Andere voorzetsels in het Italiaans
Altre Preposizioni
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Con betekent meestal ‘met’, su vaak ‘op’ of ‘over’, per onder meer ‘voor’, ‘via’ en ‘gedurende’, en tra/fra ‘tussen’, ‘onder’ of ‘over een bepaalde tijd’. Het Nederlandse woord helpt als eerste aanwijzing, maar bepaalt niet automatisch welk Italiaans voorzetsel je nodig hebt: in treno is bijvoorbeeld ‘met de trein’ en tra dieci minuti is ‘over tien minuten’.
Overzicht
Een voorzetsel is een kort woord dat aangeeft hoe woorden of zinsdelen met elkaar samenhangen. Denk in het Nederlands aan met, op, voor en tussen. In het Italiaans kom je al op A1-niveau vaak con, su, per, tra en fra tegen. Je hebt ze nodig om te zeggen met wie je iets doet, waar iets ligt, voor wie iets bestemd is, welke route je neemt en wanneer iets gebeurt.
De basisbetekenissen zijn overzichtelijk, maar een letterlijke vertaling vanuit het Nederlands werkt niet altijd. ‘Met de bus’ wordt meestal in autobus, terwijl ‘met een pen’ wel con una penna is. Het Nederlandse over kan su zijn bij een onderwerp — un libro su Roma — maar tra bij een toekomstig tijdstip — tra un'ora. Leer daarom niet alleen losse vertalingen, maar ook korte combinaties en hele voorbeeldzinnen.
Er is bovendien een belangrijk vormverschil. Su versmelt met een bepaald lidwoord (een woord als il, lo of la): su + il wordt sul. Con, per, tra en fra blijven in de gewone beginnersregel los van het lidwoord. Verderop lees je welke verkorte vormen van con je toch kunt tegenkomen.
Hoe het werkt
De vier basiskeuzes
| Vorm | Handige Nederlandse richting | Belangrijkste gebruik | Italiaans voorbeeld |
|---|---|---|---|
| con | met | gezelschap, middel of kenmerk | Ceno con Anna. |
| su | op, over | plaats op een oppervlak, onderwerp | Le chiavi sono sul tavolo. |
| per | voor, via, gedurende | bestemming, doel, route of duur | Parto per Napoli. |
| tra / fra | tussen, onder, over | positie of keuze tussen meerdere zaken; tijd vanaf nu | Torno fra un'ora. |
Deze betekenissen vormen de beginnersregel. Eén voorzetsel kan later nog meer functies krijgen, en één Nederlands woord kan afhankelijk van de situatie verschillende Italiaanse vormen vereisen.
Con: samen met iemand of met een middel
Gebruik con voor gezelschap: con mia sorella (‘met mijn zus’), con gli amici (‘met de vrienden’) en con me (‘met mij’). Het kan ook een hulpmiddel, ingrediënt of kenmerk aangeven: scrivere con una matita (‘met een potlood schrijven’), caffè con latte (‘koffie met melk’) en una casa con balcone (‘een huis met balkon’).
Bij persoonlijke voornaamwoorden (korte woorden die naar personen verwijzen) gebruik je de vormen me, te, lui, lei, noi, voi, loro: con me, con te, con loro. Niet con io of con tu.
Let vooral op vervoer. In het Nederlands zeg je ‘met de trein’, ‘met de auto’ en ‘met het vliegtuig’. Het Italiaans gebruikt in neutrale reiszinnen meestal in: in treno, in macchina, in aereo. Wie loopt, gaat a piedi. Con blijft wel logisch als je het voertuig nadrukkelijk als middel noemt of nader bepaalt, maar voor beginners zijn de vaste combinaties met in de veiligste keuze.
Su: op een oppervlak en over een onderwerp
Su geeft vaak aan dat iets zich op of boven een oppervlak bevindt: su un tavolo (‘op een tafel’), sulla parete (‘aan/op de muur’). Het kan ook het onderwerp van een boek, gesprek, film of onderzoek aangeven: un documentario su Venezia (‘een documentaire over Venetië’).
Voor een bepaald lidwoord trekt su samen. Dit heet een geleed voorzetsel: een voorzetsel en lidwoord worden één woord.
| Voorzetsel | Lidwoord | Samen | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|---|---|
| su | il | sul | sul tavolo | op de tafel |
| su | lo | sullo | sullo scaffale | op de plank |
| su | la | sulla | sulla sedia | op de stoel |
| su | l' | sull' | sull'autobus | in/op de bus |
| su | i | sui | sui libri | op/over de boeken |
| su | gli | sugli | sugli studenti | over de studenten |
| su | le | sulle | sulle montagne | op/over de bergen |
Voor een onbepaald lidwoord blijft alles los: su un tavolo, su una rivista. Vertaal Nederlands op niet automatisch met su. Je bent bijvoorbeeld a scuola (‘op school’), in ufficio (‘op kantoor’) en in vacanza (‘op vakantie’). Zulke plaatscombinaties leer je het best als één geheel.
Per: voor, met een doel, via of gedurende
Per heeft meerdere veelvoorkomende functies:
- bestemming of ontvanger: un messaggio per Luca (‘een bericht voor Luca’);
- reisbestemming: il treno per Firenze (‘de trein naar Florence’);
- doel: Studio per imparare (‘Ik studeer om te leren’);
- route of doorgang: Passiamo per il centro (‘We gaan via het centrum’);
- duur met een begin en einde: Ho studiato per due ore (‘Ik heb twee uur lang gestudeerd’).
Bij een doel staat na per vaak een infinitief, de hele werkwoordsvorm die in het Nederlands meestal op -en eindigt: per mangiare (‘om te eten’), per capire (‘om te begrijpen’). Voor een lidwoord blijft per los: per il lavoro, per la famiglia, per gli studenti.
Het Nederlandse voor kan misleiden. Een cadeau voor iemand is per qualcuno, maar ‘ik woon hier al drie jaar’ is Abito qui da tre anni. Een uiterste termijn wordt meestal met entro uitgedrukt: entro venerdì (‘uiterlijk vrijdag’). En het Nederlandse ‘door’ in een passieve zin — ‘geschreven door Dante’ — is Italiaans da: scritto da Dante, niet per Dante.
Tra en fra: dezelfde betekenis
Tra en fra zijn grammaticaal gelijk. Beide betekenen ‘tussen’ bij twee of meer duidelijk onderscheiden elementen en ‘onder’ binnen een groep:
- tra Roma e Napoli — tussen Rome en Napels;
- fra amici — onder vrienden;
- scegliere tra due opzioni — tussen twee opties kiezen.
Ze geven ook aan hoeveel tijd er vanaf nu verstrijkt voordat iets gebeurt: tra cinque minuti (‘over vijf minuten’), fra due settimane (‘over twee weken’). In deze betekenis kijk je vooruit vanaf het spreekmoment.
De keuze tussen tra en fra verandert de betekenis niet. Italianen kiezen soms de vorm die prettiger klinkt en vermijden zo herhaling van dezelfde klank: vaak tra fratelli in plaats van fra fratelli, en fra tre giorni in plaats van tra tre giorni. Dit is een voorkeur, geen harde grammaticaregel.
Tijd: tra, per, da of entro?
Voor Nederlandstaligen is dit onderscheid bijzonder nuttig, omdat over, voor, al en binnen gemakkelijk door elkaar gaan lopen.
| Bedoeling | Italiaans | Nederlands | Wat telt? |
|---|---|---|---|
| tijd vanaf nu tot een gebeurtenis | Parto tra due ore. | Ik vertrek over twee uur. | toekomstig startpunt |
| duur van een afgeronde of begrensde handeling | Ho letto per due ore. | Ik heb twee uur lang gelezen. | tijdsduur |
| handeling begon eerder en duurt nog voort | Leggo da due ore. | Ik lees al twee uur. | begin in het verleden |
| uiterste termijn | Finisco entro due ore. | Ik ben binnen twee uur klaar. | niet later dan dat moment |
Tra due ore zegt dus wanneer iets gebeurt; per due ore zegt hoelang iets duurt. Finisco tra due ore betekent dat je over twee uur klaar bent. Finisco entro due ore belooft dat het uiterlijk dan klaar is, misschien eerder.
Voorbeelden in context
| Italiaans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Vado con Marco. | Ik ga met Marco. | gezelschap |
| Scrivo con una penna blu. | Ik schrijf met een blauwe pen. | hulpmiddel |
| Vuoi venire con me? | Wil je met me meegaan? | me na een voorzetsel |
| Prendo il caffè con il latte. | Ik drink koffie met melk. | ingrediënt |
| Il libro è sul tavolo. | Het boek ligt op tafel. | su + il = sul |
| C'è una foto sulla parete. | Er hangt een foto aan de muur. | su + la = sulla |
| Leggo un articolo sulla cucina siciliana. | Ik lees een artikel over de Siciliaanse keuken. | onderwerp |
| Questo regalo è per te. | Dit cadeau is voor jou. | ontvanger |
| C'è un autobus per il centro? | Is er een bus naar het centrum? | bestemming |
| Siamo qui per aiutarti. | We zijn hier om je te helpen. | doel, per + infinitief |
| Passiamo per Bologna. | We reizen via Bologna. | route |
| Ho lavorato per tre ore. | Ik heb drie uur lang gewerkt. | begrensde duur |
| Il bar è tra la banca e la farmacia. | De bar ligt tussen de bank en de apotheek. | plaats tussen twee punten |
| È una decisione fra amici. | Het is een beslissing onder vrienden. | binnen een groep |
| Arrivo tra dieci minuti. | Ik kom over tien minuten aan. | tijd vanaf nu |
Veelgemaakte fouten
Su en het lidwoord los schrijven
- Onjuist: Il telefono è su il tavolo.
- Juist: Il telefono è sul tavolo.
- Waarom: Su versmelt met een bepaald lidwoord: su + il = sul. Bij een onbepaald lidwoord schrijf je wel su un tavolo.
Con gebruiken bij elke Nederlandse combinatie met ‘met’
- Onjuist: Vado a Roma con treno.
- Juist: Vado a Roma in treno.
- Waarom: Voor de gebruikelijke manier van reizen gebruikt het Italiaans meestal in treno, in macchina en in aereo. Leer deze als vaste combinaties.
De onderwerpsvorm na een voorzetsel zetten
- Onjuist: Questo è per tu.
- Juist: Questo è per te.
- Waarom: Na een voorzetsel staan me en te, niet de onderwerpsvormen io en tu. Hetzelfde geldt in con te en tra me e te.
Per en tra verwisselen bij tijd
- Onjuist: Arrivo per dieci minuti. als je ‘Ik kom over tien minuten aan’ bedoelt.
- Juist: Arrivo tra dieci minuti.
- Waarom: Tra/fra geeft het tijdstip vanaf nu aan. Per dieci minuti beschrijft een duur van tien minuten.
Nederlands ‘over’ altijd met su vertalen
- Onjuist: Arrivo su dieci minuti.
- Juist: Arrivo tra dieci minuti.
- Waarom: Su betekent ‘over’ bij een onderwerp, zoals un libro su Verdi. Bij tijd vanaf nu gebruik je tra of fra.
Per gebruiken voor de maker van een passieve handeling
- Onjuist: La Divina Commedia è scritta per Dante. als je de schrijver bedoelt.
- Juist: La Divina Commedia è scritta da Dante.
- Waarom: Per Dante betekent hier eerder ‘voor Dante’ of ‘volgens Dante’. De uitvoerder in een passieve constructie wordt met da ingeleid.
Gebruiksnotities
Lidwoorden en verkorte vormen
Bij su zijn sul, sullo, sulla, sull', sui, sugli en sulle gewone, noodzakelijke vormen wanneer er een bepaald lidwoord volgt. Per, tra en fra trekken in het moderne Italiaans niet samen: per il, tra gli, fra le.
Bij con hoor en lees je zowel con il als col, en zowel con i als coi. Col en coi zijn heel normaal, maar con il en con i zijn voor een beginner altijd veilige keuzes. Andere oudere samentrekkingen, zoals colla en cogli, komen nog voor maar klinken vaak literair, regionaal of ouderwets. Je hoeft ze op A1-niveau niet zelf te gebruiken.
Het voorzetsel hoort vaak bij een vaste combinatie
De situatie bepaalt niet altijd zelfstandig het voorzetsel; een werkwoord of uitdrukking kan een vaste keuze vereisen. Je zegt bijvoorbeeld parlare con qualcuno (‘met iemand praten’), contare su qualcuno (‘op iemand rekenen’) en partire per Milano (‘naar Milaan vertrekken’). Noteer zulke combinaties samen. Dat voorkomt dat je bij ieder voorzetsel opnieuw vanuit het Nederlands probeert te vertalen.
Tra en fra in gesproken en geschreven taal
Beide vormen zijn neutraal en bruikbaar in zowel gesprekken als verzorgde schrijftaal. De ene vorm is niet beleefder of correcter dan de andere. Klank, persoonlijke voorkeur en een vaste uitdrukking bepalen meestal de keuze.
Verder dan de basis
De volgende toepassingen hoef je nog niet actief te beheersen op A1-niveau, maar je zult ze later regelmatig zien.
Su kan een benadering aangeven bij aantallen, leeftijden en prijzen: costa sui venti euro betekent ‘het kost ongeveer twintig euro’, en un uomo sui quarant'anni is ‘een man van rond de veertig’. Het gelede voorzetsel blijft hier zichtbaar: sui venti euro, sulla quarantina.
Per heeft ook abstractere functies. Het kan een reden of aanleiding aangeven (tremare per la paura, ‘trillen van angst’), een ruilwaarde (tre biglietti per trenta euro) of een perspectief (per me, ‘wat mij betreft’) uitdrukken. In Per me, va bene betekent per me dus niet alleen ‘voor mij bestemd’, maar ‘wat mij betreft’.
Tra/fra komt voor in vergelijkingen en groepsaanduidingen: uno dei migliori fra i giovani musicisti (‘een van de besten onder de jonge musici’). In tra di noi kan het zowel om een onderlinge relatie als om vertrouwelijkheid gaan: Tra di noi, non è una buona idea betekent ongeveer ‘onder ons gezegd, het is geen goed idee’.
Sommige combinaties krijgen een betekenis die je niet woord voor woord kunt voorspellen. Essere su tutte le furie betekent bijvoorbeeld ‘woedend zijn’, terwijl fare per in Questo corso fa per te betekent dat iets geschikt voor je is. Behandel zulke uitdrukkingen als woordenschat: onthoud de hele combinatie, niet alleen het voorzetsel.
Oefentips
- Maak vier persoonlijke reeksen. Schrijf drie zinnen met elk voorzetsel: met wie je iets doet (con), waarover je leest (su), waarvoor je spaart (per) en wat je binnenkort gaat doen (tra/fra).
- Oefen tijd als contrast. Maak met hetzelfde getal vier zinnen: tra due ore, per due ore, da due ore en entro due ore. Leg daarna hardop in het Nederlands uit wat het verschil is.
- Leer combinaties, geen losse woorden. Zet op je kaartjes bijvoorbeeld in treno, sul tavolo, per te, parlare con en tra dieci minuti. Zo train je meteen de keuze die in een echte zin nodig is.
Verwante onderwerpen
- Eerst of ter herhaling: Veelvoorkomende voorzetsels — a, di, da en in vullen de basisvoorzetsels in dit artikel aan.
- Logische volgende stap: Gelede voorzetsels — leer systematisch hoe onder meer su met Italiaanse bepaalde lidwoorden versmelt.
Meer A1-concepten
Oefen Altre Preposizioni in Italiaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Italiaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen