat overeenkomt met eût fait of fût parti. Een Franse vorm als qu’elle fût partie vertaal je meestal gewoon met “dat zij vertrokken was”. Soms past juist “zou zijn vertrokken” of de omgekeerde vorm “was zij maar vertrokken”. De juiste Nederlandse vertaling volgt dus uit de hele zin, niet uit de werkwoordsvorm alleen.

Hoe het werkt

De basisformule is:

subjonctif imparfait van avoir of être + voltooid deelwoord

Een hulpwerkwoord helpt een samengestelde tijd te vormen; hier is dat avoir of être. Een voltooid deelwoord is een vorm zoals parlé, fini, pris of parti. Meestal staat de samengestelde vorm in een bijzin na que: Je craignais qu’il eût oublié l’adresse.

Vormen met avoir

De meeste Franse werkwoorden maken samengestelde tijden met avoir.

Persoon Vorm van avoir Voorbeeld met comprendre
je eusse que j’eusse compris
tu eusses que tu eusses compris
il / elle / on eût qu’il eût compris
nous eussions que nous eussions compris
vous eussiez que vous eussiez compris
ils / elles eussent qu’elles eussent compris

De vormen eusse, eusses, eussions, eussiez en eussent klinken vrijwel hetzelfde; de spelling laat persoon en getal zien. De derde persoon enkelvoud eût heeft een accent circonflexe. Dat accent onderscheidt hem op schrift van eut, de passé simple: il eut une idée (“hij kreeg een idee”) tegenover je doutais qu’il eût une idée (“ik betwijfelde of hij een idee had”).

Vormen met être

Werkwoorden die in de passé composé être nemen, gebruiken ook hier être. Dat geldt eveneens voor wederkerende werkwoorden, dus werkwoorden met se, zoals se lever.

Persoon Vorm van être Voorbeeld met partir
je fusse que je fusse parti(e)
tu fusses que tu fusses parti(e)
il / elle / on fût qu’il fût parti / qu’elle fût partie
nous fussions que nous fussions parti(e)s
vous fussiez que vous fussiez parti(e)(s)
ils / elles fussent qu’ils fussent partis / qu’elles fussent parties

Ook hier is het accent betekenisvol: fût is een vorm van de subjonctif imparfait, terwijl fut zonder accent de passé simple is. Vergelijk elle fut surprise (“zij was verbaasd”) met bien qu’elle fût partie (“hoewel zij vertrokken was”).

Keuze van het hulpwerkwoord en congruentie

De keuze tussen avoir en être werkt in beginsel zoals bij de passé composé:

  • écrire → qu’il eût écrit;
  • venir → qu’elle fût venue;
  • se tromper → qu’ils se fussent trompés.

Bij être past het voltooid deelwoord zich aan het onderwerp aan: parti, partie, partis, parties. Dit heet congruentie: de vorm stemt overeen met geslacht en aantal. Bij avoir blijft het deelwoord meestal onveranderd, maar de gewone Franse regel blijft gelden als een lijdend voorwerp ervoor staat. Het lijdend voorwerp is wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat: les lettres qu’elle eût écrites (“de brieven die zij had geschreven”). Lettres staat vóór eût écrites, zodat écrites vrouwelijk meervoud wordt.

Plaats van ontkenning en voornaamwoorden

Bij een ontkenning staan ne en pas om het hulpwerkwoord:

  • qu’il n’eût pas compris — dat hij het niet had begrepen;
  • qu’elle ne fût jamais revenue — dat zij nooit was teruggekeerd.

Een onbeklemtoond voornaamwoord staat vóór het hulpwerkwoord:

  • qu’il l’eût reconnu — dat hij hem of haar had herkend;
  • qu’elle se fût souvenue de son nom — dat zij zich zijn naam had herinnerd.

Waarom staat deze tijd in de bijzin?

In klassiek literair Frans speelt de opeenvolging van tijden een grote rol: de tijd in de bijzin sluit aan bij die in de hoofdzin. Als een hoofdwerkwoord in het verleden staat en de ondergeschikte handeling nog eerder voltooid was, kon een schrijver de subjonctif plus-que-parfait kiezen:

  • Je regrettais qu’il eût vendu la maison.
  • Nous étions surpris qu’elle fût déjà arrivée.

Maar tijdsvolgorde alleen is niet genoeg. De constructie moet ook om een subjonctif vragen, bijvoorbeeld na regretter que, douter que, bien que of sans que. Na een gewone feitelijke verbinding blijft de indicatif, de aantonende wijs, normaal: Après qu’il avait terminé, il est parti. Het veelgebruikte après que wordt volgens de verzorgde norm dus niet automatisch gevolgd door een subjonctif.

In modern Frans worden de twee voorbeeldzinnen meestal Je regrettais qu’il ait vendu la maison en Nous étions surpris qu’elle soit déjà arrivée. Het hoofdwerkwoord staat wel in het verleden, maar de subjonctif passé is in de huidige taal de gewone vorm voor een eerdere, voltooide handeling.

Voorbeelden in context

Frans Nederlands Toelichting
Je doute qu’il eût réussi. Ik betwijfel of hij geslaagd zou zijn. Twijfel; de precieze tijdswaarde blijkt uit de context.
Si j’eusse su… Had ik het geweten… Bekende literaire vorm van een onvervulde voorwaarde.
Quoiqu’il eût travaillé… Hoewel hij had gewerkt… Toegeving na quoique.
Il semblait qu’elle fût partie. Het leek erop dat zij vertrokken was. Être omdat partir daarmee wordt vervoegd.
Je regrettais qu’il eût refusé notre offre. Ik betreurde dat hij ons aanbod had afgewezen. De afwijzing ging vooraf aan de spijt.
Elle craignait que nous n’eussions oublié le rendez-vous. Ze vreesde dat we de afspraak vergeten waren. Ne kan hier literair en niet-ontkennend zijn.
Bien qu’ils fussent arrivés à temps, les portes étaient déjà fermées. Hoewel ze op tijd waren aangekomen, waren de deuren al dicht. Congruentie: mannelijk meervoud arrivés.
Il partit sans que personne l’eût reconnu. Hij vertrok zonder dat iemand hem had herkend. Voornaamwoord l’ vóór eût.
Elle nia que les témoins eussent vu l’accident. Ze ontkende dat de getuigen het ongeluk hadden gezien. Formele ontkenning van een eerdere waarneming.
Il partit avant que j’eusse pu lui répondre. Hij vertrok voordat ik hem had kunnen antwoorden. Eerdere, niet-gerealiseerde mogelijkheid na avant que.
Les décisions qu’il eût prises furent vivement critiquées. De besluiten die hij had genomen, kregen veel kritiek. Prises stemt overeen met het voorafgaande décisions.
Elle se comportait comme si rien ne fût arrivé. Ze gedroeg zich alsof er niets was gebeurd. Zeer literaire constructie; modern meestal comme si rien n’était arrivé.
Fût-il arrivé plus tôt, il n’aurait rien pu changer. Zelfs als hij eerder was aangekomen, had hij niets kunnen veranderen. Inversie zonder que, met een toegevende voorwaarde.
Il eût mieux valu attendre. Het zou beter zijn geweest te wachten. Zelfde vorm, hier traditioneel de tweede vorm van de conditionnel passé.

De Nederlandse vertaling gebruikt opvallend vaak “had” of “was”. Dat betekent niet dat de Franse indicatif plus-que-parfait altijd hetzelfde doet. In het Frans vertelt de vorm óók iets over register en zinsconstructie; in het Nederlands moet de omgeving die informatie dragen.

Veelgemaakte fouten

Eut en fut zonder accent schrijven

  • Onjuist: Je doutais qu’il eut compris.
  • Juist: Je doutais qu’il eût compris.
  • Waarom: eût is de vereiste subjonctifvorm. Eut is een vorm van de passé simple. Hetzelfde onderscheid geldt voor fût en fut.

De tijd gebruiken zodra een zin over het verleden gaat

  • Onjuist: Après qu’il eût fini, il partit.
  • Juist volgens de verzorgde norm: Après qu’il eut fini, il partit.
  • Waarom: Après que presenteert de handeling als een feit en verlangt traditioneel de indicatif. In deze literaire zin is eut fini de passé antérieur. In hedendaags Frans ligt après qu’il a fini of, afhankelijk van het tijdskader, après qu’il avait fini meer voor de hand.

Het verkeerde hulpwerkwoord kiezen

  • Onjuist: Il semblait qu’elle eût partie.
  • Juist: Il semblait qu’elle fût partie.
  • Waarom: Partir vormt zijn samengestelde tijden met être. Daarom is ook hier fût nodig.

Congruentie na être vergeten

  • Onjuist: Bien qu’elles fussent arrivé…
  • Juist: Bien qu’elles fussent arrivées…
  • Waarom: Bij être stemt het voltooid deelwoord overeen met het onderwerp: vrouwelijk meervoud vraagt -ées.

Een moderne boodschap onnodig archaïsch maken

  • Onnatuurlijk in een gewoon gesprek: Je suis content que vous eussiez accepté.
  • Natuurlijk: Je suis content que vous ayez accepté.
  • Waarom: De subjonctif passé is de normale hedendaagse keuze. Eussiez accepté klinkt hier alsof de spreker een oudere roman citeert of opzettelijk plechtig doet.

Elke vorm eût + deelwoord hetzelfde noemen

  • Te eenvoudig: Il eût accepté is altijd een subjonctif plus-que-parfait.
  • Nauwkeuriger: In Je doutais qu’il eût accepté is het een subjonctif in een bijzin; in Il eût accepté si vous aviez insisté heeft dezelfde vorm de functie van een conditionnel passé.
  • Waarom: Vorm en functie vallen niet altijd één-op-één samen. De syntactische omgeving — de plaats en rol in de zin — bepaalt de analyse.

Gebruiksnotities

De subjonctif plus-que-parfait is geen beleefdere versie van de subjonctif passé. Het verschil is vooral historisch en stilistisch, niet een trap van beleefdheid. Een formele zakelijke e-mail kan uitstekend Nous regrettons que vous ayez annulé la réunion gebruiken. Que vous eussiez annulé zou doorgaans overdreven literair klinken.

Bij het lezen helpt het om eerst naar het hulpwerkwoord te kijken. Eût, eussent, fût en fussent zijn sterke herkenningspunten. Zoek daarna het voltooid deelwoord en bepaal pas vervolgens waarom de subjonctif staat. Zo voorkom je dat je fût partie leest alsof fût zelf “vertrok” betekent.

Let ook op ne explétif, een ne dat in verzorgde of literaire taal kan verschijnen zonder de zin ontkennend te maken. In Elle craignait qu’il ne fût parti betekent ne niet “niet”: zij vreesde juist dat hij vertrokken was. Een echte ontkenning bevat gewoonlijk een extra ontkennend woord, bijvoorbeeld Elle craignait qu’il ne fût pas parti (“zij vreesde dat hij niet vertrokken was”).

De vorm komt vaker voor in de derde persoon dan in de eerste of tweede persoon. Dat is geen grammaticale beperking, maar een gevolg van het soort verhalende teksten waarin hij voorkomt. Vormtabellen geven alle personen omdat ook j’eusse, nous eussions en vous fussiez correct en herkenbaar moeten zijn.

Verdieping: literaire en retorische toepassingen

Klassieke tijdsvolgorde tegenover modern Frans

Een klassieke schrijver kon zorgvuldig onderscheiden tussen een gelijktijdige of latere handeling en een eerdere, voltooide handeling:

Verhouding tot het verleden in de hoofdzin Klassiek literair Gewoon hedendaags Frans
gelijktijdig of later Je voulais qu’il vînt. Je voulais qu’il vienne.
eerder en voltooid Je regrettais qu’il fût venu. Je regrettais qu’il soit venu.

Hier bouwt de subjonctif plus-que-parfait rechtstreeks voort op de subjonctif imparfait. Wie qu’il vînt, qu’elle parlât en qu’ils fussent herkent, ziet dat de samengestelde tijd alleen een hulpwerkwoord in die vorm plus een deelwoord toevoegt.

Onvervulde voorwaarden met si

In literair Frans kan de vorm in een voorwaarde staan:

Si j’eusse su, je ne serais pas venu.

Dit betekent hetzelfde als het gewone Si j’avais su, je ne serais pas venu (“Als ik het had geweten, was ik niet gekomen”). Voor een Nederlandstalige is si j’eusse su herkenbaar aan de omgekeerde Nederlandse voorwaarde “had ik het geweten”. Gebruik deze Franse vorm alleen wanneer een bewust klassieke toon passend is.

De conditionnel passé, tweede vorm

De zogenoemde conditionnel passé deuxième forme ziet er volledig hetzelfde uit als de subjonctif plus-que-parfait. Hij staat echter zelfstandig in de hoofdzin en drukt een niet-gerealiseerd gevolg, een mogelijkheid achteraf of een oordeel uit:

  • Il eût accepté si on le lui avait demandé. — Hij zou hebben ingestemd als men het hem had gevraagd.
  • Il eût mieux valu se taire. — Het zou beter zijn geweest te zwijgen.

De naam hangt dus af van de functie. Na een uitdrukking die de subjonctif verlangt, zoals in Je ne pensais pas qu’il eût accepté, spreek je van subjonctif plus-que-parfait. In een voorwaardelijke hoofdzin wordt dezelfde vorm traditioneel als de tweede vorm van de conditionnel passé beschreven.

Inversie voor een toegevende voorwaarde

Een schrijver kan het hulpwerkwoord vóór het onderwerp plaatsen:

Fût-elle partie plus tôt, elle aurait manqué le train.

De betekenis is ongeveer “zelfs als zij eerder was vertrokken, zou zij de trein hebben gemist”. Deze compacte inversie is sterk literair. Ze is nuttig om te herkennen, maar in gewone taal is Même si elle était partie plus tôt… veel natuurlijker.

Oefentips

  1. Leer de twee reeksen als herkenningspatroon. Zeg of schrijf eusse, eusses, eût, eussions, eussiez, eussent en daarna fusse, fusses, fût, fussions, fussiez, fussent. Koppel elke reeks meteen aan één deelwoord, bijvoorbeeld eût compris en fût venu.
  2. Moderniseer literaire zinnen. Zet bij het lezen qu’il eût fait om in qu’il ait fait en qu’elle fût venue in qu’elle soit venue. Als de betekenis gelijk blijft maar het register moderner wordt, heb je de vorm goed herkend.
  3. Vertaal vanuit de context, niet woord voor woord. Probeer bij elke zin zowel “had/was” als “zou hebben/zou zijn”. Kies vervolgens de Nederlandse formulering die past bij twijfel, spijt, toegeving of een onvervulde voorwaarde.

Verwante begrippen

  • Vereiste voorkennis: Subjonctif imparfait — levert de vormen eusse en fusse waarmee deze samengestelde tijd wordt gebouwd.

Vereiste kennis

De subjonctif imparfait in het FransC1

Meer C2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen