B2

Deelwoorden in het Fins

Partisiipit

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Fins op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Een Fins deelwoord (partisiippi) is een werkwoordsvorm die vaak als een bijvoeglijk naamwoord bij een zelfstandig naamwoord staat. De vier centrale vormen zijn actief tegenwoordig (puhuva, ‘die spreekt’), actief verleden (puhunut, ‘die heeft gesproken’), passief tegenwoordig (puhuttava, ‘die gesproken moet of kan worden’) en passief verleden (puhuttu, ‘die gesproken is’). Net als gewone Finse bijvoeglijke naamwoorden krijgen ze naamvalsuitgangen en passen ze zich aan enkelvoud of meervoud aan.

Overzicht

Een deelwoord is een vorm die eigenschappen van een werkwoord en een bijvoeglijk naamwoord combineert. Het houdt de betekenis van een handeling, maar kan een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, ding of begrip) nader bepalen: puhuva mies is letterlijk ‘een sprekende man’, natuurlijker Nederlands vaak ‘een man die spreekt’. In het Nederlands bestaan vormen als sprekend, gesproken en gebouwd, maar het Fins gebruikt deelwoorden veel ruimer en verbuigt ze bovendien.

Dit onderwerp hoort bij B2, omdat je verschillende tijds- en rolverschillen tegelijk moet herkennen. Actief betekent hier dat het beschreven woord zelf de handeling uitvoert; passief betekent dat het beschreven woord de handeling ondergaat. Bij de tegenwoordige vormen is de handeling bezig, herhaald, mogelijk of nog uit te voeren. Bij de verleden vormen is zij eerder gebeurd of voltooid.

De vorm puhunut ken je mogelijk al uit het perfectum: hän on puhunut (‘hij/zij heeft gesproken’). In dit artikel gaat het vooral om dezelfde vorm als bepaling bij een zelfstandig naamwoord en om de drie andere hoofdtypen.

Hoe het werkt

De vier hoofdvormen

Rol en tijd Typische uitgang Voorbeeld Kernbetekenis
actief tegenwoordig -va/-vä puhuva mies een man die spreekt
actief verleden -nut/-nyt puhunut mies een man die heeft gesproken
passief tegenwoordig -tava/-tävä, vaak -ttava/-ttävä luettava kirja een boek dat gelezen wordt/moet worden
passief verleden -tu/-ty, vaak -ttu/-tty luettu kirja een boek dat gelezen is

De keuze tussen a en ä, en tussen u en y, volgt de Finse klinkerharmonie. De precieze stam kan veranderen. Leer een nieuw werkwoord daarom liefst samen met zijn deelwoordvormen, zeker bij onregelmatige of sterk veranderende stammen.

Actief tegenwoordig: -va/-vä

Het actieve tegenwoordige deelwoord beschrijft iemand of iets dat de handeling zelf uitvoert. Je vormt het doorgaans van de tegenwoordige werkwoordstam en voegt -va/-vä toe. Een handige controle is de derde persoon meervoud van de tegenwoordige tijd: verwijder de slot-t.

Werkwoord Zij-vorm Deelwoord Betekenis
puhua he puhuvat puhuva sprekend; die spreekt
lukea he lukevat lukeva lezend; die leest
tehdä he tekevät tekevä doend; die doet
syödä he syövät syövä etend; die eet

De vorm drukt niet uitsluitend uit wat precies op dit moment gebeurt. Suomessa asuva opiskelija kan ‘een student die in Finland woont’ betekenen: een durende toestand. Hyvin toimiva kone is ‘een goed werkende machine’: een kenmerk.

Actief verleden: -nut/-nyt

Het actieve verleden deelwoord zegt dat het beschreven woord de handeling zelf eerder heeft verricht of een verandering heeft doorgemaakt.

Werkwoord Deelwoord Voorbeeld
puhua puhunut puhunut vieras — een gast die gesproken heeft
lukea lukenut kirjan lukenut opiskelija — een student die het boek heeft gelezen
tulla tullut myöhään tullut juna — een trein die laat is aangekomen
syödä syönyt jo syönyt lapsi — een kind dat al heeft gegeten

De uitgang verandert in het meervoud en vóór veel naamvalsuitgangen. Vergelijk:

Vorm Voorbeeld Betekenis
nominatief enkelvoud puhunut ihminen iemand die gesproken heeft
nominatief meervoud puhuneet ihmiset mensen die gesproken hebben
genitief enkelvoud puhuneen ihmisen van iemand die gesproken heeft
partitief meervoud puhuneita ihmisiä mensen die gesproken hebben (onbepaalde hoeveelheid)

De naamval is de vorm die de taak van een woord in de zin aangeeft. Het Nederlands gebruikt daarvoor vaak woordvolgorde of een voorzetsel; het Fins meestal een uitgang.

Passief tegenwoordig: -tava/-tävä

Het passieve tegenwoordige deelwoord beschrijft iets waarop de handeling gericht is. De vorm wordt afgeleid van de passieve stam; daardoor zie je onder meer -tava/-tävä of -ttava/-ttävä.

Werkwoord Deelwoord Mogelijke betekenis
lukea luettava te lezen; leesbaar; dat gelezen moet worden
syödä syötävä eetbaar; dat gegeten moet/kan worden
maksaa maksettava te betalen; dat betaald moet worden
puhua puhuttava te bespreken; waarover gesproken moet worden

De context bepaalt de precieze Nederlandse vertaling. Syötävä omena kan een appel zijn die geschikt is om te eten. In Lasku on maksettava tänään drukt dezelfde soort vorm noodzaak uit: ‘De rekening moet vandaag worden betaald.’ Zet dus niet automatisch overal ‘wordend’ voor.

Passief verleden: -tu/-ty

Het passieve verleden deelwoord beschrijft iets dat de handeling heeft ondergaan. Het resultaat of de voltooide handeling staat centraal.

Werkwoord Deelwoord Voorbeeld
lukea luettu luettu kirja — een gelezen boek
syödä syöty syöty ateria — een opgegeten maaltijd
rakentaa rakennettu rakennettu talo — een gebouwd huis
kirjoittaa kirjoitettu kirjoitettu viesti — een geschreven bericht

Ook deze vorm verbuigt: rakennetussa talossa betekent ‘in het gebouwde huis’ en luetuista kirjoista ‘uit/over de gelezen boeken’, afhankelijk van de zin.

Deelwoord en zelfstandig naamwoord verbuigen samen

Een deelwoord vóór een zelfstandig naamwoord gedraagt zich in grote lijnen als een bijvoeglijk naamwoord. Beide woorden krijgen een vorm die past bij getal en naamval.

Basisgroep Andere vorm Betekenis
puhuva mies puhuvan miehen de sprekende man / van de sprekende man
luettu kirja luetussa kirjassa in het gelezen boek
rakennettu talo rakennetuissa taloissa in de gebouwde huizen
myöhästynyt juna myöhästyneet junat de vertraagde treinen

Dat is een belangrijk verschil met het Nederlands. In ‘in het gebouwde huis’ verandert gebouwde niet door het voorzetsel in. In het Fins dragen rakennetussa én talossa de inessiefuitgang -ssa, die ‘in’ uitdrukt.

Voorbeelden in context

Fins Nederlands Opmerking
Kadulla laulava nainen on naapurini. De vrouw die op straat zingt, is mijn buurvrouw. Actief tegenwoordig: de vrouw zingt zelf.
Etsimme suomea puhuvaa opasta. We zoeken een gids die Fins spreekt. Puhuvaa staat in de partitief.
Tässä on hyvin toimiva ratkaisu. Hier is een oplossing die goed werkt. Een blijvende eigenschap, niet alleen dit moment.
Kokoukseen tullut mies istui ikkunan vieressä. De man die naar de vergadering was gekomen, zat bij het raam. Actief verleden: de man kwam zelf.
Kirjan lukenut opiskelija vastasi nopeasti. De student die het boek had gelezen, antwoordde snel. Het lijdend voorwerp kirjan staat vóór het deelwoord.
Pilaantuneet marjat heitettiin pois. De bedorven bessen werden weggegooid. Meervoud van pilaantunut.
Minulla on paljon luettavia kirjoja. Ik heb veel boeken te lezen. Passief tegenwoordig: de boeken moeten/kunnen gelezen worden.
Tämä omena on vielä syötävä. Deze appel is nog eetbaar. Mogelijkheid of geschiktheid.
Hakemus on lähetettävä huomenna. De aanvraag moet morgen worden verstuurd. Noodzaak in een onpersoonlijke constructie.
Pöydällä oli luettu kirja. Op tafel lag een gelezen boek. Passief verleden: het boek is gelezen.
Asumme viime vuonna rakennetussa talossa. We wonen in een huis dat vorig jaar is gebouwd. Rakennetussa en talossa staan beide in de inessief.
Kaikki tehtävät on nyt tehty. Alle opdrachten zijn nu gedaan. Tehty vormt met on een voltooide passieve constructie.
En ymmärtänyt nopeasti puhuttua suomea. Ik begreep het snel gesproken Fins niet. Puhuttua bepaalt suomea en staat in de partitief.

Veelgemaakte fouten

Actief en passief verwisselen

  • Fout: kirjaa lukeva opiskelija gebruiken voor ‘een boek dat wordt gelezen’.
  • Goed: luettava kirja of, na voltooiing, luettu kirja.
  • Waarom: Lukeva opiskelija beschrijft de uitvoerder: de student leest. Het boek ondergaat de handeling en vraagt dus om een passieve vorm.

Alleen naar tegenwoordige of verleden tijd kijken

  • Fout: puhuva mies vertalen als ‘de gesproken man’ omdat puhua ‘spreken’ betekent.
  • Goed: ‘de man die spreekt’.
  • Waarom: Controleer eerst de rol. Bij -va/-vä voert het beschreven woord de handeling zelf uit.

Het passieve tegenwoordige deelwoord te letterlijk vertalen

  • Fout: Lasku on maksettava weergeven als ‘de rekening is betalend’.
  • Goed: ‘De rekening moet worden betaald.’
  • Waarom: De constructie on + passief tegenwoordig deelwoord drukt vaak verplichting of noodzaak uit.

De verbuiging vergeten

  • Fout: rakennettu talossa.
  • Goed: rakennetussa talossa (‘in het gebouwde huis’).
  • Waarom: Een deelwoord dat als bijvoeglijke bepaling staat, krijgt doorgaans dezelfde naamval en hetzelfde getal als het zelfstandig naamwoord.

-nut/-nyt onveranderd laten in het meervoud

  • Fout: tullut vieraat.
  • Goed: tulleet vieraat (‘de gasten die zijn gekomen’).
  • Waarom: De nominatief meervoud van dit deelwoord eindigt op -neet; ook vóór naamvalsuitgangen verschijnt meestal de stam -nee-.

Nederlandse woordvolgorde kopiëren

  • Fout idee: elk Nederlands betrekkelijk zinnetje woord voor woord vóór het Finse zelfstandig naamwoord zetten.
  • Goed: kirjan lukenut opiskelija (‘de student die het boek heeft gelezen’).
  • Waarom: In een Finse deelwoordgroep staan aanvullingen zoals kirjan vóór lukenut. Een betrekkelijke bijzin met joka is soms duidelijker als de groep te zwaar wordt.

Gebruiksnotities

Finse deelwoorden komen veel voor in geschreven taal, nieuws, instructies en formele mededelingen. Ze maken een zin compact: viime vuonna rakennettu talo bundelt wat in het Nederlands meestal een bijzin wordt, ‘een huis dat vorig jaar is gebouwd’. Ook in gewone spreektaal zijn korte combinaties als toimiva ratkaisu, syötävä ruoka en kadonnut avain heel normaal.

Toch is de compactste vorm niet altijd de natuurlijkste. Bij veel aanvullingen kan een betrekkelijke bijzin met joka (‘die/dat’) makkelijker te begrijpen zijn. Vergelijk mies, joka tuli eilen Helsingistä met eilen Helsingistä tullut mies. Beide zijn correct; de tweede versie presenteert de hele informatie als één bepaling vóór mies.

Let bij -tava/-tävä vooral op de context. De vorm kan geschiktheid (syötävä ‘eetbaar’), mogelijkheid (luettava teksti ‘een leesbare/te lezen tekst’) of noodzaak uitdrukken (on tehtävä ‘moet worden gedaan’). Het Nederlands gebruikt voor die betekenissen verschillende constructies, terwijl het Fins dezelfde deelwoordvorm inzet.

Sommige deelwoorden zijn zo gewoon geworden dat ze bijna als zelfstandige bijvoeglijke naamwoorden of zelfstandige naamwoorden functioneren. Kiinnostava betekent ‘interessant’, letterlijk iets dat interesse wekt; syötävä kan zelfstandig ‘iets eetbaars’ betekenen. Je hoeft bij zulke vaste woorden niet telkens bewust een volledige werkwoordelijke constructie te reconstrueren.

Verder dan de basis

Deelwoordgroepen vervangen betrekkelijke bijzinnen

Een deelwoordgroep kan meestal worden uitgepakt tot een zin met joka:

  • Suomessa asuva ystäväniystäväni, joka asuu Suomessa (‘mijn vriend(in) die in Finland woont’)
  • eilen saapunut junajuna, joka saapui eilen (‘de trein die gisteren aankwam’)
  • korjattu tietokonetietokone, joka on korjattu (‘de computer die gerepareerd is’)

De compacte vorm legt de nadruk op het zelfstandig naamwoord en is typerend voor verzorgde geschreven taal. De bijzin geeft meer ruimte en klinkt vaak makkelijker wanneer er veel informatie volgt.

Het voorwerp in een actieve deelwoordgroep

In kirjan lukenut opiskelija is opiskelija de uitvoerder en kirjan het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). De naamval van dat voorwerp volgt grotendeels dezelfde regels als in een gewone zin: voltooid en begrensd kirjan, maar bij een onvoltooide of ontkennende handeling vaak partitief. Dit maakt lange deelwoordgroepen krachtig, maar ook gevoelig voor fouten.

Ontkennende vormen op -maton/-mätön

Het Fins kan met -maton/-mätön aangeven dat een handeling niet is verricht of dat iets een eigenschap mist: lukematon kirja (‘een ongelezen boek’), maksamaton lasku (‘een onbetaalde rekening’), tuntematon henkilö (‘een onbekende persoon’). Deze vormen verbuigen als bijvoeglijke naamwoorden: lukemattomassa kirjassa. Ze sluiten inhoudelijk aan bij de deelwoorden, maar hebben hun eigen vormingspatroon.

Andere deelwoorden

Naast de vier vormen uit dit artikel heeft het Fins onder meer het agentdeelwoord op -ma/-mä, waarmee de uitvoerder expliciet kan worden genoemd, zoals in opettajan kirjoittama kirja (‘het door de leraar geschreven boek’). Dat systeem verdient een aparte behandeling, omdat bezitsuitgangen en de vorm van de uitvoerder daarbij een rol spelen. Ook de referatieve vorm op -van/-vän wordt gebruikt in constructies die weergeven wat iemand zegt, denkt of waarneemt.

Oefentips

  1. Maak viertallen. Kies dagelijks vijf werkwoorden en noteer de vier vormen, bijvoorbeeld puhuva – puhunut – puhuttava – puhuttu. Voeg bij elke vorm een passend zelfstandig naamwoord toe.
  2. Stel twee vragen bij elk voorbeeld: voert het beschreven woord de handeling uit of ondergaat het die? Is de handeling gelijktijdig/nog te doen, of al voltooid? Zo kies je systematisch tussen actief/passief en tegenwoordig/verleden.
  3. Bouw bijzinnen om. Verander mies, joka puhuu suomea in suomea puhuva mies. Doe daarna het omgekeerde. Oefen pas vervolgens met naamvallen, bijvoorbeeld suomea puhuvan miehen kanssa (‘met de man die Fins spreekt’).

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

De perfekti in het FinsA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Partisiipit in Fins met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Fins · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen