Passiefalternatieven in het Duits
Passiversatzformen
languages.seo.contextNote
In het kort
Het Duits hoeft een handeling zonder genoemde uitvoerder niet altijd met werden + voltooid deelwoord uit te drukken. Met man formuleer je actief, sich lassen + infinitief drukt meestal mogelijkheid uit, sein + zu + infinitief kan mogelijkheid of noodzaak aangeven, en een bijvoeglijk naamwoord op -bar of -lich benoemt vaak een eigenschap: Das Problem ist lösbar. Welke vorm past, hangt dus af van de betekenis én van de stijl.
Overzicht
Bij een gewone passiefzin staat degene of datgene dat de handeling ondergaat centraal: Der Antrag wird geprüft (‘De aanvraag wordt gecontroleerd’). De uitvoerder blijft ongenoemd of wordt met von toegevoegd. Op C1-niveau is het nuttig om daarnaast de zogeheten Passiversatzformen te beheersen: actieve of naamwoordelijke constructies die ongeveer dezelfde informatie kunnen overbrengen zonder een vorm van werden.
Deze alternatieven zijn niet volledig inwisselbaar. Man prüft den Antrag legt nog enigszins de nadruk op menselijke uitvoerders. Der Antrag lässt sich prüfen zegt dat controle mogelijk is. Der Antrag ist zu prüfen klinkt eerder als een opdracht of voorschrift. Der Antrag ist prüfbar beschrijft de aanvraag als controleerbaar. De keuze verandert dus het perspectief.
Voor Nederlandstaligen lijken sommige patronen vertrouwd: Duits man komt vaak overeen met Nederlands men of informeel je, en lösbar lijkt op oplosbaar. Toch is letterlijk overzetten riskant. Vooral bij sein + zu moet je uit de context afleiden of iets kan of moet gebeuren.
Hoe het werkt
1. Actief met man
Man is een onbepaald voornaamwoord: het verwijst naar mensen in het algemeen of naar een niet nader genoemde persoon of groep. Grammaticaal is man altijd het onderwerp (wie de handeling uitvoert), en het werkwoord staat in de derde persoon enkelvoud.
| Patroon | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| man + persoonsvorm + lijdend voorwerp | Man kontrolliert die Tickets. | Men controleert de kaartjes. |
| man + modaal werkwoord + ... + infinitief | Man muss die Tickets kontrollieren. | Men moet de kaartjes controleren. |
| passief ter vergelijking | Die Tickets werden kontrolliert. | De kaartjes worden gecontroleerd. |
In de actieve zin blijft die Tickets het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). Daarom behoudt het de naamval die het werkwoord verlangt. Bij een mannelijk woord zie je dat duidelijk: Man prüft den Vertrag, maar passief * Der Vertrag wird geprüft.*
Man kun je niet verbuigen. Als je later naar dezelfde algemene persoon verwijst, gebruik je doorgaans einen of einem en het bezittelijk woord sein: Wenn man müde ist, fällt einem die Arbeit schwer. In veel zinnen is zo’n verwijzing echter niet nodig.
2. sich lassen + infinitief
Met sich lassen + infinitief zeg je meestal dat iets uitvoerbaar, waarneembaar of op een bepaalde manier te behandelen is. De constructie komt vaak overeen met Nederlands kunnen + passief:
Die Datei lässt sich öffnen. = Het bestand kan worden geopend.
De bouw is:
| Plaats | Bestanddeel | Voorbeeld |
|---|---|---|
| onderwerp | zaak die de handeling ondergaat | Die Datei |
| persoonsvorm | vervoegde vorm van lassen | lässt |
| wederkerend voornaamwoord | sich | sich |
| einde | infinitief (onbepaalde wijs, de hele werkwoordsvorm) | öffnen |
Het grammaticale onderwerp bepaalt de vorm van lassen: Der Fehler lässt sich beheben tegenover Die Fehler lassen sich beheben. Sich blijft in de derde persoon enkelvoud en meervoud hetzelfde. In een hoofdzin staat de infinitief achteraan; in een bijzin komen de werkwoorden aan het eind: ..., weil sich der Fehler leicht beheben lässt.
Een bijwoord als leicht, gut, kaum of nur schwer maakt duidelijk hoe haalbaar iets is: Der Text lässt sich gut lesen (‘De tekst leest prettig/is goed leesbaar’). De constructie noemt normaal geen uitvoerder. Wil je nadrukkelijk zeggen door wie iets gedaan kan worden, dan is een gewoon passief met von vaak duidelijker.
3. sein + zu + infinitief
In sein + zu + infinitief wordt sein vervoegd en blijft het hoofdwerkwoord een infinitief met zu:
| Tijd/persoon | Voorbeeld |
|---|---|
| tegenwoordige tijd, enkelvoud | Der Bericht ist zu korrigieren. |
| tegenwoordige tijd, meervoud | Die Berichte sind zu korrigieren. |
| verleden tijd | Der Fehler war kaum zu erkennen. |
| bijzin | ..., weil der Bericht noch zu korrigieren ist. |
Deze vorm heeft twee mogelijke lezingen:
- noodzaak of opdracht: Die Vorschriften sind zu beachten. = De voorschriften moeten in acht worden genomen;
- mogelijkheid: Der Turm ist von hier aus zu sehen. = De toren kan vanaf hier worden gezien.
De omgeving bepaalt de betekenis. Woorden als noch, unbedingt en een ambtelijke context sturen vaak naar noodzaak. Gut, leicht, kaum, nicht of een waarnemingswerkwoord sturen vaak naar mogelijkheid: Das ist kaum zu glauben (‘Dat is nauwelijks te geloven’). Let op: een ontkenning kan betekenen dat iets onmogelijk is, maar bij een voorschrift ook dat iets niet mag gebeuren. Die Tür ist nicht zu öffnen kan zonder verdere context dus dubbelzinnig zijn.
Bij scheidbare werkwoorden staat zu tussen het voorvoegsel en de stam: Die Datei ist herunterzuladen; Die Tür ist abzuschließen. Bij onscheidbare werkwoorden staat zu ervoor: Das ist zu verstehen.
4. Bijvoeglijke naamwoorden op -bar en -lich
Een bijvoeglijk naamwoord benoemt een eigenschap in plaats van een handeling. Vooral -bar vormt productief woorden met de betekenis ‘kan worden ...’: lösen → lösbar, vergleichen → vergleichbar, vermeiden → vermeidbar. Dat werkt vooral bij werkwoorden die een lijdend voorwerp kunnen hebben.
| Werkwoord | Bijvoeglijk naamwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| lösen | lösbar | Das Problem ist lösbar. |
| lesen | lesbar | Die Handschrift ist kaum lesbar. |
| erreichen | erreichbar | Das Dorf ist nur zu Fuß erreichbar. |
| vergleichen | vergleichbar | Die Ergebnisse sind nicht vergleichbar. |
De uitgang -lich is minder voorspelbaar. Woorden als verständlich (‘begrijpelijk’), erhältlich (‘verkrijgbaar’) en unvermeidlich (‘onvermijdelijk’) moet je grotendeels als afzonderlijke woordenschat leren. Je kunt dus niet vrij aan elk werkwoord -lich toevoegen.
Na sein blijft het bijvoeglijk naamwoord zonder uitgang: Der Text ist verständlich. Vóór een zelfstandig naamwoord krijgt het de normale bijvoeglijke uitgang: ein verständlicher Text, eine lösbare Aufgabe. Voor Nederlandstaligen is dat een belangrijk verschil: het Nederlands heeft in een oplosbaar probleem geen uitgang, maar het Duits heeft ein lösbares Problem.
Het betekenisverschil in één oogopslag
| Duitse formulering | Kernbetekenis | Typische Nederlandse weergave |
|---|---|---|
| Man kann das Problem lösen. | iemand kan het doen | Men/je kan het probleem oplossen. |
| Das Problem lässt sich lösen. | de oplossing is haalbaar | Het probleem kan worden opgelost. |
| Das Problem ist zu lösen. | het kan of moet worden opgelost | Het probleem is op te lossen/moet worden opgelost. |
| Das Problem ist lösbar. | oplosbaarheid is een eigenschap | Het probleem is oplosbaar. |
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| In Deutschland trennt man den Müll sorgfältig. | In Duitsland scheidt men het afval zorgvuldig. | Algemene menselijke handeling. |
| Man hat den Termin kurzfristig verschoben. | Men heeft de afspraak op het laatste moment verzet. | Actief alternatief voor een passief in de voltooide tijd. |
| Das lässt sich machen. | Dat kan geregeld worden. | Mogelijkheid; vaste, veelgebruikte formulering. |
| Die Schraube lässt sich nur schwer lösen. | De schroef is maar moeilijk los te draaien. | nur schwer beoordeelt de uitvoerbaarheid. |
| Die Ergebnisse lassen sich miteinander vergleichen. | De resultaten kunnen met elkaar worden vergeleken. | Meervoud: lassen. |
| Ich bezweifle, dass sich der Plan so umsetzen lässt. | Ik betwijfel of het plan zo kan worden uitgevoerd. | In de bijzin staat lässt achteraan. |
| Alle Anträge sind bis Freitag einzureichen. | Alle aanvragen moeten uiterlijk vrijdag worden ingediend. | Formele verplichting; scheidbaar werkwoord. |
| Der Unterschied ist leicht zu erkennen. | Het verschil is gemakkelijk te herkennen. | Mogelijkheid door leicht. |
| Das ist nicht zu übersehen. | Dat kan niet over het hoofd worden gezien. | Sterke, vaak nadrukkelijke ontkenning. |
| Die Folgen waren damals noch nicht abzusehen. | De gevolgen waren toen nog niet te voorzien. | Mogelijkheid in het verleden. |
| Das Problem ist lösbar. | Het probleem is oplosbaar. | Eigenschap met -bar. |
| Seine Handschrift ist kaum lesbar. | Zijn handschrift is nauwelijks leesbaar. | kaum beperkt de mogelijkheid. |
| Die Karten sind online erhältlich. | De kaarten zijn online verkrijgbaar. | Vast bijvoeglijk naamwoord op -lich. |
| Dieser Fehler wäre vermeidbar gewesen. | Deze fout had vermeden kunnen worden. | Eigenschap in een irreële terugblik. |
Veelgemaakte fouten
Lassen niet met het onderwerp laten overeenkomen
- Fout: Die Probleme lässt sich lösen.
- Goed: Die Probleme lassen sich lösen.
- Waarom: Die Probleme is het meervoudige onderwerp. Daarom staat ook lassen in het meervoud; alleen sich verandert niet.
Een voltooid deelwoord gebruiken na sich lassen
- Fout: Die Datei lässt sich geöffnet.
- Goed: Die Datei lässt sich öffnen.
- Waarom: Na lassen staat hier de infinitief zonder zu, niet het voltooid deelwoord.
Zu op de verkeerde plaats zetten
- Fout: Die Tür ist zu abschließen.
- Goed: Die Tür ist abzuschließen.
- Waarom: Bij een scheidbaar werkwoord komt zu tussen het voorvoegsel en de werkwoordstam: ab-zu-schließen.
Altijd ‘kunnen’ lezen in sein + zu
- Misleidend: Die Rechnung ist heute zu bezahlen weergeven als ‘De rekening kan vandaag worden betaald’.
- Beter: ‘De rekening moet vandaag worden betaald.’
- Waarom: In instructies, regels en termijnen drukt de constructie meestal noodzaak uit. Kijk dus naar de context, niet alleen naar de vorm.
Zelf nieuwe woorden op -lich maken
- Fout: Das Problem ist löslich in de betekenis ‘Het probleem is oplosbaar.’
- Goed: Das Problem ist lösbar.
- Waarom: Löslich betekent doorgaans ‘oplosbaar in een vloeistof’, bijvoorbeeld wasserlöslich. Voor een probleem gebruik je lösbar. Woorden op -lich zijn minder vrij vormbaar dan woorden op -bar.
De Nederlandse bijvoeglijke verbuiging volgen
- Fout: ein lösbar Problem
- Goed: ein lösbares Problem
- Waarom: Vóór een zelfstandig naamwoord krijgt het Duitse bijvoeglijk naamwoord een uitgang. Na sein niet: Das Problem ist lösbar.
Gebruiksnotities
Man is normaal in gesprekken, journalistiek en algemene uitleg. Het klinkt vaak directer dan een passief. Omdat man menselijke uitvoerders veronderstelt, past het minder goed wanneer een natuurkracht, technisch proces of onbekende oorzaak centraal staat. Durch den Sturm wurde das Dach beschädigt is preciezer dan een zin met man.
Sich lassen komt zowel in gesproken als geschreven Duits voor en is vaak idiomatischer dan een zwaar passief met een modaal werkwoord. Das lässt sich nicht vermeiden klinkt natuurlijk voor ‘Dat kan niet worden vermeden’. Met gut bij werkwoorden van waarneming of gebruik kan de vertaling in het Nederlands actief klinken: Das Buch lässt sich gut lesen betekent ongeveer ‘Het boek leest prettig’, niet alleen ‘Het boek kan goed gelezen worden’.
Sein + zu + infinitief komt veel voor in voorschriften, zakelijke teksten en academisch taalgebruik. Het kan bondig maar ook afstandelijk klinken. In een gesprek is Du musst das Formular unterschreiben meestal persoonlijker en duidelijker dan Das Formular ist zu unterschreiben. Juist doordat de handelende persoon ontbreekt, is de vorm geschikt voor regels.
Bijvoeglijke naamwoorden op -bar zijn compact en geliefd in vaktaal, advertenties en beoordelingen: messbar, planbar, wiederverwendbar. Niet elke theoretisch mogelijke vorm is ook gangbaar. Controleer bij twijfel een woordenboek en kies desnoods sich lassen; Der Ausdruck lässt sich schwer übersetzen klinkt vaak natuurlijker dan een zeldzame nieuwvorming.
Verder dan de basis
Ontkenning en gradatie
De alternatieven combineren gemakkelijk met woorden die de haalbaarheid nuanceren:
- problemlos / leicht — zonder moeite of gemakkelijk;
- kaum / nur schwer — nauwelijks of slechts met moeite;
- nicht — niet mogelijk, of bij een voorschrift niet toegestaan;
- unter bestimmten Bedingungen — alleen onder bepaalde voorwaarden.
Vergelijk Der Schaden ist reparierbar met Der Schaden lässt sich nur mit großem Aufwand reparieren. De eerste zin deelt een eigenschap mee; de tweede geeft ruimte om omstandigheden en moeite toe te voegen.
Mogelijkheid tegenover verplichting expliciet maken
Als sein + zu dubbelzinnig zou zijn, kun je beter een modaal werkwoord gebruiken. Die Tür kann nicht geöffnet werden drukt ondubbelzinnig onmogelijkheid uit. Die Tür darf nicht geöffnet werden betekent dat openen verboden is. Die Tür muss nicht geöffnet werden betekent dat openen niet nodig is. Deze drie betekenissen kunnen in een korte zin als Die Tür ist nicht zu öffnen door elkaar lopen.
Perspectief en tekststijl
Een reeks passiefzinnen kan stroef klinken. Gevorderde schrijvers wisselen daarom vormen af, maar niet alleen voor variatie. Elke keuze organiseert de informatie anders:
- Man führte drei Messungen durch brengt de handeling als menselijk handelen;
- Drei Messungen wurden durchgeführt beschrijft neutraal het proces;
- Die Messungen lassen sich wiederholen beoordeelt herhaalbaarheid;
- Die Messungen sind zu wiederholen geeft een opdracht;
- Die Ergebnisse sind reproduzierbar benoemt een wetenschappelijke eigenschap.
Ook de tijdsvorm verdient aandacht. Sich lassen kan gewoon worden vervoegd: Das ließ sich damals nicht beweisen. Bij sein + zu draagt sein de tijd: Die Ursache war nicht festzustellen. Een bijvoeglijk naamwoord kan bovendien met de aanvoegende wijs worden gecombineerd: Das wäre vermeidbar gewesen (‘Dat had vermeden kunnen worden’).
Niet elk alternatief bewaart alle informatie
Een passief kan een uitvoerder noemen: Der Vertrag wurde von einer Anwältin geprüft. Bij man verdwijnt haar identiteit, tenzij je weer een concreet onderwerp gebruikt: Eine Anwältin prüfte den Vertrag. Ook sich lassen en een bijvoeglijk naamwoord zeggen meestal niets over de uitvoerder. Kies daarom geen passiefalternatief als juist de uitvoerder informatief is.
Oefentips
- Herschrijf met een betekenisdoel. Neem een passiefzin, bijvoorbeeld Der Text wird übersetzt, en maak vier varianten. Noteer bij elke variant of die een handeling, mogelijkheid, verplichting of eigenschap uitdrukt.
- Markeer signaalwoorden. Zoek in Duitse handleidingen of nieuwsartikelen naar leicht, kaum, unbedingt, noch en nicht naast sich lassen of sein + zu. Bepaal telkens of de zin over kunnen of moeten gaat.
- Leer afleidingen als woordparen. Noteer vermeiden – vermeidbar, erreichen – erreichbar en verstehen – verständlich met een volledige voorbeeldzin. Zo leer je niet alleen de uitgang, maar ook welke vorm werkelijk gangbaar is.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Passief in verleden tijden — herhaal wurde + voltooid deelwoord en ist ... worden om het verschil met deze alternatieven scherp te zien.
languages.concept.prerequisite
Passief in de verleden tijd in het DuitsB2languages.concept.related
languages.concept.otherLanguages
languages.concept.compareLanguages
languages.cta.conceptText
languages.cta.practiceConceptButton