Infinitief met *att* in het Zweeds
Infinitiv med Att
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Het Zweedse att kan vóór een infinitief staan: att läsa betekent ‘lezen’ of, afhankelijk van de zin, ‘te lezen’. Na modale werkwoorden zoals kan, vill, ska en måste gebruik je geen att: Jag kan läsa (‘Ik kan lezen’). Vertaal Nederlands te of om te daarom niet automatisch met att.
Overzicht
De infinitief is de onvervoegde vorm van een werkwoord: de vorm die in een woordenboek staat, zoals läsa (‘lezen’), bo (‘wonen’) en förstå (‘begrijpen’). Het woord att vóór zo’n vorm heet een infinitiefmarkeerder: het laat zien dat het volgende werkwoord niet de persoonsvorm is, maar deel uitmaakt van een infinitiefgroep. Vergelijk Jag läser (‘Ik lees’) met Jag försöker att läsa (‘Ik probeer te lezen’).
Dit onderwerp komt al op A1 aan bod, omdat Zweedse zinnen vaak twee werkwoorden bevatten. De beginnersregel is overzichtelijk: leer veelvoorkomende combinaties als één patroon. Gebruik bijvoorbeeld försöka att göra (‘proberen te doen’) en det är lätt att förstå (‘het is gemakkelijk te begrijpen’), maar kan göra (‘kunnen doen’) en vill förstå (‘willen begrijpen’) zonder att.
Voor Nederlandstaligen voelt veel hiervan vertrouwd. Ook in het Nederlands staat na kunnen, willen en moeten meestal een kale infinitief zonder te. Toch lopen de talen niet volledig gelijk: Nederlands om te kan in het Zweeds alleen att zijn, maar kan bij een doel ook för att worden. Bovendien is att soms optioneel na een Zweeds werkwoord. Het veiligst is daarom niet woord voor woord te vertalen, maar hele combinaties te onthouden.
Zo werkt het
De infinitief herkennen
Zweedse werkwoorden veranderen niet naar persoon: jag läser, du läser en de läser hebben allemaal dezelfde tegenwoordige tijd. De infinitief heeft echter vaak een andere vorm.
| Infinitief | Tegenwoordige tijd | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| tala | talar | spreken |
| läsa | läser | lezen |
| köpa | köper | kopen |
| bo | bor | wonen |
| vara | är | zijn |
| ha | har | hebben |
| göra | gör | doen, maken |
| gå | går | gaan, lopen |
Na att staat de infinitief: att tala, att läsa, att bo, att vara. Att verandert zelf nooit van vorm.
Patroon 1: att als onderdeel van een infinitiefgroep
Een infinitiefgroep kan als een zelfstandige handeling in de zin functioneren. Dat gebeurt onder meer na een beoordeling met det är en aan het begin van een zin.
| Patroon | Zweeds voorbeeld | Nederlands |
|---|---|---|
| Det är + bijvoeglijk naamwoord + att + infinitief | Det är svårt att vänta. | Het is moeilijk om te wachten. |
| Att + infinitief + werkwoord | Att resa kostar pengar. | Reizen kost geld. |
| zelfstandig naamwoord + att + infinitief | Jag har tid att läsa. | Ik heb tijd om te lezen. |
In Att resa kostar pengar is de hele groep att resa het onderwerp (datgene waarover de zin iets zegt). In het Nederlands klinkt gewoon reizen hier natuurlijker dan om te reizen. Dat verschil laat goed zien waarom att niet altijd één vaste Nederlandse vertaling heeft.
Patroon 2: na een ander werkwoord
Sommige werkwoorden kunnen door een infinitief worden gevolgd. Bij een aantal daarvan is att normaal of mogelijk:
- försöka (att) förstå — proberen te begrijpen
- börja (att) arbeta — beginnen te werken
- fortsätta (att) läsa — doorgaan met lezen
- lära sig att köra — leren autorijden
Bij försöka, börja en fortsätta is zowel de vorm met als die zonder att mogelijk. De keuze hangt onder andere af van stijl, ritme en de vaste voorkeur bij een bepaalde combinatie. Als beginner kun je de vorm met att gebruiken in voorbeelden als Jag försöker att förstå en Hon börjar att springa, maar je zult ook heel vaak Jag försöker förstå en Hon börjar springa horen en lezen.
Niet elk Zweeds werkwoord volgt hetzelfde patroon. Zo is sluta röka (‘stoppen met roken’) zonder att de gewone combinatie. Leer bij een nieuw werkwoord daarom meteen een kort voorbeeld met de infinitief erbij.
Patroon 3: geen att na modale werkwoorden
Een modaal werkwoord drukt bijvoorbeeld mogelijkheid, wil, noodzaak, toestemming of verwachting uit. Daarna volgt een kale infinitief: een infinitief zonder att.
| Modaal werkwoord | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| kan | kunnen | Hon kan simma. — Zij kan zwemmen. |
| vill | willen | Vi vill resa. — Wij willen reizen. |
| ska | zullen, van plan zijn | Jag ska ringa. — Ik zal bellen. |
| måste | moeten | Du måste gå. — Je moet gaan. |
| får | mogen | Ni får komma in. — Jullie mogen binnenkomen. |
| bör | behoren te, zouden moeten | Man bör vänta. — Men kan beter wachten. |
Ook bruka (‘gewoonlijk doen’) gedraagt zich in modern standaard-Zweeds meestal op deze manier: Vi brukar äta klockan 18. In sommige bronnen, oudere taal of regionale varianten kom je bruka att tegen, maar voor neutraal hedendaags taalgebruik is brukar + infinitief zonder att de veilige keuze.
Att is niet altijd Nederlands te
De Nederlandse vertaling hangt af van de hele constructie.
| Zweeds | Letterlijke functie | Natuurlijk Nederlands |
|---|---|---|
| att förstå | infinitiefgroep | begrijpen / te begrijpen |
| Det är bra att veta. | beoordeling | Dat is goed om te weten. |
| Jag försöker att förstå. | na een werkwoord | Ik probeer het te begrijpen. |
| Att cykla är roligt. | onderwerp | Fietsen is leuk. |
| Jag kom för att hjälpa. | doel | Ik kwam om te helpen. |
Vooral Nederlands om te is misleidend. In goed om te weten staat in het Zweeds alleen att: bra att veta. Drukt om te een doel uit — waarom iemand iets doet — dan gebruikt het Zweeds för att: Jag studerar för att lära mig (‘Ik studeer om te leren’).
Plaats van inte
Als de infinitief ontkend wordt, staat inte gewoonlijk tussen att en het werkwoord:
- Jag försöker att inte skratta. — Ik probeer niet te lachen.
- Det är viktigt att inte glömma nyckeln. — Het is belangrijk de sleutel niet te vergeten.
Na een modaal werkwoord blijft att weg: Du får inte röka här (‘Je mag hier niet roken’). Hier hoort inte bij de combinatie met het modale werkwoord.
Twee infinitieven samen
Bij een opsomming hoeft att meestal niet voor elk werkwoord te worden herhaald als de werkwoorden duidelijk bij elkaar horen:
- Jag tycker om att läsa och skriva. — Ik houd van lezen en schrijven.
- Det är viktigt att äta, sova och vila. — Het is belangrijk om te eten, te slapen en uit te rusten.
Herhaling is wel mogelijk wanneer de spreker elke handeling apart wil benadrukken of wanneer de zin anders onduidelijk wordt.
Voorbeelden in context
| Zweeds | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Jag försöker att förstå frågan. | Ik probeer de vraag te begrijpen. | Att na försöker is mogelijk. |
| Det är bra att veta. | Dat is goed om te weten. | Nederlands heeft om te, Zweeds alleen att. |
| Hon börjar att springa varje morgon. | Ze begint elke ochtend te hardlopen. | Bij börjar kan att ook weg. |
| Att lära sig svenska tar tid. | Zweeds leren kost tijd. | De infinitiefgroep is het onderwerp. |
| Vi har mycket att göra i dag. | We hebben vandaag veel te doen. | Att göra bepaalt wat er te doen is. |
| Han är redo att gå. | Hij is klaar om te vertrekken. | Att volgt op redo. |
| Barnet lär sig att läsa. | Het kind leert lezen. | Vaste, nuttige combinatie met lära sig. |
| Jag kan inte komma i kväll. | Ik kan vanavond niet komen. | Geen att na kan. |
| Vill du dricka kaffe? | Wil je koffie drinken? | Geen att na vill. |
| Ni måste vänta här. | Jullie moeten hier wachten. | Geen att na måste. |
| Vi brukar äta klockan 18. | We eten gewoonlijk om zes uur. | Brukar krijgt in neutraal standaardtaalgebruik geen att. |
| Hon försöker att inte vakna för sent. | Ze probeert niet te laat wakker te worden. | Inte staat tussen att en de infinitief. |
| Jag kom för att hjälpa dig. | Ik kwam om je te helpen. | För att geeft een doel aan. |
| Det är roligt att laga mat tillsammans. | Het is leuk om samen te koken. | Veelvoorkomend patroon na een beoordeling. |
Veelgemaakte fouten
1. Att gebruiken na een modaal werkwoord
- Onjuist: Jag kan att simma.
- Juist: Jag kan simma.
- Waarom: Na kan, vill, ska, måste, får en bör staat een kale infinitief. Dit lijkt op Nederlands ik kan zwemmen, zonder te.
2. Nederlands om te altijd als för att vertalen
- Onjuist: Det är bra för att veta.
- Juist: Det är bra att veta.
- Waarom: För att drukt meestal een doel uit. In goed om te weten is er geen doelhandeling; het Zweeds gebruikt daarom alleen att.
3. Att vergeten waar de infinitiefgroep nodig is
- Onjuist: Det är svårt förstå.
- Juist: Det är svårt att förstå.
- Waarom: Na een beoordeling als det är svårt leidt att de infinitiefgroep in. Het feit dat Nederlands soms een infinitief zonder hoorbaar te gebruikt, verandert het Zweedse patroon niet.
4. De persoonsvorm na att zetten
- Onjuist: Jag försöker att förstår.
- Juist: Jag försöker att förstå.
- Waarom: Na att komt de infinitief förstå, niet de tegenwoordige tijd förstår. Controleer bij twijfel de woordenboekvorm.
5. Brukar att als neutrale beginnersvorm leren
- Minder geschikt in neutraal standaard-Zweeds: Vi brukar att äta klockan 18.
- Aanbevolen: Vi brukar äta klockan 18.
- Waarom: Hoewel bruka att voorkomt, staat na brukar in hedendaags neutraal taalgebruik meestal een infinitief zonder att. Voor actief gebruik is brukar äta de beste basisvorm.
6. Inte vóór att zetten wanneer alleen de infinitief ontkend wordt
- Andere betekenis: Jag försöker inte att skratta.
- Bedoelde vorm: Jag försöker att inte skratta.
- Waarom: Att inte skratta betekent hier ‘niet lachen’. In de eerste zin ontkent inte in de eerste plaats försöker: ‘ik doe geen poging om te lachen’. In de tweede zin probeer je juist iets, namelijk niet lachen. De positie na att maakt dat betekenisverschil helder.
Gebruiksnotities
In verzorgde schrijftaal is att vaak zichtbaar waar de zin een duidelijke infinitiefgroep bevat. In gesproken Zweeds worden optionele gevallen geregeld zonder att gezegd: försöka förstå en börja jobba klinken heel gewoon. Weglaten mag echter niet overal. Det är viktigt förstå is niet de neutrale standaardvorm; daar blijft att nodig.
Let ook op de uitspraak. De infinitiefmarkeerder att wordt in normale spraak vaak ongeveer als å uitgesproken. Daarnaast bestaat att als onderschikkend voegwoord (een woord dat een bijzin inleidt), vergelijkbaar met Nederlands dat: Jag vet att hon kommer (‘Ik weet dat ze komt’). In die zin volgt hon kommer, met een onderwerp en een persoonsvorm; in Det är kul att komma volgt alleen de infinitief komma. De twee soorten att hebben dus een andere grammaticale taak, ook al worden ze hetzelfde geschreven.
Een nuttige test is daarom te kijken naar wat er direct na att komt:
- att + infinitief: att läsa, att komma, att vara
- att + onderwerp + persoonsvorm: att hon läser, att de kommer, att jag är
Verder dan de basis
De volgende patronen hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.
Infinitief zonder att na waarneming en veroorzaking
Na werkwoorden als se (‘zien’), höra (‘horen’) en låta (‘laten’) kan een lijdend voorwerp staan — wie of wat de handeling ondergaat — gevolgd door een kale infinitief:
- Jag såg henne gå. — Ik zag haar weggaan.
- Vi hörde barnet skratta. — We hoorden het kind lachen.
- Låt honom tala. — Laat hem spreken.
Dit is geen modale constructie, maar het resultaat is hetzelfde: vóór de laatste infinitief staat geen att.
Komma att voor een toekomstige ontwikkeling
De combinatie kommer att + infinitief kan een verwachting of toekomstige ontwikkeling uitdrukken:
- Det kommer att bli bättre. — Het zal beter worden.
- Priserna kommer att stiga. — De prijzen zullen stijgen.
Hier is kommer niet letterlijk ‘komt’ en is att wel nodig. Vergelijk dit met Jag kommer för att hjälpa (‘Ik kom om te helpen’), waar för att een doel aangeeft.
Voltooide en passieve infinitieven
Op hogere niveaus kan na att een langere werkwoordgroep volgen:
- Hon verkar ha glömt mötet. — Ze lijkt de afspraak vergeten te zijn.
- Det är skönt att ha avslutat arbetet. — Het is fijn het werk afgerond te hebben.
- Problemet måste lösas. — Het probleem moet worden opgelost.
- Frågan återstår att lösas. — De kwestie moet nog worden opgelost.
De vorm att ha + supinum kijkt terug op een eerdere handeling. Het supinum is de Zweedse werkwoordsvorm die na ha een afgeronde handeling uitdrukt, zoals avslutat en glömt. Passieve infinitieven op -s, zoals lösas, geven aan dat iets wordt gedaan zonder de handelende persoon centraal te zetten. Na een modaal werkwoord blijft ook bij zo’n passieve infinitief att weg: måste lösas.
Betekenis en onderwerp van de infinitief
Meestal begrijp je uit de hoofdzin wie de infinitiefhandeling uitvoert:
- Jag lovar att komma. — Jag zal komen.
- Jag ber henne att komma. — Hon zal komen.
Bij het tweede voorbeeld bepaalt henne wie moet komen. Zulke verschillen leer je het best samen met het eerste werkwoord: lova att göra något (‘beloven iets te doen’) tegenover be någon att göra något (‘iemand vragen iets te doen’).
Oefentips
- Leer combinaties, geen losse vertalingen. Noteer bijvoorbeeld kan komma, försöka att förstå, redo att gå en för att hjälpa. Zo leer je meteen of att erbij hoort.
- Maak drie versies met hetzelfde werkwoord. Schrijf bijvoorbeeld Jag läser, Jag vill läsa en Det är roligt att läsa. Je oefent dan tegelijk de persoonsvorm, de kale infinitief en de infinitief met att.
- Luister gericht naar att. Let in Zweedse gesprekken op de uitspraak als å en controleer daarna of er een infinitief of een volledige bijzin volgt. Dat helpt je zowel de grammatica als natuurlijke spreektaal te herkennen.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Tegenwoordige tijd en werkwoordgroepen — helpt je de persoonsvorm van de infinitief te onderscheiden.
- Volgende stap: Infinitiefconstructies — bouwt verder met onder meer för att, utan att en i stället för att.
Vereiste kennis
Presens en werkwoordsgroepen in het ZweedsA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Oefen Infinitiv med Att in Zweeds met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Zweeds · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen