A1
Ja/Nee-vragen in het Nederlands
Ja/Nee-vragen
Overzicht
Ja/nee-vragen zijn vragen waarop je kunt antwoorden met ja of nee. In het Nederlands maak je een ja/nee-vraag door het werkwoord naar voren te plaatsen — vóór het onderwerp. Dit heet inversie. Je hoeft geen hulpwerkwoord toe te voegen zoals "do" in het Engels.
Hoe het werkt
Van mededeling naar vraag
| Mededeling | Vraag | Uitleg |
|---|---|---|
| Jij werkt hier. | Werk jij hier? | Werkwoord naar voren |
| Ze gaat morgen. | Gaat ze morgen? | Inversie |
| Hij heeft een auto. | Heeft hij een auto? | Inversie |
Inversieregel bij jij/je
Bij inversie met jij of je vervalt de -t:
- Jij werkt hard. → Werk jij hard?
- Je hebt een vraag. → Heb je een vraag?
Antwoorden
| Antwoord | Gebruik |
|---|---|
| Ja | Bevestiging |
| Nee | Ontkenning |
| Ja, dat klopt. | Bevestiging met instemming |
| Nee, dat klopt niet. | Ontkenning |
Voorbeelden in context
| Nederlands | Vertaling | Opmerking |
|---|---|---|
| Woon jij in Amsterdam? | Do you live in Amsterdam? | Inversie met jij |
| Is hij thuis? | Is he at home? | Zijn → inversie |
| Heb je een fiets? | Do you have a bicycle? | Hebben → inversie + geen -t |
| Gaat ze morgen mee? | Is she coming along tomorrow? | Gaan → inversie |
| Spreken jullie Duits? | Do you (all) speak German? | Meervoud |
| Mag ik hier zitten? | May I sit here? | Toestemming vragen |
| Moet hij werken? | Does he have to work? | Modaal werkwoord |
| Kan jij zwemmen? | Can you swim? | Kunnen → inversie |
Veelgemaakte fouten
| Fout | Correct | Waarom |
|---|---|---|
| Doe jij werken hier? | Werk jij hier? | Geen hulpwerkwoord doen nodig. |
| Werkt jij hier? | Werk jij hier? | Inversie + jij → geen -t. |
| Is jij thuis? | Ben jij thuis? | Zijn + jij inversie → ben. |
Oefentips
- Stellingen omzetten. Neem tien mededelingen en maak er ja/nee-vragen van.
- Interviewspel. Stel tien ja/nee-vragen aan een partner of aan jezelf.
- Inversie oefenen. Let speciaal op de jij/je-regel: herhaal het patroon totdat het automatisch gaat.
Verwante concepten
- Vereiste: Basiswoordvolgorde — nodig als basis voor dit onderwerp
Vereiste kennis
Basiswoordvolgorde in het NederlandsA1Meer A1-concepten
Persoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp) in het NederlandsPersoonlijke Voornaamwoorden (Onderwerp)Het Werkwoord Zijn in het NederlandsHet Werkwoord ZijnHet Werkwoord Hebben in het NederlandsHet Werkwoord HebbenDe- en Het-woorden in het NederlandsDe- en Het-woordenOnbepaald Lidwoord in het NederlandsOnbepaald Lidwoord
Wil je Ja/Nee-vragen in het Nederlands en meer Nederlands-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen