Regelmatige -IR-werkwoorden in het Portugees
Verbos Regulares em -IR
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.
In het kort
Bij een regelmatig Portugees werkwoord op -ir haal je in de tegenwoordige tijd -ir van de infinitief (de woordenboekvorm) af. Aan de stam voeg je vervolgens -o, -es, -e, -imos, -is of -em toe: partir wordt parto, partes, parte, partimos, partis, partem. In het dagelijks taalgebruik heb je vooral de vormen met eu, tu/você, ele/ela, nós en vocês/eles/elas nodig.
Overzicht
Werkwoorden op -ir vormen een van de drie hoofdgroepen van Portugese werkwoorden. De andere twee eindigen op -ar en -er. Tot de regelmatige -ir-groep behoren nuttige werkwoorden als abrir (openen), partir (vertrekken), assistir (kijken naar of bijwonen), decidir (beslissen), dividir (verdelen), permitir (toestaan) en insistir (aandringen).
Dit patroon leer je al op A1-niveau, omdat je ermee kunt vertellen wat iemand nu doet, gewoonlijk doet of binnenkort volgens een planning doet. De presente do indicativo is de gewone tegenwoordige tijd: Abro a loja às nove kan zowel ‘Ik open de winkel om negen uur’ als ‘Ik doe de winkel om negen uur open’ betekenen.
Voor Nederlandstaligen zijn er twee belangrijke verschillen. Ten eerste heeft het Portugees voor meer personen een herkenbare uitgang dan het Nederlands. Ten tweede wordt het onderwerp (wie de handeling uitvoert) vaak weggelaten wanneer de werkwoordsvorm al duidelijk genoeg is: Partimos amanhã betekent zonder nós gewoon ‘We vertrekken morgen’. Let wel op: niet ieder werkwoord dat toevallig op -ir eindigt, volgt dit regelmatige patroon.
Zo werkt het
Stap 1: bepaal de stam
De stam is wat overblijft wanneer je -ir van de infinitief verwijdert:
| Infinitief | Betekenis | Stam |
|---|---|---|
| partir | vertrekken | part- |
| abrir | openen | abr- |
| assistir | kijken naar; bijwonen | assist- |
| decidir | beslissen | decid- |
Stap 2: voeg de persoonsuitgang toe
Het onderwerp bepaalt welke uitgang je nodig hebt. Een persoonsvorm is een werkwoordsvorm die bij dat onderwerp past.
| Persoon | Voornaamwoord | Uitgang | partir | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|---|---|
| eerste persoon enkelvoud | eu | -o | parto | ik vertrek |
| tweede persoon enkelvoud | tu | -es | partes | jij vertrekt |
| derde persoon enkelvoud | ele, ela, você | -e | parte | hij/zij vertrekt; u/jij vertrekt |
| eerste persoon meervoud | nós | -imos | partimos | wij vertrekken |
| tweede persoon meervoud | vós | -is | partis | jullie vertrekken |
| derde persoon meervoud | eles, elas, vocês | -em | partem | zij vertrekken; jullie vertrekken |
Dezelfde uitgangen passen zonder verdere verandering achter de stam van een regelmatig werkwoord:
| Persoon | abrir | assistir | decidir |
|---|---|---|---|
| eu | abro | assisto | decido |
| tu | abres | assistes | decides |
| ele, ela, você | abre | assiste | decide |
| nós | abrimos | assistimos | decidimos |
| vós | abris | assistis | decidis |
| eles, elas, vocês | abrem | assistem | decidem |
Een handige geheugensteun is dat de enkelvoudsvormen sterk lijken op die van regelmatige werkwoorden op -er: -o, -es, -e. Het duidelijke verschil zit bij nós en vós: -ir-werkwoorden hebben -imos en -is, bijvoorbeeld partimos en partis.
Het onderwerp kan vaak weg
Omdat parto, partes en partimos elk al naar een bepaalde persoon verwijzen, klinkt een zin zonder persoonlijk voornaamwoord vaak natuurlijk:
- Abro a janela. — Ik open het raam.
- Partimos às oito. — We vertrekken om acht uur.
- Decidem hoje. — Ze beslissen vandaag.
Een voornaamwoord is wel nuttig voor nadruk of tegenstelling: Eu abro a porta, tu abres a janela (‘Ik open de deur, jij opent het raam’). Bij abre en abrem kan het onderwerp bovendien nodig zijn als de context niet duidelijk maakt of het om ele, ela, você, eles, elas of vocês gaat.
Tu, você, vós en vocês
De keuze van de aanspreekvorm verschilt per land en regio, maar de grammaticale koppeling is eenvoudig:
- tu krijgt in de standaardtaal de tweede persoon enkelvoud: tu abres;
- você krijgt de derde persoon enkelvoud: você abre;
- vós krijgt de tweede persoon meervoud: vós abris;
- vocês krijgt de derde persoon meervoud: vocês abrem.
In Portugal is tu heel gebruikelijk in informele contacten en gebruikt men meestal vocês voor meer dan één persoon. Vós komt nog regionaal, plechtig en in religieuze taal voor, maar is in gewone gesprekken beperkt. In Brazilië is você in veel regio’s de gebruikelijke enkelvoudige aanspreekvorm; elders is ook tu gangbaar. In informele Braziliaanse spreektaal hoor je bij tu soms een derde-persoonsvorm, maar als beginner kun je het best eerst het standaardpatroon tu abres leren.
Wat drukt de tegenwoordige tijd uit?
De Portugese tegenwoordige tijd dekt meerdere Nederlandse formuleringen:
- wat nu gebeurt: Abro a porta agora. — Ik open nu de deur.
- een gewoonte: Assistimos ao jornal todas as noites. — We kijken elke avond naar het journaal.
- een algemeen feit: A loja abre às nove. — De winkel gaat om negen uur open.
- een geplande nabije handeling: Parto amanhã. — Ik vertrek morgen.
Het Nederlands kan voor een handeling die nu bezig is ‘aan het + infinitief’ gebruiken. Het Portugees kan daarvoor gewoon de tegenwoordige tijd nemen, maar gebruikt ook aparte duurconstructies. Die hoef je voor dit vervoegingspatroon nog niet te beheersen.
Voorbeelden in context
| Portugees | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Eu parto amanhã. | Ik vertrek morgen. | Geplande nabije handeling |
| Tu abres a porta. | Jij opent de deur. | Standaardvorm bij tu |
| Ele assiste ao jogo. | Hij kijkt naar de wedstrijd. | Assistir a wordt hier assistir ao |
| Nós decidimos ir. | Wij besluiten te gaan. | Na decidir kan een infinitief volgen |
| Abro as janelas todas as manhãs. | Ik open elke ochtend de ramen. | Gewoonte; eu is weggelaten |
| Você permite animais no apartamento? | Staat u dieren toe in het appartement? | Você gebruikt de derde persoon |
| A sessão começa quando eles abrem as portas. | De bijeenkomst begint wanneer zij de deuren openen. | Derde persoon meervoud |
| Assistimos ao filme em casa. | We kijken thuis naar de film. | Nós blijkt uit assistimos |
| A Ana divide o bolo com os amigos. | Ana deelt de taart met haar vrienden. | Regelmatige vorm divide |
| Vocês partem no sábado? | Vertrekken jullie zaterdag? | Vocês gebruikt de derde persoon meervoud |
| Insisto neste ponto porque é importante. | Ik dring op dit punt aan omdat het belangrijk is. | Regelmatige ik-vorm op -o |
| Os pais permitem que as crianças brinquem aqui. | De ouders staan toe dat de kinderen hier spelen. | Permitem heeft de uitgang -em |
| Ela decide tudo com calma. | Zij beslist alles rustig. | Derde persoon enkelvoud |
Veelgemaakte fouten
1. De infinitief als persoonsvorm gebruiken
- Fout: Eu abrir a janela.
- Goed: Eu abro a janela.
- Waarom: Abrir is de infinitief ‘openen’. Bij eu moet de uitgang -o achter de stam: abr-o.
In het Nederlands zijn ‘wij openen’ en de infinitief ‘openen’ gelijk van vorm. Die Nederlandse gewoonte kun je niet overnemen: Portugees nós abrimos heeft een eigen uitgang.
2. De -er-uitgang bij nós kiezen
- Fout: Nós decidemos hoje.
- Goed: Nós decidimos hoje.
- Waarom: Een -ir-werkwoord krijgt bij nós -imos. De uitgang -emos hoort bij regelmatige -er-werkwoorden.
3. Você vervoegen alsof het tu is
- Fout: Você abres a loja?
- Goed: Você abre a loja?
- Waarom: Você verwijst naar de aangesproken persoon, maar neemt grammaticaal de derde persoon enkelvoud. Gebruik dus dezelfde vorm als bij ele en ela.
4. Vocês combineren met de vorm op -is
- Fout: Vocês partis amanhã?
- Goed: Vocês partem amanhã?
- Waarom: -is hoort bij vós. Het veel gebruikelijkere vocês vraagt de derde persoon meervoud op -em.
5. Aannemen dat elk werkwoord op -ir regelmatig is
- Fout: Eu iro ao mercado.
- Goed: Eu vou ao mercado.
- Waarom: Ir (‘gaan’) eindigt wel op -ir, maar is sterk onregelmatig. Ook veelgebruikte werkwoorden als sair (saio), ouvir (ouço), pedir (peço) en dormir (durmo) wijken in een of meer vormen af. Leer zulke werkwoorden als een apart patroon.
6. De vaste verbinding bij assistir vergeten
- Minder verzorgd in de standaardtaal: Ele assiste o jogo.
- Standaardvorm: Ele assiste ao jogo.
- Waarom: In de betekenis ‘kijken naar’ of ‘bijwonen’ wordt assistir in de verzorgde standaardtaal doorgaans verbonden met a. A + o wordt ao. In informeel Braziliaans Portugees komt assistir o jogo veel voor; in Portugal en in formele teksten is assistir ao jogo een veilige keuze.
Gebruiksnotities
Persoonsvormen verschillen per regio, het patroon niet
Je hoeft niet alle aanspreekvormen even vaak zelf te gebruiken. Richt je bij Europees Portugees eerst op tu, você/o senhor/a senhora, nós en vocês. Voor Braziliaans Portugees zijn você/vocês onmisbaar, terwijl de plaats van tu regionaal verschilt. Herken vós en de uitgang -is, ook als je ze zelf zelden nodig hebt.
De beleefde Portugese aanspreekvorm werkt anders dan Nederlands u. Er is geen aparte beleefdheidsuitgang: você, o senhor en a senhora krijgen allemaal de derde persoon enkelvoud, bijvoorbeeld A senhora decide en O senhor parte amanhã? Welke aanspreekvorm sociaal het beste past, hangt af van land en situatie.
Let op de betekenis van partir en assistir
Partir betekent vaak ‘vertrekken’: O comboio parte às dez (‘De trein vertrekt om tien uur’). Het kan ook ‘breken’ of ‘in stukken verdelen’ betekenen, afhankelijk van het lijdend voorwerp (wie of wat rechtstreeks door de handeling wordt geraakt): Ela parte o pão (‘Zij breekt het brood’).
Assistir is een vals herkenningspunt voor Nederlandstaligen: het betekent meestal niet ‘assisteren’. Voor ‘helpen’ gebruik je doorgaans ajudar. Assistir a uma aula is ‘een les bijwonen’ en assistir a um filme is ‘naar een film kijken’. In een formelere context kan assistir ook ‘bijstaan of hulp verlenen’ betekenen, maar de zinsbouw kan dan anders zijn.
Uitspraak en klemtoon
In vormen als parto, partes, parte en partem ligt de klemtoon normaal op de stam. In partimos en partis ligt hij op de uitgang. De slotletters van partem worden niet uitgesproken alsof het een Nederlands woord is; luister daarom naar opnames uit de Portugese variant die je leert. De precieze uitspraak verschilt tussen Portugal en Brazilië, maar de spelling en grammaticale functie blijven gelijk.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze voorkomen later verwarring.
De nós-vorm kan twee tijden voorstellen
Bij regelmatige -ir-werkwoorden is de vorm voor nós in de tegenwoordige tijd gelijk aan die van de voltooide verleden tijd die later aan bod komt:
- Hoje decidimos ficar em casa. — Vandaag besluiten we thuis te blijven.
- Ontem decidimos ficar em casa. — Gisteren besloten we thuis te blijven.
Woorden als hoje en ontem en de bredere context maken duidelijk welke tijd bedoeld wordt. Dat is vergelijkbaar met het Nederlandse we zetten: zonder context kan dat tegenwoordige of verleden tijd zijn.
Sommige -ir-werkwoorden veranderen alleen een deel van de stam
Werkwoorden zoals dormir, pedir, sentir en servir hebben in bepaalde tegenwoordige-tijdsvormen een klinkerwisseling: durmo, peço, sinto, sirvo. Andere hebben een afwijkende spelling of vorm, zoals ouço bij ouvir. De uitgangen lijken soms nog op het regelmatige schema, maar je kunt de juiste vorm niet altijd maken door alleen -ir te schrappen. Controleer daarom bij een nieuw -ir-werkwoord of het als regelmatig wordt aangegeven.
Voornaamwoorden kunnen tussen onderwerp en werkwoord ontbreken
Portugees laat onderwerpvoornaamwoorden vaker weg dan Nederlands, maar dat betekent niet dat ze betekenisloos zijn. Een expliciet voornaamwoord kan een tegenstelling markeren:
- Eu decido isto; vocês decidem aquilo. — Ík beslis dit; jullie beslissen dat.
In langere teksten helpt een expliciet onderwerp ook om onduidelijkheid te vermijden, vooral bij de vormen op -e en -em, die bij meerdere voornaamwoorden passen.
Oefentips
- Bouw één vast rijtje op. Schrijf dagelijks parto, partes, parte, partimos, partis, partem uit en vervang daarna alleen de stam door abr-, assist- of decid-. Zeg elke vorm hardop met het passende voornaamwoord.
- Oefen met echte zinnen, niet alleen met rijtjes. Maak voor elke veelgebruikte persoon één zin over je dag, bijvoorbeeld Abro o computador às nove, Assistimos a uma série en Partem amanhã. Laat daarna het onderwerp weg waar de vorm duidelijk is.
- Kies bewust een Portugese variant. Noteer naast ‘jij/jullie’ welke vormen je in jouw variant wilt gebruiken: bijvoorbeeld tu abres, vocês abrem of vooral você abre, vocês abrem. Leer vós abris eerst vooral herkennen.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Onderwerpsvoornaamwoorden — hiermee bepaal je wie de handeling uitvoert en welke persoonsuitgang nodig is.
Vereiste kennis
Onderwerpsvoornaamwoorden in het PortugeesA1Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Verbos Regulares em -IR in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen