A1

Hoeveelheids- en keuzevragen in het Spaans

Preguntas de Cantidad y Selección

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.

Kort samengevat

Gebruik cuánto, cuánta, cuántos, cuántas voor ‘hoeveel’; vóór een zelfstandig naamwoord past de vorm zich aan geslacht en aantal aan: cuánto pan, cuántas personas. Gebruik cuál of cuáles om een keuze of identificatie te vragen: ¿Cuál prefieres? en ¿Cuáles son tuyos? In vragen hebben deze woorden altijd een accentteken.

Overzicht

Met cuánto vraag je naar een hoeveelheid, aantal, prijs, afstand of tijd. Met cuál vraag je welke persoon of zaak uit een groep bedoeld wordt. Deze woorden kom je al op A1-niveau voortdurend tegen: in een winkel, bij het reserveren van een tafel, wanneer je iemand leert kennen en wanneer je uit enkele mogelijkheden kiest.

Voor Nederlandstaligen zit de grootste valkuil in de vorm van cuánto. Het Nederlandse hoeveel verandert niet: hoeveel water, hoeveel stoelen, hoeveel mensen. Het Spaans laat de uitgang vaak overeenkomen met het zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, ding, plaats of begrip): agua leidt tot cuánta agua en libros tot cuántos libros.

Ook de verdeling tussen qué en cuál loopt niet precies gelijk met Nederlands wat en welk. Spaans gebruikt vaak cuál waar een Nederlander letterlijk wat zegt, bijvoorbeeld ¿Cuál es tu nombre? (‘Wat is je naam?’). Daarom helpt woord voor woord vertalen hier minder goed dan het leren van een paar vaste vraagpatronen.

Hoe het werkt

De vier vormen van cuánto

Wanneer cuánto direct bij een zelfstandig naamwoord staat, werkt het als een vragend bepalend woord: het geeft aan over welke hoeveelheid van dat woord je iets wilt weten. Het past zich aan het grammaticale geslacht (mannelijk of vrouwelijk) en het getal (enkelvoud of meervoud) aan.

Bijbehorend woord Vorm Patroon Voorbeeld
mannelijk enkelvoud cuánto cuánto + woord ¿Cuánto tiempo tienes?
vrouwelijk enkelvoud cuánta cuánta + woord ¿Cuánta leche queda?
mannelijk meervoud cuántos cuántos + woord ¿Cuántos días necesitas?
vrouwelijk meervoud cuántas cuántas + woord ¿Cuántas entradas quieres?

De keuze tussen enkelvoud en meervoud hangt niet simpelweg af van de Nederlandse vertaling. Niet-telbare stoffen en begrippen staan doorgaans in het enkelvoud: cuánto dinero (‘hoeveel geld’), cuánta agua (‘hoeveel water’) en cuánto tiempo (‘hoeveel tijd’). Afzonderlijk telbare zaken staan meestal in het meervoud: cuántas botellas en cuántos minutos.

Sommige Spaanse woorden hebben een ander grammaticaal geslacht dan je op grond van hun uitgang verwacht. Zo is el problema mannelijk: ¿Cuántos problemas hay? Het woord agua is vrouwelijk, ook al krijgt het in het enkelvoud meestal el om de uitspraak makkelijker te maken: el agua fría, maar dus ¿Cuánta agua...? Leer bij twijfel het zelfstandig naamwoord samen met zijn lidwoord.

Cuánto zonder genoemd zelfstandig naamwoord

Het zelfstandig naamwoord kan worden weggelaten als uit de situatie duidelijk is waarover het gaat. Cuánto is dan een voornaamwoord (een woord dat in de plaats van een zelfstandig naamwoord staat) en behoudt de vorm die bij het weggelaten woord hoort.

  • Quiero una camiseta. ¿Cuánto cuesta? — Ik wil een T-shirt. Hoeveel kost het?
  • Quiero las manzanas. ¿Cuánto cuestan? — Ik wil de appels. Hoeveel kosten ze?
  • Necesito sillas. ¿Cuántas necesitas? — Ik heb stoelen nodig. Hoeveel heb je er nodig?
  • Hay dos rutas. ¿Cuántas conoces? — Er zijn twee routes. Hoeveel ken je er?

Bij een prijs met costar is cuánto meestal een bijwoord (een woord dat hier de mate of hoeveelheid bij het werkwoord aangeeft). Dan verandert het niet mee met het product. Het werkwoord verandert wél volgens het onderwerp: ¿Cuánto cuesta el libro? tegenover ¿Cuánto cuestan los libros?

Andere veelgebruikte patronen zijn:

  • ¿Cuánto mide? — Hoe lang/groot is hij, zij of het?
  • ¿Cuánto pesa? — Hoeveel weegt hij, zij of het?
  • ¿Cuánto falta? — Hoeveel ontbreekt er nog? / Hoe lang duurt het nog?
  • ¿Cuánto tardas? — Hoe lang doe je erover?

Cuál en cuáles: kiezen en identificeren

Cuál is enkelvoud en cuáles is meervoud. Ze verwijzen zelfstandig naar de mogelijkheid of mogelijkheden waarnaar je vraagt.

Betekenis Vorm Voorbeeld
één keuze of één antwoord cuál ¿Cuál eliges? — Welke kies je?
meerdere keuzes of antwoorden cuáles ¿Cuáles eliges? — Welke kies je?
keuze uit een genoemde groep cuál(es) de ¿Cuál de estos prefieres? — Welke hiervan heb je liever?
identificatie met ser cuál(es) es/son ¿Cuáles son tus llaves? — Welke zijn jouw sleutels?

Het Nederlands kan in enkelvoud en meervoud dezelfde losse vorm welke gebruiken. Spaans maakt het verschil zichtbaar: cuál verwijst naar één antwoord, cuáles naar meerdere. Let daarbij op het verwachte antwoord, niet alleen op het woord dat vlak bij de vraagvorm staat: ¿Cuál es tu dirección? vraagt om één adres; ¿Cuáles son tus direcciones de correo? om meerdere adressen.

In algemeen, zorgvuldig Spaans staat cuál meestal niet direct vóór een zelfstandig naamwoord. Gebruik daar qué:

  • ¿Qué libro quieres? — Welk boek wil je?
  • ¿Cuál quieres? — Welke wil je?
  • ¿Cuál de estos libros quieres? — Welk van deze boeken wil je?

In sommige regio’s hoor je wel ¿Cuál libro...?, maar voor een leerder is qué + zelfstandig naamwoord de veiligste algemene regel.

Qué es of cuál es?

Voor ser (‘zijn’) is het verschil belangrijk. ¿Qué es...? vraagt meestal om een definitie, soort of uitleg. ¿Cuál es...? vraagt om identificatie of om een concreet gegeven.

Vraag Waarnaar vraag je? Mogelijk antwoord
¿Qué es una empanada? definitie Es un tipo de comida.
¿Cuál es tu comida favorita? persoonlijk gegeven of keuze La paella.
¿Qué es esto? wat voor ding dit is Es un cargador.
¿Cuál es el cargador de Ana? welk exemplaar van Ana is El negro.

De eenvoudige beginnersregel is dus: qué + zelfstandig naamwoord, maar cuál + ser wanneer je een naam, nummer, adres of keuze wilt vaststellen. Het is geen absolute formule voor elke denkbare zin; betekenis en context blijven bepalend.

Accenten en vraagtekens

In een directe vraag schrijf je ¿ aan het begin en ? aan het einde. De vraagwoorden dragen een accent: cuánto, cuánta, cuántos, cuántas, cuál, cuáles. Dat accent blijft ook staan in een indirecte vraag (een vraag die onderdeel van een langere zin is), ook zonder vraagtekens:

  • No sé cuánto cuesta. — Ik weet niet hoeveel het kost.
  • Dime cuál prefieres. — Zeg me welke je liever hebt.
  • Quiero saber cuántas personas vienen. — Ik wil weten hoeveel mensen er komen.

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Opmerking
¿Cuánto cuesta? Hoeveel kost het? Vaste prijsvraag; cuánto verandert hier niet.
¿Cuánto cuesta esta chaqueta? Hoeveel kost deze jas? Cuesta hoort bij één jas.
¿Cuánto cuestan estas entradas? Hoeveel kosten deze kaartjes? Meervoudig onderwerp, dus cuestan.
¿Cuánta agua bebes al día? Hoeveel water drink je per dag? Agua is vrouwelijk enkelvoud.
¿Cuántos hermanos tienes? Hoeveel broers en zussen heb je? Hermanos kan een gemengde groep aanduiden.
¿Cuántas noches se quedan? Hoeveel nachten blijft u / blijven jullie? Handig bij een reservering.
¿Cuánto tiempo necesitamos? Hoeveel tijd hebben we nodig? Tiempo is mannelijk enkelvoud.
¿Cuántas quieres? Hoeveel wil je er? Het vrouwelijke meervoud is uit de context duidelijk.
¿Cuál prefieres, el rojo o el azul? Welke heb je liever, de rode of de blauwe? Keuze tussen twee mogelijkheden.
¿Cuál es tu nombre? Wat is je naam? Identificatie; Nederlands gebruikt hier wat.
¿Cuál de estas mesas está libre? Welke van deze tafels is vrij? Cuál de begrenst de groep.
¿Cuáles son tus maletas? Welke zijn jouw koffers? Er worden meerdere koffers verwacht.
No recuerdo cuánto pagamos. Ik weet niet meer hoeveel we betaalden. Indirecte vraag; het accent blijft staan.
Explícame cuál es el problema. Leg me uit wat het probleem is. Vraag naar het concrete probleem, niet naar de definitie van problema.

Veelgemaakte fouten

Eén onveranderlijk cuánto gebruiken

  • Fout: ¿Cuánto personas vienen?
  • Goed: ¿Cuántas personas vienen?
  • Waarom: Personas is vrouwelijk meervoud. Anders dan Nederlands hoeveel krijgt cuánto hier dus de uitgang -as.

Cuántos laten overeenkomen met een Nederlands woord

  • Fout: ¿Cuántas libros compras?
  • Goed: ¿Cuántos libros compras?
  • Waarom: De Spaanse vorm volgt het geslacht van libros, niet dat van het Nederlandse boeken. El libro is mannelijk.

Het vraagwoord aanpassen bij een prijsvraag

  • Fout: ¿Cuántas cuestan las entradas?
  • Goed: ¿Cuánto cuestan las entradas?
  • Waarom: Hier betekent cuánto ‘voor welk bedrag’ en hoort het bij cuestan. Alleen het werkwoord staat in het meervoud.

Cuál direct voor een zelfstandig naamwoord zetten

  • Minder geschikt in algemeen Spaans: ¿Cuál restaurante prefieres?
  • Goed: ¿Qué restaurante prefieres?
  • Ook goed: ¿Cuál prefieres? / ¿Cuál de estos restaurantes prefieres?
  • Waarom: Vóór een genoemd zelfstandig naamwoord is qué de algemene standaard. Cuál staat zelfstandig of wordt gevolgd door de plus een groep.

Qué es gebruiken voor elk Nederlands ‘wat is’

  • Onbedoeld: ¿Qué es tu número de teléfono?
  • Goed: ¿Cuál es tu número de teléfono?
  • Waarom: Je vraagt om het concrete nummer, niet om een definitie van ‘telefoonnummer’.

Het accent of het openingsvraagteken vergeten

  • Fout: Cuantos años tienes?
  • Goed: ¿Cuántos años tienes?
  • Waarom: Spaanse directe vragen krijgen twee vraagtekens, en het vragende cuántos draagt een accent. In No sé cuántos años tiene blijft dat accent behouden.

Gebruiksnotities

In een winkel is ¿Cuánto cuesta? correct en neutraal. Je kunt ook ¿Cuánto es? horen wanneer iemand naar het totaalbedrag vraagt, bijvoorbeeld bij de kassa. ¿A cuánto está...? vraagt vaak naar de prijs per eenheid: ¿A cuánto está el kilo de tomates? (‘Wat kost een kilo tomaten?’). Voor A1 is ¿Cuánto cuesta...? de duidelijkste basisvorm.

Spaans laat het onderwerp vaak weg wanneer het al duidelijk is. Daardoor is ¿Cuánto cuesta? natuurlijker dan steeds het product herhalen. Ook bij een keuze volstaat vaak ¿Cuál? (‘Welke?’). Voeg de + groep toe wanneer de mogelijkheden anders niet helder zijn: ¿Cuál de los dos?

Bij personen kan cuántos een gemengde groep omvatten. ¿Cuántos hijos tienes? kan naar zonen én dochters vragen. Wil je uitsluitend naar dochters vragen, dan gebruik je ¿Cuántas hijas tienes? Dit algemene gebruik van het mannelijke meervoud is een grammaticale conventie en zegt niet dat alle genoemde personen mannelijk zijn.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.

Vraagwoorden kunnen ook uitroepend zijn. Dezelfde vormen met accent drukken dan bewondering, verbazing of intensiteit uit: ¡Cuánta gente! (‘Wat een mensenmassa!’), ¡Cuánto tiempo! (‘Wat is dat lang geleden!’) en ¡Cuánto has cambiado! (‘Wat ben je veranderd!’). De zin is dan geen echte vraag, maar het accent blijft staan.

Zonder accent hebben cuanto en cual andere functies. In gevorderde zinnen kunnen ze betrekkelijke woorden zijn, bijvoorbeeld Haz cuanto puedas (‘Doe zoveel als je kunt’) of in de vaste combinatie tal cual (‘precies zoals het is’). Vergelijk dit met het vragende ¿Cuánto puedes hacer? Het accent onderscheidt dus niet alleen uitspraak of nadruk, maar ook de grammaticale functie.

Het onderscheid tussen qué en cuál hangt van de bedoeling af. ¿Qué es lo más importante? vraagt breed naar wat het belangrijkst is; ¿Cuál es el más importante? veronderstelt sterker dat er herkenbare kandidaten zijn. In echt taalgebruik is de grens niet altijd een letterlijk verschil tussen Nederlands wat en welk. Denk liever aan ‘uitleg of soort’ bij qué en ‘identificatie of keuze’ bij cuál.

Voorzetsels kunnen vóór het vraagwoord staan. Een voorzetsel is een kort woord dat een relatie aangeeft, zoals van, met of voor. Voorbeelden zijn ¿Con cuál te quedas? (‘Welke neem je?’), ¿De cuántas personas es la reserva? (‘Voor hoeveel personen is de reservering?’) en ¿Hasta cuándo? (‘Tot wanneer?’). De vorm van het vraagwoord volgt nog steeds dezelfde regels.

Oefentips

  1. Werk met vier vakken. Schrijf boven vier kolommen cuánto, cuánta, cuántos, cuántas. Sorteer woorden als pan, leche, días, semanas, dinero, preguntas en maak met elk woord een vraag.
  2. Oefen echte keuzes. Leg twee of drie voorwerpen neer en vraag hardop: ¿Cuál prefieres?, ¿Cuál de estos necesitas? en, bij meerdere keuzes, ¿Cuáles quieres? Zo koppel je enkelvoud en meervoud aan een zichtbare situatie.
  3. Maak vaste vraagparen. Oefen ¿Qué es...? voor een definitie naast ¿Cuál es...? voor een concreet gegeven: ¿Qué es una NIE? tegenover ¿Cuál es tu NIE? Controleer daarbij steeds de accenten en beide vraagtekens.

Verwante onderwerpen

  • Vereiste basis: Basisvragen — behandelt onder meer qué, quién, dónde, cuándo, cómo en por qué.

Vereiste kennis

Basisvragen in het SpaansA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Preguntas de Cantidad y Selección in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen